Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ï3ste JAARGANG -No. _ ZATERDAG 21 MAART 1936 OPLAAG 41700

HEDERLAMDIBK'. mtaai

ABONNEMENT: DIJ vooruitbetaling per jaar f J.5Q Voor buitenland verhoogd met porto Losse nummers m 0.03

WB IWMiP HEMOriXL-AAN AMSTERDAM 7 I

«WtiHHBKSBWIP | ADVERTENTIES: W [ Gewone advertenties per regel I 0.30 Afdelmgsadvertenties •••••••«• m 0 20 B Aanvragen voor personeel ... „ " " q.20 I

Raak geslagen. Rot artikel „De Bond en de jongeren” (zie ons blad van 14 Maart j.1.) heeft ons prompt op tijd twee brieven bezorgd, beiden afkomstig van Rotterdamse leden van onze Bond. Ze menen beiden de tolk te zijn van vele anderen, hetgeen weldadig aandoet. „Hoe meer zielen, hoe meer vreugd”, zullen we maar denken. Ze stemmen in nog enig ander opzicht overeen, deze briefschrijvers. Ze eindigen beiden, maar elk op eigen wijze, met een gepeperde zinsnede. „Deze wijze van schrijven is afkeurenswaardig en misselijk”, schrijft de een; „Ik noem het schande dat zulk een artikel in ons vakblad plaats kan vinden,” aldus de andere. Daar kunnen wij ’t voorlopig mee doen, menen wij. Ja, de mensen zijn soms allemachtig vriendelijk tegen een functionaris van hun Bond. „lemand die „in je dienst is” mag je natuurlijk uitkafferen naar goeddunken; daar betaal je ’m toch immers voor. Maar wacht even, we zijn er nog niet, ■want beide briefschrijvers zijn ook gelijkgezind wat hun pogen betreft, om den schrijver van het stuk, waaraan zij zich zo bijzonder hebben geërgerd, reeds bij voorbaat verdacht te maken. De een schrijft: „Ik heb de indruk dat ge niet begrijpt de nood, die bij onze mensen bestaat, maar dat de feestcommissie niets tekort komt (voor feestcomm. lees schrijver van het artikel)”. De andere zegt met andere woorden precies hetzelfde en schrijft: „Is het werkelijk zo moeilijk om, indièn men inde maatschappij een plaats inneemt, van waaruit men vrij is van alle misère die het leven momenteel de werklozen te genieten geeft, zich het bestaan van deze mensen in te denken?” Roerende eenstemmigheid bij beiden om den schrijver van het artikel persoonlijk te treffen. Dat is dan in hun ogen vermoedelijk niet „afkeurenswaardig” en niet „misselijk”. Maar als zij nu denken dat de schrijver met zulke insinuaties wel uit het veld geslagen zal zijn, of z’n ogen van schaamte niet meer zal durven opslaan, dan misre- [ kenen zij zich toch. Wij zijn altijd gewoon geweest om over vuil dat men ons voor de voeten werpt heen te stappen, een gebruik, dat wij in alle bescheidenheid, óók onze opponenten kunnen aanbevelen. * * * In welk opzicht hebben wij nu misdreven? Wij schreven over het ontstellende feit, dat de jongeren tegenwoordig in gebreke blijven zich te organiseren en wierpen de schuld daarvan op de ouders. Naar ouderwets recept schreven wij dat allen, die er zich op beroepen dat de contributie niet kan worden opgebracht, met nadruk moet worden voorgehouden, dat zij klaplopers ! zijn, die onze strijd saboteren. Welnu, dat houden wij staande en wij tarten een ieder het tegendeel van deze stelling aan te tonen. Dat argument betreffende het onvermogen om de contributie op te brengen is, zo I schreven wijde vorige week, nog ouder dan onze Bond. En vooral inde jaren zo tot 1918 toe |

