Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het afdelingsbestuur te verstrekken formulier. De 'candidaatstelling is ongeldig indien naam en adres van den candidaat niet volledig zijn vermeld en gevolgd door de handtekening van ten minste tien leden uit de desbetreffende groep en dit formulier niet bij het afdelingsbestuur is ingediend binnen de daarop vermelde termijn. Leden, die een candidaat gesteld hebben, mogen niet nog andere candidaten stellen voor dezelfde of voor een andere bedrijfsgroep. Het voorkomen van handtekeningen op meer dan één formulier voor candidaatstelling, maakt deze handtekeningen ongeldig; c. om candidaat gesteld te kunnen worden en verkiesbaar te zijn als ledenvertegenwoordiger, moet men meerderjarig en ten minste een jaar lid van de bond zijn. De functie van vertrouwenslid en lid van de ledenraad is in één persoon verenigbaar; d. de stemming heeft plaats binnen vier weken nadat de candidaatstelling gesloten is op door het afdelingsbestuur tijdig aan de leden uitte reiken stembiljetten, waarop de candidaten vermeld zijn en duidelijk is aangegeven op welke datum en tijd de stembiljetten moeten zijn Ingeleverd; e. het afdelingsbestuur kan uit de leden een commissie benoemen om het bestuur bij te staan inde regeling van en het toezicht op de verkiezing. Wanneer bij eerste stemming niet in alle plaatsen is voorzien, wordt voor candidaten, welke niet de volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen op zich verenigden, een herstemming uitgeschreven, waarbij dan als gekozen worden beschouwd zij, die de meeste stemmen op zich verenigden; f. om de twee jaren treedt de helft van de gekozenen af, doch zijn terstond weder herkiesbaar. De eerste keer worden de aftredenden door loting aangewezen. In tussentijds ontstane vacatures wordt zoveel mogelijk telkens inde maand April door verkiezing voorzien. Art. 62c. Ledenvergaderingen en ledenraadsvergaderingen moeten zo tijdig mogelijk in het bondsblad worden aangekondigd met vermelding van de te behandelen onderwerpen. In die vergaderingen stemmen de leden over personen schriftelijk, over zaken mondeling, tenzij bij mondelinge stemming de vergadering anders besluit. Aan de als ledenraadslid gekozenen wordt door het bestuur een legitimatiebewijs verstrekt, waarop toegang tot de ledenraadsvergadering wordt verleend. Art. 63. In elke fabriek of werkplaats van enige betekenis wordt één der vertrouwensleden als correspondent aangewezen, die zowel door de leden als het bestuur belast kan worden met het ter kennis brengen van bepaalde zaken aan de belanghebbenden. Art. 64. De vertrouwensleden worden voor twee jaren gekozen en zijn na aftreding direct weer herkiesbaar. Vertrouwensleden, die niet aan hun verplichtingen voldoen, of inde hun opgedragen taak tekort schieten, kunnen door het bestuur ter vervanging worden voorgedragen. Art. 65. Elk lid heeft het recht bij het afdelingsbestuur schriftelijk met redenen omklede voorstellen in te dienen ter behandeling inde ledenvergadering en vertrouwensledenvergadering. Art. 66. De vertrouwensleden ontvangen een legitimatiebewijs, ten einde zich tegenover de leden, het bestuur en op vergaderingen te kunnen legitimeren. Elk jaar, in het begin van de maand Januari, moet het legitimatiebewijs ter controle en eventuele vernieuwing bij het bestuur worden ingeleverd. Art. 67. Vergaderingen van bedrijfsgroepen en van personelen van bedrijfsgroepen worden door het afdelingsbestuur of op last van het bondsbestuur bijeengeroepen zo dikwijls dit nodig zal blijken te zijn. Art. 68. De afdelingsbesturen zijn bevoegd jeugdige personen, buiten de industrie