Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en omdat zij voor talrijke menschen de mogelijkheid schept zich teh koste van vreemden arbeid een lui en weelderig- bestaan te verschaffen, terwijl groote massa’s menschen gedwongen zijn in behoeftigheid, in ellende te leven. Een georganiseerde huishouding ter voorziening inde behoeften, welke gebaseerd is op gelijken arbeidsplicht voor allen, volgens elks bekwaamheid, zal alle economische krachten aanvuren, samenvatten en leiden naar een gemeenschappelijk doel: de bevordering der gemeenschappelijke welvaart. De niets ontziende wreede strijd van allen tegeri allen, welke zijn oorsprong vindt inde onverzadelijke hebzucht en het toomeloos winstbejag, zou voor een minzamen wedijver voor eensgezinde naar eenzelfde doel strevende menschen moeten wijken. Uit dat oogpunt gezien, door die hoop is drang naar socialisatie ontstaan, welken wij É»nds tientallen jaren bij onze Oostelijke Kuren, sinds enkele jaren ook in Nederland onder de arbeiders waarnemen. Het bekende sociaal-democratische „Erfurter Program” verlangt de transformatie van het kapitalistische privaateigendom der productiemiddelen gronü en bodem, groeven en mijnen, grondstoffen, gereedschappen, werktuigen, verkeersmiddelen in gemeenschappelijk bezit en de verandering der warenproductie ineen socialistische productie, voor en door de gemeenschap uitgeoefend. Door deze gedaantewisseling onzer huishouding zal het grootbedrijf en de voortdurend groeiende productiviteit van den maatschappelijken arbeid voor de tot nu toe uitgebuite klassen uiteen bron van ellende en onderdrukking ineen bron van de grootste welvaart en alzijdige harmonische volmaking verwisseld worden.” Ook inde na de revolutie van 1918 door de nationale vergadering van Weimar in 1919 samengestelde en goedgekeurde nieuwe Duitsche Grondwet komt de socialisatiêgedachte, zij het ook ietwat verwaterd, tot uiting. Art. 156 zegt o.m. „Het Rijk kan door wetgeving, behoudens een schadeloosstelling in overeenkomstige aanwending der voor onteigening geldende bepalingen, voor de voor vermaatschappelijking geschikte particulier-kapitalistische economische ondernemingen in gemeenschappelijk bezit doen overgaan.” Verder wordt nog bepaald: „dat een onteigening van kapitalistische ondernemingen kan geschieden, wanneer het algemeen welzijn het vereischt en dat vooral grondbezit onteigend kan worden, wanneer het ter bevrediging van woningbehoefte, tot bevordering van nederzetting en ontginning of tot verheffing van den landbouw noodig blijkt.” De onmiddellijke vermaatschappelijking door het Rijk wordt nog aangevuld door middellijke vermaatschappelijking, indien de mogelijkheid verschaft wordt, dat kapitalistische ondernemingen ten dienste der gemeenschap samengevat en vólgens sociaaleconomische beginselen geregeld worden. Principieel bestaat bij onze Duitsche buren nu al de mogelijkheid tot socialisatie van het volkshuishoudelijke leven, hoewel door allerlei wettelijke clausules nog zeer rekbaar. Natuurlijk staan deze elastische bepalingen der Duitsche Rijksgrondwet voorloopig nog alleen op papier en er zal ook daar nog wel menig jaartje heengaan alvorens zij een tastbaar resultaat zullen opleveren. Er moet daarbij in aanmerking genomen worden, dat voor doorvoeren van zulke maatregelen ook de noodige homogene medewerking aanwezig moet zijn, vooral in het Duitsche Rijk met zijn afzonderlijke landelijke regeeringen enz. Daar het begrip maatschappij (wij hebben daarover reeds vroeger in ons orgaan geschreven) overal ook bij ons iets gewoons, iets vanzelfsprekends geworden is, zal de socialisatie inde practijk uitwerken, dat óf het Rijk, óf de Gemeenten en coöperaties een of ander bedrijf of geheele takken van industrie onteigenen en in eigen beheer nemen onder voorwaarde, dat de daarin werkzame geëmployeerden en arbeiders goede loon- en arbeidsvoorwaarden hebben, dat echter de behaalde overschotten aan het algemeen ten goede komen. Het zou onsociaal, een

