Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een nieuw surrogaat ii Stelling' i is heel mooi, maar prijkt als een vlag op een aschschuit. Heel gewichtig heet het, dat arbeid niet als koopwaar beschouwd mag worden. Dit klinkt heel etisch en voornaam, maar we hebben deze uitspraak ook wel eens eerder vaneen, nietchristeiijke, werkgever vernomen. Arbeid mag niet als koopwaar worden beschouwd, jawel m’neer Amelink, je hebt het maar voor ’t zeggen, war wèl en wat niet mag, Inde kapitalistische maatschappij is arbeid koopwaar, of het mag of n:et. De naam. het woord, „koopwaar” uit het arbeids-w'oordenboek schrappen, Is heel gemakkelijk, maar daarmede is dc daad nog niet verdwenen. Ook die werkgever, waarover we het hier.boven hadden, vondt dat, arbeid geen koopwaar mocht zijn, maar, * inmiddels kocht hij, misschien'tegen wil en dank, dat is mogelijk, maar kcopen deed hij. In stelling 3 wordt gezegd, dat aan de aroeiders, naast voliiedige medezeggenschap inde vaststelling der arbeidsvoorwaarden een zekere (vetgedrukte van ons. Red.) medezeggenschap "in het bedrijf zelf moet worden gegeven. Volledige medezeggenschap ten opzichte van de arbeidsvoorwaarden, cenige medezeB’§ier'i schap in het bedrijf. We moeten toegeven, ’t is heel voorzichtig gezegd, ook al nemen we goede nota van de omschrijving dier medezeggenschap, die we kunnen vinden in stelling 16. Verwijlen we verder een oogenblik bij stelling 5. Hier maken we kennis met de allernieuwste vondst van den heer Amelink, waar op de oude wijze van: „en dat hebben de socialisten gedaan”, thans wordt gezongen, dat de modernen on syndicalisten door hun prediking.van den klassenstrijd, de ontwikkeling der gedachte, dat aan de arbeidera medezeggenschap moet worden toegekend, hebben tegengehouden. Zie je, christelijke arbeiders aldus is de indruk die men bij hen wil vestigen wat wij thans gaan opzetten, zou al reeds sedert lang voor een deel verwezenlijkt zijn, mdien er maar geen modernen en syndicalisten waren geweest. Dit is wel de sterkst mogelijke demagogie die zich denken laat. Mijnheer Amelink kan zelf onmogelijk gelooven aan hetgeen hij hier beweert, voor zóó onnoozel zien we hem niet aan. We kunnen hierin dan ook niet anders zien dan een buitengew’oon sterk staaltje van boerenbedrog. Stelling 6 zullen we maar overslaan, dat is oud nieuws, die solidariteit van werkgevers en werknemers. Solidariteit zal er wel eens komen, maar niet voordat óf alle werknemers ook tévens werkgevers zijn, óf alle werkgevers dok werknemers. Van meer belang is het, wat wij vinden in stelling 7: „naar christelijke beginselen is er geen onbeperkt eigendomsrecht.” Die christelijke beginselen toch, voor welk standpunt zouden die al niet pasklaar te maken zijn. Op grond van de christelijke beginselen wordt hier beperking van het eigendomsrecht geleeraard met een zelfde gemakkelijkheid als waarmede andere christenen het onbeperkte eigendomsrecht verdedigen en wéér anderen alle eigendomsrecht ontkennen. Zoo gek en dwraas kan men het niet verzinnen, of de „christelijke beginselen” worden er bijgesleept, om als bliksemafleider dienst te doen. De referent heeft bepaald geen kans gezien, te omschrijven in hoeverre het eigendomsrecht niet onbeperkt is, anders zou hij ’t allicht gedaan hebben. Maar letten we nu eens op de argumenten, die ingebracht zijn tegen sommige stellingen. Daar treffen we inde eerste plaats professor Slotemaker de Bruine aan. Men moet, aldus deze prof., niet spreken van controleeren der boeken, daar zou men allicht meer uithalen dan er mee bedoeld