Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34STE JAARGANG ZATERDAG 10 SEPTEMBER 1927 No. 37

De IfletaalfcemerKer Weekblad m den Jflgenteenen nederlandscben Itletaalbewerkersbond.

i . , . REDACTEUR: G. VAN DER HOUVEN I Arbeiders ailer Lande» 1 Kennis Is macht, Vereenigt U. I Eenheid kracht. Adres van Redactie en Administratie; Hemonyiaan 24, Amsterdam (Zuid) T Telefoon 26175 “I !'

ABONNEMENT! , , , . . .. . ADVERTENTIËN mnm«Ki.ton«» „„„ «*■>«,<„ stukken van algemeenen aard moeten al terlijk Maandags, „ . . ... Bij vooruitbetaling per Jaar. . . , ï ! ï f 1.50 . & , . ... J ö Gewon» edvortenti«n per regel f O.Sü j „ . Bondsmeuws en advertentièn Woensdagsraorgen» . , , r voor Buitenland verhoogd met porto. .... & & Aanvragen voor personeel , t.20 Losse nummers „.09 Z1JD ingekomen Afdeelingsadverteatifin 6.20

OPLAAG 27.400 Officieele Mededeelingen. Deze week wordt het contributiezegel op de 37e week in het Bondsboekje geplakt. Onze Landdagen en.... daarna. Het bestuur van het N. V. V. beoogt met het organiseeren van de Landdagen, die ten deele de ,vorige week zijn gehouden, voor een ander deel nog moeten plaats yinden, drieërlei te bereiken, n.l. ten eerste populariseering van dc meest voor de hand liggende eischen, ten tweede opwekking tot het meer intensief voeren van de propaganda daarvoor en tensiotte/ aankweeking van den gemeenschapszin tusschen de leden onderling. Onze Landdagen kunnen derhalve om het nu maar eens heel populair uitte drukken worden beschouwd als reclamedagen .voor onze moderne vakbeweging en de door haar gestelde algemeene eischen. Willen wede massa ontvankelijk maken voor wat wij in haar belang noodzakelijk achten, dan dienen we voortdurend en op alle mogelijke manieren, haar aandacht daarbij te bepalen. leder die meeleeft met onze beweging en die haar geschiedenis kent weet, dat voor alles wat zij nastreeft en in ’t verleden nagestreefd heeft, een goed doorgevoerde propaganda noodzakelijk is en was. De groote massa beschouwt nu den 8-urendag, voor zoover die doorgevoerd is, als iets heel gewoons, be R.-K. en Chr. vakbeweging heeft er de laatste jaren evenveel belangstelling voor getoond als wij. Maar ’t is nog niet zoo heel veel jaren geleden dat wij vanwege onzen eisch van 8 uur werken, door allen, ook door de christelijken, werden bespot. Wie van de ouderen onder ons herinnert zich niet de vroegere demonstraties voor algemeen kiesrecht en 8-urendag en de bespotting waaraan wij van de zijde der arbeiders, vooral ook van de zijde der christelijke arbeiders, bloot stonden ? En hoe is ’t met de meesten onzer gegaan, toen we zelf nog niet den plicht van georganiseerd zijn kenden ? We hebben allen, tenzij dan dat we reeds als kind tot een gezin behoorden, waarvan vader en moeder tot de beweging behoorden, onzen tijd gehad dat we „langs den kant stonden”. Zijn we ook niet zelf door de propaganda van anderen beroerd alvorens we het tot plicht rekenden de zijde van de georganiseerde arbeiders te kiezen? Wij zelf vrienden zijn het levend bewijs dat wede massa nimmer voor onze eischen zullen winnen dan dooreen stelselmatige propaganda. Nu zijn er bij onze eischen een tweetal die duidelijk tot de arbeiders spreken. Een week vacantie wil ieder wel hebben en een werkdag van niet langer dan 8 uren wordt algemeen begeerd. ’t Gaat er bij deze eischen maar om den arbeiders duidelijk te maken, dat zij zich er yoor moeten interesseeren, dat zij mee

