Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29STE JAARGANG ZATERDAG 5 AUGUSTUS W2.Z Wo. 31

De metaalD e

Sïeekblaö wn den jngemeciitft ncderlaMschen ittetaalftewerkmboM.

Arbeiders aller Landen Vereenigt U.

REDACTEUR: G. VAN DER HOUVEN Adres van Redactie en Administratie: Hemonylaan 24, Amsterdam ' Telefoon 2 6175 ■ 1 ■..-..in./..-

JL. . Kennis is macht, Eenheid kracht

ABONNEMENT: Jij vooruitbetaling per jaar. . . . i 1 1 f 1.50 foor Buitenland verhoogd met porto, bosse nummers 0.03

Stukken van algemeenen aard moeten uiter 1 ij k Maandags, Bondsnieuws en advertentiën Wcensdagsmorgens zijn ingekomen.

ADVERTENTIËN Gewone advertentiën per regel f 0.30 Aanvragen voor personeel . • . • • . • * 0.20 Afdeelingsadvertentiën 0.20

OPLAAG 85.350 Officiëele Mededeeiingen. Deze week wordt het contributiezegel op de 318 week in het Bondsboekje geplakt. • • • Wij maken de leden van de afdeelingen Den Haag en Rotterdam attent op dein dit nummer voorkomende advertentie. Vergulde raadgevingen. De bekende Groningsche professor, de heer Bordewijk, hoogleeraar inde Staatshuishoudkunde aan de universiteit te Groningen, heeft op de vergadering van de Maatschappij voor Nijverheid en Handel een inleiding gehouden, welke bedoeld was als toelichting op het adres yan decentrale commissie van bezuiniging, welke commissie zich ten doel gesteld heeft om het financieel evenwicht van de Staatsbegrooting te herstellen. Het ligt niet in ons voornemen, in te gaan op al hetgeen door dezen professor is aan- en opgemerkt in verband met de financieele gestie van ons land. Hij: heeft evenwel in het verband van zijn rede iets gezegd, dat voor ons van genoeg belang is om er de aandapht op te vestigen. Hij sprak o. m. als volgt: ~Spr. geeft den moed niet op, dat, dank zij ons ongerept arbeidsvermogen, de moeilijkheden op den duur overwonnen zullen worden. Echter onder twee voorwaarden: dat de belastingen kapitaalvorming niet te veel inden weg staan, en dat de arbeidslust terugkeert. Hervormingen, die den arbeiders meer dan tot dusver bij zijn arbeid interesseeren, zullen noodig zijn; maar dat” is heel wat anders dan onze huidige officieele bemoeiing met de arbeidsverhoudingen te zien geeft, waar de loonstandaard meer geldt dan de werkgelegenheid, Spr. gunt den arbeider gaarne zijn vrijen tijd en ontspanning, maarde vrije tijd, dien deze n u heeft, is vergulde armoede. (Applaus.) Het loon, dat hooger is dan de constellatie inde productie toelaat, wordt uit kapitaal betaald en vreet de bedrijven op; de Amsterdamsche wethouder De Miranda heeft dit ten aanzien van het gemeentelijk wasscherijbedrijf erkend. Wie deze waarheden aan de arbeiders zelf duidelijk maakt, zou een zeer verdienstelijke daad verrichten.” De juistheid van hetgeen deze hoogleeraar hier in het laatste gedeelte yan dit citaat zegt, zal wel door niemand, die met een gezond stel hersens gezegend is, worden ontkend. Kapitaal is er niet om het op te maken, maar om dit aan te wenden voor nieuwe arbeidsontplooiing. Dat geldt voor thans, nu het kapitaal zich in particuliere handen bevindt, evengoed als voor de toekomst, waarvan wij hopen dat het kapitaal in handen yan de gemeenschap zal zijn. Kapitaal opteren is een nadeel, maar is het alleen een nadeel, indien de arbeiders in bepaalde bedrijven, die voor tijdelijke moeilijkheden staan, ook tijdelijk hun loon of een deel daarvan uit het kapitaal zouden