wordt, beter is het volgens hem te spreken van „inzien der boeken”. Met stelling 7 is hij het eens, er is geen onbeperkt eigendomsrecht, maar, de inleider deed verkeerd met daarop de medezeggenschap te willen bouwen. En nu komt liet: „God beperkt het eigendomsrecht, niet de menschen”, en hij waarschuwt : „als ge niet bij ontkenning van het eigendomsrecht wilt komen, pas dan op yoor den eersten stap en laat stelling 7 loopen.” De comedie, die in stelling 7 w'ordt gespeeld, w'ordt hier door den heer Slotemaker wat dichter voor het voetlicht gehaald. Niet de mensoh zegt hij, maar God beperkt het eigendomsrecht, m. a. w. dat komt van zelf wel op z’n pootjes terecht. Zóó te spreken, zegt deze theoloog, voert tot ontkenning van het eigendomsrecht, laat dus loopen dat zaakje en brandt je niet. Geheel overbodig is zijn waarschuwing Stellig niet; de broeders die zich tot de gelukkige bezitters van veel eigendommen in ogen rékenen, zuilen allicht kippenvel

gßggßaßags^^ krijgen bij lezing van deze stelling. D( heeren Schouten en Smeenk hebben hur waarschuwende stem laten hooren. De eerste heeft bezwaar tegen ’t woord „juist’ in stelling 13, v/aar de referent zegt dat dc medezeggenschap der arbeiders inde bedrijven theoretisch inde statuten van der R.K. Centraler! Raad van Bedrijven hel meest juist is uitgewerkt. De heer Schouten slingert daarbij de volgende lieflijkheid naar het hqofd van de Roomsch-Katholieken. Het is te mooi om ’t niet tc vermelden ; ~Spr. heeft de statuten van den R.-K Centralen Raad van Bedrijven goed be studeerd, maar heeft dit werk altijd voo: het allerslechtste confectie werk gehouden. Eens heeft hij he zóó geformuleerd; Wat er goed in is, i; van Kuyper en het niet goede is van d< Roomsch Katholieken.” Van je vrienden moet je ’t maar hebben vriendelijkheid is toch maar alles. Overigen; is heel het betoog van den heer .Schouten evenals dat van den heer Smeenk, één waar schuwing en aanmaning tot „voorzichtig 1 heid”. Dat deze heeren het wel erg bont ge maakt hebben, de kip van Amelink, wel \va' heel erg hebben geplukt of althans daartoe een ernstige poging gedaan hebben, vinden we bewezen door de houding van Wet-1 selaar, die ’t blijkbaar noodig achtte den, | van behoudzuchtige zijde bestookten refe rent, een stutje inde lende te geven. Ziel hier-, hoe Wetselaar meende te moeter waarschuwen : „De heer H. Wetselaar (Metaalbewer-I kers) meent, dat dit terrein aarzelend dooi den inleider is betreden en hoopt, dat dc I heer Amelink niet zal bezwijken onder de ingebrachte bezwaren. Als al die door de heeren Schouten en Smeenk ingébrachte bezwaren zoo groot zijn, begrijpt spr. niet, 1 hoe er pog van winst maken door de pa j troons sprake kan zijn. Hoe komt het, da I de gesalarieerden bepaalde toestanden nog 1 niet kunnen beoordeelen? Omdat de patroon; 1 hen tot nog -toe daartoe nooit inde gelegen heid stelden. Spr. is bet er mee eens, da I het door Amelink gestelde verbazend moei I lijk te verwezenlijken zal zijn. De syndica I listen en modernen hebben hieromtrent an I dere gedachten. Maar laat de Christelijke I Vakbeweging dan zijn als de olievlek op he I papier, die zich steeds meer uitbreidt. Spr J wijst er op,-dat de patroons ncoit met de I vraaK om medezegenschap rekening hieldei j in tijden van hoog-conjunctuur. Hij vindt ’i | een eigenaardig verschijnsel, dat zij er thaü£ J wel rekening mee willen houden, omdat z‘i | de hulp der arbeidersleiders noodig hebben I om den arbeiders bij te brengen, dat zij | langer moeten werken, zonder loonsverhcoj ging te krijgen. Als