in opleiding zijnde voor de in artikel 5 van de statuten omschreven vakken, als adspirantleden tot de afdeling toe te laten tegen een contributie van 10 ets. per week, plus 1 cent voor het steunfonds. De opbrengst van deze contributie wordt door de afdelingsbesturen aangewend voor ontwikkelings- en ontspanningswerk (jeugdwerk) voor deze adspiranten. In bondsaangelegenheden hebben deze adspiranten geen stemrecht. Art. 69. Voor de goede samenwerking en verbinding met de afdelingen van andere vakbonden ter behartiging van algemene belangen, is de afdeling verplicht zich aan te Sluiten bij de bestuurdersbond ter plaatse. Van dein de vergaderingen van de bestuurdersbond te behandelen onderwerpen en genomen beslissingen worden de leden zoveel mogelijk door het bestuur van de afdeling in kennis gesteld. Art. 70. Indien het afdelingsbestuur om welke reden ook in gebreke blijft dein dit hoofdstuk omschreven verplichtingen na te komen, treedt het bondsbestuur in zijn plaats op. Besluiten of benoemingen vaneen afdeling of een afdelingsvergadering, door het bondsbestuur in strijd geacht met het bondsbelang, kunnen door het bondsbestuur worden opgeschort totdat de bondsraad heeft beslist. HOOFDSTUK IX. Van het bondsorgaan. Art. 71. Hét in artikel 3 onder a. der statuten bedoelde bondsorgaan is getiteld „De Metaalbewerker”. Het verschijnt wekelijks en wordt aan de leden kosteloos verstrekt. De bondsraad stelt, op voorstel van het bondsbestuur, jaarlijks voor de redactionele onkosten een bedrag ter vrije beschikking van den redacteur. Art. 72. De samenstelling en redactie van het bondsorgaan worden opgedragen aan een redacteur. Hij wordt benoemd uit de leden van het bondsbestuur door de bondsraad. Hij wordt voor de tijd vaneen jaar benoemd en is terstond herkiesbaar. Hem kan door de bondsraad, op voorstel van het bondsbestuur, een toelage worden verstrekt. Art. 73. Het bondsorgaan moet bevatten: berichten en artikelen omtrent de bond, de metaalnijverheid en wat daaronder gerekend kan worden, benevens besprekingen van vak- en andere arbeidersaangelegenheden. De redacteur draagt zorg dat de redactionele inhoud niet strijdig is met de statuten, het huishoudelijk reglement of de bondsbesluiten. Hij is van zijn werkzaamheden verantwoording schuldig aan de bondsraad. De redacteur is niet verantwoordelijk voor ingezonden stukken, officiële mededelingen, financiële staten, opgaven van ontvangen gelden en advertenties. Hij heeft het recht ingezonden stukken te weigeren in het bondsorgaan te plaatsen. Hij moet van zulk een weigering den inzender binnen 14 dagen na ontvangst van het stuk, hetzij in het bondsorgaan, hetzij per brief, kennis geven. Art. 74. De bondsraad wijst uit zijn midden, telkens voor de tijd vaneen jaar, een commissie aan, bestaande uit drie leden. Deze commissie benoemt uit haar midden een secretaris, wiens naam en adres in het bondsorgaan worden bekend gemaakt. Inzenders van geweigerde ingezonden stukken, waarin gepolemiseerd wordt tegen de door den redacteur of door anderen geschreven stukken, kunnen tegen de weigering binnen 8 dagen schriftelijk in beroep komen bij deze commissie, die in hoogste instantie beslist. Over stukken van andere dan polémische aard bestaat, met inachtneming van vorengenoemde termijn, beroep op het bondsbestuur, dat in hoogste instantie beslist. Art. 75. De bondsraad kan, bij gebleken noodzakelijkheid, een tijdelijken plaatsvervanger geven of een tweeden redacteur toevoegen. Art. 76. Voor niet-leden wordt de gelegenheid opengesteld zich op het bondsorgaan te abonneren tegen betaling van eendoor de bondsraad vast te stellen bedrag.

