Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Amsterdam- Rotterdam. De vorige week vestigden wijde aandacht van onze leden op de kronkelige paden die de redactie van „St. Eloy” bewandelt om de tactiek van den R.-K. Bond inzake den werktijd een schijn van beteekenis te geven. Hun tactiek om zich in Amsterdam tegen werktijdverlenging met ons te verzetten en tegelijkertijd de Rotterdamsche werkgevers rustig 53 uur te laten werken, zou ingegeven zijn door de overweging, dat de Rotterdamsche industrie een veel moeilijker strijd om het bestaan heeft te voeren dan de Amsterdamsche. Wij hebben deze verklaring leugenachtig genoemd en er van gezegd, dat ze gezocht is om eigen ongelukkig figuur te verbergen . Het toeval wil, dat juist na het schrijven van ons artikel eenige jaarverslagen van beteekenende Rotterdamsche en Amstermsche bedrijven, beboerende tot de scheepsbouwnijverheid, zijn Verschenen. Daaruit blijkt, dat twee groote ondernemingen te Amsterdam, n.l. de Amsterdamsche Droogdok-Maatschappij en de Nederl. Scheepsbouw-Maatschappij niet in staat zijn over 1925 eenig dividend uitte keeren. Voor wat eerstgenoemde onderneming betreft was dit voor de eerste maal sedert haar 48-jarig bestaan. De Ned. Scheepsbouw-Maatschappij keert reeds sedert eenige jaren geen dividend uit. Verder verscheen het verslag van de Rotterdamsche D roogdok-M aatschapp ij. Deze onderneming, die zich blijkens de redactie van „St. Eloy” niet in zoo gunstige, positie mag verheugen, keert volgens haarwas verschenen verslag. . . 10 pCt. uit. Nochtans heeft dan volgens dezelfde redactie de R.D.M. wèl, doch hebben de Amsterdamsche bedrijven geen overwerk noodig. Hoe de R.D.M. er voor staat, vonden we nog eens vermeld in „Humfelds Financier” van 14 April j.l. Daarin wordt de vraag vaneen geldbelegger omtrent de soliditeit van de R.D.- M. als volgt beantwoord ; „Aandeelen Rotterdamsche Droogdok-Maatschappij, die u voor hoogeren prijs kocht, moogt u o.i. aanhouden. Het dividend van 10 pCt. is t.o. van het koersniveau van thans a circa 172 pCt. incl. dit dividend, niet hoog en beteekent slechts 6 pCt. rendement (exclusief-dividend 6J pCt.) Komt echter eindelijk de lang verwachte opleving bij de scheepvaart, dan zullen oök hoogere dividenden inde toekomst niet uitblijven. En al zullen dividenden van 20 a 25 pCt., zooals inde jaren 1919—21, dan wel niet worden betaald, dividenden van 12 a 16 pCt., zooals vóór den oorlog uitgekeerd, zijn dan niet onwaarschijnlijk bij dit uitstekend geëquippeerde en financieel krachtige bedrijf. Zooals u bekend kan zijn, houdt de R. D. M. zich bezig met scheepsbouw, doch heeft zij daarnaast een reparatiebedrijf, dat zeer „konkurrenzfahig” is en in staat is gebleken, zelfs de Engelsche zustermaatschappijen den loef af te steken. Verbetering bij de scheepvaart zal haar dan ook al spoedig ten goede komen en daarom is er o.i. voor verliesneming geen aanleiding.” Men ziet dat de hier aan ’t woord zijnde financier zich nogal vrij gunstig uitlaat overeen onderneming die dan volgens „St. Eloy”, in tegenstelling met elk ander Amsterdamsch bedrijf, wel overwerkvergunning in 1925 noodig had. Onze Lieve Heer heeft toch maar rare kostgangers! Rotterdam in 1925. ii. Inwendige organisatie. In het bestuur kwam eenige wijziging. C. A. v.d. Velden stelde zich inde jaarvergadering, in Maart 1925 gehouden, niet meer beschikbaar en K. H. Bornkamp bedankte inden loop van het jaar wegens drukke werkzaamheden. Beiden van deze plaats een woord van dank voor het vele werk tijdens hun bestuurdersschap verricht. In hun plaats werden gekozen van Wagtendonk en Schuurs. Het verloop van het ledental was als yolgt:

Leden Adspirant-1 eden Tot. einde Maand A B C B A B D maand Januari . . . m 4206 117 28 gi 61 14 6 4329 Februari .... 4260 97 31 88 69 43 4370 Maart 4300 91 19 11070 o 2 4368 April ..... 4300 54 34 88 68 111 4358 Mei 4300 84 31 100 58 3 3 4373 Juni ..... 4315 93 21 93 58 1 5 439° Juli . . . „ . 4336 324 42 105 54 26 8 4669 Augustus * . . 4597 303 32 75 72 24 5 4948 September . . . 4857 131 65 105 91 17 8 5048 October .... 4948 598 j6B 100 100 73 4 5783 November . . . 56x4 175 48 220 169 6 16 5776 December . . . 5617 101 32 129 159 o 7 5773 2168 551 1304 169 78 A = ledental begin der maand. C = overgekomen leden van andere B = nieuwe leden. D = afgevoerde leden.

Beschouwt men deze cijfers wat nader, dan ziet men dat het jaar inzette met een behoorlijken groei. In Januari gingen we met een dikke 50 leden vooruit. Daarna kwam een stilstand van 3 maanden, d.w.z. de toetreding woog op tegen den afvoer. Inde .Meimaand kwam de groei weer. Eerst heel bescheiden, slechts 15 leden, in Juni een goede 20 man, toen kwam de stormloop. Juli, Aug., Sept. en Oct. brachten hooge cijfers. Vanaf 1 Juli tot 1 Nov. steeg het ledental van 4336 op 56x4 of met 1278 leden en het adspirantental van 54 op 169 of met 115 leden. Voor hen, die onzen strijd in 1925 hebben gevolgd, is deze groei geen wonder. Een massa onverschilligen werden uit den dommel geschud door ons optreden. Zij voelden : er zou wat gebeuren. De tijd van berusting was voorbij; wij gingen over tot den aanval en dat was het sein voor velen om tot de organisatie toe te treden. Hetgeen van bekende zijde daarover is geschreven, is grootendeels larie. Larie, want wanneer waar was of zelfs gedeeltelijk waar was wat van dien kant is geschreven, dan zouden de maanden November en December in plaats van groei, zij het een geringen, een geweldigen achteruitgang moeten aantoonen. En de groei heeft zich in het eerste kwartaal van 1926 doorgezet. Ons ledental is gegroeid van 4206 tot 5621, dus met 1415 leden of met 33.4 pCt., ons adspirantencijfer met 91 leden of met 149 pOt. en dat, terwijl de afvoer van leden en adspiranten toch vrij beduidend was, zelfs ruim 100 meer dan in 1924. Wij noteerden alles met alles 2988 nieuwe leden en adspiranten, dat is ruim 3/5 van het ledental van den heelen Christelijken en bijna 2/5 van het geheele ledental van den R.-K. Bond. Aan werfkracht heeft het onze afdeeling in dit jaar niet ontbroken. Dat zeggen de cijfers overduidelijk. Wij willen er echter direct aan toevoegen dat wijden wind ook wel wat mee hadden. De werkgevers haalden den eenen stommen streek na den anderen uit en de K. C. N. gooide door haar arbeidersvijandelijke houding ook nog een duit in het zakje. Van de K.C.N.-organisaties gesproken, wij namen van deze bonden nogal een vrij groot aantal leden over, eveneens een aantal van andere afdeelingen van onzen bond, benevens van andere organisaties. Onderstaande staat geeft daarop een nader antwoord :

wordt evenwel kleiner naarmate onze afdeeling in ledental toeneemt. Om het, afgezien hiervan, zooveel mogelijk te keeren, heeft het bestuur in overleg met de vertrouwensliedenvergadering en ’t H.8., een soort burgerlijken stand dezer heeren aangelegd, opdat wij in ’t vervolg in staat zijn dergelijke parasieten bij aanmelding in tijden van actie en conflicten van het lidmaatschap en daarmede van steun te kunnen uitsluiten. De afvoer ziet er als volgt uit:

Procent v/d. afvoer. Bedankt, reden onbekend 498 36-— ) Betalen niet meer- 59 4-3 )55 3 Afgevoerd voor schuld 160 11.6 ) Haalden geen W.-zegels 60 4.4 ) Geroyeerd 151 • Afgevoerd wegens invaliditeit 7 0.5 Overleden 21 1.5 Over naar den grooten bond 23 1.5 Over naar den R.K. Metaalbewerkersbond 121.— Over naar den Chr. Metaalbewerkersbond 121.— Over naar de Federaties van Metaalbewerkers ....... 8 0.6 Over naar den Neutralen Bond van Metaalbewerkers 5 0.4 Over naar onbekenden bond 9 0.6 Over naar den Bazenbond en personeelvereeniging. Wilton . . 8 0.6 Over naar Bonden, aangesloten bij het N.V.V 131 9.5 Over naar andere afdeelingen van onzen bond . 123 g.— Eigen zaak begonnen en uit het vak 127 9.— Diverse 15, geen uitk. 8, verhuisd naar onbekend 54 en buitenl. 27 104 7.5

Zooals gezegd, de afvoer is beduidend. Toch is er vergeleken bij ’t voorgaande jaar verbetering te constateeren. Toen werd afgevoerd bijna 33 pCt. van het ledental, thans is het bijna 28.8 pCt. Van ons naar de „anderen” gingen over 37. Van de „anderen” naar ons kwamen 247 over. Ondanks den „grooten bek” van die anderen komen ze er toch nogal bekaaid af. Vandaar, lieve lezers, de „groote bek”. Wij willen onze vrienden van den overkant niet te kort doen en dus ook hun ledencijfers geven. Wij geven ze per kwartaal met inbegrip van de adspiranten ; dlO 5 rd *S ® ai CM £5-04 3CM OW Q£} TH ,H tH CO Chr. Mct.bew. B. 903 896 874 899 901 E.K. Mct.bew. B. 674 669 662 660 679 Totaal 1577 1565 1536 1559 1580 A. N. Mct.bew. B. 4267 4368 4390 5048 5773

Andere Overgekoraen van Overgekomen van: Bonden Andere Andere Andere Metaalbewerkersbonden gesloten Adsp. a£dee- Bonden Federaties: Wj het MAAND leden llngen. N.V.V. Chr. E.K. Neutr. Moskou Berlijn N.V.V. Januari 211 7 41 1 o o 2 Februari o 10 141 o 3 o 1 2 Maart o 940003x2 April 214 10 1 o 0232 Mei 312 43 1 1 1 42 Juni 1 10 5 I – O o o 13 Juli 5146148231 Augustus 2 33721° 221 September 2 10 7 10 5 U 3 10 1 October 1 25 20 43 io 53 5 9 2 November 5 20 13 1 o 41 13 December o 17 10 1 1 o o 1 2 Totaal 23 155 103 73 24 95 19 36 23

Wanneer men van cijfers kan zeggen dat zij duidelijke taal spreken, dan doen dat zeker genoemde cijfers ten opzichte van de werkgeversvriendelijke houding der christelijke en neutrale bonden. Vergeleken bij de ledentallen van 1 Jan. 1925 van de afdeelingen van deze bonden, namen wij over van den Christelijken 8 pOt., van den R.-K. 3.5 pCt. en van den Neutralen Bond 19.5 pCt. Er was, behalve een ongekende groei toch ook een vrij beduidende afvoer in 1925. Dit moet voor een zeker deel worden verklaard uit den geweldigen toeloop van leden. Er is nog altijd een aantal menschen inde Metaalindustrie, dat in tijden van actie zich laat inschrijven als lid, om in geval van strijd zeker te zijn vaneen uitkeering. Een deel dezer valt na afloop van die actie weer terug in het leger der ongeorganiseerden, om bij een latere gelegenheid zich (weer opnieuw aan te melden. Dit euvel /

De Christelijken en Katholieken samen hebben het dus klaar weten te spelen met 3 leden in totaal te groeien, terwijl onze afdeeling alleen een winst had van 1506 leden. Het allerberoerdste bracht van de genoemde twee, de Christelijke het er nog af. Deze wist ineen jaar van groei, als wij; nog niet gekend hebben (1921 uitgezonderd) niets beters te doen dan nog 2 leden achteruit te gaan, terwijl toch gerust gezegd mag worden, dat wanneer èn de Chr. èn de Kath. Bond een leiding hadden gehad op de hoogte van den tijd en van plan waren geweest uitte voeren datgene wat ze zeggen te willen, zij zich toch zeker ineen Binken groei hadden kunnen verheugen. De organisaties hebben weer eens de gelegenheid willen benutten, hun arbeidersvijandelijke houding te demonstreeren. Dat het hun gelukt is, getuigen boven- en eerdergenoemde cijfers. J. W. (Wordt vervolgd!.

