Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lets over het jaar 1925. Zooals wij reeds meerdere jaren gewoon zijn, willen wij ook thans onzen leden een beknopt resumé geven van den toestand en de verrichtingen van onzen Bond in het jaar 1925. Het spreekt, dat wij ons hierbij bepalen tot de zakelijke verhoudingen. Dijkt dit oppervlakkig te worden een drooge geschiedenis, voor degenen, die kijk hebben op cijfers, spreken deze zeer zeker ware en duidelijke taal. Men behoeft niet ver te gaan om dit te kunnen constateeren. Wie geregeld de bladen van onze zusterorganisaties leest, staat dikwijls verbaasd over de groote Woorden, die gebezigd worden. Indien men njet beter wist, zou men waarlijk denken, dat deze organisaties in onze industrie eigenlijk de lakens uitdeelen. Zoekt men echter naar gegevens van strijdvaardigheid, d.w.z. zoekt men cijfers, dan woorden deze angstvallig achtergehouden. Wij doen dit eenigszins anders. Voor ons is niet het woord hoofdzaak, doch de daad. Welnu, wat gedaan is en wat gedaan kan worden, wordt juist door de cijfers belicht of gelogenstraft. Moge daarom ieder er leering uit trekken! * ★ * Over het ledental willen wij niet veel zeggen, omdat onze redacteur hieraan slechts enkele weken geleden een afzonderlijk artikel gewijd heeft. Hieruit was reeds te constateeren en wij onderschrijven dit, dat onze Bond in 1925 een flinken stap voorwaarts heeft gedaan. Op 1 Januari 1926 omvatte onze Bond 61 % van de metaalbewerkers aangesloten bij een of andere vakcentrale. Nog een klein zetje mogelijk is het reeds zoo ver en wij schrijven 661 %. Dit beteekent, dat onze Bond twee keer zooveel leden omvat dan alle andere organisaties in onze industrie tezamen. Wij hebben enkele jaren terug eens gewezen op de ergerlijke verspilling in geld en strijdbaarheid, die aan een dergelijke verdeeldheid onder vakgenooten onvermijdelijk vastzit. Die verspilling is sindsdien met verbeterd, doch verergerd. Met de soms meer dan gehalveerde organisatie wordt het organisatie-spelen voortgezet. De met zooveel moeite opgebrachte contributie voldoet slechts aan de behoeften van huishoudelijken aard. Het feitelijk doel der contributie, n.l. reserves te vormen voor dagen van strijd, faalt jammerlijk. Het eenige resultaat is, dat de werkelijke strijd angstvallig vermeden of kapot gemaakt wordt. Uit het ledenverloop onzer organisatie blijkt echter wel,' dat de groote massa der metaalbewerkers dit begint in te zien. Het leert ons bovendien nog iets anders. Wanneer moet worden opgetreden en de ongeduldigen onder ons zien telkens opnieuw de aarzelende houding onzer vooral christelijke zusterorganisaties, dan zou men wenschen, dat vanuit de kringen der christelijke leden zelf een drang uitging om hun leiders tot actiever optreden te nopen. Men noemt dit: optreden over de hoofden der leiders heen. Dit laatste gebeurt ook, doch ... op eenigszins andere wijze. Men glipt n.l. onder de leiders weg vandaar de gehalveerde organisaties en neemt plaats in onze rijen. Wat ten slotte wel zoo verstandig is. Hieronder volgen de cijfers van toetreding en afvoer in 1925 ; Nieuwe leden: Afgevoerde leden: Januari _ 548 437 Februari 455 408 Maart 391 439 April 357 414 Mei 430 426 Juni 420 420 Juli 781 360 Augustus 718 352 September 568 383 October 591 497 • November 642 578 December 378 430 Totaal 7279 5144 ★ ★ ★ Adspiranten. In het adspirantental is weinig verandering gekomen. Hoewel nog eenige groei is te constateeren, n.l. van 595 op 634, is de verhouding toch niet gezond. Slechts één afdeeling (Rotterdam) maakte een flinken vooruitgang, n.l. van ói op 152 adspiranten. In vrijwel alle overige ook groote afdeelingen ging het adspirantental geleidelijk achteruit. Hieronder enkele cijfers: Toegetreden in 1925 583 Afgevoerd in 1925 544 Vermeerdering 39 .Van deze 544 adspiranten bereikten 217 den 18-jarigen leeftijd en werden als lid ovcrgeschreven. ★ ★ ★ Propaganda Ten aanzien van de propaganda is er in het verloopen tijdperk vrij wat gedaan. Uit den aard der zaak laten wij buiten beschouwing de mondelinge propaganda, zooals