de, medezeggenschap I niet verder gaat, dan de inleider wil, vreeèl Spr. dat het vertrouwen der arbeiders blijf! I bestaan. Spr. vraagt of het in strijd fs mé! 1 de Christelijke principes, als gestreefd wordt I naar medezeggenschap in dè vaststelling dei I prijzen en der winstmarge.” Hier, spreekt de man uit het volk, die I vooruit wil en niet alle bezwaren op een I goud-schaaltje gewogen wil zien. Als dc I medezeggenschap niet verder gaat, zegt hij. I dan de inleider wil, vreest hij dat het wan-I trouwen der arbeiders blijft bestaan. Wij van onzen kant, vreezen met hem: j dit surrogaat van „medezeggenschap”, zooals door Amelink opgebouwd en door het j trio Slotemaker de Bruine, Smeenk en 1 Schouten -- alreeds bekogeld, zal niet in J staat zijn vertrouwen bij de arbeiders te J wekken. Tenzij dan, dat men de gelatenj heid en onverschilligheid van het niet beste j deel der arbeiders, voor vetrouwen aa.n-j ziet. J Die in dit1 „vertrouwen” vertrouwt, zal I vroeg of laat bedrogen uitkomen. Jlit de Districten. DISTRICT V. ZEIST. Verlenging van dea arbeidstijd en verlaging van het Icon. De N.V. Con- I structiewerkplaats „Orno” te Zeist vroeg j wegens seizoendrukte een overwerkvergun-I ning aan voor 40 mannen en 10 jongens Ivan 16 jaar en ouder, cm 10 uur per dag 1 of totaal 55f4 uur per week te mogen J werken. J Het personeel ontving echter dc mede-* J deeling, dat het weekinkomen hierdoor niet I noemenswaardig zou vermeerderen, zelfs Ivan een enkelen zou verminderen. I ler conferentie bij de directie bleek ons, I dat deze mededeeling ons verstrekt, vol-I komen juist was. De directie verklaarde ons I echter: „Geen overwerkvérgunning te hebben aangeyraagd wegens drukke werkzaamheden, maar alleen om dooreen langeren I werktijd, zonder aan het weekinkomen van de werklieden te komen, de uur-I loonen te verlagen en daarmede dén kost-J prijs van het product.” J Daar bij de directie geen resultaat te bereiken was, hebben wij ons gewend tot de

I Arbeidsinspectie, met het verzoek, de aangevraagde overwerkvergtmning te weigeren. Ondanks dat de directie van de ~Orno” ons verklaarde, geen drukke of dringende werkzaamheden te hebben, is toch door de Arbeidsinspectie de aangevraagde overwerkvergunning verleend, echter is de voorwaarde gesteld, dat het uurloon niet verlaagd mag worden. Wij zullen even afwachten, wat hiervan het resultaat zal zijn. B, DISTRICT VI. BREDA. De accoordloonsverlaging bij „de Etna”. Onder den titel van „Voorlichting” is in „St. Eloy” een artikel opgenomen van confrère v. 8., waarin, naar aanleiding van wat wij in ons vakblad van 19 Maart schreven over het voorgevallene bij „de Etna”, ons slechte voorlichting wordt verweten en ook wel, dat wij op gespannen voet met de waarheid leven. Wij hebben dat al meer gehoord, b.v. ook nog onlangs van den heer Krijgsman! Het schijnt, dat deze lieden zich verbeelden van deze deugden-het monopolié te bezitten I Zoo ook nu weer. , Het artikel begint met een heelen boom over „niet nauw nemen met de waarheid”, ~slechte voorlichting” en „laster” en geeft dan z.g. de „juiste toedracht der zaak” ! En wat blijkt dan als deze gegeven is ? Och, niets anders dan dat wat wij schreven, stuk voor stuk waar is! Maar zoo’n beetje oogenverdraaierij als inleiding voor een artikel, is bij onze R.