Art. 77. De prijs der advertenties wordt door het bondsbestuur vastgesteid. Het bondsbestuur beslist over het al of niet plaatsen van advertenties. HOOFDSTUK X. Van de weerstandskas. Art. 78. Door de bond wordt een weerstandskas gevormd, waaruit de kosten worden betaald die voor werkstakingen, uitsluitingen en andere arbeidsconflicten en slachtofferschap nodig zijn. Uit deze weerstandskas worden ook de gelden geput die voor internationale steunverlening nodig zijn. Art. 79. De gelden voor deze kas worden verkregen uit; a. ten minste 30 pCt. der totaal ontvangen contributies, minus de bijdragen voor de werklozenkas; b. eventueel te heffen extra contributie; c. vrijwillige bijdragen en giften. Art. 80. Recht op uitkering uit deze kas hebben alle leden en adspirantleden zodra zij drie maanden onafgebroken lid van de bond zijn en ten minste 13 weken contributie hebben betaald. Het bondsbestuur heeft de bevoegdheid aan leden, die korter dan 3 maanden lid zijn, een uitkering te verstrekken indien naar het oordeel van het bondsbestuur het al of niet welslagen vaneen actie hiervan afhangt. Art. 81. Slachtoffersteun ontvangen zij, die als gevolg van een werkstaking, uitsluiting of door het uitvoeren ener opdracht van het bondsbestuur werkloos worden, tenzij zij voor uitkering uit het werkloosheidsfonds in aanmerking komen. In dat laatste geval ontvangen zij een toeslag gelijkstaande met het verschil tussen werklozensteun en slachtoffersteun. Slachtoffers of hun gezinnen hebben recht op deze uitkering gedurende 8 weken, doch niet langer dan zij werkloos zijn. Het bondsbestuur is bevoegd in speciale gevallen nog enkele weken steun te verlenen. Art. 82. De uitkeringen bedragen; ongehuwden: gehuwden: voor leden van 14 en 15 jaar ƒ 2. ƒ —.— .»» »» ,» 16 „ 17 ~ ...... „ 3. „ . „ klasse 1 per week „ 4. „ 7. m u 2 ~ ~ ~ 6.—• ~ 9. h n 3 h ~ ............... „ 8. ~ 11,— *• h 4 „ ~ ............... ~ 10.—■ ~ 13.~ » >» 6 ~ ~ ............... „ 12. ~ 15. m ~ 6 „ ~ ......—...... „ 14.—■ ~ 17. » » 7 ~ ~ ............... „ 16.“- ~ 19. »* » 3 ~ ~ ............... ~ 18.— „ 21.—- Bovendien wordt aan gehuwden en daarmede gelijk te stellen leden ƒ 1.— per week meer verstrekt voor elk nietverdienend kind tot een maximum van ƒ 4.—. De totaal-uitkering mag niet meer bedragen dan 70 pCt. van het laatstelijk genoten loon. Art. 83. Uitkering wordt door het bondsbestuur geweigerd, indien de betrokkene zich niet onderwerpt of nalatig blijft aan de door het bondsbestuur vastgestelde contróle-maatregelen. Geen uitkering wordt verleend aan de leden die de verplichtingen jegens de bond niet zijn nagekomen en meer dan vier weken contributieschuld hebben. Art. 84. De bondsraad heeft de bevoegdheid in bijzondere gevallen een toeslag op de uitkeringen te verstrekken, of de uitkeringen te verlagen. HOOFDSTUK XI. Pensioenfonds. Art. 85. De bond heeft een fonds waaruit uitkeringen kunnen worden verstrekt aan leden die door ouderdom hun beroepsarbeid moeten opgeven. Art. 86. De gelden voor dit fonds worden verkregen door: a. storting van ten minste 5 cent per lid en per week; b. vrijwillige bijdragen, giften en renten. Art. 87. Het bondsbestuur is bevoegd een wekelijkse uitkering van ƒ3.— te verstrekken aan leden en admittentleden, die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, opgehouden hebben beroepsarbeid te verrichten en ten minste 25 jaar lid van de bond zijn geweest. Voor overgekomen leden telt de duur van het lidmaatschap van de organisaties, uit welke zij zijn overgekomen, mede voor zover zij vóór of op 1 Januari 1931 tot de bond zijn toegetreden. Voor leden die na 1 Januari 1931 uit andere bonden naar de bond overkomen, telt het lidmaatschap van de vroegere organisatie slechts mede als deze eveneens een soortgelijke uitkering aan de oude leden verstrekt en met de bond een overeenkomst is aangegaan betreffende het met rechten overnemen van leden. Art. 88. Aanvragen tot uitkering worden schriftelijk tot het bondsbestuur gericht. Wordt de aanvrage afgewezen, welke afwijzing hem bij aangetekende brief wordt medegedeeld, dan kan hij, binnen drie maanden