deze eiken dag door de kern van onze leden op fabriek en werkplaats wordt gevoerd. Het betreft hier de propaganda, welke uitging van het bondsbestuur. Zooals bekend werd besloten den huisbezoekers, die zich bij het huisbezoek vooral onderscheidden door ijver en goed resultaat, een klein geschenk te geven. Dit is gebeurd. Ruim 100 boekwerken zijn den huisbezoekers ter hand gesteld, die, voor zoover ons bekend, zeer werden gewaardeerd. Een ijverige propaganda is verder ingezet inden Gelderschen Achterhoek, welke nog steeds voortduurt. Voor wat 1925 betreft, is hieraan pl.m. 500 gulden ten koste gelegd en het mag gezegd met vrij gunstig resultaat. Buiten dit gedeelte van het land is onderhanden genomen de streek aan de groote rivieren tot ongeveer hetzelfde bedrag. Eveneens zijn verschillende bedragen geschonken voor feest- en propagandavergaderingen vrijwel door het geheele land. Aah de bestuurders en vertrouwenslieden zijn uitgereikt kalenders voor 1926, evenals voor 1925, in ’t geheel ongeveer 1100 stuks. Aan manifesten zijn totaal verspreid 125.000 stuks. Een ontwerp-collectief contract voor de metaalindustrie werd uitgereikt aan alle leden. Totaal 22.000 stuks. Het documentatiemateriaal werd gratis aan de afdeelingen gezonden. Van „De Metaalbewerker”, ons wekelijksch orgaan, werden in 1925 gedrukt 1.206.000 exemplaren, welke inclusief porto en verzendkosten een uitgave vroegen van ƒ 21-557-48. De oplage van No. 1 in 1925 bedroeg 23.000 exemplaren, welke oplage bij het 51ste nummer was gestegen tot 25.200. Men ziet, dat het aan goede voorlichting niet ontbroken heeft. ★ * ★ Contributie. Als de zaak goed marcheert, wij zeiden het reeds, blijkt dit het best uit de cijfers. Bij de contributie is dit in het bijzonder het geval. Zooals de thermometer reageert op koude of warmte, zoo reageert de contributie-ontvangst direct op gewijzigde verhoudingen. De onderstaande thermometer geeft dit duidelijk aan: Gemiddelde waarde van het zegel: In Januari 72.2 cent „ Februari 72.8 „ „ Maart 73.0 „ ~ April 73.5 „ „ Mei 73.8 „ „ Juni 73.7 „ „ Juli 72.7 „ „ Augustus 70.5 „ „ September 72.7 „ „ October 72.6 „ „ November 72.8 „ „ December 72.6 „ Men ziet hier gedurende de vfjt eerste maanden een geleidelijke stijging, doordat de werkloosheid verminderde. Juni werpt reeds zijn schaduwen vooruit van hetgeen in Juli en Augustus het tijdstip der groote staking is te verwachten. Na Augustus zien wij weer een stijging, die vrij normaal blijft. Ten aanzien van de begroeting zelf is het volgende op te merken. leder jaar staan wij weer opnieuw voor de vraag, wat het jaar ons zal brengen. Wij mogen niet te optimistisch zijn om het verwijt van luchthartigheid te ontgaan niet te pessimistisch, omdat dit neerkomt op gebrek aan vertrouwen. Dat in 1925 het midden is gehouden, kan uit het volgende blijken; Gekaamde inkomsten aan contributie: ƒ 729.495. Effectieve contributie : ƒ 778.548.60. Het verschil in meerdere inkomsten is ƒ 49.053.60. Op zichzelf een vrij groot bedrag, dat echter in hoofdzaak zijn oorzaak vond inden groei van het ledental. * De effectieve inkomsten der adspirantencontributie gaf een meerdere opbrengst van ƒ 1.323.35. * ★ ★ Weerstandskas. Hoewel het jaar 1925 hooge cischen stelde aan de weerstandskas, is toch het bezit bij 1 Januari 1925 vergeleken betrekkelijk weinig gedaald. Dit spruit hieruit voort, omdat de reservevorraing onafgebroken voortgaat. Van de bruto-contributie der leden wordt \ deel gestort inde weerstandskas, wat voor 1925 bedroeg ƒ 194.637.15. Er kan dus al heel wat gestaakt worden, voordat de reserve moet worden aangesproken. Inmiddels zijn in 1925 de stakingskosten hooger geweest. Wij laten hieronder volgen het verloop der kas, zooals 1925 ons dat laat zien. Bezit 1 Januari 1925 ƒ 666.308.25i Aandeel contributie „ 194.637.15 Uitkeering uit ’t stakingsfonds van het N. V. V, „ 43.137.— Totaal: ƒ 904,082.40} Uitgekeerd voor staking „ 283.496.59 Bezit 1; Januari 1926 ƒ 620.585.81}

