Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu voelt ieder liberaal denkende, dat de wereld niet voor eeuwig gebonden moet blijven aan ons tegenwoordig economisch productiestelsel met zijn sterke belangentegenstellingen. Men dient te streven naar een toestand van beter wederzijdsch begrijpen. Op zichzelf behoeft dus de, wensch tot nader kennisnemen van de boekhouding in onduidelijke gevallen niet altijd onredelijk genoemd te worden. Ineen enkel geval zou het reeds bij goeden wil een conflict uit den weg kunnen ruimen. Maar hierboven zijnde cijfers genoemd, die den economischen dwang onwedersprekelijk aantoonen. Verdere details vragen is in dit geval dus alleen maarte beschouwen als een nieuwsgierigheid die duidelijk verband Houdt met den zin naar volledige medezeggenschap bestaande bij de leiders der organisatie vermoedelijk peer dan bij de meeste hunner leden. Blijvende inden toon van dezen schrijver zouden wij kunnen opmerken dat wij hier Weder te doen hebben met -hetzelfde euvel als waarmede wij ook in tal van onze eigen acties te kampen hadden. In het mijnbedrijf gaat het als bij ons. Je kunt eenige gegevens bekomen die gemeengoed zijn of met andere woorden de directies willen je in het gunstigste geval eenige feiten geven die voor ieder buitenstander alreeds bekend en zoo helder als glas zijn. ledere directie met een heel klein beetje logica zal je willen laten zien dat het uitejrst moeilijk is om opdrachten te bekomen, dat het buitenland lager calculeert) dit laatste wordt ook door de buitenlandsche concurrenten tegenover onze buitenlandsche collega’s tot vervelens toe herhaald) en dat de loonen hier zooveel hooger zijn dan elders. Een veel herhaald argument is ook nog dit, dat de buitenlandsclic arbeiders veel meer prestoeren, maar dat in andere landen ook tegenover onze collega’s wordt aangevoerd. Kortom, men kan wat algemeenheden vernemen daaromtrent, ook wel wat gegevens verschaft krijgen, maaf'daar blijft het bij. De heer Triebels heeft ons «•evoegd dat wij toch wel konden „zien dat het de industrie niet goed gaat. Inderdaad had hij gelijk; wat hij bedoelde konden wij ook wel zien, maar dat was niet hetgeen wij wilden hebben. 'Als een ondernemer zich ineen bepaald tijdsgewricht een aantal opdrachten ziet ont- is daarmee nog niet bewezen dat loonsverlaging een duurzaam en het eenige middel is om werk te bekomen. Men wil nu onder den druk der vakbeweging wel het en en ander, maar lang niet alles, lang niet het voornaamste aantoonen. Daarom willen wij, alvorens we ons laten gebruiken om den arbeiders de noodzakelijkheid van loonsverlaging voor te houden, ook volledig op de hoogte zijn. Dat moge nu voor de ondernemers en voor de redactie van het „Handelsblad” erg onpleizierig zijn, maar er is niets aan te veranderen. (Wij hebben ons niet ter beschikking van de arbeiders gesteld en de arbeiders hebben ons op hun beurt niet hun vertrouwen geschonken om, afgaande op ’n machtswoord en wat algemeenheden, als agenten voor de ondernemers te fungeeren. Tegen het verstrekken van meer gegevens heeft de redactie inmiddels alweer wat nieuws gevonden. Hoort maar! Het toegeven aan deze nieuwsgierigheid is in dit geval bovendien het aan de openbaarheid prijs geven van cijfers, die voor de mededingers van het Nederlandsch mijnbedrijf van veel waarde zijn, en het is dus zeer goed te begrijpen, dat de directies dit niet in het belang hunner bedrijven achten. Inmiddels verscherpt deze eisch de tegenstelling der opvattingen omtrent een economisch mogelijke belooning der mijnwerkers en verhoogt daardoor het gevaar vaneen conflict in dit bedrijf. ’t Is niet onaardig bedacht, deze nieuwe dooddoener. Wat wij in het belang van de zaak méér willen weten, wordt als nieuwsgierigheid bestempeld. Het niet toestaan of verleenen van dat meerdere zou men als tegenstelling hiervan zonder meer als verwaande geheimdoenerij moeten aanduiden. Maar dat doet de verstandige man van het „Handelsblad” natuurlijk niet. Het heet nu dat men geen meerdere gegevens mag verstrekken uiteen oogpunt van bedrijfsbelang. Er zouden dan dingen aan het licht gebracht kunnen worden, welke voor de mededingers van belang zijn. 