Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In aansluiting op de mededeelingen vervat in het nummer van de vorige week, kunnen wij thans nog berichten, dat dein den Haag en Rotterdam gestelde ultimatums (ook in Amsterdam werden later beslissingen van dezelfde aard genomen) geleid hebben tot nieuwe besprekingen met het bestuur van de werkgevers-organisatie, waaruit is voortgevloeid, dat hangende deze nieuwe onderhandelingen alle voorgenomen vijandelijkheden, zouden worden opgeschort. Opgeschort is eigenlijk het juiste woord niet. De werkgevers hebben de aangekondigde verlagingen ingetrokken, terwijl de vakbonden hetzelfde deden met de gestelde ultimatums. Op Donderdag 13 Juli is opnieuw geconfereerd, waarbij op de volgende basis tot overeenstemming werd gekomen: le. de minimumloonen voor de volslagen monteurs worden inplaats van 78 cent gesteld op 80 cent; 2e. de loonsverlaging zal percentsgewijze niet meer bedragen dan overeenkomt met de verlaging (plm. 6 pCt.) der loonen voor de volslagen monteurs; 3e. de premie voor de ziekteverzekering zal tot 1 Januari 1934 geheel door de werkgevers worden betaald; daarna betalen werkgevers en werknemers ieder de helft; 4e. er komt een bepaling in het contract dat arbeiders niet voor lager loon worden aangenomen dan het monteursboekje vermeld; se. de nieuwe arbeidsvoorwaarden gaan in 27 Juli a.s., of zooveel vroeger als de betaalweek aanvangt. De overeenkomst loopt tot 1 Juli 1934. De besturen van de vakbonden, alsmede het bestuur van de werkgeversbond, moeten nu eerst hun leden raadplegen, maar overeengekomen is, dat de leden wederzijds de nieuwe voorstellen warm zullen worden aanbevolen. Worden deze aanvaard, dan is de vrede in deze industrie weer voor een tijd verzekerd. Behoud van de collectieve arbeidsovereenkomst in dit bedrijf is van de allergrootste beteekenis, niet het minst ook Vóór allen die inde verwafmingsbranche werkzaam zijn. Wij hopen de volgende week te kunnen mededeelen dat het contract op de nieuwe basis door beide partijen is aanvaard. * * * Het bovenstaande was reeds geschreven toen wij op 18 Juli nader bericht ontvingen van de secretaris van de werkgeversbond, houdende de mededeeling dat inmiddels hunnerzijds de nieuwe voorstellen waren aanvaard. (Red.) Uit de Zilverindustrie. Wij organiseeren de arbeiders die voor hun broodwinning op de metaalindustrie zijn aangewezen en wij kennen ze onder de algemeene verzamelnaam „metaalbewerkers”. Welke metalen bewerken zij? Daar ligt een lange weg van de meest uiteenloopende verscheidenheid tusschen de man die werkt te midden van de ertshoopen aan het Hoogovenbedrijf te Velsen en de andere die ergens ineen atelier het edelmetaal, zilver, goud en platina, verwerkt. In onze film „Stalen Knuisten” is gepoogd van deze groote verscheidenheid van de beoefening der metaalbewerking een beeld te geven. Zij laat ons zoowel de man aan de hoogoven als de zilversmid zien. Over de machinale zilverbewerking heeft onlangs de heer J. A. Gerritsen op het Federatie-congres voor de goud- en zilverindustrie te ’s-Hertogenbosch gehouden, een voordracht gegeven getiteld; „De techniek inde zilverindustrie”. Voor de vele duizenden die zich, als zij ten minste werk hebben, dag aan dag onledig houden met de bewerking van het ijzer, zal het interessant zijn eens kennis te nemen vaneen onderwerp het bewerken van zilver betreffende. Wij ontleenen daarom het volgende uit de voordracht van de heer J. A. Gerritsen, waarvan wij een verslag aantroffen in „Goud en Zilver”, vakblad voor goud- en zilversmeden. * * * Was men vroeger veelal van meening, dat voor de detailverkoop van gouden en zilveren werken in hoofdzaak koopmanschap werd vereischt, gelukkig wordt op heden in steeds sterkere mate gevoeld, dat vakkennis niet gemist kan worden en dat ook dit een zeer belangrijke factor is om het welslagen der zaa]j te verzekeren. Een voornaam onderdeel bij de zilver-