hebben massa’s ongeorganiseerden zich altijd op dat onvermogen beroepen om hun lamlendige houding goed te praten. Waar weten deze briefschrijvers, die beiden pas na de oorlogsjaren zich organiseerden en dit krachtens hun leeftijd veel vroeger hadden kunnen doen, waar weten zij eigenlijk vanaf? De schrijver van dit artikel zou zich de mond laten snoeren, omdat „de feestcommissie niets tekort komt”, of omdat hij „vrij is van alle misère”? Maar deze schrijver werd lid van de Bond, nu al ruim 31 jaren geleden, toen de klaplopers zo talrijk waren als de sterren aan de hemel. En ook inde tijd waarin hij reeds een gezin tot z’n last had en met ƒ 9.12 per week naar huisging, deed hij wat z’n plicht was, diende de Bond en betaalde de contributie die er onmogelijk af kon. En zo deden velen die nu nog een oude, eervolle plaats in onze Bond innemen. Toen stonden wij inde grote stad met z’n duizenden vakgenoten, slechts met een heel klein groepje en deden onze plicht. De briefschrijvers moesten zich er voor schamen om een persoonlijk elemènt in deze zaak te brengen. Wat weten zij er van, wat de schrijver tegen wien zij zich in vermeende verontwaardiging keren, in vele, vele jaren vóór hij „vrij was van alle misère”, voor hij als deel „van de feestcommissie niets tekort kwam , in z’n leven heeft meegemaakt. Het is niet aangenaam deze dingen van zichzelf te moeten schrijven, maarde insinuaties dwingen er toe. Toen wierp, nu werpt hij z’n beschuldiging van klaploperij naar allen, die niet hun uiterste best doen om hun jongens te brengen waar zij behoren: in onze Bond. Wij weten uit persoonlijke ervaring hoe hard het is om van het weinige, dat men heeft te moeten afstaan. Maar het moet, omdat het noodzakelijk is; omdat wij anders nog verder wegzinken. Het moest vroeger, toen meer dan 30 jaren geleden de Bond nog niets betekende. Zou het dan nu anders zijn? Het is ons niet toegestaan, niet gegund, maar onze plicht om te schrijven zoals wij deden en men schrikke niet als zich de spiegel worde voorgehouden. Een poging tot sanering? Er is een naamloze vennootschap „Scheepsbouwbelangen” opgericht met een maatschappelijk kapitaal van ƒ 100.000. , verdeeld in aandelen van ƒ2500. , waarvan er thans 28 geplaatst zijn. Haar zetel is te Den Haag gevestigd en zij stelt zich ten doel, het steunen en gezondmaken van de scheepsbouwindustrie in ons land. Het Alg. Ned. Persbureau heeft inde kringen der deelnemers nadere inlichtingen trachten te verkrijgen, aldus „Het Volk , waaraan wij dit nieuws ontlenen en vernam het volgende: „Van gemelde zijde werd hieromtrent inde eerste plaats verwezen naar de statuten der nieuwe vennootschap, volgens welke de oprichters de belangen van in Nederland gevestigde ondernemingen op het gebied van de scheepsbouw meer bepaaldelijk willen behartigen door het verwerven van overtollige en/of verouderde scheepswerven, het slopen en vervreemden van opstallen en werktuigen, het te gelde maken van voorradige goederen en inventaris, zomede het vervreemden van de terreinen onder voorwaarden, welke een verder gebruik voor scheepswerven uitsluiten.

Het belangrijkste element inde oprichting der N.V. Scheepsbouwbelangen aldus werd medegedeeld is het feit, dat thans een markt is geschapen, welke op het terrein der scheepsbouwindustrie kopers en verkopers tot elkander kan brengen. Tot nu toe deed zich het verschijnsel voor dat bestaande outillages, door tussenkomst van speculanten, voor een appel en een ei van de hand werden gedaan en de nieuwe ondernemers met het tegen afbraakprijzen verkregen object de andere meer levenskrachtige ondernemingen beconcurreerden, hetgeen ongezonde toestanden in het bedrijf teweegbracht. Tegen een dergelijke wijze van handelen heeft de nieuwe maatschappij stelling genomen, aangezien thans het orgaan is geschapen, dat aan verdere, tegen het algemeen belang indruisende, werkzaamheid van verouderde of niet renderende scheepsbouwindustrieën een einde kan maken. Hoe dit stelsel inde practijk zal werken, zal moeten wordt af gewacht; in elk geval heeft het genomen initiatief de sympathie van de regering, aangezien het bij draagt tot het orde stellen op zaken, waarmede de belangen van duizenden zijn gediend.”

