Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en na een dik uur arriveerden we behouden in het Dierenpark. We hebben genoten die dag, te veel om op te noemen. De speeltuin, de apen en de ranja of melk hadden de meeste belangstelling. Maar toen wede ploeg om 5 uur compleet en wel inde bussen hadden, slaakten we toch een zucht van verlichting. We stapten nog eenmaal uit om een versnapering in het bos op te eten. In Soester-

INGEZONDEN Gaarne zag ik onderstaand stukje geplaatst in ons orgaan „De Metaalbewerker”. „Het is nu al ruim een jaar geleden, dat het contract van ons, verwarmingsmonteurs, werd opgezegd en nog steeds horen we niet de uitslag der onderhandelingen, die toch zeker hebben plaats gevonden. Als in „De Metaalbewerker” inzie, ben ik steeds benieuwd te lezen wat door de contract-commissie is tot stand gebracht. Maar steeds vang ik bot. Waarom worden die onderhandelingen verzwegen? Waar reeds tot tweemaal toe met bijna algemene stemmen de loonsverlaging werd verworpen, had ik wel gerekend dat het bestuur achter de arbeiders zou staan, ten eerste voor het steunen van hun eis: terug naar het landelijk contract, ten tweede tegen iedere verslechting in ons contract. Het kan het bestuur niet onbekend zijn, dat door deze langdurige onderhandelingen de lonen der arbeiders geruisloos en met rasse schreden naar omlaag worden gedrukt en straks de strijd voor het behoud van loon en andere voorwaarden meer zorgen zal medebrengen. Juist daarom vraag ik dit in ons vakblad op te nemen, zodat alle verwarmingsmonteurs en helpers zullen medewerken tot het tot stand komen van ons contract en wij niet langer ineen hopenloze warboel blijven voortsukkelen. Kam. groetend, H. L. TIMMAN, Barendzsstraat 15, Amsterdam. Onderschrift. Met ons antwoord aan dezen inzender kunnen wij heel kort zijn. Aangezien mede als gevolg van de houding onzer leden, die het vorige jaar in strijd met het advies van het bondsbestuur een toen nog af te sluiten collectief contract verwierpen, is de bond van werkgevers inde verwar – mingsindustrie opgeheven. Een werkgeversorganisatie waarmede een collectief contract zou zijn af te sluiten, bestaat dus niet meer. Sedertdien zijn in het begin van dit jaar onderhandelingen gevoerd met een commissie, bestaande uiteen aantal werkgevers, leden van de Amsterdamse Verwarming-Installateurs Vereniging (A.V.I. V.) Deze onderhandelingen zijn enige tijd voortgezet en hebben geleid tot een ontwerp-contract, waarover, behoudens op enkele onderdelen, in beginsel overeenstemming was bereikt. De gang van zaken aan werkgeverszijde was evenwel zódanig, dat tot nog toe van afsluiting vaneen collectief contract niets kon komen. Aangezien er dus ondanks alle moeite nog niets positiefs tot stand is gebracht, kunnen wij noch dezen inzender, noch anderen iets belangrijks mededelen. De onderhandelingen zijn verzwegen omdat er niets van belang over te zeggen was. En zolang wij nog de kans aanwezig achtten om tot overeenstemming te komen en mogelijk resultaat te bereiken, wensten wij dat niet door ontijdige publicaties te bemoeilijken. De gang van zaken is nu intussen zó geworden, dat wij onzen leden binnenkort nieuwe definitieve voorstellen voor het voeren ener actie zullen voorleggen. De „geruisloze verlagingen”, waarover in-

berg kregen we nog een glas ranja. Vaders en Moeders wachtten ons op en zo was deze fijne dag ten einde. Deze dag van vreugde sluit goed aan bij het a.s. 25-jarig bestaan van onze afdeling. En nu gaan we weer aan het werk. De kameraden die niet op de vergadering aanwezig waren toen we tot dit plan besloten, zijn er de volgende maal wel, opdat ook met hun mening rekening gehouden kan worden!

zender schrijft, zijn overigens niet het gevolg van de langdurige onderhandelingen, maar van de omstandigheid dat men onverstandig genoeg is geweest het oude contract met al de gevolgen daaraan verbonden, te verwerpen. Red.