ontvangen? Wij bedoelen hier niet een regel, maar veeleer een uitzondering, die in deze dagen van malaise niet denkbeeldig zou kunnen zijn. Wanneer een aantal kapitaalbezitters gezamenlijk een nieuwe onderneming opricht, moet daarin kapitaal gestoken worden en, hoe we ons ook kunnen voorstellen dat men liefst van den eersten dag af aan rente zou willen maken, gebeuien zal dit toch nimmer. Men begint met hoop op de toekomst. Menig bedrijf heeft eerst heel wat kapitaal moeten verspillen alvorens later de rente begon te vloeien. Dat tijdelijke verlies is dus met de jaren terug gewonnen. Wat de professor wil bepleiten, is natuurlijk een verlaging yan de loonen. Daarom zegt hij, dat het noodlottig is, indien het loon uit kapitaal betaald wordt. In hoevele gevallen zal daarvan sprake zijn ? In onze industrie hebben we ondervonden, dat de werkgevers al reeds met loonsverlaging een aanvang gingen maken,' terwijl den aandeelhouders nog een behoorlijke portie dividend inden schoot werd geworpen. Alleen reeds de vrees, dat een volgend jaar bij handhaving van de loonen wel eens geen of zeer weinig winst zou afwerpen, deed de heeren bij .voorbaat het snoeimes hanteeren. We willen maar zeggen, dat van betaling van hooge loonen uit kapitaal geen sprake is en het wil ons voorkomen, dat de professor eenige slagwoorden noodig had om de toenemende loondrukking een schijn van goed economisch beheer te verschaffen. Maar overigens kunnen er omstandigheden zijn, waaronder intering op kapitaal als noodmaatregel geboden is. Stel, iemand bezit een kapitaaltje waaruit hij een matige rente trekt, die hem in staat stelt om zijn gewone inkomsten uit arbeid wat aan te vullen en waardoor hij zich dus wat ruimer leven kan veroorloven. De man wordt plotseling ernstig ziek en. de dokter schrijft hem een rustkuur voor van langen duur, waarvan hij de kosten niet uit zijn gewone inkomsten kan bestrijden. Waarmee zal hij nu het verstandigst, handelen ? Spreekt hij een deel van zijn kapitaaltje aan, dan kan hij genezing vinden en weer arbeid verrichten. Wil hij zijn kaptitaaltje onaangetast laten, dan beteekent dit, dat hij geen herstelling van ziekte zal bekomen. De man zal dus verstandig handelen door een deel van zijn bezit op te offeren, waardoor hij iets anders, n.l. zijn gezondheid, en wat van even groot belang is, zijn arbeidsvermogen, zal kunnen behouden. Gaat het niet evenzoo in het groot ? Moet niet onder bepaalde omstandigheden op het kapitaal tijdelijk worden ingeteerd om inzinking te voorkomen ? Zelfs professor Bordewijk zal dit moeten beamen. Welnu, zoo kan het even goed van belang zijn dat een onderneming tijdelijk uit kapitaal een deel yan het loon zou uitkeeren. Trouwens, dat gebeurt ook wel, maar uitsluitend dan, wanneer de ondernemer-kapitalist daar zÂ’n persoonlijk voordeel in ziet. Overigens wordt er op ander terrein door den ondernemer-kapitalist vaak zooveel kapitaal yermorst (niet yan zijn stamkapi-

taal, maar uitsluitend van de daaruit verkregen rente), dat professor Bordewijk goed zal doen met zich in het bijzonder naar die zijde te oriënteeren. Want die rente, welke aan noodelooze en verfijnde weelde wordt uitgegeven en die slechts genot geeft aan enkelen, zou beter en doelmatiger aangewend kunnen worden. Hoeveel arbeiders werken er niet in z.g. luxe-bedrijveh ten bate vaneen kleine groep bezitters ? Zoowel dat kapitaal als die arbeid, welke daaraan vermorst worden, zijn weggesmeten. Zeker, wij deinzen er niet voor terug, om den arbeiders „waarheden” duidelijk te maken, maar- wij passen er toch voor om halve waarheden en waarheden die alleen inde kraam van de kapitaalbezitters te pas komen, aan de arbeiders voor te zetten. Dat genoegen gunnen we gaarne aan hoogleeraren inde Staathuishoudkunde. Wat is er overigens tegen, dat professor zélf eens voor de arbeiders in vergaderingen optreedt ? Wij gevoelen ons niet geroepen om op een vriendelijke uitnpodiging dingen te zeggen, die onvolledig zijn en tendentieus. Tegen de moeite en wat herrie zal hij niet moeten opzien. Het gebeurt ons ook we! eens, dat we voor heete vuren staan. En wat/nu betreft de hervormingen die ook professor Bordewijk noodig acht om den arbeider voor zijn arbeid te interesseeren, is het maar zoo jammer, dat we van personen ais hij o zoo weinig medewerking ondervinden en dat. geldt evenzoo voor bet gezelschap, waarvoor hij de hierboven geciteerde woorden heeft gesproken. Hij erkent, dat meerdere interesse noodig is, maar hij erkent niet, dat alleen door onzen strijd die meerdere interesse moet worden af gedwongen. Toen de Maatschappij voor Nijverheid in 1919 haar commissies vormde om de opvoering der productie te bestudeeren, leefden we ineen anderen tijd dan nu. Toen was er onrust en beweging onder de arbeiders en de heeren van de Maatschappij voor Nijverheid vonden het toen geraden ook naar de stem van de arbeiders te luisteren. Dat is nu alles veranderd. De positie van de arbeiders is, dank zij de slechte economische verhoudingen, verslechterd en de,!' stemmen uit de burgerlijke kringen, die op hervormingen aandrongen, worden thans niet meer gehoord. Dat leert ons, dat we onder alle omstandigheden op eigen kracht zijn aangewezen en dat we yan referenten als professor Bordewijk heel weinig te verwachten hebben. De hervormingen, die den arbeiders meer interesse voor hun arbeid willen brengen, zullen er komen, ongeacht of personen als deze professor er voor of tegen zijn. Het is alles slechts een kwestie van macht en . . * gunstigen wind. De vergadering applaudisseerde toen professor sprak dat de vrije tijd, dien de arbeider thans geniet, vergulde armoede is. Wij willen nog wel wat verder gaan en zelfs beweren, dat het alleen maar armoede is en dat zelfs het verguldsel, dat de professor ziet, er niet is. Maar het leven van den arbeider was voorheen een langere werktijd, niet met Verguldsel, doch met het zwart yan

