Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Contradictio in terminis (tegenspraak inde woorden der redenering)

In Amsterdam zijn we onlangs weer eens gezegend geworden met een aantal z.g. „wilde” stakingen, welke, der traditie getrouw, hun oorsprong vonden inde onbezonnen daad van onverantwoordelijke jonge mensen. Dank zij het verstandig inzicht van de besturen der zich wel verantwoordelijk gevoelende vakbonden, is alles toch weer goed terecht gekomen. ’t Is nu al weer zo lang geleden, dat wij geen behoefte gevoelen oude koeien uit de sloot te halen. Overigens waren er kapers genoeg op de kust om bij eventuele schipbreuk hun slag te kunnen slaan. Zowel rechts als links van ons heeft men zich de vingers blauw geschreven om aan velerlei gevoelens uiting te geven. Wij zijn daar overigens nogal erg ongevoelig voor; dat leer je wel op de lange duur. Aanleiding om toch iets er van te zeggen vonden wij in hetgeen de Nieuwe Rotterdamse Crt. over de Amsterdamse conflicten geschreven heeft. Haar Amsterdamse correspondent schreef in het nummer van Zondag 18 April 0.a.: „Ook ditmaal voor zover gebleken is geen krachtig protest, geen openlijke verloochening althans, van de zijde der besturen. Integendeel, zij nemende leiding ook van deze wilde staking, onderhandelen met de directies. Voorlopig, naar het schijnt, zonder resultaat. Zij gaan niet meer voor; zij volgen de massa en voeren haar bevelen uit. De directe actie komt hier ter stede tot nieuwe bloei en Moskou wrijft zich de handen!”

Men ziet, dat is nogal zware tabak, welke de correspondent te pruimen geeft In hetzelfde nummer van het blad, eenter op een andere pagina, wordt misschien wel door denzelfden correspondent verslag uitgebracht vaneen aantal met de leden van de betrokken vakbonden gehouden vergaderingen. En daarvan zegt hij: „Op deze drie vergaderingen is de stakers nog eens uitdrukkelijk duidelijk gemaakt, dat d- besturen van bovengenoemde organisaties van werknemers zich in geen enkel opzicht achter deze directe actie stellen. Zij gaven het dringende advies, de arbeid zo spoedig mogelijk, d.i. dus Maandag, te hervatten. Men vergelijke de inhoud van dit citaat met die van het eerstgenoemde. De conclusie ligt voor de hand; de Nwe. Rotterdammer kletst er maar zo’n beetje op los. ’tls ook zc verduveld verleidelijk om de besturen van vakbonden Ineen kwaad daglicht te stellen. Rechtse en linkse organen maken zich daaraan, a! naar gelang het in hun kraam te pas komt, bij herhaling schuldig. ’t Is ook wel zo gemakkelijk om vanaf de wallekant den schipper van alles-en-nog-wat te verwijten, juist als hij de handen vol heeft om z’n schip baas te blijven. Maar die correspondent van de Nwe. Rotterdammer moet nog leren z’n grote mond een beetje te houden. Zoals hij nu schrijft, loopt hij wat al te erg inde gaten, zelfs bij zijn eigen redactie.

Het aantal „vreemdelingen" inde wereld

Enkele maanden geleden heeft het Internationaal Arbeidsbureau een boekje over het aantal vreemdelingen laten verschijnen, dat zeer interessante gegevens bevat. Wij zouden niet willen beweren, dat het lezen vaneen dergelijke publicatie een aangename bezigheid is. want het vereist veel geduld en vooral belangstel- onze medewerker ...... , Andrtes Sternheim. letling voor statistisen mate- eT van net Geneetse riaal. De conclusies waar- niiaat van het „mstituut voor sociaal ondertoe het geschrift voert zijn zoek" Unstitut für echter geenszins onbelang- Soziaitorschung,. oespreekt in dit artikel rijk een onlangs verschenen Wat wordt hier eigenlijk publicatie van net ... ~ , internationaal Arbeidsmet „vreemdelingen be- bureau doeld? Vreemdelingen zijn Deze uitgave nandeit .... . , . , over het vreemdelin- Zij, die zich ineen ander genprobleem” van welks land dan hun geboorteland omvang onze lezers hoogstwaarschijnlijk ophouden; het Internatio- wei eens iets meer zulnaai Arbeidsbureau heeft len Wlllen weten. dus willen onderzoeken hoeveel personen er inde wereld zijn die in een vreemd land wonen. Zo ogenschijnlijk lijkt het nu heel gemakkelijk dit aantal vast te stellen. Een optelsommetje, zou men geneigd zijn te denken. Het tegendeel is echter waar. Het hier bedoeld onderzoek werd buitengewoon bemoeilijkt door de verschillende opvattingen, welke er inde diverse landen over het begrip „vreemdeling” bestaan. Om te weten, wie er ineen land als vreemdeling wordt beschouwd, is het inde eerste plaats nodig te weten, wie er als tot het land behorend worden gerekend. In elk land bestaan daarover verschillende opvattingen. In het ene wordt het bewijs voor het echte burgerschap daarin gevonden, dat men van ouders stamt, welke in dit land geboren zijn, In het andere vraagt men in de eerste plaats of men op het eigen grondgebied woont of is geboren. Als derde geval noemen we in dit verband de landen waar slechts zij tot echte burgers werden gerekend, welke tot een bepaald ras behoorden. Dit was b.v. het geval bij een volkstelling, welke in het jaar 1790 inde Verenigde Staten plaats had, waarbij de blanke bevolking tegenover de ingeborenen als „vreemdelingen” werd beschouwd.