Werkverruiming 11. (Slot.) De schrijver gaat nu na wat de gevolgen zijn voor de openbare financiën. Zouden deze fnuikend, of alleen maar verstorend zijn, dan had het voorafgaande weinig meer betekenis dan een rekenkundig amusement of een wrede blij makerij. Tegenover de vermeerdering der uitgaven voor publieke werken stonden dus tot dusver een vermindering der uitgaven voor werklozensteun en crisistoelagen als gedeeltelijke compensatie en een veel belangrijker productietoeneming dan voetstoots als regel wordt aangenomen. Deze gedeeltelijke compensatie wordt nog iets vergroot door de toeneming der belastingopbrengst: accijnsen, crisisheffingen, omzetbelasting, invoerrechten. Het totaal-bedrag aan deze meerdere belastinginkomsten wordt geraamd op ruim 9 ton, de vermindering der uitgaven aan werklozensteun op ca. ƒ 3,27 millioen, zodat de budgetpositie voor het Rijk verbetert met ƒ 4.173.000.—; ook hier zijnde voordelige ramingen laag gehouden, vermeerdering der inkomstenbelasting is bovendien buiten beschouwing gelaten. Werd dus door de Staat een voorschot op de bouwkosten verleend van 12 millioen, dan zou de Staatsschuld hierdoor niet toenemen met 12 millioen, doch hoogstens met 8 millioen. Is hiermede het vraagstuk van baten en lasten uitgeput? Hierop geeft het hoofdstuk over de verruiming van de Nederlandse uitvoer door exploitatie van het schip antwoord. Wij willen echter, om op het algemeen karakter der studie nadrukkelijk de aandacht te vestigen, de aanhef van dit hoofdstuk letterlijk aanhalen: „De voorgaande beschouwing is toepasselijk op iedere vorm van werkverschaffing. Of de Staat wegen laat aanleggen, huizen laat bouwen, tot versnelde inpoldering inde Zuiderzee of tot bruggenbouw overgaat en hierdoor werklozen weer in geordende arbeid terugbrengt, er zal steeds een totale arbeidsverruiming ontstaan, die groter is dan het onmiddellijk bij de constructie van deze kapitaalgoederen tewerkgestelde arbeiders. Dit zal aanzienlijke besparing op de verschillende vormen van werklozensteun en een toeneming der belastingopbrengst veroorzaken, tengevolge van de grotere Nederlandse productie. In al deze gevallen vervalt de werkverruiming grotendeels, wanneer de constructie van het kapitaalgoed in kwestie is voltooid.” (Voorbeelden: bruggen wegen, huizenbouw.) Een schip, zo gaat de heer Reuchlin voort, is echter op zijn beurt weer een productiemiddel; de exploitatie geeft aan velen werk. Deze blijvende werkverruiming is te verdelen in: 1. Directe tewerkstelling in dienst der Holland-Amerika Lijn (gages, laad- en loskosten, lonen en salarissen aan de wal). 2. Indirecte tewerkstelling door in Nederland te plaatsen bestellingen. 3. „Secundaire” werkverruiming door

de besteding der toegenomen inkomsten in Nederland. Voor ieder dezer rubrieken is wederom, naar dezelfde grondslagen, berekend welke betekenis de exploitatie voor werkverruiming, versteviging der onderneming en voor de Rijksinkomsten heeft. Een beeld krijgt men uit de volgende tabel:

Deze ontwerpers toch hebben niet inde eerste plaatste maken met werkverruiruiming, waarbij het nalaten grote schade zou brengen door tenietgaan van het bestaande en waardoor de schaal om deze reden naar het ondernemen zal moeten overslaan, maar veeleer met projecten, waarbij het ondernemen direct en positief