-K. heeren nu eenmaal usance! Het eerste gedeelte van ’s man’s artikel is een betrekkelijk goedpraten van de houding des heeren Klep. Hij is blij als een kind, dat hij kan mededeelen op een conferentie toch nog de toezegging _ te hebben gekregen, dat de uurloonen niet zouden worden verlaagd en dat gemiddeld nog 20 pCt. jververdiend zou kunnen worden. De.demagoog vergeet(?) mede te deelen, dat voor ;le accoordwerkers practiscii geen gegarandeerd uur- of weekloon op deze onderneming bestaat, waardoor een zoodanige toezegging maar vaneen zeer betrekkeijke waarde is. Trouwens, in dezelfde week, Jat deze toezegging werd gedaan, constaeerden wijde practische ten uitvoerlegging ;rvan. Een accoordwérker ging met ’n ■deine f 14 naar huis en zulke gevallen ■taan niet op zichzelf! In zijn demagogische bui verder gaand, icweert v. B. nota bene, „dat zij zich tegen oonsverlagingsterk hebben verzet” ! M’n geachten opponent vergeet(?) latuurlijk, mede te deelen, waarin dat ver= et heeft bestaan! M’n lieve man, je hebt geconfereerd, met je leden vergaderd en geslikt! Meer niet! Is dat jullie verzet? vom vriend, biecht nu eens op, is het jullie icdoeling wel geweest je ernstig te veretten tegen deze verslechtering ? ’t Was mmers een R.-K. aangesloten werkever! Het tweede deel van het artikel vangt aan iet de bewering, dat ons artikel vol bittereid en venijn was en dat hij maar niet zal preken over gevallen van accoordlodnsverlS'ing', die zich elders ook in normale jden yoordeden, wanneer meer dan het ewone percentage werd oververdiend, op laatsen, waar de Alg. Bond ver inde leerderheid is en waar dan van die zijde iet gekikt werd, laat staan een scherpe actie evoerd. Ook weer zoo’n algemeenheid! Wil ijnheer v. B. nu eens geen praatjes ver>open, maar eens bewijzen, waar en wam ;er onder de verhoudingen en omstandige :den als bij ~de Etna”, in plaatsen waar ize bond ver inde meerderheid is, niet ?rd gekikt bij a ccoo rdloonsve r 1 ag in g ? Verderop beklaagt v. B. zich over het perfide” van onze bewering, dat onze ganisalie schijnbaar was genegerd om n den geur ie blijven staan van de rectie . Dat is heelemaal niet waar. zegt B. ö Waarom onze organisatie dan wèl >est worden genegeerd, deelt hij wijsek weer niet mede! Wij wenschen van zen scribent nu echter een positief ant>°rd op deze vraag: Wanneer bij eenig treden bij leden van de R.-K. werkversvereeniging onze bond niet wordt ■negeerd om dien patroonsbond of de hem aangesloten leden individueel te lieven, waarom wordt onze bond dan wel passeerd? Of' is het soms de bedoeling 11 ww organisatie in plaatsen waar gij lakens uitdeelt, de zaakjes alleen op te appen? Wanneer dit soms het geval is de laatste alinea’s van uw artikel zegi zulks niet onduidelijk, zijt gij dan telijk ook niet met mij van meening, : het geweldige indianen-gehuil ook van en bond in b.v. 1916 en thans nog b.v. Schiedam toen onze bond een soortgelijke houding aannam door en door onwaarachtig is?? Wij verwachten met belangstelling uw antwoord 1 Ten slotte, de ontslagaangclegenheid. De juistheid van onze bewering, dat bij 1

het eerste ontslag wel 5 van onze leden ontslagen zijn, terwijl onze bond slechts 231 leden op dit personeel telt, maar geen enkel lid der R.-K. Organisatie, ofschoon zij er 69 leden bij betrokken had, wordt niet tegengesproken. Alleen wordt medegedeeld, dat later ook 7 leden van den R.K. bond zijn ontslagen. Best raogelijk, waarde heer! Er waren er van onzen bond toen zeker niet meer voorhanden? Voor ons staat vast wij kennen de antecedenten des heeren Klep! dat men onzen bond °P alle mogelijke manieren probeert te treffen, zoo goed als voor onze R.