Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

43ste JAARGANG No. 13

ZATERDAG 28 MAART 1936

OPLAAG 41700

BpMIPMI g=X .1 WEEKBLAD VAN DE fAMËNE^^^raERLANB^ENEIAALi^^^SE^^pI ■ DIJ vooruitbetaling per jaar | 1.50 HEMONXLAAN 26 7 ü Gewone advertenties per regel 1 030 ■ Voor buitenland verhoogd met porto H !j^r g Afdelingsadvertenties _ f . 0.20

Het „geval-Beukers” te Schiedam. Het bestuur van onze afdeling Rotterdam ontving het volgende stuk van „het gezamenlijke personeel der firma Beukers te Schiedam” en zond het ons toe ter beoordeling of wij het al dan niet als verweer in ons blad wensten op te nemen. Al was ’t slechts om de schijn te vermijden, dat wij voor publicatie van dat verweer beducht waren, besloten wij het stuk in z’n geheel op te nemen. Hier volgt het: Aan het bestuur van de Algemene Nederlandse Metaalbewerkersbond. Mijne Heren, Met verwondering hebben wij kennis genomen van het in „De Metaalbewerker” van Zaterdag 7 Maart 1936 voorkomende artikel met de titel „Het verraad”. Hierin wordt uiteengezet dat op 30 Januari 1.1. een ultimatum is gesteld aan de firma Beukers te Schiedam, inhoudend, dat bij niet tekenen dezer firma van de aangeboden collectieve arbeidsovereenkomst op 6 Februari 1936 bij haar de arbeid zou worden gestaakt. Indachtig aan het feit dat bij een papieren actie dikwijls hoger wordt geblazen dan aanvankelijk de bedoeling is, is bij de stemming over dit ultimatum een meerderheid verkregen van 70 procent. Over deze actie nu eens twee parallel lopende strekkingen. De geschiedenis heeft ons geleerd, dat bij elke actie wordt gewikt en gewogen en dat na een actie van zovele besprekingen en zovele verzonden brieven met uiterlijk gestelde termijnen, wordt geadviseerd de dingen maarte aanvaarden zoals ze worden voorgesteld, al is het niet helemaal met onze zin, want na wikken en wegen is dat de voordeligste weg voor ons. Dit heet dan een volstrekt organisatorische gang van zaken. Nu het verloop der actie bij de firma Beukers. Hier is de mensen geadviseerd te stemmen vóór het stellen vaneen ultimatum om op die wijze bovengenoemden werkgever te dwingen alsnog de collectieve overeenkomst te tekenen. Ook hierbij hebben velen gedacht: „vooruit maar, we kunnen hiermede geen gevaar en wellicht kunnen we iets bereiken”. Maar deze firma stoort zich niet aan het ultimatum, wellicht om dezelfde reden, maar is wel bereid de arbeidsvoorwaarden voor haar personeel te handhaven en dit schriftelijk te bevestigen. Nu komt het moment van de daad en gaan deze mensen wikken en wegen en komen eenparig overeen voor dit feit het grote offer van te staken niet te kunnen brengen. Immers zij hebben voor zich en voor het na hun nog te werk gesteld wordend personeel de bevestiging, dat de arbeidsvoorwaarden voor honderd procent safe zijn, zodat alleen nog maar overblijft „zal de overeenkomst collectief zijn of niet”, een reden te gering om daarvoor het laatste en grote offer te brengen. Hier rijst nu de vraag waarom is het een zuiver organisatorisch en het ander „verraad”, want vast staat wanneer zonder ultimatum onmiddellijk de vraag was gerezen „staken of niet”, de stemming met 100 procent was uitgevallen tegen staken. Nog een tweede bericht dat eveneens verwondering wekt, is een bericht voorkomende in hetzelfde blad, pagina 2, 2e kolom, waarin onder meer wordt gewezen op het artikel „Het verraad” en de verwachting wordt gewekt, dat de leden monteurs onderstaande mensen

