Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de cartelvorming een groote rol. De kapita- | listische pers schrijft geheel openhartig, dat men door „de voorgenomen cartelvorming van de Europeesche ijzerindustrie misschien tot dragelijke toestanden op de wereldmarkt zou kunnen komen”. Op een andere plaats heet het, „de verandering in de conjunctuur zal het plan tot vormen van een Fransch ijzercartel waarschijnlijk nader brengen”. De Duitsche locomotiefindustrie gaat het slecht. „Nemen wijde gelegenheid waar, haar economische machtspositie door cartelvorming te versterken.” Daar zij nu eenmaal in het moeras zitten, pogen de kapitalisten zonder veel hoofdbreken, terwijl zij nationale en internationale cartellen trachten te vormen, de prijzen naar eigen goeddunken te reguleeren. Nationaal gaat dit, vooral als het gepaard gaat met het gebruikmaken van beschermende rechten,1 niet zoo moeilijk. Zoo werd b.v. in Duitschland het front van de voorstanders van 'beschermende rechten weer hersteld. Gezien het brutale optreden van den landbouw, wil de oude bondgenoot van de naar beschermende rechten strevende agrariërs, de ijzer- en staalindustrie, niet achterblijven. Het is een teekenend feit, dat de Duitsche ijzer- en staalindustrjeélen zich verleden week ten gunste van hoogere invoerrechten en van recht op volle vrijheid inzake cartelvorming hebben uitgesproken. Internationaal zijnde dingen niet zoo eenvoudig. Aangezien de economische toestand in IRiropa in het algemeen nog zeer onzeker is, hebben de verschillende landen natuurlijk geen al te grooten lust zich reeds nu vast te leggen ten aanzien van de verdeeling der buit. Een goed onderricht kapitalistisch blad schrijft in dit verband 0.a.: „Men staat nog verre vaneen alle voortbrengselen omvattende staaltrust. Dé w'ederoprichting vaneen spoorwegrails-cartel zou zonder eenigen twijfel mogelijk zijn, zoodra ten aanzien van het aandeel van het leveringskwantum van de afzonderlijke landen, die het kernpunt van alle moeilijkheden vormt, een oplossing ware verkregen.” Verder wordt dan over „de nieuwe indeeling van de continentale ijzer- en staalindustrie sedert den oorlog en de noodzakelijkheid vaneen nieuwe verdeeling ten aanzien van het leveringskwantum” geschre' ven. Voorts daarover, wrelke landen reeds concessies gedaan hebben, welke landen in aanmerking komen voor een hooger leveringskwantum, W'elke met den huldigen toestand niet tevreden zijn enz. Tenslotte heet het: „Aangezien de wederoprichting Van het internationale spoorwegrails-cartel Voorwaarde is voor het totstandkomen van een Europeesche ijzertrust, kunnen de onderhandelingen voorloopig nog geen vasten vorm aannemen.” De met veel geschreeuw aangekondigde internationale ijzertrust ligt dus nog inde verre toekomst, terwijl dit feit duidelijk aantoont, hoe jalousie en egoïsme aan het internationalisme van de ondernemers inden weg staan. Dat het met de internationale aaneensluiting van de ijzerindustrie nog maar steeds niet gaat, wordt o.a. ook aangetoond inde kringen van de Oostenrijksche en Tsjechische ijzer-industrieëlen, bij wie het inzicht

Het harden van staal, ui.