fabricage is de vervaardiging van de uitkappers, de stempels, de matrijzen en van de opdiepers. De uitkappers worden meer speciaal gebezigd om de vormen van het voorwerp uit te ponsen en het overtollige metaal te verwijderen, waardoor het persen vergemakkelijkt wordt, of ook om het tijdroovende zagen te vervangen. De matrijzen of stempels worden gebruikt om de voorwerpen een bepaalde vorm te geven en daarop voorstellingen, versieringen of bepaalde modellen enrelief te persen. De opdiepers zijn noodig om een vlak gedeelte van eenig voorwerp inde vereischte stand te brengen. Zonder een groote collectie uitkappers, stempels en opdiepers kan een zilverfabriek niet economisch werken. Voor het aanmaken van uitkappers en stempels zijn zeer kostbare machines noodig, terwijl de vervaardiging hiervan goed geschoolde arbeidskrachten vereischt. In verband met de zeer hooge kosten, die de vervaardiging van uitkappers en stempels tengevolge hebben, dient men zich bij de vervaardiging van elk artikel rekenschap te geven of het aanmaken van een uitkapper of stempel loonend is. In ’t algemeen moet voor de inrichting die men voor het vervaardigen vaneen of ander artikel wil maken, eerst ernstig overwogen worden, hoe groot de verkoop (vooral niet te verwarren met de productie in dit artikel kan zijn en wordt daarna beslist of een eenvoudige, minder kostbare, dan wel een gecompliceerde, meer kostbare inrichting moet worden aangemaakt. Voor het gebruik dezer uitkappers worden speciale persen gebezigd, die zoodanig zijn gebouwd, dat na het vaststellen van het bed en de nippel vaneen uitkapper deze voorwerpen onbeweegbaar zijn. Het bovengedeelte der pers, waarin de nippel is bevestigd, is zoodanig geconstrueerd, dat deze slechts een zuiver op en neergaande beweging kan maken. Door geleiders wordt voorkomen, dat eenige schommeling kan ontstaan. Zou dit niet het geval zijn, dan zou bij de werking de nippel niet precies in het bed sluiten, tengevolge waarvan de uitkapper natuurlijk zou beschadigen. Tot meerdere zekerheid worden de uitkappers zelf ook nog van geleidingen voorzien, hetgeen iedere ongewenschte beweging voorkomt. Het spreekt vanzelf, dat het instellen der uitkappers bijzondere zorg vereischt. Een klein verzuim of onnauwkeurigheid berokkent zeer groote schade en oponthoud. Dit zal u duidelijk zijn wanneer u in aanmerking neemt, dat de uitkapper voor een bonbonmand aan arbeidsloon en materialen ƒ 1000.— heeft gekost. De inrichting voor een portretlijst kostte ƒ 15.50. De stempels of matrijzen worden alle naar hun soort op verschillende manieren gemaakt. Sommige gravures worden direct in het staal aangebracht, voor andere stempels wordt de gravure eerst en-relief gemaakt. Dit relief wordt dan gehard, waarna door middel vaneen pers het geharde relief ineen nog zacht stuk staal wordt ingeslagen, waarna ook dit wordt gehard. Vooral aan de vervaardiging van medaillestempels wordt buitengewoon veel zorg besteed en wordt hierbij gebruik gemaakt van de zoogenaamde verklein- of reduceermachine. De voorstelling der medaille wordt sterk vergroot in was gemodelleerd. Daarna wordt het model in gips gegoten. Vervolgens wordt hiervan langs galvanische weg een metalen model