'De heeren ondernemers hebben er altijd den mond vol van dat het belang van het bedrijf ook het belang der arbeiders is. Als zijn aan zulke woorden wat meer beteekenis dan een gebaar zonder meer willen toekennen, moeten zij niet de spitsvondigheden van dezen krantenman tot de hunne maken. Met de bedrijfsgeheimen zal het overigens wel losloopen. De ervaring heeft ons geleerd dat onder|

nemers, die elkander beconcurreeren, inden regel heel goed met de zwakke plekken van hun concurrenten op de hoogte zijn; beter dan wij. Als overigens ineen bedrijf een janboel heerscht, moge de ondernemers er al belang bij hebben om dit voor de buitenwereld geheim te houden, voor de arbeiders, die van den janboel het slachtoffer moeten worden, is publiciteit vaak van heel groot belang. Alle geheimdoeherij is uit den booze en de werkgevers, die het eerlijk meenen, dienen te bedenken dat juist daardoor de grootst mogelijke argwaan wordt opgewekt. Bij de cijfers. Vergelijken wij het percentage bij het eerste kwartaal 1924, gepubliceerd in ons orgaan van 14 Juni, No. 24, dan is het aantal afdeelingen, dat de gebruikelijke 95 pCt. niet heeft gehaald, iets toegenomen. In het eerste kwartaal was dit aantal 21 op de 98 afdeelingen, thans geeft het halfjaarlijksch overzicht aan 26 op 92 afdeelingen. Beschouwen wijde afdeelingen die beneden 90 pCt. bleven, dan is ook hierin toename, n.l. 8 op 10 afdeelingen. Hierbij zijn er 5

die schijnbaar hun zegelverkoop niet tot 1 het normale -peil kunnen opvoeren, n.l. 1 Ede, Groningen. Maassluis, Oude Pekela en Zeist. Laat men nu toch eens nagaan i waar dit eigenlijk inzit en maatregelen < nemen. ; Intusschen behoeft de zegelverkoop geen zorg te baren, ’t Is opmerkelijk, doch van ; i Januari af worden er steeds elke maand meer zegels verkocht. Wij bedoelen hiermee waardezegels. Wie zich de j voorstellen herinnert inzake de bezuini- | . ging, besproken op ons congres, mag hieruit al reeds zijn conclusies trekken. Wij willen nu tegelijkertijd een opmerking beantwoorden van onzen vriend ■ Peeze. De opmerking is, dat: z.i. het lage percentage van den zegelverkoop niet alleen zijn oorzaak behoeft te vinden ineen ie hoog aangehouden ledental of wanbetaling, doch ook zijn oorzaak kan hebben ineen zeer sterke toename van leden in zeker tijdperk. Inderdaad, de opmerking van Peeze is juist. Doch direct moet hieraan toegevoegd, dat dan het aantal nieuwe leden in zeker tijdperk vrij beduidend moet zijn. Nemen wij eens een voorbeeld dat een af deeling ineen maand stijgt met roo pCt.,

Percentage Zegeiuitgifte gedurende het 1e halfjaar 1924. , L M ], M [LL| – _L mm■nni~n n —— Eerste halfjaar 1924: o S i- ———— i O-*—s *5 4J %% <a * s Ts o| E* r-> 1 Alfen a/d Rijn 82 100 90 100 85 97 94 2 Alkmaar 93 95 92 93 89 89 91 3 Almelo 103 94 99 100 98 95 98 4 Amersfoort 96 101 98 80 99 92 94 5 Amsterdam 96 98 98 95 98 94 94 6 Apeldoorn 99 97 96 95 100 98 97 7 Arnhem 97 103 103 101 100 99 100 8 Assen 99 101 34 81 95 106 97 9 Baar» 112 99 108 96 89 95 99 10 Bergen op Zoom 98 92 101 98 101 100 98 11 Beverwijk 92 96 99 94 95 98 95 12 Borne 102 96 103 97 99 90 97 13 Breda... 97 98 95 101 95 97 97 14 Brummen 97 100 97 100 103 61 100 15 Bussum 99 99 84 95 103 103 98 16 Capeile op d’lJssel 98 103 94 101 97 02 ®7 17 Culemborg 99 99 100 99 102 9o 99 18 Delft..... 