Als algemeenen regel geldt, dat het staal begint te gloeien, dus donkerrood wordt bij een temperatuur van 6oo°C; bij iooo°C lichtrood, bij uoo— i2OO°C geel, bij 1200—li3oo°C matwit en bij 1500—i6oo°C helwit en dus waardeloos. Gereedschappen, zooals fraisen, stempels enz., die tot inde kern gehard moeten worden, moet men liefst niet ineen open vuur verwarmen, daar de buitenzijden dan welde verlangde temperatuur krijgen, maaide inwendige kern naar verhouding niet warm genoeg wordt. Dit heeft ten gevolge, dat zich bij afkoelen (n water een verschil van dichtheid vormt, waardoor scheuring ontstaat. Beschouwt men de breuk nauwkeurig, dan ziet men een bijna zuivere begrenzing tusschen kern en buitenste Jaag. Het beste is, dergelijke werktuigen, ruw voorgewerkt, omwonden met roestvrij ijzerdraaisel of opgevuld met houtskoolpoeder, ineen ijzeren, met leem dichtgesmeerd, dus luchtdicht’ kistje, ineen kolenvuur te verwarmen, totdat zij donkerrood zijn en ze, al naar gelang van den diameter, 2 tot 4 uur op deze temperatuur te houden. Men kan dan door de wanden van het kistje een uittrekbaar stukje ijzerdraad laten steken om de inwendige temperatuur, te meten. De afkoeling moet zeer lang in droog zand, houtskoolasch of inde lucht geschieden. Zooals reeds boven aangestipt, moeten groote voorwerpen of stukken met uitstekende hoeken of kanten zeer voorzichtig behandeld worden. Men kan ze eerst langzaam tot bruinrood verwarmer) ineen

overweegt, dat hoogstens een gemeenschappelijk samengaan van de ,West-Duitschen Fransche ijzer- en staalindustrie op het program staat. Hiermede stemt ook de houding van de Engelsche ijzerindustrie overeen. Daarentegen spreekt men in deze kringen weer meer overeen groep van de „Oostelijke ijzerindustrie”. De Tsjechische ijzerindustrie is reeds gecartelleerd, voorts bestaat er een Oostenrijksch-Tsjechische overeenkomst en een staafijzer-cartel in Oostenrijk,. Het plan, de ijzerovereenkomst uitte breiden tot andere landen, had tenslotte slechts succes ten aanzien van Nietiw- Roemenië. Van begin af aan bestond het plan, daarenboven nog met de Hongaarsche en Joegoslavische ijzerindustrieelen in nadere verbinding te treden, 'teneinde deze tot toetreden van de overeenkomst te bewerken. Vooral de Tsjechische firmaÂ’s hechten groote waarde aan de onderhandelingen met de Polen. In dit verband wordt gezegd; „Het zou zeker ook in het.belang van de Poolsch-Opper-Si 1 esische ijzerindustrie zijn, wanneer ten aanzien van de export gemeenschappelijk kon worden opgetreden, want juist op de Balkan dreigt de concurrentie der Westelijke landen (België, Frankrijk, Engeland)”. Het is teekenend, dat gepoogd wordt een ■ nauw verband te scheppen tuschen de Oostelijke groepen, gezien de concurrentie welke van de Westelijke groepen te verwachten is. Men ziet dus, de „ruilhandel” is in vollen gang en het eenige motief, dat bestaat, is; kapitalistische winst. De zooeven in Luxemburg geëindigde besprekingen tusschen vertegenwoordigers van de Duitsche, Saarlandsche, Luxemburgsche en Fransche ijzerindustrie, die ten aanzien van het aandeel inde productie en afzet een compromis afsloten, dat inde toekomst werkelijk de goede verstandhouding tuschen de internationale ijzerindustrie ten gevolge kan* hebben, werpt hierop een nieuw licht. Het is de moeite waard, deze overeenkomst van politiek standpunt te bekijken. De arbeiders moeten dan klaar voor oogen houden* dat juist de heeren van de metaalindustrie, die zich in vredestijd niet om de natie bekommeren wanneer het om de verhoogihg van hun winsten gaat, inden oorlog ieder voor een misdadiger verklaren, die den inwoners van het vijandelijk land niet al het slechte toewenschen en met vreugde den ondergang van dit land zouden zien. Uit de Afdeelingen. ROTTERDAM. Ze zijn er weer, de overwerkvergunningen. De lang verwachte overwerkvergunningen voor de Rotterdamsche werkgevers zijn er weer. Het goede voornemen van den heer Zaalberg- om ze in te krimpen tot 53 uur per week, is niet. geheel tot zijn recht gekomen. Alle -werkgevers, die tot nog toe een langdurige overwerkvergunning hadden, hebben ze ontvangen, * behalve die voor de Rotterdamsche Droogdok Mij. Die is nog onderweg. , En ze zijn allen- 53 uur per week of . . • langer. Ze volgen hieronder op een rijtje. De oudste voorop;

