Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

|BM| 50ste Jaargang – Nummer 5- Zaterdag 15 September 1945 – Oplaag 33.600 Metaalbewerker Redacteur: G. van der Houven Hemonylaan 24 Amsterdam-Zuid Telefoon 27858-20821

ABONNEMENT: Bij vooruitbetaling par jaar f 2.- Voor het buitenland verhoogd met porto ADVERTENTIES» Afdeling* – advertenties per regel . ... f 0.20 Aanvragen voor perso* neel of andere advertenties. welke met da metaalindustrie verband Houden per regel f 0.30 Verschijnt 2x per maand

Ons „OUDE STANDJE”

(Vander H.) Zoals de bankwerker z’n lade, de loodgieter-fitter z’n tas, weer een ander soort vakman z’n kast of iets dergelijks bij tijd en wijle eens moet inspecteren ter opruiming van wat onnodig of onbruikbaar is geworden, zo moet een vakverenigingsbestuurder af en toe z’n actetas eens „uitmesten”. Proefondervindelijk weten we dat dan bij zo’n inspectie nog wel eens ’t een of ander voor de dag komt, dat onze aandacht dreigde te ontsnappen. Zo verging ’t ons deze week of, juister gezegd, zo verging ’t een drukwerkje, uitgegeven door de „Eenheidsvakbeweging, Bedrijfstak Metaal Hoogovens” (we citeren letterlijk) te Beverwijk, ’t Betreft hiér een soort van manifest, moet daar althans voor doorgaan, dat o.m. een aanval op „de oude” organisaties bevat. Dat geschiedt dan ter meerdere glorie van de eenheidsgedachte, moet u weten. Hetgeen, dit tot onze troost, tegelijk de erkenning inhoudt, dat deze nieuwbakken organisatie weliswaar de eenheid Voorstaat, al is ’t dan op een wat zonderlinge wijze, maar dan toch ook dat zij de eenheid nog niet bezit of Vertegenwoordigt. We lezen dan van allerlei in dit manifest, zo o.m. ook, dat de E.V.B. „is geboren uit en door de werkers, met als doel een zo sterk mogelijke eenheid te bereiken.” Dat klinkt nou helemaal niet nieuw. Het zou rechtstreeks ontleend kunnen zijn aan de strooibiljetten, manifesten e.d., zoals onze Bond er in zijn bestaan van bijna 60 jaren millioenen heeft uitgegeven. Wil men er soms mee zeggen, dat een bond als de onze, die reeds in 1886 het levenslicht zag, niet geboren is uit-endoor-de-werkers? Toen de schrijver van deze al heel Weinig van nieuwigheid glanzende zin

nog inde boerenkool zat, was onze Bond in 1889 al betrokken bij een grootscheepse staking inde metaalbedrijven in Rotterdam. We zijn er echter nog niet, want er komt nog heel wat anders uit dat eenheidsmanifest naar voren. „Van de oude organisaties behoeven wij in wezen niets te verwachten. Men kijke om zich heen in het bedrijf en men wete in wat voor toestand wij verkeren. De oude bondsbesturen proberen hun zetels te redden, door oude standjes weer op te richten en menen de arbeiders zand inde ogen te kunnen strooien, door het te doen voorkomen alsof de zgn. overkoepeling de eenheid zal brengen”. ’) We beluisteren hier klanken, die zo oud zijn als onze Bond en de gehele arbeidersbeweging. Zó ongeveer schreven vroeger de syndicalisten in hun bladen en andere geschriften. Bij hen gold zo inde jaren van omstreeks 1900 tot 1920, precies dezelfde goedkope, onwaarachtige redenering, dat ’t alleen maar om het baantje gaat. De eenheidsvakbeweging is inde kern van de zaak niet anders dan de renaissance van de vroegere syndicalistische beweging. Zij heeft op haar voorgangster dit vóór, dat de tijden verwarder zijn dan ooit te voren en dat zij zich kan richten tot vele jonge mensen, die de historische ontwikkelingsgang van de Nederlandse vakbeweging niet kennen. De oude vakverenigingen worden „oude standjes” genoemd, die de oude, slechts hun zetels reddende, bondsbestuurders, weer willen oprichten. Zoiets kan alleen maar geschreven worden door den een of anderen lummel, die niet ’t minste begrip heeft van de ‘) Geen sterveling, die dat ooit beweerd heeft. Van taalfouten gezuiverd. Red.

ontzaglijke offers, die in ’t verleden gebracht zijn om de positie van de arbeiders in deze kapitalistische wereld wat draaglijker te maken. De geschiedenis van onze Bond getuigt van strijd en offers. Buiten het feit, dat onze Bond inde jaren 1906 t/m 1939 ruim 3j millioen gulden uitkeerde uit de weerstandskas, behoeven we daarvoor slechts te wijzen op de stakingen te Amsterdam, Rotterdam en elders, waarbij tienduizenden betrokken waren. Zomaar uit ons geheugen diepen wij op de strijd, gevoerd in het jaar 1928, aan „De Schelde” te Vlissingen en ten behoeve van de loodgieters- en fitters van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Haarlem. Bij „De Schelde” waren we met bijna 1000 leden, bij de loodgieters- en fitters met 1289 leden betrokken. Het eerstgenoemde conflict duurde van 25 Mei tot 2 October, het andere van 8 Mei tot 18 September. Andere bijzonderheid: bij de loodgieters- en fitters ging ’t alleen maar ter verkrijging vaneen volle week vacantie. Wij streden indirect ook voor de bouwbedrijven, waar na onze overwinning eveneens een week vacantie werd ingevoerd. Wij deden maar een paar grepen uit ’t verleden en vragen in alle gemoede waar zo’n lummel, als de schrijver van dat Beverwijkse „manifest”, de moed vandaan haalt om over onze bonden als „oude standjes” te durven schrijven. Wè,t wil men eigenlijk? De N.S.B.r-ers hebben met de hulp van de moffen onze bezittingen, d.w.z. de bezittingen van de arbeiders, gestolen. Zij hebben onze bonden opgeheven en onze leden behalve een aantal dat lid werd van ’t Nederlands Arbeidsfront en waarvan er nu een deel meeschreeuwt inde nieuwbakken eenheidsvakbeweging her- en derwaarts verspreid. Maar daarmee waren onze „oude standjes” (Vervolg 2de pagina)

Sluiten