Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

41ste JAARGANG No. 16 ZATERDAG 21 APRIL 1934 OPLAAG 45150

[algemeene MEDERLAMDSCHE V^E^ALBEWERKERSBONDI

■, • . . • . , ; ■, ■ 1 1 r, -w «mm m. MJH OHM m» m ■■■ tmmmmr -w M JW Voor Buitenland verhoogd met porto 8 I MEMOMXLAAN 2* AMS I Afdeelingsadvertentïën ** 020 9 2<517g ~ 90050 H Aanvragen voor personeel .. 0.20

Een dag van vreugde, een dag van strijd. De dag van de eerste Mei komt weer in ‘t zicht en de tijd dringt om er bij wijze van voorbereiding zoo een en ander van te zeggen. Dat doen wij elk jaar naar vaste gewoonte en het is thans nog dringender noodig dan anders het geval was. Daarom vooral, omdat de a.s. 1-Meidag samenvalt met een tijd van zwarte reactie, ook in ons eigen land. De storm van de tijd is over de socialistische beweging van alle landen heengegaan; rondom ons bereikte hij het karakter vaneen cycloon. Na jaren van ongekende voorspoed is de tegenslag gekomen. De socialistische beweging wordt gelijk een schip op zee inde storm ruw en fel heen en weer bewogen en er is stuurmanskunst voor noodig om niet op ’t onveilige strand of de onherbergzame rotsen te worden verpletterd. ledere inde massa des volks diep wortelende beweging, heeft door al de eeuwen heen haar „ups and downs”, haar vóór- en tegenspoed gekend. Ook maar één oogenblik te denken dat de socialistische beweging daarvoor gespaard had kunnen blijven, verraadt een overmaat aan optimisme en een gemis aan zin voor realiteit en kennis en waardeering van de gesetóedoms. Dit voorop stellende zal hét de ernstig denkende mensch begrijpelijk voorkomen dat de feestdag van de socialistische arbeidersbeweging er niet aan ontkomt deel te hebben aan de tragiek van deze tijd. Zooals de barometer reageert op de luchtdruk, zoo reageert de mensch, óók de socialistische mensch, op de gebeurtenissen van het heden. In verband met ons onderwerp mogen wij er aan herinneren, dat zij die leefden inde tijd waarop de 1-Meidag werd verheven tot een dag van demonstratie en feestviering, als ’t ware een nieuwe dageraad konden begroeten. Tot aan 1889, het jaar waarop de 1-Meidag werd ingesteld, had de socialistische beweging een zwarte periode van reactie achter zich liggen. De tijden begonnen toen te kenteren. • Bismarck, de ijzeren kanselier, fel bestrijder en vervolger van het opkomende socialisme in Duitschland, de man die met z’n beruchte socialistenwet het socialisme dacht te kunnen verhinderen, had z’n congé gekregen en in Februari 1890 riep de Duitsche keizer te Berlijn een conferentie bijeen om over internationale arbeidswetgeving te beraadslagen. De aankondiging van de 1-Meidag door het internationaal congres van 1889 deed een schok gaan door heel Europa. De bourgeoisie sloeg de schrik om het hart en haar pers liet niet na de indruk te vestigen alsof Inde voornaamste landen de revolutie voor de deur stond. Onder die omstandigheden groeide de belangstelling voor het lot, voor de levensomstandigheden der arbeidersklasse. Paus Leo XIII deed op 13 Mei 1891 zijn encycliek Rerum Novarum verschijnen. De opkomst van de viering van 1 Mei als arbeidersfeestdag viel ineen tijd die haar verdere ontwikkeling ten goede kwam. Het is interessant na te gaan hoe in Nederland op het besluit tot invoering van de 1-Meidag werd gereageerd. „Patrimonium”, het christelijk werkliedenverbond, toenmaals zijn bloeitijd be-