ruimte welke niet hooger hitte brengt. Daarna worde, ze eerst in het smidsvuur gebracht en voortdurend gedraaid, opdat alles gelijkmatig verhit wordt. Ook de afkoeling moet op dezelfde wijze geschieden. Het beste is, het voorwerp eerst inde lucht af te koelen tot alles roodheet schijnt te zijn en dan inde hardingsvloeistof te brertgen. Is deze methode te omslachtig, dan Iran. men de voorwerpen ook direct in het vuur brengen en door ze telkens vluchtig inden koe.bak te dompelen, zorg dragen, dat de uitstekende konten niet oververhit worden, terwijl de kern niet te heet wordt. Ook kan men de uitstekende. deelen niet een laagje leem bedekken, zoodot zij slechts langzaam verhit worden. Ditzelfde kan men ook toepassen op stukken, welke slechts gedeeltelijk gehard moeten worden, door de niet te harden gedeelten met natte leem en koehaar, vastgebonden met ijzerdraad, te bekleeden. Stukken van zéér ongelijkmatige!! vorm kan men ook ineen metaalbad (gesmolten metaal) verhitten. Een stuk gereedschap, .dat in 1 deel tin en 25 deelen lood gedompeld wordt, zhl tot de blauwe kleur aanloopen; ineen bad van 4 deelen tin en 7 deelen lood zal het tot den lichtgelen gloed verhit worden. Het lood moet geheel 'zwavelvrij zijn. Om te verhinderen, dat het lood zich vasthecht, bestrijkt men de voorwerpen met lijnolie en bestrooit ze daarna met roet. Na droging worden ze in het bad gedompeld. De Engetschen harden zoo hun pianodraad. Zij trekken het draad dooreen metaalbad dat zich ineen buis bevindt,' die voortdurend óp de vereischte temperatuur gehouden wordt, daarna dooreen reservoir met circuleerende olie gehaald en ver-

P. Smit Jr, mag van pl.m. 12 Mei tot en met 7 November maar 56 uur per week werken en wel de eerste 5 dagen der week van 6J—B|-, 9—f 21 en van r j tot 6 uur en Zaterdags van 61—-8J en van 9—l uur. De jongens van 16 tot 18 jaar eindigen ’s avonds 10 minuten eerder, werken dus 55 uur. De Holland Amerika*Lijn mag van 1 Juli tot en met 30 September werken 53 uur per week en wel op Maandag, Woensdag, , Donderdag en Vrijdag van 6|’tot 81, 8| tot 12 en van 1 tot 5. Dinsdags van 6) tót BJ, 8:J: tot 12,1 tot 5-J. Zaterdags van 61 tot 81 en van 8f tot luur. Braaf heeft vergunning van 6 Juli tot en met 30 September om 53 uur te werken en wel de eerste 5 dagen van 6J—8J ; 9—12; ij-—6 en Zaterdags van 6A—8,1; 9—121. De Staalindustrie mag laten werken van 1 Juli tot en met 30 Sept., 53 uur en wel de eerste 5 dagen van, 6,}—8J ; 9—12; il*—6 en Zaterdags van. 61—81; 9—12-J. De N.V. Nieuwbouw en Scheepsrepara= tiebedrijf, Heyplaatweg eveneens 53 uur van 1 Sept. tot en met 30 Sept., de eerste 5 dagen van 7-—9 ; 9)—1 ; xj—52 en Zaterdag van 7—g; 9I—1. Mij. „Feijenoord” ook 53 uur en wel van : Juli tpt en met 30 September, voor de eerste 5 dagen der week 9.J uur per dag en op Zaterdag niet langer dan uur onder voorwaarde dat: ie. van de werktijdregeling van lederen arbeider aanteekening wordt gehouden en door de jeugdige personen van 16 tot 18 jaar niet gewerkt wordt tusschen 10 uur namicdags en 6 uur voormiddagS; 2e. deze vergunning niet, geldt voor werkzaamheden, welke eventueel zouden worden verricht voor leveranties aan het Rijk, waarvan de opdracht na dagteekening dezes mocht worden ontvangen'. Wilton mag van 1 Juli tot en met 30 September 54 uur per week laten werken en 52J uur per week voor de nachtploeg, (10 uur per dag en 10J uur per nacht) onde’- voorwaarde dat; ie. door dezelfde mannen niet meer dan één week in drie achtereenvolgende weken inde nachtploeg wordt gewerkt; 2e. van de werktijden -aanteekening w-ordt gehouden en deze aanteekeningen voor-de ambtenaren der arbeidsinspectie ter inzage liggen ; '3e. deze vergunning niet geldt voor werkzaamheden, welke eventueel zouden worden verricht voor leveranties aan het Rijk waarvan de opdracht na dagteekening dezes mocht worden ontvangen. Bovendien nog een vergunning voor Burgerhout van 26 Juni tot en met 1 Aug. om H. van Pelt, F. Esveld, D. Jansen, J. Brand, L. Penning en C. van Pelt in 3 ploegen te laten werken. Deze overwerkvergunningen vertellen ‘ ons dus, dat circa 5000 arbeiders inde I metaalindustrie (Wilton 3500, P. Smit j 1500) langer dan 53 uur mogen werken. | Dat is ongeveer 2/5 van de Rotterdamsche ; > Metaalbewerkers. Inderdaad, de heer Zaalberg mocht in | zijn schrijven van 4 Mei zeggen „voor zoo- j ver het van mij afhangt”. Hij was immers bekend met de macht van de werkgevers achter de schermen. De werklieden kunnen |

