Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

41ste JAARGANG No. 37 ZATERDAG 15 SEPTEMBER 1934 OPLAAG 44 300

\ _ vx JUXUIV ÜV/V7 B MfTAAIBIWIM II A T "JL 1 WEEKBLAD VAN DE |_ALCEWEENE__MEDERLAWDSCHE WETAALBEWERKERSBONP | I '!'!! I tIEMOM>TL^M^AMSTERDAM! | SSZSSSSU— TT* | personeel 0-20 J

Bij de herdenkingsfeesten van de martelaren van Tolpuddle. II (Slot.) Dorchester, een stadje van zoo ongeveer 12.000 inwoners, stond, toen wij er op Woensdag 29 Augustus onze intrede deden, al geheel in het teeken van de herdenkingsfeesten. Dat waste zien aan de winkelétalages en aan groote doeken die hoog boven de straten, van huis tot huis waren gespannen. Alle hotels waren mudvol, ook in het nabijgelegen Weymouth, een aardige badplaats, waar op Maandag 3 September het congres van het Engelsche vakverbond zou worden gehouden. Ons, buitenlanders, had men deswege bij particulieren ingekwartierd, een maatregel die wij slechts heel matig konden waardeeren. Aan de avond van die eerste Woensdag waarop wij in Dorchester aankwamen, zou ineen gemeentegebouw een tooneelstuk worden opgevoerd, waarin de geheele geschiedenis van de zes martelaren was verwerkt. Het stuk was geschreven dooreen bekend Engelsch tooneelschrijver. Het werd voor de eerste maal opgevoerd voor een geheel gevulde zaal met een uitgelezen gezelschap genoodigden, waaronder de buitenlanders. Op de eerste rij troonde de burgemeester van Dorchester met het attribuut van zijn waardigheid, de zilveren keten, om de hals. Nog bij een andere gelegenheid zouden wij deze magistraat ontmoeten. Het stuk, waarvan de 36 meespelenden uitsluitend menschen uit het graafschap Dorsetshire waren, werd een groot succes. Ook op hen die vanwege de taal het stuk niet geheel konden volgen, maakte de opvoering groote indruk en aan het slot werd aan schrijver en spelers een spontane ovatie gebracht. ’s Andere daags, Donderdags, zou een optocht van versierde voertuigen worden gehouden. Dat was ’s middags om twee uur en vanzelfsprekend waren wij van de partij. Hier, bij deze gelegenheid, werd ons een stukje van de Engelsche geestesgesteldheid geopenbaard. Alle deelnemers en dat waren er zeer velen, stonden met hun voertuigen opgesteld op het zeer ruime kazerneplein. Onheilspellend uitziende kanonnen, in de loop van de jaren 1914—1918 op de Duitschers veroverd (doch naar men ons mededeelde van Engelsche afkomst!), waren op verschillende plaatsen opgesteld, ’t Ontbrak er nog maar aan dat men ze er speciaal voor die gelegenheid neergezet had. Vlak inde nabijheid van zoo’n kanon stond een wagen „voor de vrede” opgesteld. Een grafheuvel had men er op ge-

ïmiteerd met een kruis en daarbij een gebogen vrouw Vóórdat de stoet zich in beweging zette, verscheen de burgemeester, de hals weer versierd met de ambtsketen, op een tribune om een toepasselijk woord te spreken. Ook bij andere gelegenheden bleek ons dat de Engelschen niet van lange redevoeringen houden, hetgeen mij nuttig voorkomt. Met een muziekcorps aan ’t hoofd, zette

de stoet zich in beweging om die middag heel Dorchester te doorkruisen, ’t Was deels een propaganda-, deels een reclame-optocht, De bierbrouwerij ter plaatse was met een fraai versierde wagen uitgekomen en vlak daarachter...™ rolde een voertuig van de geheelonthouders...! Een andere wagen waarop zooiets als de toegangspoort van het kerkhof te Tolpuddle, maakte reclame voor stofzuigers. Wat men de Engelschen ook moge verwijten, principereiterei zeker niet. Ernst en luim wisselden elkander inde stoet en daarbuiten bij voortduring af. Verschillende zakenlieden en o.a. ook de ziekenverpleging, waren inde optocht vertegenwoordigd, naast versierde voertuigen waarin voor de vrede en voor de eischen der arbeiders werd geageerd, ’t Was eenvoudigweg dol-gemoedelijk. Maar , heel Dorchester en omgeving