Toen wij over de maand Januari j.l. voor ’t eerst sedert de aanvang van 1933 een ledenwinst van 28 nieuwe leden te boeken hadden, konden wij niet nalaten over dit verheugende verschijnsel in ons blad iets te zeggen. Wij deden het heel voorzichtig, namen allerlei reserves in acht en schreven boven ons stukje voor alle zekerheid, dat één zwaluw nog geen zomer maakt. Intussen is nu ook de stand van het ledental per 1 Maart j.l. bekend; de desbetreffende staat vindt men in dit nummer op de 4e pagina afgedrukt. En uit deze staat blijkt nu, dat wij gedurende de maand Februari met 139 leden vooruit zijn gegaan, zodat onze Bond weer 40.667 leden telt. Het gevaar dat wij reeds in ’t verschiet zagen, n.l. dat wij binnen korter of langer tijd beneden de 40.000 leden zouden komen, is door de winst van de beide eerste maanden van dit jaar voorlopig afgewend. Omdat wij onze boontjes daarop reeds in de week gelegd hadden, is de meevaller des te aangenamer. In 40 afdelingen is het ledental gestegen, in 45 bleef het gelijk en in 26 was achteruitgang. Amsterdam, Groningen en Utrecht spanden de kroon met resp. 42, 19 en 18 nieuwe leden. Schiedam ging met 8, Rotterdam met 7 nieuwe leden vooruit. En dan volgen Hengelo, Hilversum, Amerongen, Appingedam, Apeldoorn, Beverwijk, Gorinchem en Vlaardingen, die allen 6 nieuwe leden boekten. Een groot aantal afdelingen volgt dan met een winst van 5 of minder. Uit alles blijkt dat wede wind thans in de zeilen hebben, redfen waarom wij al onze trouwe werkers nog eens extra aansporen om deze gunstige wind niet ongebruikt te laten. Wij hebben enige malen de aandacht moeten vestigen op het onaangename verschijnsel, dat onze werfkracht onder de jonge vakgenoten te gering was, waardoor ons aantal jeugdleden met sterke regelmaat verminderde. Op de oorzaken zowel als op de betekenis van deze gang van zaken hebben wij zeer nadrukkelijk gewezen en daarbij onze afdelingsbesturen en trouwe werkers opgewekt, toch vooral de propaganda onder de jongeren te bevorderen. In verband hiermede is het ons een groot genoegen thans te kunnen mededelen, dat inde eerste twaalf weken van dit jaar niet minder dan 336 nieuwe leden ingeschreven in hun gedachten zullen houden als „het personeel van Beukers te Schiedam”. Hierna volgen dan de namen. De verwondering hieruit gesproten is ontstaan, doordat u in uw schrijven betreffende het royement ons inde gelegenheid stelt binnen een maand in beroep te komen en u nu reeds inde eerste week met uw artikelen verschijnt. Dit als tegenweer onzerzijds op de door uw gebruikte titel „Verraad” van uw artikel in het vakblad. HET GEZAMENLIJKE PERSONEEL DER FIRMA BEUKERS TE SCHIEDAM. Rotterdam, 17 Maart 1936.

zijn, waarvan de leeftijden tussen 16 en 21 jaar variëren. Wellicht mogen wij hierin een aanwijzing zien, dat ons ernstig beroep niet te vergeefs geklonken heeft. In elk geval blijkt er uit, dat onze werfkracht onder de jongeren niet verdwenen is, dat onze aantrekkingskracht op de jeugd nog gezond is. Naast enkele onaangename, om niet te spreken van beledigende brieven over deze zaak, ontvingen wij gelukkig ook nog andere die er van getuigden, dat men het in de grond van de zaak volkomen met ons eens is. Natuurlijk zijn er wel grensgevallen, waarbij het klaplopen geen opzet is maar uit onvermogen voortvloeit. Zulke heel bijzóndere gevallen zijn er altijd geweest en zullen er altijd wel blijven. Maar het waren niet deze droeve uitzonderingen die wij op het oog hadden, doch het algemene verschijnsel van lauwheid en laksheid, dat wij op grond van de feiten moesten constateren. Degenen die bijzonder ergerlijke feiten ter onzer kennis brachten, waaruit zonneklaar blijkt, dat er onwil in het spel is en helemaal geen onvermogen, moeten het ons niet euvel duiden, dat wij deze niet speciaal vermelden. Wij deden dat ook niet bij gevallen van onvermogen, die ter onzer kennis werden gebracht. Den briefschrijver, die ons te kennen gaf, dat het wel gewenst is dat het N.V.V. er bij zijn aangesloten bonden op aandringt, dat zij hun leden moeten opwekken hun kinderen bij de organisatie van hun beroep te doen aansluiten, kunnen wij geruststellen. De jeugdraad van het N.V.V. heeft te dezer zake een propaganda-campagne ingezet, zulks in samenwerking met de plaatselijke jeugdraden. De hoofdzaak is, makkers, dat het jeugdvraagstuk onze volle aandacht heeft en dat wij doen wat in ons vermogen is om de jeugd tijdig bij onze Bond onder te brengen. Gevoelsoverwegingen moeten in deze zaakplaats maken voor verstandelijke. Dat was vroeger zo en is nog niet veranderd. Het geld voor de contributie kan door vele, vele duizenden van onze leden eigenlijk nooit gemist worden. Het moet als een noodzakelijk offer worden beschouwd. Want naast zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde is offervaardigheid een van de allervoornaamste peilers, waarop het hechte en weldoortimmerde gebouw van onze Bond een steunpunt vindt. Tot zover het „verweer” van de betrokkenen, dat dienen moet om hun meer dan lamlendige houding te verdedigen. Dat er in dit geval sprake zou zijn geweest van een „papieren actie” is niets minder dan een schaamteloze uitvlucht. Voor ons ligt een circulaire d.d. 20 Jan. 1936, gericht aan de leden werkzaam bij de firma Beukers, waarin wij o.m. lezen: „Onder de werkgevers, die geen overeenkomst wensen aan te gaan, behoort ook uw patroon, de firma Beukers. U zult begrijpen, dat wij het standpunt van uw werkgever niet kunnen bewonderen, doch bovendien ook niet blij-