volgens getemperd ineen tweede loodbad, dat juist op smelthitte-gehouden wordt. Nog zij even gewezen op eendoor velen gemaakte fout, n.l. dat men bij het uit het vuur halen gebruik maakt vaneen vuurtang welke óf te koud óf nog nat is van een vorige; harding, waardoor dikwijls hardingsscheuren ontstaan. Dit zal vooral plaats vinden bij kleine werkstukken, daar de ongelijkmatige afkoeling dan direct tot inde kern doordringt. Het beste is de bekken der tang tot donkerrood te verwarmen, alvorens men de verhitte stukken aanvat. Ook wil ik nog een middel geven om de glöeispaanvorming, welke bij te langzame verhitting optreedt, te voorkomen. Deze gloeispanen branden dikwijls zóó vast in, dat,. wanneer geen tusschenbewerking plaats vindt, zij gedurende het harden niet afvallen en dan de harding beletten. Men kan dit voorkomen door het heete staal met keuken- of bloedloogzout te bestrooien of met zachte zeep te bestrijken. Om oxydatie bij gegraveerde voorwerpen gedurende lange verhitting te voorkomen, maakt men een deeg van 2 deelen houtskool en 1 deel ferrocyancalium; dit mengsel wordt in water gekookt en met gelatine gestijfd. Het werkstuk wordt verwarmd, inde gelatine gestoken en gedroogd. Deze bewerking wordt zoolang herhaald, totdat zich een laagje van 2—3 m.M. op het werkstuk gevormd heeft, waarna het zelfs bij lange verhitting tegen oxydatie beschermd is. Om gewone werkstukken bij gewone verhitting tegen oxydatie te beschermen, kan men xoo gram soda in 1 Liter water oplossen en met 1 K.G. pottenbakkyrsklei tot een brij kneden. Het staal wordt koud in deze brij gedoopt en boven het vuur gedroogd, waarna het verhit kan worden.