na ontvangst, schriftelijk in beroep komen bij de bondsraad, wiens beslissing definitief is. Art. 89. Ter zake van aanspraken op deze uitkering zullen de leden de bond nimmer in rechten kunnen betrekken. De beslissing van alle geschillen te dien aanzien is opgedragen aan het bondsbestuur en bij beroep, aan de bondsraad. Art. 90. Indien de geldelijke toestand van het fonds zulks vordert, zal de bondsraad bevoegd zijn op voorstel van het bondsbestuur deze uitkering voor bepaalde of onbepaalde tijd te schorsen of het bedrag te verlagen. Art. 91. Het bondsbestuur kan een toegestane uitkering tijdelijk of voorgoed doen ophouden wanneer het desbetreffende lid zich schuldig maakt aan voortdurend wangedraf en na waarschuwing daarin volhardt, of handelingen pleegt die de belangen van de bond ernstig schaden. HOOFDSTUK XII. Steunfonds. Art, 92. Door de bond wordt een fonds gevormd met het doel steun te verlenen; a. in bijzondere gevallen; b. aan de nabestaanden van overleden leden; c. aan leden die aan tuberculose lijden, van welk fonds het beheer en de wijze van werken bij afzonderlijk reglement worden vastgesteld. REGLEMENT VOOR HET STEUNFONDS. Doel en middelen. Art. 1. Het krachtens artikel 92 van het huishoudelijk reglement ingestelde fonds, ten doel hebbende steun te verlenen; a. in bijzondere gevallen; b. aan de nabestaanden van overleden leden; c. aan leden die aan tuberculose lijden, draagt de naam „steunfonds” en wordt namens het bondsbestuur door den bondspenningmeester afzonderlijk beheerd en is krachtens de artikelen 39 en 40 van het huishoudelijk reglement aan het toezicht van den accountant en de commissie van controle onderworpen.

Art. 2. De inkomsten van het fonds bestaan uit: a. de bij artikel 43 van het huishoudelijk reglement bepaalde contributie van 1 cent per lid en per week; b. van dein artikel 49 genoemde betaling voor W-, Z- en M-zegels 1 cent per lid en per week; c. vrijwillige bijdragen of donaties van leden of niet-leden van de bond; d. bijdragen uit de bondskas, in bijzondere gevallen met inachtneming van het bepaalde in artikel 37 van het huishoudelijk reglement door het bondsbestuur te verlenen; e. renten en toevallige baten. Van de uitkeringen bij overlijden. Art. 3. Bij overlijden vaneen lid of admittentlid verstrekt de bond aan diens in artikel 8 van dit reglement genoemde nabestaanden een uitkering onder dein dit hoofdstuk nader te omschrijven voorwaarden. Het bondsbestuur beoordeelt of die voor waarden vervuld zijn, behoudens hoger beroep op de bondsraad. De beslissing van de bondsraad is definitief en de bond kan te dier zake nimmer in rechten worden betrokken. Art. 4. Geen recht op uitkering hebben de nabestaanden van leden, welke bij toetreding tot de bond 50 jaar of ouder waren, tenzij zij bij overlijden tien jaar óf langer lid van de bond zijn geweest. Art. 5. De uitkering zal bedragen: na 1 jaar lidmaatschap ƒ4o.—; na 2 jaar lidmaatschap ƒ6O.—; na 3 jaar lidmaatschap ƒ 80.—; na 4 jaar lidmaatschap ƒ 100.—. Indien het lidmaatschap van de bond tijdelijk heeft opgegehouden ten gevolge van buitenlands verblijf, wordt het voor deze uitkering als niet afgebroken beschouwd indien het lid gedurende zijn buitenlands verblijf onafgebroken lid was vaneen buitenlandse organisatie, aangesloten bij de Internationale Metaalbewerkersbond. Art. 6. Voor leden, die volgens de bepalingen van art. 4 van het huishoudelijk reglement van andere organisaties worden overgenomen, telt de duur van het lidmaatschap in die organisaties mede, mits in die organisaties uitkering bij overlijden wordt verstrekt en de betrokkenen bij toetreding in die organisaties niet ouder dan 50 jaar waren. Art. 7. De uitkering wordt alleen verleend aan de nabestaanden vaneen lid, dat op het ogenblik van zijn overlijden niet meer dan drie weken contributieschuld had, of niet meer dan drie weken met de afname vaneen W-, Zof M-zegel ten achter was, de bondsbesluiten steeds nageleefd en zich als goed lid gedragen heeft, een en ander ten genoege van het bondsbestuur. Art. 8. Voor de uitkering, bedoeld in art. 3 van dit reglement, worden