Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Smeerolieverbruik bij automobiel motoren Zowel in kringen van automobieleigenaren als van vaklieden is het bekend, dat het smeerolieverbruik vaneen automobielmotor toeneemt, naarmate de wagen meer km. heeft afgelegd. De meeste Insiders weten zelfs bij benadering het aantal km, dat met een bepaald merk wagen gereden kan Worden, voordat dure reparaties te verwachten zijn. Want de oorzaak vaneen abnormaal hoog olieverbruik is geen geheim meer, ze is te zoeken in slijtage van; zuigerveren, zuigers en cylinders. Ook weet iedere automobilist uit ervaring, dat het smeerolieverbruik bij eenzelfde wagen groter is, als steeds met grote snelheden wordt gereden, terwijl in het algemeen het meer of minder bezadigd rijden met een wagen grote Invloed heeft op de verbruikskosten aan benzine, olie en banden Dat het smeerolieverbruik bij autoaiobielmotoren als regel hoger is dan bij stationnaire en bootmotoren van hetzelfde vermogen, vindt zijn oorzaak in het smeersysteem, waarmede deze motoren zijn uitgerust en het vrij hoge toerental. Terwijl men bij eerstgenoemde motortypen de smering veelal zelf kan regelen, smeert de automobielmotor zich geheel automatisch. In het ondercarter bevindt zich een hoeveelheid smeerolie, al naar grootte van de motor variërend van 3 tot 8 liter. Deze olie wordt dooreen pompje door en naar verschillende smeerpunten geperst en komt steeds, nadat ze dooreen zeef min of meer gereinigd wordt, opnieuw in circulatie. Nu is het duidelijk, dat de kwaliteit van de aanwezige olie op de duur vermindert en daarom moet de voorraad olie periodiek ververst worden. Zolang de motor zich in prima conditie bevindt kan men, al naar het smeersysteem, 1500—3000 km. met dezelfde cartervulling blijven rijden, waarna deze wordt afgetapt en door verse olie vervangen. Men kan de voorraad olie in het carter controleren door middel van een peilstaafje, waarop de maximum en de minimum standen zijn aangegeven. Wanneer het oliepeil, op het moment dat ververst wordt, niet of slechts enkele mm. gedaald is, zegt men, dat de motor geen olie verbruikt.

In werkelijkheid is dit natuurlijk niet het geval, want als men de oliestand maar steeds onder dezelfde omstandigheden controleert, b.v. ’s morgens voor het wegrijden en er dan op let, dat de wagen niet scheef staat, dan is er wel degelijk een kleine daling van het peil te constateren. Dit is echter normaal en zelfs Indien het peil tussen twee verversingen in niet tot de minimum stand zakt, kan het olieverbrulk niet hoog genoemd worden.

Alvorens nader in te gaan op de oorzaken, die tot een hoger olieverbruik leiden, is het wellicht interessant eens na te gaan. hoe gering eigenlijk de kosten van de smering vaneen automobielmotor zijn, gezien de buitengewoon hoge eisen, die er aan gesteld worden. Toerental en zuigersnelheid Wij zouden dit met een voorbeeld duidelijk kunnen maken. Stel, het aantal omwentelingen van een automobielmotor bedraagt op maximumsnelheid 3600 per minuut = 60 per seconde. Heeft de motor een zuigerslag van 100 mm. = 0,1 m. dan legt de zuiger inde cylinder per omwenteling van de motoras dxneeren lx opwaarts) 0,2 m. af. dus per seconde 60 x 0,2 = 12 m. De gemiddelde zuigersnelheid is nu 12 m./sec., doch omdat de zuiger telkens inde onderste en bovenste dode stand even stilstaat, is het duidelijk, dat de maximum snelheid nog beduidend groter is. Uiteen eenvoudig rekensommetje blijkt verder, dat elke zuiger bij het gegeven toerental per uur 3600 x 12 = 43200 m. aflegt = 43,2 km./uur, d.w.z. ongeveer de halve wagensnelheid. Nu bevinden zich inde zuiger 3 of meer zuigerveren, welke voor een gasdichte afsluiting moeten zorgen en deze veren (gietijzer) bewegen zich dus bij het aangenomen toerental 60 x per sec. op- en 60 x neerwaarts. De veren worden door hun eigen spankracht voortdurend tegen de

