Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit ons bondsvérslag over de jaren 1932—1933 betreffende de financiën (Iste gedeelte). (H.J.v.d.8.) In ons blad „De Metaalbewerker” van 5 en van 12 Mei 1934 zijn van de hand van de redacteur reeds artikelen verschenen, met als inhoud beschouwingen over het bondsvérslag over de jaren 1932—1933. Waar wij veronderstellen dat een belangrijk deel van onze leden belangstelling zal hebben voor gegevens uit het bondsvérslag, is het doel van dit artikel de beschouwingen reeds hieraan gewijd, aan te vullen door onze leden mededeelingen te doen van de belangrijkste financieele gegevens voorkomende in het bondsvérslag. Door de bondsraad is de controle van de boeken en bescheiden van de Bond over de jaren 1932—1933 inde ruimste zin van het woord opgedragen aan de accountant H. J. Wegerif, gevestigd te Amsterdam en eveneens overeenkomstig het bepaalde in artikel 25 van de statuten is uit het midden van de leden van de bondsraad een commissie van controle benoemd van drie leden, die tot taak heeft (zie art. 40 van het huishoudelijk reglement) ieder kwartaal na te gaan of het beheer van de penningmeester en de desbetreffende besluiten en aanwijzingen van. het bondsbestuur in overeenstemming zijn met de daaromtrent bestaande bepalingen en met een goede opvatting van de belangen van de Bond en van de vakbeweging in het algemeen. Het rapport van de accountant en dat van de contröle-commissie over het boekjaar 1932 is in hun geheel geplaatst in „De Metaalbewerker” van Zaterdag 1 April 1933 en de rapporten over het boekjaar 1933 zijn opgenomen in het nummer van 24 Maart 1934. Naast deze jaarrapporten is per kwartaal een verslag van de commissie van controle in „De Metaalbewerker” te vinden. Na deze korte beschouwing over de controle en het beheer van de financiën, gaan wij over tot het doen van mededeelingen van de belangrijkste onderdeelen van het financieel verslag. Ons verslag geeft aan een staat over beide jaren van „baten en lasten” en wij willen dan ook beginnen met over de „baten” het een en ander uit het verslag mede te deelen. CONTRIBUTIE 1932. De begrooting van de inkomsten over het jaar 1932 is belangrijk ten gunste van de Bond overschreden, een belangrijk bedrag is meer opgebracht dan was begroot. Ontvangen aan contributie . ƒ 1 452 535 40 Begroot voor 1932 „ L39o'sOo!— Meer ontvangen dan begroot * . ƒ 61.735.40 De gemiddelde zegelwaarde was begroot op 66 cent. Over de eerste 6 maanden werd slechts een gemiddelde waarde van 63.5 cent bereikt, over het 2de halfjaar steeg de gemiddelde waarde tot 71.9 cent, of wel een totaal-gemiddelde over het geheele jaar 1932 van 67.7 cent per verkocht zegel. De stijging in het 2de halfjaar is ontstaan dooreen contributie-verhooging van 10 cent per lid en per week, ingaande in Juli 1932, terwijl ook deze verhooging van niet onbelangrijke invloed is geweest dat een bedrag van ƒ61.735.40 meer aan contributie is ontvangen dan was begroot. – ' ' ‘ '■■■"'• ; •; ' |> !i CONTRIBUTIE 1933. Ook de ontvangen contributie in het jaar 1933 heeft meer opgebracht dan begroot. Ontvangsten . ƒ 1.496.181.10 Begroot voor 1933 . , . ... .. . . ... . . „ 1.461.000. ! ij *—■ ■ r fv | Meer ontvangen dan begroot . ~,,,..ƒ 35.181.10 r'-.H De gemiddelde zegelwaarde was begroot op 71 cent. De eerste maanden gaf een lager gemiddelde aan. Door vermindering van het aantal werkloozen steeg de zegelwaarde weer in September en October tot 72.8 cent, met als resultaat dat als gemiddelde over het geheele jaar bereikt is een bedrag van 71.65 cent per verkocht zegel. TOTALE INKOMSTEN. Naast de allervoornaamste bron van inkomsten, de contributie, zijn er nog ontvangsten als entréegeld, contributie admittenten, de opbrengst van onze gebouwen in het land en ten slotte de interest. De totale ontvangsten waren in beide jaren: 1932 ƒ 1.533.251.59 1933 1.577.374.47 Totaal ƒ 3.110.626.06 Verschillende leden zullen zich bij het lezen van deze kapitale som aan inkomsten afvragen, wat er toch met dit geweldig bedrag is geschied. Ook daarop willen wij met cijfers, ontleend aan ons verslag, het antwoord niet schuldig blijven. Wij kunnen deze reeks van uitgaven rangschikken onder één woord, t.w.; „LASTEN”. Verschillende uitgaven zijn reglementair voorgeschreven, t.w. a. bijdrage aan de weerstandskas; b. aan de werkloozenkas; c. aan het pensioenfonds voor oude leden. Wij beginnen met een overzicht te geven van de uitgaven in het verslag aangeduid onder het hoofdje:

a. Rechtstreeksche vakbelangen: 1932 1933 Totaal Bijdrage weerstandskas 304.379.19 ƒ 260.858.34 ƒ 565.237.53 „ werkloozenkas 536.962.70 „ 625.650. „ 1.162.612.70 „ steunfonds oude leden . . „ 107.420.85 „ 104.616.10 „ 212.036.95 Uitkeering aan oude leden 2.067. „ 2.886. „ 4.953. „ bij werkloosheid in niet bij het werkloosheidsbesluit 1917 aangesloten gemeenten 320.89 „ 163.75 „ 484.64 Uitkeering bij werkloosheid ten onrechte verleend 2.180.20 „ 1.387.—* „ 3.567.20* Administratiekosten werkloozenkas . „ 27.985.04* „ 27.236.38* „ 55.221.43 Bijdrage steunfonds N.V.V „ 64.294.17 „ 64.294.17 Steun aan bevriende organisaties . . „ 589.26 „ 1.575.17 „ 2.164.43 Totaal ƒ 1.046.199.30* ƒ 1.024.372.75 ƒ 2.070.572.05* . b. Propagandistische doeleinden: 1932 1933 Totaal Druk- en expeditiekosten „De Metaalbewerker” ƒ 37.421.16 ƒ 32.270.40 ƒ 69.691.56 Druk- en expeditiekosten „De Jonge Metaalbewerker” „ 2.388.04 „ 2.759.67 „ 5.147.71 Druk- en expeditiekosten „Onze Gids” „ 3.731.65 „ 3.879.47 „ 7.611.12 Voor algemeen jeugdwerk ...... 2.883.34 „ 3.340.87 „ 6.224.21 Propaganda en actie „ 4.252. „ 3.440.70 „ 7.692.70 Bijdrage A.J.C 1.116.74*, „ 933.05 „ 2.049.79* Voor aanschaffing gouden insignes . „ 926.79 „ 719.52 „ 1.646.31 Totaal ƒ 52.719.72* ƒ 47.343.68 ƒ 100.063.40* c. Organisatiekosten: 1932 1933 Totaal Bondsraads- en bondsbestuursvergaderingen ƒ 4.075.51 ƒ 2.329.22 ƒ 6.404.73 Kosten bondsvergadering 12.010.62 „ —.— „ 12.010.62 Vertegenwoordiging „ 1.125.90 „ 970.15 „ 2.096.05 Reis- en verblijfkosten 10.474.85* „ 9.961.56 „ 20.436.411 Aandeel contributie afdeelingen . . „ 201.292.99 „ 193.560.58 „ 394.853.57 Subsidie afdeelingen „ 583.50 „ 1.145.75 „ 1.729.25 Abonnementen op bladen en tijdschriften „ 925.49 „ 1.132.55 „ 2.058.04 Bureau documentatie „ 19.27 „ 169. „ 188.27 Contributie N.V.V. . „ 34.668.75 „ 34.330.39 „ 68.999.14 Contributie 1.M.8 648.27 „ 665.51 „ 1.313.78 Contributie aan aangesloten vereenigingen . 350.05 „ 309.15 „ 659.20 Totaal ƒ 266.175.20* ƒ 244.573.86 ƒ 510.749.06* d. Bestuurs- en personeelkosten: 1932 1933 Totaal Salarissen ƒ 93.138.69 ƒ 94.838.19 ƒ 187.976.88 Bijdrage pensioenfonds A.N.M.B 13.501.05 „ 13.980.92 „ 27.481.97 Ongevallenverzekering bestuur . . . „ 534.01 „ 546.60 „ 1.080.61 Rentezegels invaliditeitswet . . .. „ 791. „ 840.50 „ 1.631.50 Pensioen oud-bestuurder 625. „ 605. „ 1.230. Totaal . . .... . , . . 108.589.75 ƒ 110.811.21 ƒ 219.400.96 e. Administratiekosten: . ’ . . 1932 1933 Totaal Afschrijving op onze gebouwen . . ƒ 16.353.51 ƒ 16.469.77 ƒ 32.823.28 „ meubilair bondskantoor „ 1.288.11 „ 639.08 „ 1.927.19 „ meubilair afdeelingskantoren 2.658.33 „ 1.660.74 „ 4.319.07 Afschrijving bibliotheek „ 431.06 „ 310.06 „ 741.12 Porti, telefoon en telegrammen . . „ 5.098.28 „ 3.901.23 „ 8.999.51 Bureau- en administratiekosten . . „ 13.738.89 „ 12.965.47 „ 26.704.36 Inwendige organisatie . . .. . . „ 7.057.09* „ 5.667.61* „ 12 724 71 Rechtskundige bijstand „ 1.000. „ 963.59 „ 1 963 59 Diverse kosten en baten „ 1.150.36* „ 2.224.80* „ 3.375.17 Totaal . •••«•• . . .ƒ 48.775.64 ƒ 44.802.36 ƒ 93.578.— Resumé: T , _ 1932 1933 Totaal Inkomsten ƒ 1.533.251.59 ƒ 1.577.374.47 ƒ 3.110.626 06 Uitgaven .. „ 1.522.459.62* „ 1.471.903.86 „ 2.994.363.48* Voordeelig saldo van baten en lasten ƒ 10.791.96* ƒ 105.470.61 ƒ 116.262.57* Dit saldo is als volgt verdeeld: . Voor dotatie aan reserve voor bijzondere doeleinden . . f74 36300161 Toegevoegd aan kapitaal bondskas . ] 41 89955212 Totaal ƒ 116.262.57* In „De Metaalbewerker” van de volgende week zullen wij alsnog eenige beschouwingen wijden ontleend aan het bondsvérslag over de verschillende fondsen van onze organisatie.