onder nabestaanden verstaan: I°. weduwen of daarmede naar het oordeel van het bond» bestuur gelijk te stellen personen; 2°. kinderen of daarmede naar het oordeel van het bondsbestuur gelijk te Stellen personen; 3”. ouders of daarmede naar het oordeel van het bondsbestuur gelijk te stellen personen. De uitkering wordt onvoorwaardelljk verleend aan weduwen of daarmede gelijkgestelden en minderjarige kinderen. Het bondsbestuur kan. Indien geen nabestaanden inde hier bedoelde zin zijn achtergelaten, aan andere personen, voor wie het overleden lid de kostwinner was, de uitkering verlenen, op de wijze, in elk geval afzonderlijk te bepalen. De betaling gedaan aan weduwen of daarmede gelijfcgestelden, sluit elk recht mt van andere nabestaanden. Art. 9. Is geen weduwe of daarmede gelijkgestelde nagelaten, dan hebben alleen de minderjarige wezen gezamenlijk recht op uitkering. Zijn van deze twee categorieën geen nagelaten, dan komt het recht op de uitkering aan degenen wier kostwinner het overleden lid was. Art. 10. De uitkering wordt verstrekt op vertoon van het bondsboekje, na overlegging vaneen wettig bewijs van overlijden. Wanneer drie maanden na datum van overlijden geen aanvrage voor uitkering is ingediend, vervallen daarna alle aanspraken op deze. Art. 11. De onder dit hoofdstuk bedoelde uitkering kan ook plaats hebben als een lid blijvend invalide is inde zin van art. 71, punt A. en art. 72 van de invaliditeitswét. De uitkering zal eerst plaats hebben, indien door de betreffende raad van arbeid een beslissing in voornoemde zin is genomen. In dat geval geschiedt echter geen uitkering bij overlijden en eindigt het lidmaatschap van den betrokkene. Van de sanatorium verpleging. Art. 12. Aan leden van de bond, lijdende aan tuberculose en tot herstel hunner gezondheid verpleging ineen sanatorium behoevend, kan, met inachtneming van de hierna volgende bepalingen, uit het fonds een tegemoetkoming inde kosten dier verpleging en die der uitrusting worden verleend, met dien verstande, dat laatstgenoemde kosten hoogstens tot een bedrag van ƒ 45. worden vergoed. Art. 13. Recht op dein het voorgaande artikel bedoelde verpleging is eerst aanwezig, nadat een lid gedurende minstens een jaar lid van de bond is, gedurende deze tijd regelmatig en volledig zijn contributiën heeft betaald en aan alle verplichtingen van de bond heeft voldaan. Art. 14. Een lid, dat voor verpleging in aanmerking wenst te komen, heeft zich daartoe schriftelijk te wenden tot zijn afdelingsbestuur, hetwelk na onderzoek het desbetreffende verzoek, vergezeld van de nodige gegevens en van zijn advies, aan het bondsbestuur zendt. Het bondsbestuur beoordeelt of op een aldus gedaan verzoek kan worden ingegaan en beslist, na een medisch onderzoek vaneen daarvoor aangewezen geneeskundige, of hulp zal worden verleend. Van deze beslissing wordt den betrokkene zo spoedig mogelijk kennis gegeven. Art. 15. Omtrent de duur der verpleging gelden geen vaste regelen. Elk geval zal door het bestuur afzonderlijk worden behandeld en beoordeeld, aan de hand van het geneeskundig advies. Steun in bijzondere gevallen. Art. 16. Steun in bijzondere gevallen kan worden verleend: a. aan leden van de bond die als gevolg van het werken voor de bond, hetzij uit andere oorzaak buiten eigen schuld, in bijzonder moeilijke omstandigheden zijn geraakt; b. aan afdelingen of groepen van leden voor bijzondere doeleinden. Art. 17. Dein artikel 16 genoemde steun kan worden verstrekt op aanvrage van leden bij hun afdelingsbestuur, welk bestuur de aanvragen onderzoekt en met advies aan het bondsbestuur overbrengt. Het bondsbestuur beoordeelt de aanvrage en beslist of steun zal worden verleend. Slotbepalingen. Art. 18. Elke twee jaar, tegelijk met het verslag van de bond, wordt verslag uitgebracht van de toestand en de verrichtingen van het fonds. Art. 19. In gevallen, waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur. Art. 20. Wijziging van dit reglement en opheffing van het fonds kan alleen geschieden door de bondsvergadering. Bij opheffing van het fonds vervallen de bezittingen aan de bond.

Sluiten