cylinderwand gedrukt en schuiven daarom minder „gemakkelijk” dan de zuiger zelf. Als we het zo bekijken dient de zuiger om de zuigerveren in de cylinder op en neer te bewegen. Omdat de bewegingsrichting voortdurend omkeert, moet de zuiger de veren bij neergaande slag „trekken” en bij opgaande slag „duwen”. Daar dit alles ongelooflijk snel gaat, kunnen we ons best voorstellen, dat de sponningen inde zuiger, waarin de veren gevat zijn, in opwaartse richting uit zullen slijten, of z.g. ,uitslaan”. Ondanks deze ongunstige omstandigheden gaat dit vele duizenden km. goed. De veren zowel als de sponningen worden ruim gesmeerd en hun afmetingen zijn, door ervaring geleerd, zo doelmatig mogelijk gekozen. De oliefilm tussen zuiger en cylinder, maar ook die tussen veer en zuiger helpen de afdichting bevorderen, waardoor de motor zijn noodzakelijk „goed compressie” behoudt. Maar wanneer het eenmaal zo ver is. dat de veren in hun sponningen opwaartse speling hebben, dan begint de motor ook meer smeerolie te consumeren. In het algemeen is de smering van een automobielmotor zo ingericht, dat de lagers de nodige smeerolie ontvangen van de oliepomp, doch de zuiger en de cylinders worden gesmeerd door de olie, die de drijf stanglagers en de krukken opslingeren. Deze olie spat tegen de cylinder en inde zuiger en wel zo overvloedig, dat we zelden last hebben van te weinig smering, maar steeds alle moeite moeten doen om het olieverlies via de cylinders naar buiten tot een minimum te beperken. Men bereikt dit o.a. door z.g. olieschraapveren. dat zijnde onderste veren op de zuigers. Deze veren zijn zodanig geconstrueerd, dat zij de dikke olielaag voor het grootste gedeelte van de cylinder afschrapen, zo-

dat ze weer in het carter terug vloeit. We hebben met opzet deze inleiding wat uitvoeriger gemaakt, opdat wij oorzaak en gevolg kunnen combineren. Het „gevolg”, d.w.z. het toenemend olieverbruik is nu gemakkelijk te verklaren. De figuren 1 en 2 stellen schematisch een vlertact-motor voor, ontdaan van alle niet ter zake doende onderdelen. In fig. 1 beweegt zich de zuiger naar beneden, de zuigerveer wordt dus ook omlaag getrokken. Wanneer nu de veer in hoogterichting ruim inde sponning gaat, zal de ruimte onder en achter de veer (in detail met pijlen aangegeven) zich vullen met de olie, die de onderkant van de veer van de cylinderwand afschraapt. Zodra de zuiger in zijn laagste stand is aangekomen, duwt hij de veer omhoog, d.wz ze komt nu op de onderkant van de sponning te rusten (zie fig. 2), doch de geringe hoeveelheid olie, die zich daar bevindt, wordt weggeperst en ontwijkt achter de veer om naar boven. De niet voldoende passende veren oefenen bij hun neer- en opgaande bewegingen inde cylinder een pompwerking uit, waardoor de smeerolie inde verbrandingsruimte terecht komt en daar geheel, maar meestal slechts gedeeltelijk verbrandt. Dit openbaart zich naar buiten door de blauwe rookpluim uit de uitlaatbuis. We kunnen waarnemen, dat dit vooral optreedt bij het wegrijden en bij het optrekken van de wagen. Wanneer dus een wagen onder bedoelde omstandigheden „rookt”, kan men zeker zijn, dat het olieverbruik reeds aan de hoge kant is. Blijft de motor voortdurend blauw gekleurde uitlaatgassen uitblazen, dan is het verbruik, althans bij viertact-motoren. wanhopig. Een volgende maal zullen we zien, dat de pompwerking der zuigerveren onder bepaalde omstandigheden nog belangrijk ondersteund wordt. N. Magnesium-lood legeringen Peredelski heeft diverse onderzoeken verricht ten einde de mechanische en giet-technische eigenschappen na te gaan van magnesium-lood legeringen. Het gehalte aan lood bedroeg maximaal 16,85 pet. De beste eigenschappen werden verkregen met 3 tot 5 pet. lood. De trekvastheid bedroeg 16 tot 18 kg./mm.’, de rek 8 pet. het soortgelijk gewicht 1,85 tot 1.90. Grote bestendigheid tegen inwerking van water en lucht werd waargenomen. Bm.