levende, deed een manifest verschijnen, waaraan wij ontleenen: „Broeders, medewerklieden! De eerste Mei nadert met rassche schreden. Door hen die onrust zoeken te zaaien en u op den weg der revolutie willen leiden, wordt gij opgeroepen tot een betooging tot het verkrijgen van eenen normalen arbeidsdag. Hoewel wij ons over het al of niet wenschelijke daarvan thans niet uitspreken, raden wij u dringend aan, neemt toch geen deel aan die betooging, maar blijft rustig aan uwen arbeid; die betooging kan u niet doen verkrijgen, wat tot verbetering van den toestand der werklieden leiden kan, maar zal slechts oproer en verzet tegen de door God gestelde overheid teweeg brengen.” En verder: „Gedoopten inden naam van Jezus Christus, doet dien Doop geen schande aan door de roepstem te volgen van hen, die, als zij hun vaandel ontplooien, u slechts de leus der revolutie voorhouden: geen God, geen meester!” Met uitzondering van Friesland had die 1-Meiviering van 1890 nog maar zeer weinig te beteekenen. Optochten werden bijna overal verboden en in vele plaatsen gelukte het zelfs niet om geschikte zalen te kunnen huren. Laat ons er aan toevoegen dat het in Nederland, ook in ’t verleden, nimmer gelukt is de arbeiders op 1 Mei het werk te doen staken. De moderne arbeidersbeweging, zooals zij zich in ons land heeft ontwikkeld, heeft trouwens, voor zoover ons bekend, nimmer een parool tot het neerleggen van de arbeid gegeven. De aansporingen tot deelname aan het 1-Meifeest bleven steeds beperkt tot de opwekking om zich deze dag vrij te maken. Jaar op jaar is sedert de eerste Meiviering in 1890, zij ’t ook met onderbrekingen, de belangstelling toegenomen. Groeiende was het aantal dat zich door vrijaf te vragen, de eerste Mei tot een zelfgekozen feestdag maakte. Maar ’t zou zeker schuilevinkje spelen zijn indien wij van zeer groote vordering op dit terrein zouden spreken. Ook zonder stakingsparool, zonder ongevraagd vrijaf nemen, heeft de 1-Meidag een innerlijke revolutionnaire beteekenis. Ook hij die aangevraagd verlof ontvangt om deze dag vrij te zijn, heeft inde meeste gevallen een daad van niet te onderschatten beteekenis verricht. , z 1 Hij heeft immers daartoe moeten getuigen voor beginsel en voor z’n idealen. En dat zelfde geldt voor hen die pogen zich vrij te maken, doch die geen verlof daartoe bekomen en dus noodgedwongen aan ’t werk moeten blijven. Zij getuigen en dat op zichzelf is onmiskenbaar een daad van moed. Wij staan aan de vooravond van 1 Mei 1934; partij en vakbeweging hebben bij vernieuwing aangedrongen om er aan deel te nemen en in overeenstemming daarmede wekken wij onze leden op om te doen wat in hun vermogen is om de a.s. Meiviering tot een groote gebeurtenis te maken. Juist nu is het zoo hard noodig dat wij getuigenis afleggen vaneen hartstochtelijk verlangen naar de elementaire vrijheden ons in en door de democratie geschonken. Indien er één bindend element aanwezig zal. zijn in onze leuzen waarvoor wij dit-

maal door middel van onze demonstraties zullen getuigen, dan is het zeker die. welke het behoud van de democratische vrijheden en rechten betreft. Er zullen er velen onder ons zijn die vrijaf willen hebben, maar ’t verlof daartoe niet kunnen bekomen. Er zijn er ook velen die wel ’t noodige verlof bekomen kunnen, maar die het offer vaneen dag loon hooger stellen dan ’t beginsel Wij volstaan met onze opwekking om te gaan zoover als mogelijk is en ieder moet dan-maar voor zichzelf uitmaken hoever hij gaan kan en gaan wil. Daarbij moge een ieder die deel uitmaakt van onze Bond zich ernstig vóórhouden dat juist nu, in deze dagen van worsteling tot behoud, in deze dagen vaneen verduisterde politieke hemel, in deze dagen van geestelijke depressie, het leven ons roept tot geestelijke opstanding Juist nu is ons getuigenis zijn gewicht in goud waard; juist nu moeten wij toonen dat wij een sterke materieele, maar vooral dat wij ook een sterke geestelijke gemeenschap vormen, Neemt deel aan de 1-Meiviering, dcmonstreèrt vóór behoud, vóór vernieuwing, vóór voltooiing en tegen afbraak. Hoog de solidariteit van de moderne arbeidersbeweging!