De actie voor het contract. (C. O.) In aansluiting op onze vorige publicaties kunnen wij mededelen, dat wij van de beide loodgieterspatroonsbonden d.d. 13 Maart ’36 het volgende schrijven ontvingen: Mijne Heren, In verband met de besprekingen die wij op 4 Maart 1.1. opnieuw met u voerden, moeten wij u het volgende mededelen. Uw overweging vaneen uurloonsverlaging met 2 ct. is door ons aan onze betreffende afdelingen overgebracht, doch de grote meerderheid dezer afdelingen wenst vast te houden aan het dezerzijdse aanbod van 10 pet. verlaging, waardoor wij uw voorstel om op de basis van 2 cent minder een L.C.A. af te sluiten, als verworpen hebben te beschouwen. Intussen hebben wij op grond van uw uitlatingen inde bijeenkomst van 4 Maart den rijksbemiddelaar in kennis gesteld met de mogelijkheid van het ontstaan van conflicten. Het advies aan onze afdelingen luidt als volgt: „Wij adviseren de afdelingen op 14 Maart de arbeiders de loonsverlaging van 10 pet. aan te kondigen met inachtneming van de termijn vaneen week of zoveel langer als ons definitief bericht uitblijft.” „Met zoveel langer” wordt gedoeld op de termijn die de onderhandeling via den rijksbemiddelaar vordert. Hoogachtend, de samenwerkende patroonsbonden, De secretarissen, (w.g.) J. C. WOESTENBURG. (W.g.) H. P. KROESEN. De door de patroons aangevraagde conferentie met den rijksbemiddelaar heeft I Dinsdag 17 Maart j.l. plaats gehad. In deze conferentie werden eerst de beide besturen van de loodgieterspatroonsverenigingen gehoord en daarna wij. De rijksbemiddelaar mr. de Vries, heeft ons daar ten slotte de vraag gesteld of wij wilden medewerken om weer tot een landelijke collectieve overeenkomst in het J loodgietersbedrijf te komen. Daarop is onzerzijds geantwoord, dat wij dit alleen mogelijk achtten op een verlaging, die niet verder zou gaan dan 2 ct. per uur. Als de patroons daarbij dan weer alle afdelingen zouden kunnen bewegen het contract te aanvaarden, zouden ook wij al onze afdelingen als er een meerderheid werd gevonden, onder het contract laten vallen. Wanneer de patroons echter afdelingen wensten vrij te laten, zouden I wij hetzelfde doen.

OFFICIËLE MEDEDELINGEN Over de week van 23 tot en met 28 Maart 1936 wordt het contributiezegel op de 13e week in het bondsboekje geplakt. Nadat de toestand in het bedrijf breedvoerig was besproken, heeft de rijksbemiddelaar beide partijen bijeengeroepen en de zaak als volgt gesteld. Nu in het bouwvak, waaraan het loodgietersbedrijf verwant is, overeenstemming bereikt is op een loon inde hoofdklasse van 64 ets. per uur en voor Rotterdam zelfs op 62 ets. per uur en de loodgieterspatroons 10 pet. verlaging geëist hebben, „vraagt hij aan beide partijen in dit geschil hun medewerking te verlenen om voor hun leden te verdedigen een nieuwe landelijke collectieve overeenkomst af te sluiten met handhaving van de sociale bepalingen, verandering van de uurlonen in die zin dat dit loon verminderd zal worden met een gelijk bedrag als inde bouwvakken dit loon verminderd is, d.w.z. dat op de hoofdplaatsen 3 ets. en de andere plaatsen 2 ets. verlaging wordt toegepast en in Vlissingen en Middelburg geen verlaging zal plaats hebben. Ofschoon in het bouwvak het loon voor Rotterdam met 5 ets. verlaagd is, acht hij dit voor het loodgietersbedrijf niet noodzakelijk en ook daar blijft de verlaging tot 3 ets. per uur beperkt. Hij acht het vanzelfsprekend, dat de aangekondigde loonsverlaging van 10 pet. daarmede wordt ingetrokken en de eerste aankondiging van de hier voorgestelde verlaging zal plaats hebben op 27 of 28 Maart, zodat deze voor de eerste keer op 3 of 4 April in het loon tot uitdrukking komt.” De beide besturen van de patroonsbonden hebben op zich genomen dit voorstel voor hun leden te verdedigen. Onze besturen hebben op zich genomen dit voorstel slechts voor hun leden te willen brengen, wanneer de patroonsbonden zich verplichten niet alleen de 50 afdelingen die zij thans genoemd hebben, doch alle afdelingen zoals zij bij het oude contract betrokken waren, bij deze nieuwe regeling te betrekken. De rijksbemiddelaar heeft dit standpunt van onze besturen volledig onderschreven en de patroons voor het feit gesteld dat bij aanneming van dit voorstel, alle afdelingen van de patroonsbonden zoals die betrokken waren bij het vorige contract, ook thans gebonden zullen worden. Hiermede hebben wijde leden dus volledig ingelicht omtrent het voorstel waarover een beslissing genomen moet worden. Onze besturen, die eerst geweigerd hadden enig verdergaand voorstel voor de leden te brengen, hebben met het oog op de toestand in het bedrijf en de grote werkloosheid dit voorstel niet willen afwijzen, doch de patroons de voorwaarde gesteld, die door den rijksbemiddelaar is overgenomen, dat alle plaatsen weer bij het contract worden betrokken zoals dit bij het afgelopen contract het geval was. Aan de leden is nu de beslissing! Bondgenoten Het is ook uw belang dal de jonge metaalbewerkers zonder uitzondering lid van onze BOnd worden. Er is nog een groot aantal ongeorganiseerde jongeren in onze industrie Brengt ze inde Bond! – ""

Sluiten