gemaakt. Van dit model worden dan de reliefstempels op verschillende grootten op de reduceermachine geboord. ’t Komt meermalen voor, dat bijv. slechts één of twee groote plaquettes voor het een of ander doel worden verlangd. In dergelijke gevallen wordt van het model gewoonlijk direct een zilveren of bronzen plaquette gegoten. Het afzagen, het schaven, het fraisen, het draaien en nog vele andere bewerkingen van ’t staal geschieden machinaal. Harden. Het harden der stempels geschiedt ineen oven, die hiervoor speciaal is gebouwd. De verschillende onderdeelen der uitkappers en stempels zijn van verschillende staalsoorten gemaakt, die elk een speciale methode van harding vereischen. Ineen hardoven is een moffel aangebracht, waarin de stempels, die gehard moeten worden, worden geplaatst. Naar gelang der staalsoort wordt de lucht in deze moffel op verschillende temperatuur gebracht. Heeft het staal de vereischte gloeihitte, dan wordt het in koud water of olie afgekoeld, waardoor het staal de gewenschte hardheid verkrijgt. Het harden der stempels vereischt routine en vakbekwaamheid, maar dan nog loopt men steeds de kans, dat tijdens het hardingsproces de stempel springt of krom trekt en hierdoor onbruikbaar wordt, wat vooral bij bewerkelijke stempels een aanzienlijke verliespost beduidt. Het hardingsproces blijft dan ook altijd zeer riskant.

Het spreekt vanzelf, dat behalve de vereischce uitkappers, stempels en opdiepers, voor de vervaardiging van zilverwerk vele en velerlei machines noodig zijn. Walsen en persen, speciaal voor verschillende werkzaamheden gebouwd en van verschillende grootte en kracht worden daarbij gebruikt. Vereischt de inrichting in ’t algemeen bijzondere zorg, ook de bewerking van het zilver is niet gemakkelijk. Het metaal wordt ineen speciaal daarvoor gebouwde oven in kroezen gesmolten en in ronde staven van verschillende dikte uitgegoten. De smelter moet natuurlijk zorgdragen, dat het zilver vóór het uitgieten goed dooreengemengd wordt, daar het anders zou kunnen voorkomen, dat het zilver ongelijk van gehalte werd. Het soortelijk gewicht van zilver is n.l. hooger dan dat van koper. In gesmolten toestand zal dus bij een mengsel van beide metalen het zwaardere metaal naar beneden zakken en het lichtere zich naar boven verplaatsen. Na het smelten wordt het zilver bestemd voor plaat, op de vereischte dikte geplet. Voor deze bewerking moet het metaal meermalen gegloeid worden om barsten te voorkomen. Dit gloeien moet ook bij andere bewerkingen, waardoor het metaal hard wordt, geschieden, zooals b.v. bij het persen of forceeren. Voor dit gloeien worden speciale ovens met moffels gebezigd, die de geheele dag gloeiend gestookt worden, zoodat dit werk weinig tijd in beslag neemt. Vervolgens wordt het metaal door middel van snijmachines of uitkappers op de vereischte grootte of vorm gesneden. Met speciale walsen wordt alsdan zoo noodig de onderling verschillende dikte van het te maken voorwerp geplet. Dan worden de voorwerpen opgediept en in stand gezet om daarna op de stempels geplaatst te worden. Door middel van meer of minder zware persen wordt dan hetgeen negatief op de stempel voorkomt, en-relief op het zilver geslagen. Het spreekt vanzelf, dat men hier de vervaardiging van alle voorkomende zilveren werken niet kan uitleggen. In het bijzonder zette spr. de algeheele bewerking uiteen vaneen tafelcouvert, een theelepel, een servetband, een portretlijst en een bloemvaas. De vervaardiging van andere voorwerpen geschiedt in hoofdzaak op analoge wijze. Alhoewel, zooals reeds gezegd, de