is toegevoegd aan uw favorieten.

De metaalbewerker; orgaan van de Metaalbewerkersbond in Nederland, jrg 45, 1938, no 16, 13-08-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iiiliifimiuoüt otoc£enJorW

Resten op warme dagen De lezeressen, die zich voor onze recepten interesseren, weten nu wel, op welke wijze zij verschillende overgebleven spijzen kunnen verwerken in gevulde tomaten, maar gevulde tomaten wil men waarschijnlijk niet elke dag eten, terwijl er elke dag wel een kliekje op te ruimen is. Bovendien is het in het geheel niet gek, om aardappelen en groenten over te houden, door voor twee dagen te koken, met het voornemen om de tweede dag de spijzen niet als gewoonlijk op te warmen, maar koud op te dienen. Wat ik hier dus vertellen ga over restverwerking op warme dagen, geldt zowel voor toevallig als voor opzettelijk overgehouden spijzen. In het laatste geval verdient het aanbeveling van de voor twee dagen gekookte groenten slechts de helft te stoven, omdat altijd min of meer een nadeel bij de verwerking van koude groenten van de vorige dag is, dat de boter of het vet, die bij het stoven gebruikt zijn, zich in gestolde toestand bevinden. Laat ons aannemen, dat wij beschikken over koude, gare aardappelen en over gekookte spersiebonen, eventueel ook overeen restant je vlees of spek. Om daarvan een koude schotel te maken, die op warme dagen velen beter zal bevallen dan een warme maaltijd, heeft men bovendien nodig een of twee uitjes, een paar tomaten, wat peterselie, slaolie, azijn, een ei, peper, zout of andere specerijen naar smaak, een kropje sla of een komkommer. Het is niet de bedoeling om van al deze ingrediënten een soort melange te maken, door alles dooreen moulinet te draaien. Integendeel, om een smakelijke koude schotel te krijgen, die ook het oog streelt, moeten alle samenstellende delen zoveel mogelijk apart blijven. Door de fijngehakte en fijngedraaide aardappels werkt men een fijn gesnipperd uitje, het gehakte of gesneden vlees, wat heel fijn gehakte peterselie, en een beetje olie en azijn. De spersiebonen behoeven geen aparte bewerking, maar zij worden, wanneer men het aardappelslatje tot het middelpunt van de koude schotel maakt, met plakjes tomaat en komkommer afgewisseld, daarom heen geschikt. De sla dient in hoofd-Zaak voor garnering, maar kan, als men daarvoor mooie bladen neemt, natuurlijk ook worden gegeten. Nu ontbreekt aan de schotel natuurlijk nog een behoorlijke hoeveelheid vet. Daarvoor maken we met een eidoor, azijn en slaolie een dikke saus. Van de V.A.R.A.-kok zullen de lezeressen Wel geleerd hebben, hoe deze mayonnaisesaus moet worden gemaakt. Er zijn verschillende manieren voor. Maar wie de mayonnaisesaus niet aandurft, kan ook volstaan met een gewone zure saus, zoals men wel op witte bonen eet. In dat geval kan men het ei (of meer eieren, al naar de beurs toelaat) hard gekookt als garnering gebruiken, b.v. een plakje tomaat met een schijfje ei er op. De zure saus, die gemaakt wordt van boter of margarine, meel, melk of water met azijn, moet vooraf gemaakt worden en goed worden afgekoeld. Men dient er rekening mee te houden, dat bij het af koelen de boter stolt. Voordat

de saus over de schotel wordt uitgespreid, moet zij daarom even worden opgeklopt. Wanneer men voor de zure saus melk gebruikt, moet de azijn pas worden toegevoegd als de saus goed gebonden is. Wie dat wenst, kan door de zure saus, als zij van het vuur komt, een losgeklopt ei roeren, waardoor zij luchtiger wordt. Het schikken vaneen koude schotel is een kwestie van smaak. De saus behoeft er natuurlijk niet over te worden gegoten. Men kan die op het bord toevoegen. Als men geen schotel heeft, die groot genoeg is om de aardappelsla, de tomaten, de komkommer, enz. te bevatten, dan kan men natuurlijk voor ieder onderdeel een apart schaaltje nemen. Maar nooit mag de huisvrouw vergeten, dat als de spijzen op tafel komen, ook het oog gestreeld worden wil. Dat geldt zowel voor de wijze, waarop de spijzen worden opgediend als voor het dekken van de tafel.

Kopspijkers De volmaakte echtgenoot Mevrouw Ellen M. Noe, vrouw vaneen dominee in Amerika, heeft jaren lang geprobeerd van haar man gescheiden te worden, omdat hij te volmaakt was. Zij liep met haar verzoek om echtscheiding alle rechtbanken af, maar zij kon nergens haar zin krijgen. Zij had niets tegen haar echtgenoot. Hij was volmaakt. Hij was een ideaal echtgenoot, vriendelijk, zorgzaam, trouw, zonder fouten en zonder ondeugden. Hij had de trap van volmaaktheid bereikt, die de liefdevolle zorg vaneen vrouw overbodig maakt. Mevrouw Hoe, die haar man zo volmaakt had gemaakt, wilde een echtscheiding om een minder volmaakten man te kunnen trouwen en hem ook volmaakt te maken. De laatste rechtbank, voor welke zij haar verzoek voordroeg, in Nachville, Tcnnessee, begreep de klacht van mevrouw Noe, maar kon geen echtscheiding uitspreken, omdat er geen wettige redenen voor aanwezig waren. Toen bracht dominee Noe de hele kwestie tot oplossing door te verklaren, dat hij inde jaren, dat zijn vrouw doende was om echtscheiding te verkrijgen, haar goede invloed zodanig gemist had, dat hij niet volmaakt meer was. En mevrouw Noe ging met haar nu niet meer volmaakten man naar huis om hem opnieuw volmaakt te maken.