Bedrijfsover.• ~ In Ned. schotten tot Arbeidsweken uitgegeven Sociale dekking van (Aantal) lonen lasten vaste lasten Invoer Exploitatie schip 21.300 ƒ509.500 ƒ23.000 _ Scheepsbehoeften 9.800 „ 200.000 „ 8.000 ƒ 101.500 ƒ9O 000 Secundaire productie 12.500 „ 260.000 „ 10.500 „ 132.000 „117.000 43.600 ƒ 970.500 ƒ41.500 ƒ 233.500 ƒ207.000

De werkverruiming met 43.600 weken betekent, aangenomen dat de exploitatie slaagt, een besparing op de werklozensteun van ƒ 325.000, een vermeerderde opbrengst aan belastingen van ƒ 90.000, een opbrengst aan havengelden van ƒ30.000. Het zijn deze drie getallen die den schrijver tot de conclusie voeren: „Het netto bedrag, waarmede de Staatsschuld is toegenomen tengevolge van het verleende voorschot op de bouwkosten, kan, zoals wij zagen, hoogstens ƒ 8 milüoen bedragen. Het blijkt nu, dat het budget tengevolge van de exploitatie van het schip jaarlijks met ƒ445.000 gunstiger afsluit. Of de exploitatie inderdaad dit rendement zou af werpen en dus het cijfer verantwoord is, moeten wij op gezag van den schrijver aannemen. Ten slotte bespreekt de schrijver de financiële gevolgen van het stopzetten van de passagiersdienst op Amerika. De schrijver gaat uit van de overtuiging, „dat de exploitatie van twee gelijkwaardige schepen van het type „Statendam” de enige wijze is, waarop een rendabele transatlantische passagiersdienst onder Nederlandse vlag mogelijk is”. Of dit juist is, kunnen we niet beoordelen. Dit is natuurlijk van eminent belang; want hoe gunstig de rekening er reeds uitziet een vermeerdering der Staatsschuld van f van de bouwsom van 12 millioen, maar daartegenover een verbetering van het budget met jaarlijks ƒ445.000.— wanneer het onthouden vaneen voorschot bovendien een groot verlies zou geven aan het Rijk, dan valt er niet aan te twijfelen, wat Rijksplicht in deze was. Wij gaan dus in het volgende uit van de opvatting van den schrijver, dat de passagiersdienst verloren zou gaan bij het uitblijven van het zusterschip, zonder hierin partij te kiezen. Ook de berekening van primaire, secundaire en verdere verliezen is op overeenkomstige wijze als boven aangeduid opgezet. De schrijver komt dan tot deze conclusie ; „Wanneer dus de passagiersdienst van de Holland—Amerika Lijn wordt stopgezet en inde loop van de daarop volgende zes jaar de werkloosheidsverhoudingen geen ingrijpende wijzigingen ondergaan, dan zouden de Staatsuitgaven ten gevolge van de stijging der werkloosheidsuitgaven en van de vermindering der belastingopbrengst met een bedrag toenemen, dat gelijk is aan het netto overschot benodigd voor de bouw vaneen tweede „Statendam”.” Zoals gezegd, is de conclusie van dit slothoofdstuk voor hen die een politieke beslissing nemen moeten, van het hoogste belang. Hij, die financiële steun aan een tweede Statendam zou weigeren, na afweging van de lasten van het Rijksbudget uit een voorschot tegenover de voordelen van werkyerruiming voor de schatkist en van de te verwachten exploitatie van het transatlantisch passagiersvervoer, neemt een grote verantwoordelijkheid op zich, welke nog belangrijk verhoogd wordt door de met zekerheid te verwachten grote nadelen voor de gemeenschap door het tenietgaan vaneen opzichzelve gezonde vervoersexploitatie. Onze belangstelling echter gaat in het bijzonder uit naar de voorafgaande hoofdstukken, die het inzicht inde betekenis van het vraagstuk der werkverruiming in belangrijke mate hebben verhelderd en die een aansporing zullen zijn voor hen, die zich tot taak stelden, een Plan van de Arbeid te ontwerpen.