beschikbare tijd niet toelaat een meer uitvoerige uiteenzetting van de fabricage van zilveren werken te geven, zoo hoop ,en vertrouw ik, dat het- mij is mogen geluk( ken u toch een duidelijk overzicht hiervan [ te hebben gegeven. Het zal u duidelijk zijn, dat een zilveren voorwerp met reliefgravure, zooals bijv. parel of filet, alleen precies volgens een zeker model kan worden bij gemaakt door de oorspronkelijke fabrikant, tenzij een nieuw stempel wordt gemaakt of de benoodigde voorwerpen uit de hand worden bij gemaakt. Dit laatste is uit de aard der zaak zeer kostbaar. Van zoogenaamd glad of gravéwerk (ik bedoel met gravéwerk artikelen waarbij de gravure uit de hand is aangebracht) kan alles zonder stempels en dus door iedere fabrikant worden bijgemaakt. De Economische Wereld-Conferentie en het valuta-vraagstuk op het doode punt. (1.V.V.) Vier weken lang vergadert de Economische Wereld-Conferentie (E.W.C.) thans in Londen het resultaat der beraadslagingen inde voltallige vergadering van de E.W.C. en zijn commissies rechtvaardigt ten zeerste het scepticisme van hen, die voorspeld hebben, dat deze monster-conferentie geen resultaat zal berei: keh. Alle vertegenwoordigers, die in naam hunner landen in Londen gesproken hebben, verklaarden zich in theorie voor de noodzakelijkheid een collectieve oplossing te zoeken, omdat het zonder deze collectieve oplossing niet mogelijk is uit de crisis te geraken en het kapitalistisch economisch apparaat, dat thans over de geheele wereld ontwricht is, weer op gang te brengen alle vertegenwoordigers der naties brachten tot uitdrukking, dat kleine, gedeeltelijke oplossingen geen oplossing zouden kunnen brengen. Inde practijk verdedigde elk land echter zijn positie en zijn speciale wenschen en geen enkel land was werkelijk bereid in het belang vaneen alleen resultaat opleverende algeheele oplossing, die wederkeerige toestemmingen en concessies te doen, zonder welke het niet mogelijk is tot een algeheele oplossing te geraken. Niet in staat een algeheele oplossing te vinden, onwillig er ernstig moeite voor te doen, schijnen de vertegenwoordigers der landen het noodlot der conferentie bezegeld te hebben, nadat thans de E.W.C. bij een probleem, dat bij goede wil van alle betrokkenen wel opgelost zou kunnen worden, bij het valuta-vraagstuk, heelemaal vastgeloopen is,

Het is duidelijk, dat alle economische maatregelen en in het bijzonder die op het terrein der handelspolitiek, binnen korts tijd krachteloos en waardeloos zouden worden, wanneer het probleem der stabilisatie van de valuta niet van tevoren algemeen geregeld is. Welk nut hebben tol-wapenstilstand, productie-verdragen en pogingen voor stabilisatie der prijzen, wanneer niet een stabiele internationale valuta-basis het resultaat van al dergelijke plannen en voorstellen garandeert en de wereld verdeeld blijftin goud- en inflatielanden, die onder elkaar een verbitterde valuta-oorlog voeren? Van dit inzicht gingen de goudlanden uit, die zich op de E.W.C. voor verdediging van de gouden standaard als valuta-basis vereenigd hebben en aan de Conferentie een resolutie voorgelegd hebben, waarin ze verklaarden, dat de stabilisatie op internationaal monetair gebied zoo snel mogelijk bereikt moet worden. „De her-invoering van het goud als waardemeter der internationale betalingen moet tot stand gebracht worden!” verklaarden de regeeringen der landen van het groot-blok België, Frankrijk, Nederland, Italië, Polen en Zwitserland en ze brachten tegelijkertijd hun voornemen opnieuw tot uiting, het vrije functionneeren van