schreeuwend onrecht zijn. als de geëmployeerden ineen bedrijf met hooge rente gevende gesteldheid het verkregen overschot opstreken, terwijl dein een minder rendeerend bedrijf werkzamen zich ondanks even waardigen arbeid met lager belooning tevreden zouden moeten stellen. Dat zou gelijk staan aan den duivel door Beëlzebub uitdrijven, nl. het kapitalistische privaategoïsme door het groepenegoïsme vervangen. Wij hebben dat bedroevende schouwspel in Amsterdam bij de bouwvakassociatie, welke helaas niet onder den invloed der moderne vakorganisatie staat, gezien. Het bestuur dezer federatie stelde aan oe werkzame associë’s voor, ten bate van verlaging der huren van arbeiderswoningen zich met een verlaging der weekloonen van f 67.50 op f 60. tevreden te stellen, zeker wel een prijzenswaardig voorstel, waar de bouwvakken in Amsterdam toen toch al in een financieele uitzonderingspositie verkeerden. Zoo dachten echter niet allen er over en een staking dezer associatieleden was het gevolg. Dat is niet de weg. De bevordering van het algemeen welzijn door plichtmatig werken en planmatig huishouden moet als

leidend motief Over dè sociale huishouding zweven. Ten einde dat doel te bereiken, is in zulk een bedrijfshuishouding een hooge huishoudelijkheid noodig, welke een wezenlijke verhooging onzer economische prestaties voorop stelt. Deze vervullingsverhooging berust ten eerste op een verbetering der techniek (volmaking van werktuigen en gereedschappen), zoo hoog mogelijke uit-

buiting der natuurkrachten en goede arbeidsmethoden zijnde belangrijkste technische vereischten. Verder moet een goede organisatie aanwezig zijn, welke alle economische krachten te baat neemt en inschakelt in ’t organisme, welke elke krachtsversplintering en krachtsverspilling vermijdt, integendeel alle krachten tot een eenheid samenvat, welke met de productiemiddelen zorgvuldig en zuinig omgaat en ook bewust met de menschelijke factoren van het arbeidsproces rekening houdt. Ineen gesocialiseerde huishouding, die op de hoogte van onzen tijd is, moet elk rad in het overeenkomstige grijpen, maar het moet zorgvuldig vermeden worden dat de economische prestaties ten koste van menschenkracht, -gezondheid en -geluk verhoogd worden. Een sociale huishouding mag nooit vergeten, dat wij niet leven om te werken, maar dat wij werken om te leven, dat wij vooral menschen en eerst inde tweede plaats arbeiders zijn; zij moet, in ’t kort, den levenden rnensch in ’t midden van het sociaal-economische leven plaatsen. Vooral komt het er op aan, dat dein een gesocialiseerd bedrijf werkzame personen

zich' bewust worden van het feit, dat zij niet voor de brandkasten der kapitalisten, maar voor het algemeen welzijn werken. Dat bewustzijn moet ze aanvuren om in elk opzicht hun plicht te vervullen, opdat het bedrijf bloeit. Dat beteekent niet er woest op los schrooien in overmatig langen werktijd en uitputtende werkmethode; het beteekent integendeel een plichtmatig zorgzaam en nauwkeurig werken. Het maakt, zooals be-