Zooals men ziet werd in 1925 voor het eerst steun ontvangen van het stakingsfonds van het N. V. V., n.l. ƒ 43.137.—. Hieronder volgt wat de verschillende stakingen in 1925 hebben gekost: Bondsstakingen: Gebr. Van Maaren, Apeldoorn ƒ 3581.60 Firma Mijnhardt, Arnhem „ 1839.26 Firma Van Rijn, Schiedam „ 58.20 ~N. Waterweg”, Schiedam ~ 101499.94 Rott. Droogdok-Mij., R’dam „ 87301.48 Heemstede Obelt, Amsterdam „ 93.— Firma R. Koster, Stadskanaal „ 729.66 P. Smit Jr., Rotterdam „ 48273.98 Fa H. v.d. Werf, Stadskanaal „ 1703.15 Wiltons Scheepswerf, R’dam ~ 12046.56 N.V. Werf „Vooruit”, Enkhuiz. „ 968.20 j Conflicten; „Nieuwe Waterweg”, Schiedam ƒ 1958.90 Klinkers R. D. M., R’dam „ 2221.88 Staalindustrie, Rotterdam „ 94-65 Ned. Dok Mij., Amsterdam „ 1836.35 Velleman & Verdoner, A’dam „ 17-85 Smulders (jongens), Schiedam „ 22.50 Smulders, Schiedam 190,60 Velleman & Verdoner, A'dam „ 91-40 Slachtoffers en toeslag „ 11776.75 Stakingskosten „ 7160.68 Totaal ƒ 283496.59 <r * ★ Bondsfinanciën. Voor zoover het de inkomsten en uitga- 1 ven over 1925 betreft, heeft dit jaar aan de verwachtingen beantwoord. Een groot overschot werd niet verwacht en is dan ook niet gekomen. Natuurlijk heeft de halve ton meerdere contributie, welke is ontvangen, het aandeel aan de verschillende kassen grootei gemaakt. Hieronder volgt in groote lijnen hoe inkomsten en uitgaven zich hebben verhouden:

gejammerd wordt over de vele millioenen die volgens hen door de regeering in dezen bodemloozcn put worden gesmeten, die allen maar weer door belastinggelden moeten worden opgebracht Dat deze reactionnaire heeren wat eenzijdig zijn, willen zij maar niet aannemen. Want terwijl zij zich blind staren op de millioenen der regeering, vergeten zij, dat de arbeiders evengoed hun millioenen opbrengen. Wij geven hieronder een overwicht der bijdragen en subsidies vanaf 1917. Bijdragen leden Subsidies Regeering 1917 f 10.173.68 f 9.978.44 1918 – 27.864.00 – 27.334.12 1919 – 57-918.53 – 57-506.60 1920 – 114.610.70 – 113.196.03 1921 – 151.759.80 – 150.653.41 1922 – 224.558.00 – 224.028.83 1923 – 257.002.20 – 384.197.19 1924 – 259,782.75 – 323.330.49 1925 – 273.330.25 – 273.000.00 (vermoedelijk) Totaal f 1.377.029.91 f1.563.225.il Deze cijfers spreken voor zichzelf en bewijzen, dat ook de arlSeiders zich opofferingen willen getroosten voor moeilijke tijien. Wat de financiëcle zijde der werkloozenkas betreft, dit gaat steeds in opwaartsche richting. In 1925 is een reserve gemaakt van ruim ƒ 193.000.—, waardoor de schuld is verdwenen en op 31 December een kapitaal van ƒ 90.000.— was verkregen. ★ * ★ Wat de werkloosheid zelf aangaat, het schijnt, dat hierin weinig verandering komt. Op 1 Januari 1925 was het aantal werkloozen 2921 en op 1 Januari 1926: 2731. Inden loop van 1925 was de schommeling zeer weinig. Het kwam steeds neer op 11 % van het ledental, wat nog veel te hoog is. Uit de gegevens, welke ons ten dienste