De zaak is echter nog veel gecompliceerder. Na de oorlog is de kaart van Europa zeer belangrijk gewijzigd. Tengevolge van de ineenstorting der Oostenrij ks-Hongaarse monarchie en het ontstaan van geheel nieuwe, onafhankelijke staten (Tsjecho-Slowakije, Letland, Litauen. enz.) zijn duizenden, in vele gevallen zelfs millioenen burgers, die tot een bepaalde nationaliteit behoorden, bij een nieuwe staat ingedeeld.

Zo leven er ineen land als Roemenië of Tsjechoslowakije honderdduizenden Duitsers, die daar thans een belangrijke minderheid vormen. Zijn deze Duitsers nu Roemenen of Tsjechen geworden? Ook deze vraag is niet onmiddeilijk met ja of neen te beantwoorden. In Roemenië b.v. heeft men een zeer grote minderheid der Joodse bevolking, die vroeger geen deel van dit land uitmaakte, maar door de bepalingen van het Vredesverdrag thans daartoe behoort, tot Roemenen verklaard, wanneer zij zelve bij de autoriteiten moeite hadden gedaan, Roemeen te worden. Thans bestaat er onder de reactionnaire staatslieden van bedoeld land weer een sterk streven, de Joden het burgerrecht te ontnemen. Ook sluit burgerrecht geenszins gelijkberechtiging in, zodat het zeer wel denkbaar is, dat bepaalde bevolkingsgroepen wel is waar volgens de wettelijke voorschriften tot een land worden gerekend, maar desondanks van vele openbare en andere functies buitengesloten zijn. Dit geldt b.v. in hoge mate voor de Joden in Polen. Tenslotte zijn er vele gevallen, waarin personen helemaal geen nationaliteit bezitten, hetzij ze haar door eigen schuld hebben verloren, hetzij dat ze als „onwaardige” burgers van hun nationaliteit vervallen zijn verklaard. Men denke in dit verband slechts aan de politiek van het Derde Rijk. Eenvoudig is het vraagstuk dus geenszins. W"n”eer de door het

Internationaal Arbeidsbureau verzamelde gegevens dus onder alle voorbehoud moeten worden geaccepteerd, dan blijft het toch interessant de gegevens van nabij te bekijken. Het blijkt dan, dat er in het jaar 1930 niet minder dan 28.900.000 „vreemdelingen” inde wereld bestonden, De landen welke het grootste aantal vreemdelingen bezitten, zijn: de Verenigde Staten met 6.300.000 en Argentinië met 2.800.000. Vervolgens komen Frankrijk met 2.700.000, Brazilië met één millioen, de Engels-Indische archipel met 1.870.000, Siam met één millioen en Duitsland met 787.000 vreemdelingen aan de beurt. Inde volgende landen is het aantal vreemdelingen in de laatste vijftig jaren zeer snel toegenomen: Griekenland, Italië, Frankrijk en Holland; buiten Europa: Kanada, Hongkong, Nederlands-Indië en Korea. Teneinde een juiste kijk te krijgen op de betekenis van de toename van het aantal vreemdelingen ineen land, moet het aantal vreemdelingen op iedere 1000 inwoners worden berekend, Voorzover geheel Europa betreft blijkt het dan, dat op iedere 1000 personen, die als „echte” burgers van hun land kunnen worden gerekend, ongeveer 15 vreemdelingen komen. Voor de diverse landen zijnde cijfers natuurlijk zeer verschillend. Zo blijkt het, dat in Luxemburg op 1000 inwoners 18 vreemdelingen wonen, in Duitsland echter slechts 12. De publicatie van het Arbeidsbureau geeft ook nog enkele interessante cijfers over het aantal Aziaten, dat zich in andere landen dan het hunne ophoudt. In 1910 bedroeg dit aantal 5 millioen, in 1930 echter reeds 9 millioen. De betekenis vaneen studie als de hier besprokene is veel groter dan veelal wordt aangenomen. Zij leert de moeilijkheden kennen, waarmede én het bevolkingsvraagstuk èn het emigratievraagstuk te kampen hebben. Een diepere ontleding leert eveneens, hoe verschillend de wetgeving op dit gebied nog is en hoe noodzakelijk algemeen erkende internationale normen bij de bepaling wie vreemdeling is en wie niet, zijn. Op dit terrein moet nog alles worden ondernomen. Zolang dit niet het geval is staan millioenen mensen nog heden ten dage aan de grootste willekeur bloot. We moeten hopen, dat na de vloedgolf van nationalisme, welke thans over de wereld gaat, weer betere tijden zullen aanbreken. ANDRIES STERNHEIM.