er een les, de hoeveelste?, uit putten, n.l. deze; „Stelt in heeren geen vertrouwen.” Willen de werklieden bij P. Smit Jr. en bij Wilton , niet eeuwigdurend ineen uitzonderingspositie verkeeren, dan zullen zij zelf hebben te zórgen, dat de 48 uren-week terug komt. Mannen, de actie voor den 8-urendag moet onverzwakt, neen, veel krachtiger en' . sterker, worden doorgezet. Maakt propaganda, versterkt de gelederen . * * * Op Zaterdag 27 Juni hield onze afdee-: ling 2 open luchtvergaderingen, n.l. één op Delfshaven en één aan den linker-Maasoever. Qp de eerste spraken Oosterhoorn en v. Spanning en op de tweede v.d. Houven en Wacht. Beide meetings kunnen als geslaagd worden beschouwd. In Delfshaven waren ruim 1000 metaalbewerkers aanwezig en aan den linker-Maasoever circa 500. De stemming was best. Doorzetten, mannen ! * * * Instituut voor Arbeidersontwikkeling. Ook te Rotterdam is een afdeeling van bovengenoemd Instituut opgericht. Dit Instituut belooft heel wat te zullen prestoeren voor de ontwikkeling van zijn leden. Het ledenaantal breidt zich aanmerkelijk uit. Zooals bekend, werkt deze organisatie op den grondslag van het persoonlijk lidmaatschap. Onze leden, die aan het werk willen deelnemen, zullen dus lid moeten worden. Financieele bezwaren kunnen daartegen niet bestaan, de contributie is minimum f o. 10 per maand. Wij wekken onze leden op zich daarvoor op te geven. Men kan dat doen aan ons kantoor of Spoorsingel 15. Aansluiten dus! J. W. ZAANDAM. Een ernstig en noodlottig ongeval maakte inden laten' avond van 25 Juni j.I. plotseling een einde aan het leven van onzen trouwen bondsmakker P. van der Zee. Werkzaam zijnde aan een transporteur aan dé Gasfabriek is hij door een val vaneen hoogte van 22 meter vreese-, lijk verminkt en reeds een uur later blies hij den laatsten adem uit. Het hart van Piet v.d. Zee klopte warm vóór onze organisatie en voor alles, wat de arbeidersbeweging betrof. Wanneer ons bestuur bij hem aanklöpte pm hulp, ’t zij voor wat dan ook, steeds was v.d. Zee bereid deze te verleenen. Beste Piet, wij zullen je missen, jou en je werklust. Tegenspoed is jou in je jonge leven niet gespaard gebleven. Knap vakman zijnde, heeft toch door allerlei omstan‘ digaeden de geesel van de werkloosheid i hem langdurig getroffen. Toen hij eindelijk een hem .passenden i werkkring had gevonden, nu voor ongeveer \ anderhalf jaar terug, scheen het wel dat de I levenszon voor hem en z’n gezin wat guller I ging schijnen. Hij heeft er niet lang van mogen genieten. Met weemoed denken we aan dit te vroeg gestorven levgn. Dat z’n vrouw en naaste familieleden troost mogen vinden in

Een verbeterde werkwijze is niet lang geleden in Amerika uitgevonden door John. F. Thomson in Brooklijn en S. Seelye in Tompkinsville. De uitvinders beweren: wanneer een smeltbaar halogeen-zöut van een alcali of alcalische aarde met een base gemengd en op het te harden voorwerp gedurende het harden gestrooid wordt, dan zal dit niet alleen niet oxydeeren, doch zulk een zout zal ook als oplosmiddel ter verwijdering van eventueel reeds aanwezige oxyde dienen. De betreffende werkwijze1 is als vo!g(: in een daartoe geschikt vat wordt water tot koken gebracht onder toevoeging van chloorcalium ; hierbij lost het laatstgenoemde op, waardoor een verzadigde chloorcalcium oplossing gevormd wordt. Door toevoeging van gemalen vloeispaat wórdt dan een dunne deegmassa of pasta gevormd. Zoo noodig kan men, om de massa te verdunnen, weer wat water toevoegen. Deze deegachtige massa wordt nu op het te harden voorwerp gebracht door indompeling of het opstrijken met een penseel. Wanneer dan het te harden voorwerp verhit wordt, wordt het oppervlak vrij van oxydatie gehouden; na het harden kan de pasta afgeborsteld of afgewasscl?en worden. Was het voorwerp vóór het harden een weinig géoxydeerd, dan zal men be; vinden dat deze oxydatie gedurende het i harden verdwijnt. Gewoonlijk woidt door j de uitvinders gebruikt 2 deelen vloeispaat op 1 deel calcium chloride, waarbij de laatste de werkzame substantie is, terwijl het vloeispaat de base vormt, die het chloorcalcium, wanneer het , door de verhitting vloeibaar wordt, op de oppervlakte terughoudt. 1 (Wordt vervolgd.)

Sluiten