was op de been. De winkels waren voor een groot deel gesloten. Het geheele stadje stond in het middelpunt van de herdenkingsfeesten en die op hun beurt in het middelpunt van heel de bevolking. En wij konden niet nalaten elkander op te merken dat men er hier dan toch maar in slaagde zoo’n herdenkingsfeest van de vakbeweging tot een gebeurtenis voor heel de bevolking te maken. Op een groot sportveld werden die middag voetbalwedstrijden gehouden. Eerst speelde een Dorchester club tegen een ander Engelsch elftal. Later een Zwitsersch tegen aan Engelsch elftal. Als je voor het

eerst van je leven naar een voetbal-match gaat kijken, doe je dat in Engeland. Wij besloten de Zwitschers te steunen, niet uit overweging van voorkeur voor een bepaalde natie, maar alleen omdat wij ons te midden van al die Engelschen net zoo vreemd gevoelden als die elf Zwitsers. Reeds voor de rust die de stand voor de Zwitsers op 2—o bracht, was Danz, die evenals schrijver dezes nog nooit naar voetbal, anders dan met hautaine minachting gekeken had, tot een enthousiast supporter uitgedijd. Niet het minst aan zijn stormachtige bijvalsbetuigingen dankten de gasten van de bergen hun 2—o voor de rust. Maar toen was ’t ons welletj es en verlieten wij het versierde sportterrein, de tenten, waar men voor weinig geld lafenis (ook een straffe Whisky) kon bekomen, achter ons latend. * * * De voornaamste en ernstige herdenking vond Vrijdags in Tolpuddle plaats.

bet dorp waar honderd jaren tevoren zich het drama had afgespeeld. Daar zouden allereerst zes arbeiderswoningen, elk genoemd naar eender zes martelaren, plechtig worden ingewijd. Deze zes vaneen centrale eetzaal voorziene woningen, zijn bestemd voor oude leden van de landarbeidersbond, die zich voor hun organisatie verdienstelijk hebben gemaakt. Zij zijn gesticht door het vakverbond ter herinnering aan de zes mannen, waaraan het nageslacht zooveel verschuldigd is. Aanvankelijk had men ’t plan opgevat om een huisje, waarin één der zes mannen gewoond heeft en dat nu nog bestaat, tot een soort museum in te richten. Dat is het huisje vaneen der Stanfield’s. Toen echter bleek dat daarin eens een felle brand gewoed had, die het geheele interieur heeft vernietigd en feitelijk alleen de buitenmuren spaarde, liet men dat denkbeeld varen. Op een groot open terrein, vóór de zes woningen, waren op die zonnige Vrijdagmiddag duizenden menschen samengestroomd. Een muziekcorps stond opgesteld en er was- een soort tribune opgericht, vanwaar gesproken werd. Wij ontvingen een boekje, bevattende een aantal liederen. Buitenop stond: Liederen om te zingen (Songs to Sing). Na de twee korte toespraken werd onder begeleiding der muziek door alle aanwezigen een lied uit deze bundel gezongen. „England Arise” (Engeland sta op). Over die bundel nog iets meer, omdat het zoo’n eigenaardig licht werpt op de mentaliteit inde Engelsche arbeidersbeweging. Op de eerste bladzijde een lied door George Loveless inde gevangenis, direct na de veroordeeling tot 7 jaren deportatie, geschreven. Wij laten hier een vrije vertaling van het lied volgen: VRIJHEIDSZANG. God is onze leidsman! Van het veld, van de golven, van de ploeg, van het aambeeld en van het weefgetouw, komen wij om de ons volgens de landswetten komende rechten te behouden. En velt de dwingeland ook een partijdig oordeel; Wij heffen het wachtwoord „vrijheid” aan. Wij willen, wij willen, wij willen vrij zijn! God is onze leidsman! Geen zwaarden trekken wij. Wij geraken niet in vervoering voor de veldslagen van de oorlog, Krachtens eenheid, rechtvaardigheid en wet, eischen wij het geboorterecht onzer vaderen op; Wij heffen het wachtwoord „vrijheid” aan. Wij willen, wij willen, wij willen vrij zijn! Uit deze eenvoudige regelen spreekt tot ons een heel sterk geloof en een vaste wil. Deze inde kerker zuchtende geloovige arbeider putte uit dat geloof de kracht voor behoud van zijn vrijheidsidealen en voor zijn gaaf gebleven strijdlust. Spreekt het geen boekdeelen dat de Engelsche vakbeweging hem en zijn medeslachtoffers volkomen tot haar voorgangers rekent? Maar wacht even, schort uw oordeel nog even op en neemt eerst kennis van het volgende dat door ons is ontleend aan de „Dorset Daily Echo” van 31 Augustus j.1.: „Van de kant van de herdenkingshuisjes stak de stoet over naar het kerkhof, dat rondom de kerk van Tolpuddle is gelegen en waar een grafsteen, geplaatst op het graf van James Hammett, werd onthuld door George Lansbury, de veteraan en leider van de Labour Party in het Lagerhuis. James Hammett werd metselaar na zijn terugkomst uit de deportatie en de Vereenigde Bouwarbeiders Bonden besloten op voorstel van George Hicks, lid van het Lagerhuis, om de kosten van dit huldeblijk te dragen. De steen draagt de inscriptie: James Hammett, martelaar van Tolpuddle, pionier van de vakbeweging en kampioen voor de vrijheid, geboren 11 December 1811, gestorven 21 November 1891.