MINIATUUR

Dienende liefde Door WILLY VAN ZON. Ja, nu denk je natuurlijk, dat Tom van Dueren geen leven meer had, toen zijn vrouw ontdekte, dat hij een verhouding had met een fabrieksmeisje in Haarlem. ...Dat kun je natuurlijk zonder meer niet begrijpen, dat Frieda in het geheel niet boos was, eerder trots. Je moet weten, dat Tom er eigenlijk met Frieda een beetje ingelopen was. Hij was dokter in het kinderziekenhuis en zij verpleegster. Hij was het type vaneen kamergeleerde, zij een opvallend voorbeeld vaneen vrouw, die hogerop wil. Het verpleegsterschap was voor haar al een belangrijke stap op de maatschappelijke ladder, maar daarmee was ze niet tevreden. Ze deed aan sport en aan bazars, om de mogelijkheid tot verbetering van haar maatschappelijke staat te ontdekken. De stille, verlegen Tom, met zijn schichtige ogen achter de dikke brilleglazen, had Frieda Koster eerst nauwelijks opgemerkt. Maar zij zorgde, dat hij haar opmerkte, door de voorbeeldige wijze, waarop zij haar werk deed, nooit vermoeid, altijd opgewekt, een bron van vreugde voor de kinderen inde zalen. Ze was een voortdurend, bijna hinderlijk aanwezige

demonstratie van goedheid en toewijding, van voorgewende bescheidenheid en nederig dienstbetoon. „Dienende liefde” was de lijfspreuk, die zij zich had toegeëigend van het ogenblik af, dat zij in Tom van Dueren het middel zag om maatschappelijk onbereikbaar ver boven haar vroegere omgeving uitte steken... Denk niet, dat Frieda slecht was of gemeen... Ze was alleen maar eerzuchtig... En ze hield op haar manier ook van Tom... Enfin, toen zij twee maanden inde barak was geweest met een belroos-patiëntje, een voorbeeld van blijde berusting, en hij eenvoudig tegen zoveel goedheid niet opgewassen was, kon hij aan een verloving en later aan een huwelijk niet meer ontkomen. Het huwelijk werd een mislukking. Niet omdat zij minder vervulde dan zij beloofd had, maar eenvoudig, omdat zij geen kinderen kregen. Zij gaven elkaar de scheld, op een nette manier natuurlijk, maar pijn deed het toch even goed. En Frieda was soms zo ver heen, dat zij tegen een goeden vriend zei: „als jullie maar niet zulke saaie burgerpieten waren, zou ik Tom best kunnen bewijzen, dat het mijn schuld niet is”. Nee, ze was helemaal zo niet. Integendeel, moreel hoogstaand, als je de eerzucht buiten beschouwing laat. En ze zou zich tot zo’n „bewijs” ook nooit geleend hebben. Het was alleen grootspraak uit bitterheid en verdriet. Tom ging er erg onder gebukt, dat Frieda hem niet ten volle als man beschouwde. Maar hij was allerminst een man voor demonstraties en de gedachte, dat hij Frieda zou kunnen „overtuigen” kwam in hem niet op. Maar zijn particuliere praktijk bracht hem in aanraking met dat fabrieksmeisje in Haarlem, een ongehuwde moeder, die dol was op haar tweejarig meisje. Tom deed al zijn best om het kind voor haar te behouden, maar hij verloor de strijd. Hij was er kapot van. En misschien kun je je begrijpen, wat

er met Tom gebeurde, toen het fabrieksmeisje in haar verdriet erg aanhankelijk was en hij, als een mislukte man, die bezig was ten onder te gaan aan de onuitgesproken aanklacht van Frieda. geen weerstand meer had. Hij had geen natuur om ontrouw te zijn, maar hij was te zwak om zich te verzetten tegen zijn verlangen naar liefde-zonder-bedekt-verwijt De geschiedenis is verder banaal genoeg, maarde ontknoping niet. Toms verhouding met het fabrieksmeisje had gevolgen. Op zijn gevoel van eigenwaarde had dit een merkwaardige invloed; hij kon Frieda’s stille verwijten veel beter verdragen, toen hij wist, dat ze ongegrond waren. Er gingen een paar jaren voorbij. Hoe het eigenlijk precies gebeurd is, weet ik niet, maar Frieda kwam Tom tegen, toen hij met zijn zoon aan het wandelen was. Hij dacht, dat hij door de grond ging, toen de jongen „papa” tegen hem zei. Frieda werd heel bleek, maar toen nam ze het ventje in haar armen. Het is nu haar armzalig geluk, dat haar man een zoon heeft en dat ze hem af en toe eens zien mag. En ze hoopt nu maar, dat Toms vriendinnetje vandaag of morgen zal willen trouwen met een man uit haar eigen kring en dat zij dan Toms zoon zal mogen opvoeden Dat is de ware dienende liefde, vind je niet?

„ toen het fabrieksmeisje in haar verdriet erg aanhankelijk ivas ”

„Hei verpleegsterschap was voor haar al een belangrijke stap ”