De inkomsten waren: Contributie ƒ 786.271.95 Entrée’s i, 2.818.25 Interest „ 23.153.58 Abonnementen en Advertenties vakblad „ 677.82 Exploitatie winst op gebouwen „ 7.258,91 Diversen „ 7°-3° – , 820 •; V' 81 Uitgegeven werd aan: Weerstandskas ƒ 194-637-15 Werkloozenkas >, 273.330.25 Aandeel aideelingen „ H4-542-I3 O veriij denkends „ 4.000.00 „ 586.509.53 f 233.741.28 Vakblad ƒ 21.557484 Contributies >, 17-088.12 Steun andere organisaties „ 19.068.90 Stakingsfonds N. V. V „ 31.894.86 Salarissen totaal „ 66.178.77i Administratiekosten Werkloozenkas „ 10.949.44 „ 166.737.58 ƒ 67.003.70 Van het resteerende bedrag rijn betaald de verschillende afschrijvingen, stortingen, propaganda, reiskosten, subsidies, alle kosten voor drukwerk, administratie enz , * -•••• „ 66.707.44i Saldo ƒ 296.254 Dit bedrag is overgeschreven op de reserve De bezittingen van den Bond waren op 1 Januari 1926 samen te vatten als volgt: Weerstandskas f * f 620.585.814 Bondskas » 183.778-86 Overlijdensfonds * » 5-659-8° T. B.'C.-fonds » 11.147-96 .Reserve » 23.000.00

♦★ * l Overlijdensfonds. Hierover valt zeer weinig te zeggen. Het kapitaal van dit fonds is op 31 Dec. 1925 .aangevuld met ƒ 4.000.—, waardoor het bezit werd ƒ 5.659.90. In 1925 zijn overleden 57 leden, aan wier nabestaanden een bedrag is verstrekt van ƒ 4.800.—■ ★ -k * Werkloozenkas. Wie de bondsfinancién heeft nagegaan, zal hebben gemerkt, dat bij de bezittingen van den Bond de werkloozenkas niet voorkomt. Dit heeft zijn goede redenen. De werkloozenkas bedoelt te zijn een instelling, die, hoewel in beheer bij den Bond wat zijn financiën betreft, geheel bezijden de bondsmiddelen moet staan. Immers de baten van dit fonds worden samengebracht door bijdragen van de leden en subsidies van Rijk en gemeenten en mogen alleen worden gebruikt voor werkloozenuitkeering. Daarom worden zij geheel buiten het bondsbezit gehouden. Het is in verband hiermede niet kwaad eens op het volgende te wijzen. Er zijn altijd rnenschen, die feitelijk de geheele werkloosheidsverzekering een gruwel vinden. Deze reactionnaire heeren zien hierin niet anders dan een maatregel om de regeering op te laten draaien voor alle kwade gevolgen voor de luiheid dier arbeiders. En

Totaal ƒ 844.x72.43i staan over 1925, kan het volgende worden genoteerd: Aant. werkl. Aantal Totaal met kasuitk. zond. kasuitk 5729 1398 7127 Aant. dagen Aant. dagen Totaal werkloos werkloos 342970 156683 499653 Deze cijfers geven aanleiding tot de volgende opmerking. De 5729 werkloozen met kasuitkeering waren werkloos 342970 dagen of gemiddeld 60 dagen. De 1398 leden, welke geen kasuitkeering ontvingen, omdat zij of te kort lid waren óf het vorige jaar uitgetrokken, geven een werkloosheidsperiode te zien van 112 dagen. Dat wijst er op, dat het permanente aantal werkloozen in 1925 (gemiddeld 2600) is te verdeden in 2 groepen, waarvan de eene groep min of meer permanent van allen arbeid is uitgesloten. * * * Tot slot laten wij hieronder volgen een overzicht hoe de bijdrage tot de werkloozenkas zich verhoudt tot de gehcele contributie: Jaar: Totale Voorde In % contributie werkl.kas 1919 f 504.596.27 f 57.918.54 11.47 X 920 – 765.109.00 – 114.610.70 14.98 1921 – 863.080.65 – 151.759.80 17.58 1922 – 838.535.85 – 224.588.00 26.78 1923 – 728.978.65 – 257.002.20 35-26 1924 .784.372.25 -259.782.75 33.24' 1925 -786.271.95 -273.330.25 34.76

Sluiten