OFFICIEELE MEDEOEELINGEN Over de week van 17 tot en met 22 September 1934 wordt het contra butiezegel op de 38ste week in het bondsboekje geplakt. De steen was vervaardigd door leden van de Vereenigde Bouwarbeiders Bonden uit de omgeving van Portland. De plechtigheid aan het graf ving aan met een gebed, uitgesproken door de predikant van Tolpuddle, Rev. Henry Gilbert. Daarne had de onthulling plaats door George Lansbury, waarop een toespraak volgde van George Hicks. Rev. F. J. Williams, super-indendant van de Methodistenkring, tot welke de kleine kapel te Tolpuddle behoort, ging eveneens in gebed voor, waarna een hymne, gespeeld door de Schotsche C.W.S. kapel, de plechtigheid besloot.” Hier, bij dat graf van James Hammett, werd gesproken door de grijze Lansbury, de trouwe socialist die na Mac Donald’s val de arbeid, die hij wegens zijn hooge ouderdom reeds had opgegeven, weer hervatte. Maar vóór hem ging een predikant voor in gebed en de plechtigheid werd eveneens met gebed beëindigd. Dat teekent de Engelsche verhoudingen ten voete uit. Godsdienst en socialisme staan er niet vijandig tegenover elkander. De getuigende Lansbury én de getuigende predikanten aan ’t graf van de eenige der zes strijders voor de vrijheid die in Tolpuddlesche bodem zijn laatste rustplaats vond... Wij zijn even stil geweest daar in het openstaande oude kerkje van Tolpuddle en aan het graf van hem die in haar schaduw voor eeuwig rust.

Bij de boomen, waaronder meer dan honderd jaren geleden de landarbeiders van Tolpuddle elkander na de arbeid vonden en waar hun armoedig leven het gesprek van de dag uitmaakte, wenschte het vakverbond een bank te plaatsen als herinnering. Toen men verlof vroeg aan Sir Debenham, president van de dagbladen-trust, die eigenaresse van de grond is, bood deze onmiddellijk aan om uit eerbied voor de nagedachtenis dier mannen, voor zijn rekening een overdekte schuilplaats, een soort van paviljoentje te laten bouwen. Bij de onthulling daarvan, die plaats vond na de plechtigheid aan Hammett’s graf, heeft Sir Debenham o.a. gezegd, dat het voor hem bijna onmogelijk was zich te realiseeren, dat er drie jaren vóór de geboorte van zijn vader zulke wreedheden en ongerechtigheden waren bedreven jegens mannen van het karakter en bezield met de edele bedoelingen als waarvan George Loveless en diens vrienden getuigden... Wij zijn van Tolpuddle heengegaan en zullen er wel nimmer terugkeer en. Maar wij bewaren de herinnering aan een mooie landstreek, waar zich droeve en blijde gebeurtenissen voor de Engelsche arbeidersbeweging hebben afgespeeld. * * * De herdenkingsfeesten zijn besloten met een groote demonstratie op Zondag 2 September, maar vóór deze door Dorchester’s straten trok, had de K.L.M. ons veilig en rustig hoog boven de baren van de Noordzee naar Amsterdam teruggevoerd. En wij behouden slechts de herinnering aan de kennismaking met de verwante arbeidersbeweging, waardoor wij veel geleerd hebben en waarmede wij bij onze verdere arbeid ons voordeel kunnen doen.

Het eerste rijwiel van de Indianen

Een groepje Hollanders op het sportterrein

Tegen de oorlog

Sluiten