de gouden standaard in hun landen te handhaven op de bestaande goud-pariteit. Als einddoel hunner politiek noemden ze in hun resoluties, een „internationale standaard onder behoorlijke voorwaarden” vast te stellen. Door nauwe samenwerking der centrale banken der landen zou in het bijzonder de noodlottige deviesen-speculatie verhinderd worden. Over de „behoorlijke voorwaarden” zwegen ze echter, zoodat gezegd moet worden, dat het een theoretische eisch betreft, die ongetwijfeld juist is, doch de weg naar doorvoering inde practijk niet toont! De reactie op deze „goudbiok-formule” kwam van de zijde van Amerika en wel zoo duidelijk en in zoo’n vorm, dat de Conferentie eerst sprakeloos was. De president der Vereenigde Staten van Amerika, Roosevelt, liet door zijn staats-secretaris van het Ministerie van Financiën, Cordell Huil, een boodschap aan de E.W.C. voorlezen, die zich zeer scherp wendde tegen de voorstellen der goudbloklanden en waarin staat: „Ik zou het als een catastrophe beschouwen, overeenkomende met een wereld-tragedie, wanneer de groote conferentie der naties, die bijeengeroepen werd om alle naties groötere welstand te ] bréngen, 'door ‘één experiment, da't alléén dë valtüa’s van enkele landen betreft, zich van haar taak zou laten afleiden.” In grove tegenstelling met vroegere verklaringen zegt Roosevelt dan verder, dat het gezonde binnenlandsch economisch systeem vaneen land een grootere factor voor de welstand van dit land is dan de stand zijner valuta en de wisselende voorwaarden der valuta’s van andere landen. Roosevelt heeft ongetwijfeld gelijk met deze laatste bewering. Hij weigert echter te zien, dat zijn tegenstanders eveneens gelijk hebben, aan de stabilisatie der valuta een groote waarde toe te kennen, zoodat ovér het geheel genomen gezegd kan worden, dat de beide richtingen op de Londensche Economische Wereld-Conferentie alleen dat gedeelte der algeheele oplossing van het probleem als eenig juist erkennen, hetwelk in haar kraam past en dat ze moedwillig de eischen der tegenpartij als onjuist of minstens als onbelangrijk afwijzen. Geen enkele wil dus begrijpen, dat een daadwerkelijke doorvoering der nagestreefde internationale oplossing afhankelijk is van het tegelijkertijd handelend optreden op beide bovenbedoelde gebieden. Tot nu toe wil Roosevelt, juist als het goudlandenblok, alleen die waarheid erkennen, welke hij zelf gevonden heeft. Het staat dus vast, dat Amerika het spel der waardevermindering van de dollar verder wil spelen, nadat Roosevelt heeft laten weten, dat naar een dollar gezocht wordt, die na een generatie dezelfde koopkracht heeft als de dollar, die men inde naaste toekomst hoopt vast te stellen. Roosevelt propageert het „gezonde binnenlandsch economisch systeem” der naties, dat hij boven alles stelt, hij propageert de noodzakelijkheid, die geheel met dit binnenlandsch economisch systeem overeenkomt, generaties lang een stabiele valuta te vinden, hij propageert het echter alleen voor Amerika ... en torpedeert tegelijkertijd de pogingen der goudlanden, de Voor hen noodzakelijke maatregelen door te voeren en de wereld dooreen collectieve oplossing de stabiliteit der valuta’s weer te geven! Men zal het er over eens zijn, dat de Vereenigde Staten hierdoor de „nationale” oplossing voor de eenig mogelijke houden en vooreerst voor lange tijd af zien van corporatie op economisch wereldgebied! Hoezeer Roosevelt ook gelijk heeft door de E.W.C. er op te wijzen, dat er nog een andere belangrijke taak op te lossen is, even onrechtvaardig is zijn optreden tegen

Sluiten