(C. O.) De uitslag van de gehouden stemmingen inde ledenvergaderingen over het voorstel van de rijksbemiddelaar, heeft een meerderheid vóór dit voorstel opgelevërd. Ook de patroons hebben, zooals wij van de rijksbemiddelaar vernamen, het voorstel aangenomen. In dit verband zonden wij het volgende schrijven: Amsterdam, 14 April 1934. •Aan het bureau van de rijksbemiddelaars te Gravenhage. Wij berichten U hiermede, dat de uitslag vap de stemmingen in onze ledenvergaderingen inzake het door Ü gedane bemiddelingsvoorstel betreffende het loodgieterscontract, een meerderheid ten gunste heeft opgelevèrd. Uw voorstel is daarmede door onze bonden -aanvaard. ... Voor den Alg. Ned. Metaajbew. Bond, den Ned. B.K. Metaaibew. Bond en den Ghr. Metaaibew. ' Bond .in Ned., (w.g.) C. OOSTERHOOBN. secretaris. Ofschoon een meerderheid van onze afdeelingen vóór aannemen stemde, gaf het groote aantal tegenstemmers ineen paar groote afdeelingen, toch de doorslag in het tegendeel. Aan de afdeelingen zullen wij toezenden de uitslag van de totaal-stemming, waaruit blijken zal, dat de meerderheid voor het aanvaarden van het bemiddelingsvoorstel bereikt is door de stemmen van de katholieke en christelijke bonden. De meerderheid tegen was bij ons wel gering en als wij van alle afdeelingen de opgave van de stemmen hadden ontvangen inplaats van de mededeeling „met meerderheid” of „met algemeene stemmen aangenomen”, was het stemmental misschien gelijk geweest, doch een meerderheid voor aannemen hadden wij in ieder geval niet. De grootste tegenstand, zat minder in het getroffen compromis dat ons behoed heeft voor gelijkschakeling met het bouwvakcontract, dan in het gevoel bij de loodgieters ineen paar groote plaatsen die zich sterk genoeg achten om eigen positie, los van het landelijk contract; te beschermen. Men verliest daar de moeilijkheden inde

OFFICIEELE MEDEDEELINCEN Over de week van 23 tot en met 28 April 1934 wordt het contributiezegel op de 17de week in het bondsboekje geplakt. Belangrijke mededeeling. In dit nummer van ons blad is de beschrijvingsbrief voor onze algemeene vergadering (bondsvergadering), welke op 9 en 10 Juni a.s. te Amsterdam zal worden gehouden, in zijn geheel opgenomen. De afdeelingsbesturen gelieven er rekening mede te houden, dat de uiterste termijn voor indiening van eventueele amendementen op de voorstellen is gesteld op 19 MEI A.S. De leden raden wij aan dit nummer te bewaren en mede te nemen naar de huishoudelijke vergaderingen, welke binnenkort zullen worden gehouden. Namens het bondsbestuur: P. DANZ, voorzitter. C. OOSTERHOORN, secretaris. kleinere plaatsen tilt het oog waar de patroons ditzelfde standpunt innemen. Vervolgens is er sterke tegenstand, die verklaarbaar is, gekomen uit de plaatsen waar het geëischte offer belangrijk grooter was. De patroons zullen moeten begrijpen, dat het daar eenmaal bestaandè en door hen zelf bevorderde verschil, niet met groote happen ongedaan gemaakt kan worden. De komende contractperiode zal nu benut moeten worden om de bepalingen, in ’t bijzonder die welke het vacantie- én feestdagenfonds betreffen, ten uitvoering te brengen, waar dit in het afgeloopen jaar niet of onvoldoende geschiedde. Een belangrijke uitspraak. In verband met bovenstaande vestigen wij hier de aandacht van onze afdeelingsbesturen en leden op de uitspraak van de kantonrechter te Breda inzake het proces, gevoerd door de R.K. Metaalbewerkersbond tegen één van de patroons in het loodgietersbedrijf aldaar, die de contractbepalihgen weigerde na te leven. De patroon, A. Beens te Breda, is bij deze uitspraak veroordeeld eerstens tot nabetaling van loon, dat contractueel op 56 ets. gesteld, Slechts tegen 54 ct. per uur is uitbetaald geworden. Ten tweede voor het niet plakken van de vacantiezegels, terwijl drie vacantiedagen waren toegestaan en de feestdagen waren doorbetaald, een schadevergoeding te betalen van ƒ 20. plus de resteerende ƒ 1.41 die het verschil uitmaakt tusschen de waarde van de vacantiezegels en het uitbetaalde loon voor genoemde dagen. Ten derde hetbetalenvan ƒ 0.78v00r het inhouden van de halve ziektepremie over eenige weken, in strijd met het contract. In totaal veroordeeld is door deze uitspraak te betalen een bedrag van ƒ46.89 plus een rente over dit bedrag van 5 pCt. over de tijd vanaf de indiening van het verzoekschrift tot de dag van voldoening van het bedrag. Deze uitspraak is ongeacht het bedrag dat daardoor aan betrokkenen ten goéde komt, van principieele beteekenis. Uitgemaakt is nu dat niet ongestraft de contractbepalingen kunnen worden verwaarloosd of overtreden. Het zal allen een groote voldoening geven thans te weten, dat de tientallen patroons die het contract aan hun laars lapten, met een dergelijk proces bedreigd kunnen worden, waarna ze dan bovendien tot betaling van de kosten van het geding veroordeeld worden. Van de processen te Alkmaar en te Apeldoorn hebben wij nog geen uitspraak. Wij twijfelen echter niet of deze worden in dezelfde geest beslist en dan zullen wij onze rechtskundige de andere on willigen öhderhanden laten neïhen.

Sluiten