Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

42ste JAARGANG —No. 36 ZATERDAG 7 SEPTEMBER 1935 OPLAAG 42000

IME paUBM flgl'JX,, 111 WEEKBLAD VAN DE B Ju ■-L 4 J!^^S!iïE!ï£w-iïESESSL^Ï!ESE-J^!OMl^?!^^^s^wPi 8 Voor buitenland verhoogd met porto H ntrIUPIXLAAn AMST ERDAM Z H 9iejW,one aövertent‘es per regel i 0.30

Crisis, devaluatie en wereldhandel (Vs.) Blijkens het rapport, dat wij mochten ontvangen over het devaluatie-vraagstuk, welk rapport dooreen speciaal voor de beoordeling van dit vraagstuk ingestelde commissie is samengesteld, is de strijd over de devaluatie nog niet volstreden. De commissie is blijkens het rapport in twee delen uiteen gevallen. Het ene deel heeft met grote hardnekkigheid het „pro”, het andere deel met niet geringere strijdbaarheid het „contra” van de devaluatie verkondigd. En het typische vaneen en ander is wel, dat beide delen precies evenveel ruimte hebben nodig gehad om hun mening te argumenteren. Het rapport telt n.l. 108 bladzijden. De eerste 4 bladzijden zijn bestemd voor het titelblad en voor het voorbericht. En op de 56e bladzijde wordt het betoog der „pro”-mannen beëindigd. Op bladzijde 57 begint dan het „contra”-deel en bladzijde 107 is niet geheel meer nodig om datgene, wat deze mannen hebben op te merken, aan het papier toe te vertrouwen. Zeer nauwkeurig beschouwd is dus het betoog van hen, die het „contra” wensen aan te voeren, ruim een bladzijde korter, maar dit kleim verschil mag wel verwaarloosd worden. Het geschrift is zeker het lezen en de gepubliceerde cijfers zijn in elk opzicht het bestuderen ten volle waard. Onze leden, die lust tot lezen en studie gevoelen, moeten, voor zover zij althans belangstelling gevoelen voor het „brandende” vraagstuk, dit rapport aanschaffen ofwel ter lezing vragen. Zouden zij na lezing moeten verklaren, dat het ook dan nog zeer moeilijk is om een standpunt in te nemen, dan is hiervoor de commissie geen verwijt te maken. Dan is dat meer een gevolg van de ingewikkeldheid van het probleem. Maar hun economische blik zal er ongetwijfeld door verruimd zijn. Het is óns voornemen niet, om belangrijke of zelfs maar kleine delen uit het rapport inde kolommen van ons vakblad te behandelen. Wij hadden evenwel al geruime tijd het voornemen, om het een en ander over de uitvoer der verschillende landen tijdens deze crisis te schrijven, omdat wij meenden, dat moeilijk gezegd kon worden, dat de uitvoer bij devaluatie zou kunnen worden vergroot. Aan dit voornemen hadden wij tot hedtóu nog geen gevolg gegeven. Het feit evenwel, dat ook de betreffende devaluatie-commissie aandacht aan deze kwestie heeft geschonken, was voor ons een spoorslag om onze plannen tot uitvoering te brengen * * * Algemeen bekend is, dat de crisis een funeste invloed heeft uitgeoefend op de buitenlandse handel der diverse staten. De statistische afdeling van de Volkenbond heeft berekend, dat de internationale handel tot 2/3 van de omvang van die van 1929 was ingekrompen. Dit dieptepunt viel in het derde kwartaal van 1932. Na dit tijdstip kon er een betekenende verbetering geconstateerd worden, waardoor thans het volume der internationaal verhandelde goederen weer ruim 3/4 deel vormt van die van 1929. De vraag is nu te stellen welke landen tot deze verbetering hebben bijgedragen. Een tweede vraag is of de landen, die gedevalueerd hebben, een groter herstel van hun buitenlandse handel te zien geven