Voor de werkplaats Om gladde gaten te verkrijgen, worden de cylindrische ruimers vervaardigd met een even aantal, doch ongelijke tanden; voor conische ruimers echter een oneven aantal, doch met ongelijke tanden. Het is verkeerd stomp geworden ruimers alleen scherp te slijpen; men moet stomp geworden ruimers eerst rond en dan scherp slijpen. Bekend is dat de afmetingen van een lichaam met de temperatuur veranderen. Met dit feit wordt ook rekening gehouden bij de vervaardiging van maten en kalibers. Het Engelse maatsysteem is gebaseerd op een normaal-temperatuur van 62 graden Fahrenheit is 16§ graden Celsius. Deze temperatuur lijkt het meest benaderd te zijn aan die in werkplaatsen en fabrieken. De meeste werktuigfabrieken vervaardigen hun maten en kalibers dan ook op een basis van 16 graden Celsius. Vragenbus VRAAG 1: 1. Is het mogelijk een belinstallatie op twee nummerborden te laten werken, b.v. overdag op tableau A en ’s nachts op tableau B, zonder hiervoor met een meerpolige omschakelaar (zoveel polen als nummers) alle drukknopleidingen om te schakelen? 2. Bestaat er reeds een systeem om met behulp van slechts twee leidingen, parallel afgetakt naar alle vertrekken, toch te kunnen controleren van waaruit gebeld wordt? Zo niet, dan meen ik hiervoor iets te hebben uitgedacht. Tot wien kan ik mij hiermede richten? ANTWOORD: 1. Ja, de overeenkomstige klemmen van de twee nummerborden kunt ge doorverbinden en een omschakelaar voor twee richtingen aanbrengen in de leiding, die van de batterij over de bel naar het ene nummerbord voert. Ge schakelt daarmede de batterij naar verkiezing op bord A of B. 2. Een zodanig systeem is ons niet bekend. Voor uitvindingen kunt u zich wenden tot het Bureau voor uitvinders te Delft, een Instituut dat zich ten doel stelt uitvinders voor te lichten bij hun pogingen uitvindingen te exploiteren. We raden u aan, zich eerst ter dege rekenschap te geven over de uitvoerbaarheid van uw uitvinding, alvorens zich tot genoemd bureau te wenden. VRAAG 2. Daar ik vaak kleine stukjes koperwerk maak voor thuis en poetsen gauw gaat vervelen, zou ik u willen vragen hoe ik geel en rood koper zo lang mogelijk mooi kan houden en waar ik eventueel te gebruiken preparaten kan krijgen. ANTWOORD: De enig afdoende manier om voorwerpen door u bedoeld tegen vuil worden te beschermen, is deze na het polijsten te bedekken met een laagje blank metaalvernis. Men maakt hiervoor de voorwerpen goed vetvrij, verwarmt ze een weinig en brengt de vernis er dan snel op. Een en ander vereist wel enige ervaring. Metaalvernis is verkrijgbaar bij de firma L. Meijst, Prinsengracht 724- 726, Amsterdam. Prijs i liter ƒ 1.75. Een goedkopere maar minder practische en afdoende manier is, de voorwerpen in te wrijven met een heel dun laagje zuurvrije vaseline.

Fig. 2. Zuiger stijgt; veer rust nu op onderkant sponning.

detail fig. 1

detail fig. 2

Fig. i. Zuiger daalt; veer ligt aan tegen bovenkant sponning.

Sluiten