Staking bij Electro-Lux. Het bedrijf staat stil, er gaat niets meer om! Aldus getuigde de rechtskundige raadsman der N.V. Electrolux. Hieruit blijkt, dat de eerste staking van Nederlandsche handelsreizigers een volkomen stillegging van het bedrijf tengevolge had. De directie van Electrolux probeert met alle mogelijke middelen onderkruipers te werk te stellen. Dat lukt maar zeer matig. Wij vertrouwen er op te mogen rekenen, dat onze modern georganiseerde kameraden en hun vrouwen zullen beseffen wat het bebeteekent, dat de prijsverlaging der machines grootendeels door het personeel moet worden betaald 1 Een opwekking om, zoo lang de staking duurt, geen onderkruiper in uw woning toe te laten, is zeker overbodig ? Wij rekenen op aller medewerking! Het Bondsbestuur van den „Algemeene”, W. BROUWER Jr., secretaris.

Uit de Afdeelingen. AMSTERDAM. ~De Nieuwe Gedachte”. Zondag 25 April a.s., des morgens half elf, bijeenkomst in het Centraal-Theater, Amstelstraat. Spreker: Felix Timmermans. Onderwerp : Vertelt over Italië. ¥■ ♦ ♦ Religieus Socialistisch Verbond. Zondag 25 April, des morgens om half elf, zal in het Odd-Fellow-Fluis, Keizersgracht 428, spreken ds. D. Bakker, van Veendam. Onderwerp „Een woonhuis met een toren”. Muzikale medewerking van het R. S. Vkoor, onder leiding van mej. Rosy Wertheim. DEN BOSCH. Het overwerk bij „Grasso”. Vanaf September 1923 loopt hier een vergunning voor overwerk. Niet omdat het zoo druk is, maar omdat het met het bedrijf niet naar wensch gaat. Over de totstandkoming dezer vergunning is destijds met ons en den R.K.-Bond overleg gepleegd, aangezien aan de kwestie loonsverlaging vastzat. Door de omstandigheden gedwongen moesten de organisaties zich destijds bij een 53-urigen werktijd neerleggen. Bedongen werd evenwel, dat de uurloonen op den normalen werktijd zouden blijven gebaseerd door de overuren slechts met 25 pCt. te betalen. Bij de verlengingen dezer vergunningen is door de Arbeidsinspectie zeer terecht steeds overleg gepleegd met de bonden. Dus ook toen tegen October van het vorige jaar door de directie, ondanks de verklaring dat het maar weer eens met normaal werken zou worden geprobeerd, op verlenging werd aangedrongen. Ineen bespreking met den Hoofdinspecteur gaf de fxeer Grasso zelf te kennen zeer tegen den zin van diens procuratiehouder, den man die bij tijd en wijle ~St. Eloy” onveilig maakt met artikeltjes over de liooge belastingen, den beroerden toestand der industrie, de noodzakelijkheid van protectie e.d. ’t met 51 uur te willen probeeren. Na overleg met de bonden kwam er een vergunning van 51 uur voor 3 maanden tot stand. Toen kwam echter diezelfde Grasso in verzet. Het kon niet met 51 uur; het moest 52 uur worden. Wat gebeurde ? Kort hierna deelde de Hoofdinspecteur ons mede dat hij de zaak had doorgegeven naar den Haag en dat een vergunning voor 52 uur daarvan het resultaat was geworden. Over deze manier van doen heeft het S.D.-Kamerlid Drop toen vragen aan de regeering gesteld. Het antwoord daarop, als gevolg van de regeeringscrisis eerst thans door minister Slotemaker de Bruine

Sluiten