dan de landen, die niet devalueerden. De Volkenbond geeft op deze beide vragen een met cijfers gestaafd antwoord. En aan het antwoord op de tweede vraag willen wij enkele ogenblikken onze aandacht wijden. Uiteraard neemt de Volkenbond bij de behandeling van deze aangelegenheid de waarde der verhandelde goederen tot grondslag, omdat het gewicht een te zwakke basis zou vormen. Het kan n.l. voorkomen, dat een land, dat voorheen machines uitvoerde, overgaat tot een grotere uitvoer van ijzer, of zelfs wel van ertsen. Het is dan een klein kunstje om het gewicht van de uitvoer te vergroten. Meer energie zou het echter vereisen om de waarde constant te doen blijven. Datzelfde kan gezegd worden van geweven goederen en ruwe katoen. Uitgaande van deze basis berekent de Volkenbond nu, dat de waarde van de internationale handel in 1934 slechts 34.1 pet. is van de waarde der goederen, die in 1929 werden verhandeld. Gelet op de daling van de prijzen zou de waarde 44 pet. geweest moeten zijn om te kunnen aannemen, dat de totale handel gelijk was geweest aan die van 1929. Een becijfering doet zien, dat de hoeveelheid der internationaal verhandelde goederen pl.m. 77.2 pet. moet zijn geweest. Een beschouwing der cijfers, welke voor de diverse landen worden gepubliceerd, doet nu zien, dat een hoger cijfer dan 44 (zie vorige alinea) slechts dooreen paar staten is behaald, t.w. de Zuid-Afrikaanse Unie, Finland en Roemenië. De cijfers dier landen waren onderscheidenlijk 50.6, 50.8 en 47. Alle andere landen bleven in meer of minder belangrijke mate beneden het cijfer 44. Geven wij allereerst eens de gegevens vaneen aantal landen, die gedevalueerd hebben en die tot de landen behoren, met welker verrichtingen wij gaarne rekening houden. Wij zien dan het volgende over de waarde van de uitvoer gepubliceerd, waarbij het jaar 1929, zoals wij hierboven vermeldden, op 100 is gesteld. Canada 33.3 Verenigde Staten ... 24.3 Japan 38.9 Oostenrijk 3u.7 Denemarken 36.2 Noorwegen 43.4 lerland 24Ji Engeland 33.6 Zweden 41.3 Tsjecho-Slowakije ... 30.3 En nu de cijfers vaneen aantal landen, die niet devalueerden: Duitsland 32.9 België en Luxemburg 42.6 Frankrijk 35.5 Nederland 35.8 Zwitserland 35.2 Italië 34.3 Hongarije 39.5 Met ziet, dat de cijfers in beide groepen nog al sterk uiteenlopen, hoewel het onderling verschil bij de eerste groep betekenend groter is dan inde tweede. Opvallend is zelfs, dat de tweede groep, alleen met uitzondering van Duitsland, boven het wereld-gemiddelde, dat op 34.1 staat, uitkomt. De opmerking, dat er inzake het herstel of de handhaving van de buitenlandse handel vele factoren werken, mag hieraan

wel worden toegevoegd. Het gedevalueerde Amerika blijft b.v. buitengewoon ver bij Noorwegen achter. Engeland en lerland, landen die zo kort bij elkaar liggen en met zovele taanden verbonden zijn, leveren ook een sterk opvallend verschil. Denemarken, dat zovele goede betrekkingen onderhoudt met Zweden en Noorwegen, moet een cijfer publiceren, dat ver achterblijft bij de cijfers dezer landen en komt maar zeer weinig boven ons land uit. Hèt land, dat in het gelukkige bezit is van waardevolle grondstoffen, zal in deze autarkische tijd zijn buitenlandse handel het vlugst herstellen van de slagen, die de crisis hem heeft toegebracht. En het land, dat de moed heeft om de koopkracht van zijn eigen bevolking te vergroten, ook al moeten daarvoor belangrijke hoeveelheden grondstoffen worden ingevoerd, zal zich in zijn geheel het vlugst weten te onttrekken aan de worgende greep der malaise. Want zoveel is zeker, (dit blijkt b.v. ook uit het cijfermateriaal van de Volkenbond) de band tussen invoer en uitvoer is nog nooit zo weinig elastisch geweest als juist in deze dagen, waarin het monster der nationale zelfgenoegzaamheid de welvaart van millioenen werkers met meedogenloze hardheid vernietigd heeft. – Een goede en nuttige brochure van J. G- Suurhoff over eenheid van actie. De „eenheid-van-actie-beweging”, allernieuwste propaganda-truc van de communisten, heeft de N.V. „De Arbeiderspers” er toe bewogen een brochure uitte geven, geschreven door J. G. Suurhoff, secretaris van de Jeugdraad van het N.V.V. Door allerlei omstandigheden zijn we totnogtoe in verzuim gebleven aan deze brochure in ons blad de nodig eaandacht te schenken, een verzuim dat wij hiermee herstellen. Eenheid van actie, aldus de conclusie van den schrijver, zij is nodig en wenselijk en zou grote resultaten kunnen opleveren. Doch slechts op deze voorwaarde. Het moet eenheid-van-actie zijn onder leiding en op de grondslagen van het N.V.V. De voosheid van de eenheid-van-actiebeweging der communisten wordt in deze brochure op glasheldere wijze aangetoond. Wij aarzelen niet dit geschrift bij uitstek geschikt te noemen om op grote schaal onder de arbeiders te worden verspreid. Ons bezwaar tegen meerdere geschriften, die vooral ook inde laatste tijd zijn verschenen, is voornamelijk hierin gelegen, dat zij te hoog grijpen. Vele schrijversvoor-de-arbeiders begaan naar onze opvatting de fout dat zij het doorsnee lezerspubliek te hoog aanslaan. Suurhoff heeft deze fout vermeden, door op zeer duidelijke en eenvoudige wijze tot zijn lezers te spreken en hen de argumenten te verschaffen, die zij inde dagelijkse strijd tegenover de demagogie van de „eenheidsfront-leuze” nodig hebben. Suurhoff houdt daarbij geen slag om de arm, maar stelt klaar en helder de feiten zoals zij zijn. In Nederland, zegt hij, o.a. wonen ongeveer 2è millioen mensen, die in loondienst werken en dus lid vaneen vakvereniging zouden kunnen zijn. Maar alle vakverenigingen in ons land tezamen, hebben nog