de armoede bovendien. Wij nemen gaarne aan, dat iemand als professor Bordewijk, die met lichaam en ziel kan opgaan in zijn arbeid, heel wat langer werkt dan 8J uur per dag. Maar hij; moet zich ook eens inden-' ken wat de gespecialiseerde arbeid beteekent in fabrieken en werkplaatsen, die voor talloos velen een levens- en geesteskwelling is. Dat deze soort van arbeid, evenals die ten opzichte waarvan het arbeidstempo tot 100 pCt. is opgevoerd, thans binnen de grens van 8| uur per dag bevangen wordt, dat is op zich zelf een weelde, een genot, een vooruitgang, die aan de kinderkens is geopenbaard, maar die, naar het schijnt, voor wijzen en verstandigen als professor Bordewijk nog verborgen is. De verworven vrije tijd is voor de massa van de arbeiders tóch een rijkdom, maar eene, die het verstand van sommige geleerde menschen te boven gaat. Ons ledental. Uit ons maand-overzicht van den toestand van den Bond op 1 Juli j.l. blijkt, dat de regelmatige terugloop van ons ledental, welke wij gedurende het geheele jaar konden waarnemen, thans bijna tot stilstand is gekomen. Over Juli was het verlies nOg 34 leden. Gaan we in dit tempo voort, dan kunnen we zeggen dat weden terugloop té boven zijn. Ofschoon wij elk ledenverlies betreuren, behoeven we ons nog niet ongerust te maken over onze positie, want het verschijnsel van achteruitgang is bij onze zusterorganisaties sprekender dan bij ons. Dit moge uit het volgende overzicht blijken: Ledental Ledental in 1 Jan. ’22 1 Juni ’22 Verlies pCt. Alg. Bond . 24.995 23,542 1453 5.8 R.-K. Bond . 15,203 12.360 2843 18.7 Chr. Bond . 7.437 G. 649 788 10A We hebben van den Neutralen Bond geen cijfers en kunnen dus daaromtrent niets mededeelen. Evenmin weten we iets van de Federatie maar, ineen artikeltje van Hooze in ~De Metaalarbeider” lazen wij onlangs dat de Federatie weer iets vooruit ging, hetgeen er op wijst, dat zij ook een tijd van achteruitgang heeft door gemaakt, Hoe groot die achteruitgang is geweest, is echter niet bekend, Intusscben blijkt uit het overzicht, dat ons percentèlijk verlies 5.8 bedroeg tegen 10.6 bij den Chr. en zelfs 18.7 procent bij den R.-K. Bond. Ofschoon ons overzicht, dat de toestand per 1 Juli weergeeft, reeds is verschenen, konden we tot dezen datum geen vergelijking maken, omdat we van de R.-K. en Chr. Bonden nog geen overzichten over de maand Juni hebben gezien. Ongerust behoeven wè ons dus niet te maken, al spreekt het vanzelf dat we liever een stevigen groei hadden gezien. Wij hebben nu dit jaar tot 1 Juni een verlies van 1453 leden te boeken, maar we dienen hierbij in het oog te houden, dat de crisis inde metaalindustrie eigenlijk pas van ’t begin van dit jaar dateert. Het aantal arbeiders, dat thans niet meer in onze industrie werkzaam is, is niet bij benadering te schatten; Ongetwijfeld heeft er echter een belangrijke uittocht plaats ge-i

Sluiten