-K. confraters kan vaststaan, dat haar organisatie wordt beschermd I Trouwens heel wijs van de patroons, hoor! In zijn voortvarendheid om ons toch maarte kunnen bestrijden, laat hij zich verder ook nog verleiden tot de veronderstelling, dat wijdoor een baas zouden zpn ingehcht, die een ~geestverwant” van ons zou zijn. Wij zijn ons niet bewust, dat ei op ~de Etna” ook nog een ~geestverwant” van ons is! Wanneer dat onverhoopt toch het geval mocht zijn, was de mededeeling daarvan dan soms bedoeld als te zijn een vingerwijzing voor den heeren Klep, dat hij ook nog een correctie-taak heeft te vervullen in zijn bazen-corps? ' Wij vragen maar, hoor? Overigens vertelt v. B. van dezen en noozoo n soortgelijken geestverwant te Tilburg ueel wat slechts. Van den Tilburgschen A geestverwant b.v., dat deze een lid der iv.-K. organisatie zou hebben gedreigd met ontslag, wanneer hij niet uit dien bond trad! Inderdaad! Ook wij vinden dat zeer laakbaar, zelfs zeer min, zoo’n bedreiging. Echter tusschen dreigen en doen is een zeer groot verschil! Laten wij u echter gerust stellen ! Dergehjke „geestverwanten”, v. 8., worden door ons als zoodanig niet erkend I Dat zijn onze felste vijanden! Die menschen moeten, wanneer ze dan toch met alle geweiG ~geestverwant willen zijn, dat maar worden van uw organisatie! Daar hooren ze immers thuis! Wanneer we eindigen met de verklaring, dat v. B. ons beschuldigt van „geniepige”- bestrijding, ondanks het feit, dat onze afdeehng Breda hem inde gelegenheid gesteld heeft met ondergeteekende in het openbaar den degen te kruisen, dan zal eeP ff^er »het gehalte” van ook dit stukje schriftuur van dezen bestuurder der R.-K. oi ganisatie, naar waarde weten te schatten D. W. v. H, DISTRICT VII, DORDRECHT. Aan de Electro* Motorenfabriek „Dordt” is eene loonsverlaging tot en met 6 cent per uur aangekondigd. Door de samenwerkende bonden is in eeq conferentie een tegenvoorstel gedaan, om de fabriek 1- èi 2 dagen inde week stop te zetten. De directie heeft dit echter afgewezen. We zullen nu met het personeel bespreken, wat in deze gedaan kan worden. Bij Lip’s Brandkastenfabriek' is een tariefsverlaging bekend gemaakt, waarvan de grootte nog niet bekend is. Verder is ook bij de firma Wed. J. Bekkers en Zn. een tariefsverlaging aangekondigd, die neerkomt op ongeveer 10 pCt. Aan de Scheepsslooperij van Sunderman te Zwijndrecht is nu weer een loonsverlaging van 10 cent per uur ingevoerd. Als wij deze berichten tezamen vatten, dan kunnen we constateeren, dat ook het ondernemersdom te Dordrecht zich klaar maakt voor een aanslag op de loonen der arbeiders. Eerst nog bij kleine beetjes, doch naarmate de arbeiders zich minder verzetten, zullen ook de loonsverlagingen grooter worden. ■ Als hiertegen niet krachtiger door de arbeiders wordt geprotesteerd, zullen de werkgevers denken; het gaat goed, er kan nog wel wat meer af! Alle ondernemers klagen tegenwoordig steen en been over buitenlandsche concurrentie en te liooge productiekosten. En direct zijnde arbeidersloonen weer het object, waarmede de ondernemers zich trachten schadeloos te stellen, door deze te drukken. Hiertegen moet krachtig stelling worden genomen door de organisaties. Dit kan alleen, wanneer de arbeiders zelf eens van zich afschudden de laksheid en de futloos-. heid, waarvan zij thans blijk geven. Laten ook de Dordtsche metaalbewerkers eens begrijpen, dat het noodzakélijk is om op de bres te staan tegen de dreigende loonsverlagingen, door krachtig protesteeren, het ondernemersdom duidelijk te maken, dat, waar de voordeelen altijd inde brandkast van. de ondernemers terecht komen, zij nu ook maarde nadeelen daarin deponeeren moeten. Als een onderneming alleen kan blijven bestaan, indien de arbeiders de nadeelen

Sluiten