De scheepsbouw inde Scandinavische landen. Het bondsbestuur heeft onlangs bij de ons bevriende organisaties in Denemarken Noorwegen en Zweden geïnformeerd naar de werkgelegenheid inde scheepsbouw in deze landen. Aanleiding daartoe gaven de artikelen van Matthijssen inde bladen van „De Arbeiderspers”, waarover in ons blad o.a. ook door Visser geschreven is. De antwoorden die wij op onze verzoeken om inlichtingen ontvingen, zijn ter kennis van de leden van onze bondsraad gebracht en wij meenden goed te doen ook onze lezers ermede in kennis te stellen. Hier volgen die antwoorden: Denemarken. Collega Kjeerböl bericht ons dat een aantal orders inzake aanbouw van nieuwe schepen bij Deensche werven is verkregen, wat niet wil zeggen dat de werven op volle capaciteit werken. De orders zijn deels van eigen land, deels uit het buitenland verkregen. De vrachtenmarkt is volgens hem beter

geworden, doch tevens is door afdanken van schepen meer vraag naar nieuwe schepen gekomen. De lage koers van de Deensche kroon heeft volgens hem de Deensche werven een voorsprong gegeven en de concurrentie ongetwijfeld vergemakkelijkt. Van regeeringswege is wel overwogen steun te verleenen. De reederijen hebben echter de steun om de gevolgen, die zij in ’t bijzonder van Engeland vreesden, afgewezen. De werven hebben vervolgens, waar het nieuwbouw voor het buitenland geldt, wel steun van de regeering. Deze bestaat hierin dat sedert 10 è, 12 jaren een exportcredietregeling bestaat. De Deensche staat geeft door garantie de mogelijkheid voor een lange crediettijd. Zonder deze zou het voor de Deensche werven dikwijls niet mogelijk zijn verschillende buitenlandsche orders aan te nemen. Kjeerböl schrijft ons daarbij tevens, dat een dergelijke regeling van staatswege eveneens in Engeland en in Zweden bestaat.

Uit Zweden vernamen wij van collega Svensson, dat de scheepswerven, o.a. Aktiebolaget Götaverken te Göteborg, benevens de Kockums Mekaniska Verkstads Aktiebolag en Malmö, opdrachten hebben voor minstens een jaar werk. Dit zijn bestellingen voor binnen- en buitenland, o.a. drie schepen voor Noorwegen. Men heeft ook reeds eerder voor Noorwegen, zelfs voor Frankrijk en Italië, schepen gebouwd. Steun van regeeringswege hebben deze scheepswerven niet anders dan wanneer het orders voor het buitenland betreft. Dit geschiedt dan echter uitsluitend door vrije invoer van materiaal voor de bouw van deze schepen, waarop dus geen invoerrechten worden geheven. Uit Noorwegen wordt ons bericht, dat jaarlijks een vernieuwing van de vloot met 150 ó, 200.000 ton moet plaatshebben. In de laatste jaren is echter niet meer dan 15 a 20.000 ton gebouwd geworden. De laatste tijd zijn weer nieuwe schepen besteld voor Noorsche reederijen in het binnen- en buitenland. De Noorsche wer-

ven hebben daarvan 40.000 ton aan orders verkregen. Steun van de zijde van de overheid wordt daarvoor niet verleend. Inde laatste drie jaren hebben niet meer dan gemiddeld 4000 arbeiders inde scheepsbouw werk gehad. Wij nemen vervolgens hier nog op de mededeeling van de Engelsche gedelegeerde ter vergadering van het centraal comité van onze Internationale, die over de toestand inde Engelsche scheepsbouw n.l. het volgende opmerkte: De regeering heeft een leening van 9 millioen pond sterling toegestaan voor de verdere afbouw van de twee grootste schepen, om daardoor de toestand inde scheepsbouw te verbeteren. De handel is wel iets beter geworden, maar hij vreest, dat waar de verkregen opdrachten nog steeds niet door nieuwe gevolgd worden, de werkloosheid weer zal toenemen wanneer de kunstmatige drukte door aanbouw van oorlogsmateriaal en steunmaatregelen van regeeringswege geëindigd is.

Sluiten