hebben te werken tot verkrijging en (of) behoud’. Maar anders staat het met onzen eisch van bedrijfsorganisatie en medezeggenschap. De noodzakelijkheid daarvan wordt lang niet algemeen gevoeld en het begrip omtrent dezen eisch is bij velen nog een embryonale toestand. In woord en geschrift moeten weden arbeiders voortdurend dezen eisch voorhouden en door het bijbrengen van meer ontwikkeling moeten wede begeerte er naar aanwakkeren. Zoolang elementaire kennis omtrent de maatschappelijke structuur geheel ontbreekt, kunnen wc niet verwachten, dat er intense belangstelling voor dezen diep in het leven ingrijpenden eisch zal zijn. Daarom moet het toegejuicht worden dat ons N. V. V. door het beleggen vaneen 19-tal Landdagen een nieuwe poging doet om allereerst in eigen rijen de belangstelling op te wékken. Redevoeringen inde openlucht, temidden van geschuivel van omstanders en luisteraars zijn zeker niet geschikt om een onderwerp als dat van „medezeggenschap” tot in détails te behandelen. Dat is ook niet noodig. De spreker, die dat onderwerp op een openlucht-bijeenkomst te behandelen heeft, zal dit zeer populair moeten doen en met enkele grepen uit de practijk van het levende wantoestanden moeten aangeven en uitzicht moeten openen omtrent hetgeen noodig en mogelijk is om die wantoestanden weg te nemen. Een meer gespecialiseerde behandeling, waarbij een dieper ingaan op details, is meer geschikt voor de cursusvergadering. ’t Gaat er op de Landdagen slechts om de aandacht van de aanwezigen te trekken en hun belangstelling voor groote problemen op te wekken. Maar tenslotte is het alles overheerschende doel onzer*].anddagen om onze werkers inde sfeer te brengen, die noodig is om tot nieuwen arbeid te geraken. Ons land kent nog een leger van ongeorganiseerden, van menschen die, voor zoover zij al voor onze eischen voelen, daarvoor geenerlei offer willen brengen. Het is ons aller taak om na de Landdagen den daar opgedanen gemeenschapszin aan te wenden om bij vernieuwing de propaganda krachtig aan te pakken. Onze eischen van ideaal tot werkelijkheid te maken zal slechts gelukken indien regeerders en werkgevers den sterken groei van onze beweging zien. En de belangstelling ook voor dieper liggende vraagstukken zal dan van zelf toenemen, De duizenden die onze Landdagen hebben bezocht of nog zullen bezoeken, hebben tot taak om nadien er op uitte gaan om te oogsten al wat rijp is. Dan zullen onze Landdagen van 1927 opleveren wat er van wordt verwacht, n.l. den groei van ons N. V. V., versterking van zijn positie, verbreiding van zijn invloedssfeer.

Een Duitsche geestelijke over de moderne vakbeweging en haar christelijke bestrijders. (C. v.d. W.) In overeenstemming met de Hollandsche methoden der officieele christenen, schijnen ook in Duitschland van de zijde der christelijke machthebbers dezelfde demagogische middelen te worden toegepast om onze moderne arbeidersbeweging te bestrijden. Daar, evenals hier, worden wij van bestrijding van het christelijk geloof beticht en onze organisaties in strijd geacht met de christelijke beginselen. Het is daarom zeker interessant ecns kennis te nemen vaneen artikel van Pfarrer Erwin Eckert uit Mannheim, welk artikel wij overnamen uit het orgaan van onze Duitsche zusterorganisatie. Deze man heeft naast verschillende anderen gelukkig den moed gevonden eens precies te zeggen waar het op staat en wij bevelen het ge'schrevene ter overdenking aan onze chr. en r.k. collega’s aan. * * * Pfarrer Erwin Eckert schrijft 0.m.: „Waarom worden steeds weer aanvallen tegen de moderne vakbonden ondernomen, daar er toch talrijke andere vakvereenigingen zijn aan welke men in ’t algemeen geen aanstoot neemt? Dat geschiedt omdat deze bonden steeds weer, zonder zich ergens aan te storen, voor verbetering van het loon en de arbeidsvoorwaarden opkomen, omdat zij tegen de huidige kapitalistische maatschappij-orde optreden, kortom, omdat zij op den bodem van den klassenstrijd staan. Deze aanvallen zijn evenwel niet gerechtvaardigd, omdat de klassenstrijd niet door de moderne vakbonden is uitgevonden, doch het gevolg is van de tegenwoordige maatschappij- ordening. De vertegenwoordigers van het officieele christendom zijn voor het meerendee! bondgenooten van het kapitalisme. De geest van het kapitaal is die van Kaïn, die zijn broeder versloeg om eigen gewin en wanneer de moderne bonden dag aan dag voor de groote massa werkloozen en verdrukten opkomen, doen zij meer dan al die christenen, die den mond vol nemen met woorden van naastenliefde. Waar is de kerk die het woord waar maakt; „Kom tot mij allen, die moe en belast zijn” ? De bouw van dezen kapitalistischen maafrschappijvorm dwingt ons stelling te nemen in het klassenfront der strijdende proletariërs. Dwaasheid is het te meenen dat het steeds zoo was en zoo blijven zal. Aan de kerk is het, niet verder meer te praten, doch te handelen. De kracht vaneen werkelijk geloof kent men aan daden. Aan de vruchten zal men den boom kennen. Aan de vruchten van het christendom in Europa zou men echter vertwijfelen. Bedrijft men niet overal oorlogsverheerlijking en rust men zich niet toe tot nieuwen moord ? Zoo zijn groote groepen van arbeiders In twijfel gekomen tegenover het christendom. Een christendom, dat zich alleen bezighoudt met de vertroosting van het hiernamaals, doch zich niet met het heden bemoeit, verstaan de arbeiders niet. Het