overschot aan de kant der baten belooft. Dit geldt met name bij de uitbreiding der industrialisatie tot nieuwe industrieën. Bij het opmaken der rekening zal ook daarbij de studie-Reuchlin een goede wegwijzer zijn. Dat de werkverruiming in zoveel wijdere kring doorwerkt dan die, welke zich direct aandient, zal ook daarbij een activerende factor zijn. De voorstanders van actieve welvaartspolitiek zullen hier waardevol materiaal voor hun actie vinden. Want men vergete niet, dat nuchtere opzet en berekening, bedachtzaam wikken en wegen steeds de basis zullen moeten vormen, waarop zich de propaganda voor het plan en de daadkracht voor zijn verwezenlijking zullen kunnen verheffen. Vermindering der werkloosheid kei Zweden. Aan „Industrial and Labour Information” van 20 Mei j.l. ontlenen wij het volgende: Het aantal ingeschreven werklozen in Zweden is de laatste twee jaren belangrijk gedaald. Bedroeg het aantal in Januari 1933 189.225, in Januari 1934 was het gedaald tot 171.540, in Januari 1935 tot 93.419 en in Maart 1935 tot 83.588, Deze verbetering kwam vooral den jongen arbeiders ten goede. Het totaal-aantal werklozen inde leeftijd van 16 tot 21 jaar bedroeg in Maart 1935 slechts 10.093 of 12,1 pCt. van het totaal aantal ingeschreven werklozen (in Stockholm slechts 1,9 pCt.) Volgens de Zweedse Industriële Vereniging bedroeg het indexcijfer der industriële productie, waarbij seizoensinvloeden buiten beschouwing zijn gelaten (1925—1930 = 100) in Maart 1935 120, tegen 107 in Maart 1934, terwijl het indexcijfer der bedrijvigheid 100 bedroeg, tegen 93 in Maart 1934. Bij het parlement zijn wetsontwerpen ingediend, waarbij credieten worden gevraagd ten bedrage van 55 millioen kronen voor het uitvoeren van bouwwerken, woningbouw, enz. Van deze maatregelen, tezamen met reeds vroeger verkregen eredieten, wordt verwacht, dat in het lopende jaar 30.000 arbeiders gedurende volle tijd tewerk kunnen worden gesteld. Volgens den Minister van Sociale Zaken zullen er dan nog in het volgende begrotingsjaar 45.000 arbeiders per maand werkloos blijven. De minister verklaarde dat werkverschaffing de belangrijkste vorm van hulp moet blijven en dat geldelijke steun zoveel mogelijk moet worden beperkt. Hij stelde voor de volgende bedragen uitte trekken: 32 millioen kronen voor rijks-, semi-rijksen plaatselijke werkverschaffingen, 2 millioen kronen voor geldelijke steun, 4,5 millioen voor openbare werken, welke normaal op latere datum zouden worden uitgevoerd en 1 millioen kronen voor administratiekosten van de Nationale Werkloosheidsraad, vormende in totaal 39,5 millioen kronen. Verder is voorgesteld, dat niet meer dan 2,5 millioen kronen mogen worden beschikbaar gesteld als aanvulling van de bedragen welke reeds vroeger door het parlement waren goedgekeurd, voor hulpverlening, door middel van leningen of subsidies, aan de uitbreiding of stichting van particuliere ondernemingen. Alle nieuwe uitgaven in verband met de werkloosheid zullen, naar wordt vastgesteld, worden gefinancierd door middel van belastingen en niet door leningen. (Doe. bur. N.V.V.)

AFDELING DEN HAAG, OPGELET!! 'r VACANTIE-BONNEN. Hiermede maken wij onzen leden, die bij bouwondernemingen werken en dus vacantiebonnen van het bouwbedrijf ontvangen, bekend, dat zij deze bonnen moeten inleveren op WOENSDAG 3 JULI, des avonds tussen 8 en 9 uur, op ons kantoor: Prinsegracht 72. De uitbetaling van deze bonnen geschiedt op een nader vast te stellen datum, doch in ieder geval vóór Augustus. Wij vertrouwen dat hier goede nota va« genomen wordt. Dit om abuizen te voorkomen. HET BESTUUR.

Sluiten