95 99 93 82 93 93 S4 19 Delfzijl 101 96 83 87 94 80 91 20 Deventer 96 96 99 95 96 97 9b 21 Dieren.. 81 89 88 33 96 98 30 22 Doesburg -105 95 99 73 73 82 88 23 Doetinchem 103 104 102 87 95 99 98 24 Dordrecht 100 97 100 96 99 95 91 25 Ede 72 99 89 95 73 80 87 26 Enkhuizen... 98 102 101 101 103 98 100 27 Enschedé 81 95 97 102 34 110 98 28 Goor 98 79 98 100 104 101 % 29 Gorinchem 100 93 97 87 88 98 93 30 Gouda 98 82 97 100 101 99 96 31 Gouderak 99 96 78 112 98 99 97 32 Groningen 83 87 78 87 74 84 82 33 Haag, den 96 83 S2 93 04 93 92 34 Haarlem 78 94 31 9b 96 94 91 35 Hardinxveld 100 99 102 101 96 96 99 36 Helmond 97 129 92 108 6o 100 J8 37 H. I. Ambacht 97 101 100 95 102 04 98 38 Hengelo 91 07 97 97 98 98 94 39 ’s-Hertogenbosch 93 96 96 83 87 81 89 40 Hilversum 96 93 96 88 96 80 93 41 Hoogez.-Sap.meer 106 97 95 98 96 98 98 42 H00rn..... 95 96 96 96 100 98 96 43 Kampen 95 99 99 91 101 95 96 44 Kinderdijk 93 91 30 93 93 120 96 45 Krimpen a/d Lek 97 100 100 100 100 102 9J 46 Krimpen a/d 1J55e1........ li>3 99 100 100 95 98 99 47 Kromm.-Wormerv 105 99 108 87 98 101 99 48 Leeuwarden 99 96 91 93 93 94 94 49 Leiden 32 99 101 95 % 94 96 50 Lekkerkerk 100 99 101 100 98 99 99 51 Lemmer.... 96 101 95 97 102 95 % 52 Maassluis 81 85 B9 -95 98 89 89 53 Maastricht 99 97 87 99 89 100 9o 54 Meppel 93 97 97 89 91 103 9o 55 Middelburg 99 SI 96 , 99 95 94 56 N. Lekkerland 100 96 99 103 96 100 57 Nijmegen 96 99 96 84 92 92 94 58 Oude Pekela 90 85 85 71 69 132 88 59 Oude water 102 100 98 97 Uü 97 99 60 I Papendrecht 104 98 ' 100 100 84 97 98 61 i .Pernis 94 95 106 95 93 97 Jb 62 Ridderkerk 96 91 90 95 91 9? 92 63 Rotterdam 96 97 93 94 94 95 95 64 Schiedam 100 100 95 95 95 95 96 65 Schoonhoven 100 99 101 100 10i 98 99 66 Sliedrecht 90 105 83 100 94 34 9o 67 Sneek 10l 97 98 100 97 100 98 68 Souburg 100 100 100 95 lot) 100 99 69 Stadskanaal 96 104 96 91 102 88 96 70 Tiel 101 99 ICO 99 99 98 99 71 Tilburg 107 95 101 89 94 106 98 72 Utrecht 99 99 98 97 97 93 97 73 Vaassen 100 99 74 81 88 74 Veendam 103 100 98 101 100 102 lüü 75 Velp 102 105 102 103 100 101 102 76 Vlaardingeu 94 90 100 94 99 95 95 77 Vlissingen 98 99 99 99 99 98 98 78 Voorburg 100 94 75 112 101 102 97 79 Wageningen 102 99 108 100 100 103 102 80 Weesp.. 92 91 90 80 91 88 89 81 Westerbroek 100 96 103 93 97 97 97 82 Winschoten 93 71 96 97 95 98 91 83 IJlst 95 105 97 103 100 103 100 84 IJmuiden 102 91 101 91 100 97 97 85 IJsselmonde 99 99 91 101 90 99 96 86 Zaandam 94 97 98 97 99 94 96 87 Zaandijk 98 99 96 104 100 94 98 88 Zaltbommel 100 100 96 93 94 95 96 89 Zeist 87 93 88 83 89 95 89 i 90 Zutphen 101 98 99 95 85 99 96 91 Zwolle 94 92 94 96 94 95 97 Verspreide leden 136 83 82 34 67 71 89 Het percentage zegelverkoop verkrijgt men op de volgende wijze: Het gemiddeld ledental wordt ! gevonden door het ledental begin en einde der maand samen te teilen, b.v. 1 Jan. 100, 1 Febr. 107, totaal 207. Het gemiddeld ledental is nu de kleinste helft, nl. 103. ; Dit gemiddeld ledental vermenigvuldigt men methet aantal weken ineen maand,(dus met4 of 5). De uitkomst hiervan is hot aantal zegels wat uitgegeven had moeten zijn. Teneinde nu het percentage uitgegeven zegels te vinden, gaat men het effectief aantal uitgegeven zegels 100 keer grooter nemen, (twee nullen achter zetten), en deelt hierop . het aantal wat had moeten zjjn uitgegeven. »