FUr Mitglieder gratis. Der Metall und Bergarbeiter Organ des österreichischen Metall- und Bergarbeiterwerbandes. <4. Jahrgang. fi/larz 1937. Press 10 g. Politik in der „unpolitischen11 „parteilosen" EG. Das ist eine lustige Sache. Der „größte“ Vorzug, den die EG angeblich vor unseren gemeuchelten freien Oewerkschaften hat, ist ihre „Einheitlichkeit ** die nur durch den restlosen Verzicht auf alle Politik, auf jede Parteidifferei>- zierung erkauft werden konnte. Und dieser Yorzug ist in höchster Gefahr. Von innen kommt die Bedrohung der Einheitlichkeit, die ja in Wirklichkeit nie bestanden hat. Wer sollte an die Parteilosigkeit und Unparteilichkeit glauben, wenn er gesehen hat, wie da die Aufteilung der Beute unter Heimatschützern und Christiich-Sozialen vor sich ging? Kein Mensch war sich im Unklaren darüber, daß eine solche „Entp.ohtisierung“ überhaupt, beiden österreichischen Arbeitern aber ganz besonders ein Ding der Unmöglichkeit ist. Doch niemand halte geglaubt, daß sich die Dingo so rasch entwickeln würden wie es der Fall ist. Wir wollen vo'm übrigen Leben in österreich nicht sprechen, nicht auf das Drangen der Bauern in der Richlung zur Ermöglichung der „neuen“ Demokratie des Schuschnigg, nicht aut die Forderungen der verschiedenen Berufsstande hinweison. Beider Gewerkschafl wollen wir bleiben, und da zuerst darauf verweisen, daß die EG sclbst Anlehnung an die ernannten, ihr also gar nicht verpflichteten Mitglieder der sogenannten Gesetzgebung in der Frage der Sozialversicherung, aber auch sonsl gesucht hat. # J Ist das nicht Politik? Ist es nicht Politik, wenn Staud in einer Gewerkschaftskonf erena die Einraumung des Rcchtes, Antrage inden gesetzgebenden Körperschaften zu s.tellen das ist ihnen jetzt verwehrt fordert? In österreich und überall smd alle Teile der Bevölkerung, besonders aber die Arbeiterschaft, so stark politisch interessiert, daß ein solches Gebot, unpolitisch zu sein, als dumm-freche Vergewaltigung des Geistes empfunden wird. Und es muß sich früher oder spater als unmöglich, als unhaltbar erweisen. Es hat sich schon als unhaltbar erwiesen. Z n i da r ic, der Obmann der Metallarbeiter, G as se r. der Obmann der Bergarbeiter, haben mit einer Reihe andcrer Funklionare der Metall- und der Bergarbeiter-Organisatiouen den berühmtcn Aufruf zur Gründung dea neuen Nazi-„Vereines“, namlich der Nazipartei, unterschrieben. Damit haben sie zuin Ausdruck gebracht, daß sic die politische Betatigung nicht missen wollen und können. Daß es eine oppositionele Politik, gegen die Regierung und den christlich-berufsstandischen Staat, ist, hat vorerst wenig zu besagen-Politik ist os, eine dumme, sehr reaktionare, aber Politik. Toffe rl aus Donawitz, Stark aus Ferlach sind die weiteren Metallarbeiterfunktionare, Reisi n g er der weitere Bergarbeiter„führer“, die sich zur hakenkreuzlerlschen Politik bekannt haben. Herr Znidaric machte noch ein Besonderes; er hat auf Kosten der Gewerkschaft den Mitgliedern das Blatt des hinaus■gesebmissenen ersten Generalsekretiirs und Urhebers der ~VF die „Volkspresse“ unentgeltlich zustellen lassen. So ist die Gewerkschaft dor industriëlen Metallarbeiter durch Herrn Znidaric unter Mithilfe des radikalen Sozialisten Krenn zu einer Filiale der Hakenkreuzbewegung gemacht worden. Autoritar; eigenmachtig. Denn osterreichische Metallarbeiter haben keinen Ehrgeiz in eine Hierboven reproduceren wij op ware grootte de voorpagina van riet illegale vakblad onzer Oostenrijkse zusterorganisatie, dit is een duidelijk bewijs van het feit, dat de dictatuur in Oostenrijk de trouw en de moed onzer kameraden niet heeft kunnen vernietigen.

Sluiten