Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42ste JAARGANG No. 24 ZATERDAG 15 JUNI 1935 nPT4Ar/l9

ii «rmmmml ** 1 n WEEKBLAD VAN DE ■?""' -ft * -10111 n3 j~^^S^,JSSSESï^iEÉE--J!!!*OMj^^ERKERSBOWp I Voor buitenland verhoogd met porto 19 AAfI AMST ERDAM Z 9 Gewone advertenties per regel f 030 2617-- 900301 Aanvragen voor personeel '„ ” 0.20 fi

Van ’t bondsjeugdfeest in ’t Flevokamp. De pinksterdagen zitten er weer op en tegelijk daarmede behoort ook het jaarlijkse feest van onze jeugdgroepen tot het verleden, ’t Is geschiedenis geworden en het verlangt nu een soort van nabetrachting. Het verloop van zaken maakt ons dat niet moeilijk, ’t Is veel gemakkelijker te schrijven over iets dat prettig verlopen is dan in het tegenovergestelde geval. Dit bondsjeugdfeest is uitermate goed geslaagd en wij zijn er zeker van dat alle deelnemenden er met grote voldoening op zullen terugzien. Vanaf Zaterdagavond 7 uur tot Maandagmiddag half vier heeft in en om het Flevokamp de lucht gedaverd van de luidruchtige uitbundigheid der jeugdige schare en zelfs een aantal oudere Amsterdammers, dat door nieuwsgierigheid gedreven de eerste dag het kamp bezocht en min of meer gastvrijheid genoot, was al vrij spoedig door de vreugde- en jolijtbacil aangetast. Maar laat ons niet al te ver vooruitlopen en liever eerst iets over begin en aanvang schrijven. Toen wij zo ongeveer half zes inde avond te Bussum uit de trein stapten, zagen wij op het perron een groep jonge mensen samendrommen. In hun midden veel bagage en opgerolde vlaggen, ’t Waren onze kampeerders, die via Amersfoort en Utrecht gearriveerd waren. De controle passerende, ontdekten wij onzen vriend Jan Landman, geheel tot kampeerder getransformeerd, die met de contróle-beambte stond te overleggen. De „vrachtbrieven”, die ’t vervoer van de nog op het perron samendrommende kampgenoten moesten dekken, leken mij het onderwerp van deliberatie. Buiten op het stationsplein van het mooie Bussum was alles nog rustig, maar dat duurde niet langer dan tot het ogenblik waarop Jan Landman met z’n reisgenoten naar buiten kwam. Zo tegen zes uur was ook de richting „Amsterdam” met toebehoren aangekomen. De drukte groeide aan. Een vriendelijke politieman die het vrolijke groepje van niet te grote afstand gadesloeg en die een groot aantal inmiddels ontrolde vlaggen „in het oog kreeg”, klampte ons aan met de vraag of wij soms de leider waren. Wij maakten hem duidelijk, dat ons leiderschap nu niet direct de leiding van de te formeren optocht betrof. De man was erg innemend wat z’n optreden betrof, maar ja, hij zag vlaggen en bijna uitsluitend rood van kleur. Of we vergunning hadden, informeerde hij en zo ja, wie dan in ’t bezit was van het document dat onze vrije doortocht door Bussum waarborgde. Inmiddels was Stokman gearriveerd, de enige man die in staat bleek den agent volkomen gerust te stellen. Hij, Stokman, haalde met wijdse zwier een document te voorschijn, de vergunning van Bussum’s burgervader, die ons toestond met volle muziek en ontplooide vlaggen door zijn gemeente te trekken. De agent vond ’t een „mooie” vergunning en dat waren wij voor honderd procent met hem eens. Helemaal geen gezanik over zingen of over kleur van doeken. ’t Was puik in orde en dus: begon de stoet zich op te stellen. Het tamboer- en

pijperscorps van Hilversum was ook gearriveerd en kort daarna kon het sein voor de afmars worden gegeven, De foto die wij hierbij reproduceren werd genomen op het ogenblik waarop de stoet zich nog op het Stationsplein bevond. Onzen vriendelijken agent zien wij op z’n rijwiel gezeten naast Stokman de stoet begeleiden. ’t Weer hield zich uitstekend en maakte de wandeling naar ’t Flevokamp tot een waar genot. De meisjes en jongens, ontdaan van hun bagage, die per vrachtauto vooruit gezonden werd, stapten vlug en lenig langs de weg en de muzikanten en trommelslagers zorgde voor een prettig marstempo.

’t Zal ongeveer 7 uur geweest zijn toen de stoet het terrein van ’t kamp opmarcheerde. Hoog op een heuvel stond de kampmast te wachten op het hijsen van de bondsvlag die gedurende drie dagen hoog aan zijn top zou wapperen. ’t Plechtige ogenblik van de officiële opening was aangebroken. Ineen halve cirkel geschaard stonden de aanwezigen toen Stokman een kort welkomstwoord sprak. Hoog op de heuvel rondom de kampmast hadden de vlagdragers plaats genomen. Toen op een gegeven sein, ging onder tromgeroffel onze vlag met de initialen: A.N.M.B. omhoog en wapperde na enige ogenblikken vrijuit inde frisse wind. Dan treedt Ru Mulder naar voren om onder doodse stilte het eerste couplet van „De roden roepen” te declameren. Eén der meisjes van Hilversum declameerde daarna en hiermede nam de plechtige opening een einde. Het was een mooi en waardig begin, dat veelbelovend was voor het verdere verloop van ons jeugdfeest. Weinig moeite was er voor nodig om de rust van de luisterende halve cirkel te verstoren. Nauwelijks had Stokman de mededeling gedaan dat nu ieder z’n boeltje naar de tent kon brengen, zich wat kon verfrissen en dat daarna de broodmaaltijd zou aanvangen, of de hele troep stoof uiteen. Alleswas uitstekend geregeld, zodat ieder ineen minimum van tijd zijn of haar tent wist te vinden. Lang werk hadden zij trouwens niet, want een knagende honger dreef hen automatisch naar de eettent, waar grote stapels boterhammen op hun