OFFICIËLE MEDEDELINGEN Over de week van 30 Maart tot en met 4 April 1936 wordt het contributiezegel op de 14e week in het bondsboekje geplakt. vend tolereren, daar wij tegenover het belangrijke aantal werkgevers dat tot aanvaarding van het contract overging ons moreel verplicht hebben, alle geoorloofde middelen ter hand te nemen, om de firma Beukers te Schiedam tot tekenen of aanvaarden van het contract te dwingen. Deze week zullen door de besturen nog alle normale pogingen worden gedaan, om de firma tot aanvaarding van het collectieve contract te brengen, doch mislukken ook deze pogingen, zoals wij dat ook voorheen telkens moesten ondervinden, dan zullen de werknemers, de monteurs, in dienst van deze firma, voor beslissingen worden gesteld, die meer tot de niet normale middelen moeten worden gerekend, namelijk tot het neerleggen van de arbeid. Aangenaam is ons zulks allerminst doch als letterlijk alles gedaan is om langs organisatorische en vredelievende weg overeenstemming te bereiken, doch uw firma nooit tot een onderhoud bereid is, noch steekhoudende argumenten geeft tot verdediging van haar o.i. onbegrijpelijk standpunt, dan blijft ons ten slotte niets anders over dan advisering van staking. Wij vertrouwen, dat onze leden-monteurs zich dezer dagen bewust zullen worden van de ernstige toestand, waarvoor de samenwerkende bonden zijn geplaatst en dat ieder, die straks zal worden uitgenodigd tot het bij wonen van een vergadering, daarop dan ook aanwezig zal zijn.” Elk onbevooroordeeld lezer zal moeten toegeven, dat hier allerminst de schijn wordt gewekt als zou het inde bedoeling hebben gelegen een „papieren actie” te voeren. Maar bovendien werd door de besturen van de samenwerkende bonden d.d. 21 Januari 1936 aan alle monteurs van de firma Beukers een convocatie gezonden, voor een vergadering op 25 Januari d.a.v., waarin duidelijk gezegd werd, dat tot het staken van de arbeid zou worden geadviseerd, indien inde tussenliggende dagen zou blijken, dat de firma tot generlei tegemoetkoming bereid bleek te zijn. De z.g. verklaring die de firma haar personeel na het gestelde ultimatum gaf en waaromtrent de schrijver van het stuk nu zegt, „dat de arbeidsvoorwaarden voor honderd procent safe zijn”, was van nul of geen waarde voor de organisaties. De actie bij Beukers was allerminst een gelocaliseerde actie; zij was onderdeel van een optreden der organisaties in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Haarlem, Amersfoort en vele andere plaatsen. De on-maatschappelijke houding van de firma Beukers was en is een ernstige bedreiging voor een georganiseerde toestand in het gehele bedrijf. En onze thans geroyeerde leden hebben deze firma daarin gesteund. Zij lieten zich met een schotel linzenmoes afkopen en vielen daarmede hun eigen Bond en hun eigen collega’s inde rug aan. Hun houding was eenvoudig schandelijk en het is ons een raadsel hoe deze lieden aan de twijfelachtige moed komen zich nog te durven rechtvaardigen. Dit Schiedamse geval leert ons, dat het gevaar voor de positie van de arbeiders in het bedrijf allereerst bij hun zelf gelegen is.

De gang zit er in*

Sluiten