= OFFICIËLE MEDEDELINGEN Over de week van 9 tot en met 14 September 1935 wordt het contributiezegel op de 37e week in het bondsboekje geplakt. slechts 800.000 leden. Om tot dat cijfer te komen heeft de schrijver alles en alles wat onder het begrip „Vakvereniging” kan worden begrepen, bijeengeharkt. Hij wijst dan op de geweldige versnippering en op het feit dat het N.V.V. van de 800.000 georganiseerden er niet meer dan 300.000 onder zijn vleugelen heeft. Maar zo laat hij er dan op volgen, al had het N.V.V. 4 maal meer leden dan thans en al waren er naast het N.V.V. geen andere richtingen inde vakbeweging, dan nog zou het N.V.V. niet alle aanslagen op het levenspeil van de arbeidende klasse kunnen af weren! Dat wil zeggen: zolang wij in Nederland een regering hebben als de tegenwoordige. Dat is duidelijke taal waar geen woord Frans bij is. \ En als Suurhoff dan verder deze stelling gaat uitwerken, doet hij dat op een wijze die de eenvoudige lezer van regel tot regel kan volgen. Wij kunnen en mogen er niet meer van zeggen. De brochure kost slechts 6 cent en ligt dus binnen ieders bereik. Vooral ook wegens hetgeen hij zegt over het gedaas met betrekking tot de algemene werkstakingleuze, kunnen wij aanschaffing en lezing van deze uiterst nuttige brochure warm aanbevelen. Lezers, koopt de brochure en zorgt er voor dat zij in veler handen komt. PLAN-ACTIE. EEN PRIJSVRAAG. Wij ontvingen van de Centrale Plan-Commissie het volgende bericht ter opname: De Centrale Plan-Commissie besloot in zijn laatstgehouden vergadering tot het uitschrijven vaneen prijsvraag voor het verkrijgen vaneen affiche, ter ondersteuning van de actie voor het „Plan van de Arbeid”. De commissie, die zelf als jury optreedt, nodigt derhalve affiche-tekenaars uit tot het inzenden vaneen ontwerp vóór Zaterdag 21 September a.s. Het spreekt vanzelf, dat de inhoud van het affiche moet slaan op de grondgedachte van het „Plan van de Arbeid”. (Het „Plan” beoogt ordening van de productie en distributie, belangrijke vermindering van de werkloosheid en de vergroting van de welvaart van het Nederlandse volk). De ontwerpers, die aan deze prijsvraag wensen deel te nemen, worden uitgenodigd hun tekening te zenden inde afmeting 80X55 c.m., daar het de bedoeling is een affiche in dit formaat uitte geven. Het ontwerp, dat door de commissie voor uitgave geschikt wordt geacht, zal worden bekroond met een prijs van ƒ 150. Voor eventuele nadere inlichtingen kunnen tekenaars zich wenden tot den secretaris van de Centrale Plan-Commissie, pg. C. Woudenberg, Tesselschadestraat 31 te Amsterdam (W.).

Sluiten