uur van scheiden stonden te wachten. Stokman is vast en stellig iemand die zich bewust is dat de liefde waarvoor en waartoe dan ook door de maag haar weg vindt. Deze levenshouding tekent zich af in hoeveelheid en kwaliteit van voedsel waarmede hij de deelnemers in- stemming brengt. De stapels brood met alles wat er op en bij was, verdwenen als rook voor de wind. De eerste samenkomst werd zo ongeveer om 9 uur gehouden. Ofschoon het weer in ’t algemeen genomen zich goed hield, besloot men wijselijk om ’t programma niet inde openlucht, maar inde daarvoor zeer

geschikte tent uitte voeren, ’t Is vrij laat geworden. De Rotterdammers, de Apeldoorners, de Hagenaars en de Haarlemmers hebben zich achtereenvolgens zeer tot genoegen der aanwezigen laten horen. Wij mogen aannemen dat ook de opvoerders vaneen enkel stuk zelf wel tot de ervaring zullen zijn gekomen dat hun keuze niet bijster gelukkig is geweest. Goed lekenspel heeft niets te maken met ’t opvoeren van tamelijk prullerig namaak-toneelspel. Verreweg het merendeel van het gebodene getuigde echter van goede smaak en ernstige voorbereiding. Het was, zoals gezegd, reeds aardig laat geworden de eerste avond alvorens de tenten werden opgezocht, ’t Was een vrij koude nacht, maarde kampeerders hebben er geen last van gehad, want ze waren gelegerd op dik stro en in prima tenten van eerste kwaliteit, die wij van de fabrieksarbeiders in huur hadden genomen. Alles verdween in zoete rust en slechts de kampwacht, die te zorgen had voor rust, orde en veiligheid, bleef op de been en waakzaam. Zo eindigde de eerste dag met een goede belofte voor de twee andere die nog moesten volgen. ’t Is alles tezamen uitstekend gegaan. Er volgde een genotvolle Zondag en een Maandag die als sluitstuk niet onder behoefde te doen voor zijn beide voorgangers. Maar daarover rapporteren wij ineen slotgedeelte dat wij ineen volgend nummer zullen opnemen.

OFFICIËLE MEDEDELINGEN Over de week van 17 tot en met 22 Juni 1935 wordt het contrihutiezegel op de 25e week in het hondsboekie geplakt. De propaganda van de Coöperatie-Raad onder de moderngeorganiseerden. Verschenen is het jaarverslag van de Coöperatie-Raad over 1934. Wij brengen in herinnering dat deze raad, die samengesteld is door het N.V.V. en de Centrale Bond van Nederl. Verbruikscoöperaties. ingesteld is om onder de modern-georganiseerde arbeiders propaganda tè maken voor aansluiting bij de coöperaties. Ingesteld in 1926, is hij nu sedert acht jaren werkzaam geweest onder de energieke leiding van S. de la Bella Jr., secretaris van het N.V.V. Zowel in woord als in geschri£t_is in deze jaren, vooral gedurende de wintermaanden, hard gewerkt en de resultaten zijn niet uitgebleven. Want de coöperatieve beweging is sedert 1926 in ons land niet onbelangrijk gegroeid. Wij mogen deze groei niet uitsluitend aan het werk van de Coöperatie-Raad toeschrijven, want ook de Centrale Bond zelf. voert een onafgebroken intensieve propaganda die gezien mag worden, Toch zijn wij van oordeel dat de Coöperatie-Raad een zeer groot deel tot de groei heeft bijgedragen. Het ledental van de Centrale Bond heeft zich gedurende de laatste jaren als volgt ontwikkeld: 1 Januari 1927 178.704 1 „ 1928 180.359 1 1929 183.428 1 » 1930 185.393 1 „ 1931 189.970 1 » 1932 203.358 1 ~ 1933 207.989 1 » 1934 216.114 1 „ 1935 216.705 Deze cijfers tonen ons de regelmatige groei van het aantal bij de Centrale Bond aangesloten coöperatoren. Alleen 1934 geeft een onbevredigend resultaat, maar dat is slechts te wijten aan de liquidatie van de coöperatie „Eigen Hulp” te Amsterdam, waardoor 3446 leden voor de Centrale Bond verloren gingen. Dat ondanks dit verlies de Centrale Bond toch nog in ledental vooruitging, bewijst de groei van de overige coöperaties. De Coöperatie-Raad heeft bij zijn arbeid zich er vooral ook op toegelegd, de mensen op te voeden tot goede coöperatoren en daartoe inde eerste plaats zijn propaganda gericht op versterkte afname van de artikelen van „De Handelskamer”. Mede daardoor kan de Centrale Bond er op bogen dat de leden van de bij hem aangesloten coöperaties ook tot de beste afnemers van de Haka-artikelen behoren. Het verslag van de Coöperatie-Raad geeft naast een overzicht van de groei van de geldomzetten van „De Handelskamer”, tevens het aandeel dat de coöperaties, aangesloten bij de Centrale Bond, in die groei

Sluiten