kapitalisme houdt een leger van werkloozen in stand en kweekt daarmee een angst onder de -werkenden, die dezen werkenden den moed ontneemt voor verbetering van hun lot te strijden. De arbeider is het die tot een machinedeel omlaag gedrukt is. Vaneen langen arbeidsdag komt hij des avonds doodmoe thuis en is niet meer in staat om ergens belangstelling voor te toonen. Is dat nog een menschdom ? Vastbesloten christenen moeten daartegen front maken, ook inde kerk zelf. De acht socialisten, die onlangs inde synode van Baden gekomen zijn, hebben er bij de kerkelijke regeering op aangedrongen, dat de kerk niet langer zou zwijgen over den grooten werkloozennood. De kerk moest, stelden zij voor, de chr. -werkgevers dwingen den werktijd te verminderen en de loonen te verhoogen, een en ander te financieren uit de profijten van de rationaliseering der industrie. Er wordt dikwijls gezegd dat een christen geen revolutionnair is. „Ik ben niet gekomen om den vrede te brengen, doch het zwaard”, zei Jezus Christus. De ongehoorde economische nood van het volk dwingt ons revolutionnair te zijn. Wanneer gezegd wordt; „Zij de Overheid onderdanig”, dan zeggen wij: „De; Overheid is niet iets bestendigs”. Heeft' God de Monarchie, die een naamloos leed over ons volk bracht, niet veroordeeld in 1918? Vandaag hebben onze tegenstanders er mee te rekenen dat de Overheid het souvereine volk is, de republiek. De moderne vakbeweging, de socialisten, ontwrichten het familieleven, zegt men. Niet het socialisme, doch het kapitalisme ondermijnt het familieleven. Wordt de vader niet den geheelen dag aan de fabriek gebonden en dikwijls zelfs de moeder, waardoor de kinderen aan zich zelf zijn overgoiaten ? Waar moet men in zoo’n familie geluk zoeken ? Men verwijt de moderne vakbeweging dat ze internationalistisch is. Wij vragen evenwel: „Is het christendom een nationale aangelegenheid ?” Het is juist de opgave van het christendom volkerenverzoenend op te treden. Het is nu toch niet meer vol te houden dat men God evenals inden oorlog tot generaal maakt van het Fransche en Duitsche leger, tot het verkrijgen van de overwinning. Wij zien uiteen en ander dat niets steekhoudends tegen de moderne vakbeweging is aan te voeren cn dat iedere overtuigde christen lid dezer beweging kan zijn. De christelijke vakbeweging is dan ook even overbodig als dwaas. Het is dom van enkele vrijdenkers te trachten hun ideeën aan de moderne vakbeweging te willen opdringen. Men moet de neutraliteit op deze plaats blijven huldigen. De christelijke mannen en vrouwen moeten zich thuis voelen inde moderne vakbeweging. Zoodra dit zoo is, verklaarde onlangs een christelijk bestuurder, hebben wij geen recht van bestaan. God is voor ons geen oude man met grijze haren, doch de geest die het heelal schiep. Deze geest moet ook in ons zelf zijn. Deze geest moet ons bereid maken voor den bevrijdingskamp der arbeiders. Alleen menschen, die innerlijk vrij zija, zullen dezen strijd met succes kunnen,

Sluiten