kend, een groot onderscheid, of men werktuigen enz. spaart, of men met ruw materiaal en grondstoffen zuinig omspringt, of er maar woest op los leeft. Juist in dat opzicht moet het sociale bedrijf een modèlbedrijf zijn, omdat het alleen dan, als techniek, organisatie en menschen even hoog staan, aan de verwachtingen tegemoet kan worden gekomen, welke wij, moderne arbeiders en socialisten daarvan koesteren. Daarvoor gewerkt, ons binnenste, ons plichtgevoel onder de goede leiding onzer organisatie hervormd, inplaats van te kankeren als niet alles gaat zooals men wenscht, opdat wij, zoodoende rijp geworden, de socialisatie zoo geleidelijk mogelijk kunnen invoe ren- ' NEMO. Uit de Afdeelingen. DEVENTER. Loonsverlaging ingetrokken. De Directie van de Machinefabriek „Deventer”, die 10 pCt. loonsverlaging had aangekondigd omdat het aangenomen werk het niet toeliet de bestaande loonen te handhaven, heeft deze verlaging ingetrokken. Zelfs werden de laagste loonen verhoogd. Het optreden van onze organisatie tegen deze verslechtering is niet vreemd aan het verkregen succes. Bij deze actie hadden wij geen rekening te houden met de verschillende meeningen van andere organisaties, aangezien het personeél vrijwel geheel lid van onzen Bond was. Uit dit feit blijkt weer eens duidelijk, welk groot voordeel het voor een personeel is, wanneer het geheel in één organisatie is georganiseerd en dat is mogelijk door lid te worden van de Afdeeling Deventer van den Algemeenen Nederlandschen Metaalbewerkersbond. * » * Verdere loonsverlaging. De Directie van de Rijwielfabriek v.h. H. Burgers te Deventer heeft aan haar personeel verdere loonsverlaging aangekondigd. Dit ging gepaard met een schriftelijke mededeeling aan ieder lid van het personeel, waarbij' hem werd voorgerekend, dat de loonen met inbegrip der premie voor de invaliditeitswet, vacantie, christelijke feestdagen, benevens de aan de gemeente te betalen boete (wordt bedoeld zakelijke bedrijfsbelasting) voor het verschaffen van werk aan meer dan 10 personen, met 14° a 150 pCt. zijn gestegen boven het loonpeil van 1914, terwijl de verkoopsprijs der rijwielen slechts 50 pCt. hooger is. Onder deze omstandighedn is het te begrijpen, dat Directie en aandeelhouders moeten uitzien naar middelen om het gevaar voor daling van het winstcijfer te voorkomen. De stakkers hebben de laatste twee jaren gemiddeld 14 pCt. winst uitgekeerd en de directeur kreeg boven zijn ruim salaris een extra fooi gelijk aan het jaarinkomen van 4 werklieden. Of het personeel zich dat alles zonder slag af stoot laat welgevallen, weten wij niet, doch verzet daartegen is dringend noodig. Maar dan heeft het personeel zijn plicht te doen, door lid te worden van de organisatie. * « ♦ ~ Propaganda. Onze afdeeling heeft over October 17 nieuwe leden ingeschreven, een cijfer wat sedert de staking niet ineen maand is bereikt. Onder dit aantal zijn er die van de Federatie naar onzen Bond óverkwamen eh gaven daarmede een goed voorbeeld aan de vele leden die voor de Federatie hebben bedankt en ongeorganiseerd blijven rondloopen. Zeker is het dat ons ledental belangrijk kan worden opgevoerd, als door onze leden daaraan maar eenige moeite en tijd wordt besteed. Onder leiding van den Nieuwen Deventer Bestuurdersbond zal op 13 November inde zaal van „Flora” een vergadering plaats vinden voor alle leden der moderne vakbeweging om de propaganda te bespreken en te regelen. Adressen zijn verzameld, biljetten worden verspreid en geplakt. Deze propaganda wordt flink aangepakt en zal zeker de moderne beweging versterken. Voor dit werk moeten zich minstens 100 leden onzer organisatie 00- geven. * Dus ieder komt 13 November in „Flora”.

