Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe snijden we draad?

Voor iedere metaaldraaier is het van belang om ineen zo kort mogelijke tijd een zuivere en gladde schroefdraad te kunnen snijden. Vele draaiers snijden scherpe draad nog volgens de oude methode. Daarbij verplaatsen zij de beitel bij de aanvang van elke snede wat naar voren, maar ook iets opzij. De bedoeling is, dat de beitel daardoor steeds aan één zijde zal snijden om vastlopen te voorkomen. Is de draad nu haast op maat, dan neemt men, als deze niet te zwaar is, van beide draadflanken tegelijk een dunne krul weg, om de draad glad te krijgen. Het vereist de nodige oefening om bij deze tivee voedingen (vooruit en opzij) de juiste verhoudingen te leren kennen; en de nodige bekwaamheid om deze juist uitte voeren. Het snijden vaneen zuivere scherpe draad (zie fig. 1. a. b. c.) zal daarom op deze wijze moeilijken zijn, dan het snijden vaneen vierkante draad. Bij de laatste heeft men slechts te zorgen voor de juiste beltelvorm en -breedte, waarna men de beitel, na een juiste afstelling, alleen met de dwarsslede B. voedt. Alvorens een betere methode om scherpe draad te snijden te behandelen, zullen we eerst over de vorm van de vierkante-draadsnij-beitel iets zeggen, daar deze van zeer veel belang is. De beitel moet van boven gezien (fig. 1 D) aan de voorzijde het breedst en de beide hoeken evengroot zijn. 3CHHOLrDQAMI.PROnE.LLN. rik. i

Voorts moet hij van onderen aan beide zijden beslist vrij inde groef komen te liggen. Bij figuur 2 merken wij dit duidelijk op. De draadsnijbeitel (korte steekbeitel) is daarvoor een weinig scheef aan de staaf geslepen. Bij deze zware draad ziet men duidelijk, dat de spoed aan de kern van de draad aanmerkelijk steiler staat, dan de spoed aan de buitendiameter daarvan. Voor vele lezers zal het nu wel duidelijk zijn waarom een beitel inde beginne goed zal snijden en later bij het dieper inde draad komen vast loopt en zal afbreken. Bij zo’n beitel is dan niet gerekend op het steiler worden van de draadflank bij het kleiner worden van de kern. Een ervaren draaier kan zonder hulpmiddel de juiste schuinte van de beitel op het oog bij slijpen. Mocht men twijfelen, dan geeft figuur 3a. een middel aan om deze schuinte aan kern en buitendiameter te tekenen, waarna men de beitel met behulp daarvan kan aanslijpen. Is de spoed zeer groot (fig. 3) dan wordt de snijkant niet horizontaal geslepen, maar haaks inde groef. De beitel kan nu smaller uitvallen en de druk daarop wordt dan minder groot.

In figuur 3 is dit verschil in lijnen uitgedrukt. Kx zal dan de druk op de smalle en K, de druk op de horizontale beitel zijn, indien we slechts rekening houden met de lengte der beitelsnede. Geheel juist is deze voorstelling echter niet, omdat nog meerdere factoren de druk op de beitel beïnvloeden, o.a. de wrijving langs de zijkanten, die bij de horizontale stand groter is dan bij de andere. Het snij vermogen van de beitel speelt hierbij ook een grote rol. De snijkant, die loodrecht inde groef ligt, moet een weinig hol geslepen worden (fig. 3), daar anders de grond van de draad niet vlak wordt. Door het werkstuk tussen de punten even te draaien en de beitel daar tegen aan te houden, kan men nauwkeurig zien of deze direct over de volle breedte snijdt en dus een zuivere kern maakt. Zoals reeds werd gezegd, wordt voor voeding bij het snijden van vierkante draad alleen de dwarsslede gebruikt. Bij het snijden van scherpe draad kan men evenwel twee methodes toepassen; één volgens de reeds besproken methode, waarbij voor voeding de dwars- en kruisslede wordt gebruikt en een andere, waarbij evenals bij het snijden van vierkante draad, slechts één slede voor voeding wordt gebruikt. Een volgende keer zullen we deze methode bespreken. H. St.