b.v. van 1000 op 2000 leden. Welk percentage krijgen wij dan ? Verwacht mag worden, dat deze 1000 nieuwe leden ongeveer over de 4 weken eener maand gelijkelijk zijn verdeeld, dus 250 per week. Stel dat nu eens ieder lid ten volle betaalt, dan is onze berekening aldus; Begin der maand 1000 leden. Einde der maand 2000 leden. Gemiddeld per maand 15°° leden. Ineen 4-weken-maand zullen volgens onze berekening moeten zijn verkocht 4 x 1500 = 6000 zegels. Stellen wij nu eens dat deze 1000 nieuwe leden zouden zijn toegetreden in juni, en wel telkens 250 op 7,14, 21 en 28 Juni. dan is de zegelverkoop aldus : Van 2 tot 7 Juni . . . . 1000 zegels )> 9 h *4 ii • • • • ~ „ tb ~ 21 ~ . • . • 1500 ~ „ 23 ,» 28 ~ o • • t7stt )» Totaal .... 5500 zegels Hoewel nu iedereen betaalt heeft en dus het percentage zou moeten zijn 100 pCt„ wordt dit volgens de door ons gevolgde berekening 91.7 pCt. Nog eens: Peeze heeft gelijk'. Maar Peeze zal ook'wel willen erkennen, dat een verdubbeling van het ledental ineen maand nu juist niet geregeld voorkomt. Zoodat wij maar willen zeggen, dat de inschrijving van nieuwe leden al heel groot moet zijn, wil zij op het percentage beduidenden invloed hebben. S. Belangrijke cijfers. Verschenen is het verslag van het gemeentelijk fonds tot bevordering van de verzekering van arbeiders tegen de geldelijke gevolgen van onvrijwillige werkloosheid te Rotterdam, over het jaar 1923, Hierin vinden wij eenige belangrijke cijfers waarop wij in ruimeren kring de aandacht willen vestigen. Speciaal wat betreft den omvang der werkloosheid inde metaalindustrie. Uiteraard geven de cijfers alleen de werkloosheid van hen die trekgerechtigd waren, weer. De werkloosheid onder niet-rechthebbende en uitgetrokken werklieden, komt daarin dus niet naar voren. In totaal is in 1923 uitgekeerd door de gezamenlijke werloozenkassen f 712.360.25J Hiervan door onzen Bond f 140.705.73J, Christel. Bond f 36.709.75, den R.-K. Bond f 19.475.98, den Neutr. Bond f 8.916.55 en de Fed. (gefailleerde)1 f 9.580.53. Totaal door deze 5 organisaties f 215.388.54J of 30.22 pCt. van het totaalbedrag. . Alle kassen hadden een gemiddeld ledental van 27654. De 5 bovengenoemde organisaties 6750 of 24.4 pCt. van het totaal. Het aantal uitkeeringsdagen van alle kassen was 311840, van de 5 meergenoemde organisaties was dit aantal 96965 of 31.09 pCt. Deze cijfers zeggen ons, dat de werkloozenkassen van de metaalbewerkersorganisaties aanmerkelijk zwaarder belast zijn geweest dan die der andere bonden. Immers de 5 metaalbewerkersorganisaties hadden 24,4 pCt. van de leden. Zij keerden uit 30,22 pCt. van het totaalbedrag over 31.09 pCt. van de uitkeeringsdagen. Bij: beschouwing van de beide laatste cijfers, valt het op, dat de metaalbewerkers gemiddeld per dag minder ontvingen dan de anderen. Wat juist is. De gemiddelde dag-uitkeering voor alle leden was f 2.31J, die voor de metaalbewerkers f 2.22. Interessant is het de bedragen per dag van de verschillende metaalbewerkersbonden naast elkaar te zetten. De Federatie keerde het hoogste bedrag per dag uit en wel f 2.36; daarop volgt de Neutrale Bond met f 2.31J, de Christelijke met f 2.25J, dan onze-Bond met f 2.24 en de laatste is de R.-K. met f 1.91J. Wij merken op, dat de hoogere maximum-uitkeering bij den Christelijken Bond geen of weinig invloed heeft op het gemiddelde cijfer, wat een gevolg zal zijn hiervan, dat practisch een lagere uitkeering dan het maximum-bedrag. regele is. , Nog sterker komt de groote werkloosheid inde metaalindustrie naar voren inde uitkeeringscijfers van de Crisiscommissie, of zooals zij officieel genoemd werd („werd”, want ze is eind Juni j.l. opgeheven) Commissie van hulpverleening aan „uitgetrokken” werknemers. Deze Commissie steunde alleen „uitgetrokken” werknemers die werkzaam waren geweest in crisisbedrijven. De beoordeeling of er ineen bedrijf „crisis” was, lag bij den minister van Binnenlandsche Zaken. De werkloozen uit de niet-crisisbedrijven als electriciens, burgersmeden, constructiewerken e.d., benevens de niet-rechthebbenden en de dubbel-uitgetrokkenen, werden door deze Cofnmissie niet gesteund, j Deze Commissie keerde in 1923 uit in totaal f 488.183.18J. Van dit bedrag werd uitgekeerd aan leden van onzen Bond

Sluiten