BOIMOTEW! Gij en wij zijn allen tezamen doordrongen van het beset dat de 48-urige werkweek behouden moet blijven en Bedrijfsorganisatie en Medezeggenschap tot stand moeten komen. DAT IS ECHTER 1T EEDEIEI De groote massa die buiten onze organisatie staat moet nog overtuigd worden dat we wel VOOR, maar niet ZONDER haar werkzaam kunnen zijn. Daarom moeten we de komende weken en maanden er op uit om de lauwen en lakschen op te wekken tot deelname aan onzen strijd. In onzen Bond heeft ieder lid medezeggenschap, maar daardoor ook den plicht om mede werkzaam te zijn; Dat niemand zich dan onttrekke aan de taak om door HUISBEZOEK ONZEN INVLOED TE VERSTERKEN. Als we ALLEN mee werken naderen we dichter tot ons gemeenschappelijk doel.

van het moeilijke werk. Uit de enquête blijkt, dat de reparatiekosten, daar waar men aflossing constateert, algemeen toenamen. Een verandering inde hoedanigheid van het fabricaat werd niet gemeld, alleen een Japansch werk meldt een verbetering. Terugwerkingen van het drieploegenstelsel op de arbeiders. Over de terugwerking der toepassing van het drieploegenstelsel op de gezondheid der arbeiders waren geen beslissende feiten gemeld; de antwoorden der werkgevers en werknemers weerspraken elkaar te dien opzichte. Men meldt een achteruitgang der bedrijfsongevallen in Duitschland, Oostenrijk, Italië (iets) en Polen. Een Finsch ijzerwerk constateert daarentegen een vermeerdering van 50 pCt. en van de Spaan-

sche werken meldt een enkele vermindering, daarentegen 4 vermeerdering. De twee stellingen over de uitwerking der vermindering van den werktijd op de talrijkheid der bedrijfsongevallen komt in ’t kort hierop neer: volgens de eene maakt de verkorting door vermindering der verslapping den arbeider meer oplettend en daardoor worden bedrijfsongevallen vermeden. Volgens de andere veroorzaakt zij algemeene bespoediging en intensiviteit der werkzaamheden, welke een vermeerdering der ongevallen tengevolge heeft. Wel kan de aanwending van niet voldoende gekwalificeerde arbeiders voor de derde ploeg lijdelijk tot dezelfde resultaten leiden. Bijna eenstemmig verklaren de ondernemers,, dat het belang der arbeiders voor

hun werk en de daadwerkelijkheid, welke zij toonen, zich schijnt te hebben verminderd. In elk geval onderstrepen verschillende verslagen, dat men dat verschijnsel niet den overgang van het twee- tot het driepioegenstelsel ten laste kan leggen, maar dat zij veeleer aan de buitengewone toestanden van den na-oorlogstijd zijn toe te schrijven. In tegenstelling daarmee meldt de meerderheid der arbeidersbonden en twee Japansche ijzerwerken een verbetering in dat opzicht. Een Japansch werk, dat ca. xB.OOO arbeiders in dienst heeft, verklaart: „Men neemt over het algemeen meer arbeidslijst en daadkracht waar. Het komt menigvuldiger voor, dat de arbeiders voorstellen tot afmaken doen; in alle opzichten interesseeren zij zich meer yoor hun werk,”

1 ——emmmmmmmmm——mmmmm De nauwgezetheid en zorgvuldigheid bri het werk schijnen in België, Groot-Brittannië, Italië en Japan verhoogd te zijn. De antwoorden der andere landen melden in dat opzicht geen verandering. Oogenschijnlijk vertoeven de arbeiders gedurende hun vrijer tijd thuis of houden zich met tuinieren bezig. De mannen verrichten soms overwerk in hun eigen of ineen ander beroep. In bepaalde gevallen wordt beweerd, dat de arbeiders tegenwoordig minder rust hebben dan bij het tweepioegenstelsel het geval was– arbeider neemt veel levendiger deel aan de politiek en vraagstukken der vakorganisatie. Sommige ondernemers verzekeren, dat het alcoholisme en de verspillingszucht, in het bijzonder bij jeugdige arbeiders, toenemen, a. L

Sluiten