Vragenbus Vraag 59: Ik ben in het bezit van een geel koper bouwwerkje. Het stelt voor een bekend gebouw in Den Haag, waarin glasruitjes en onzichtbaar gesoldeerde deeltjes. Nu zit daarop kopervernis, maar het heeft een vuile grauwe kleur, alsof het niet schoon was toen het gevernisd werd. Ik wil er het vernis afhalen en de oorspronkelijke gele koperkleur weer voor de dag brengen om het dan weer te vernissen. Hoe kan ik dat het beste doen? Antwoord: Kopervernis kan zijn een zaponvernis. Deze lost op in aceton of amylacetaat. Wanneer het echter een schellakvernis is, dan lost deze op in alcohol 96 pet, of het gaat denkelijk ook wel met brandspiritus. Het moet echter week worden en daarom zal het enkele malen met één van deze oplosmiddelen bestreken moeten worden. Is het koper aangetast, dan kan een zeer verdunde salpeterzuuroplossing de ingevreten zwarte putjes weer schoon maken. Wenselijk is voor het vernissen het koperwerk vetvrij te maken met alcohol of krijtpoeder. Vraag 60: Kunt u mij enige titels van boeken over koeltechniek opgeven? Antwoord: Enige van de laatste uitgaven inzake koeltechniek (Hollands) zijn: 1. Koeltechniek door ir. W. J. Brocx. Uitgave Kluwer, Deventer. Prijs / 0.75. 2. Koel-, vries- en ijsinstallaties door Frans Immelman. Prijs ƒ 5.50. Uitgave Mantgem v.d. Does (met veel afbeeldingen). 3. Koel- en vriesbedrijf door Frans Immelman. Werking en inrichting van bedrijf. Prijs ƒ4.50. Staat veel in over abattoirs, met veel afbeeldingen. Uitgave Mantgem v.d. Does. De boekwinkels en agenten van de N.V. De Arbeiderspers zijn in staat u bovengenoemde boeken te leveren. Nuttige wenken Van het bekende bakeliet worden ontelbare voorwerpen gemaakt. Inde meeste gevallen wordt hiertoe het bakeliet inde toestand B vermengd met houtmeel, asbest en dergelijke stoffen en in deze plastische toestand laat het zich allerlei vormen geven. Het doorschijnende bakeliet heeft genoemde vulstoffen niet, doch enkel kleurstoffen, die het o.a. de aanschijn geven van schildpad of barnsteen. Deze bakelietsoort, die we o.a. toegepast zien bij brillenmonturen, kammen, enz. kan soms de onaangename ontdekking geven, dat ze uitermate broos is. Het op wrijven vaneen brilleglas kan b.v. altijd met dezelfde druk geschieden, terwijl op zeker ogenblik het montuur knapt. Dit is een gevolg van het feit, dat het bakeliet, dat voorheen nog enigszins taai was, langzamerhand harder is geworden. Vooral oude brilmonturen van bakeliet moeten dus met zorg behandeld worden. * * * Voor het etsen in metaal, dat door velen ook als liefhebberij wordt beoefend, past men verschillende hulpmiddelen toe. Een dezer hulpmiddelen betreft het overbrengen van de tekening op de etsgrond. Deze niet algemeen bekende handeling bestaat hierin, dat men eerst de tekening op zijdeachtig papier brengt; de achterzijde van het papier wordt vervolgens met fijne dodekop of roodaarde ingewreven. Dit doet men het beste met eender vingertoppen. Het papier wordt daarna op maat van de etsplaat geknipt en daarop gelegd. Met een benen stift volgt men nu alle lijnen van de tekening, welke zich daardoor rood op de etsgrond afdrukken. We veronderstellen hierbij dat als etsgrond de bekende asphaltlak wordt gebruikt. G. J. M.

LINKQL \//£.a*AHr£. DRAAD. F/C,.*

Sluiten