Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2e. Het vervaardigen vaneen keulse goot (loodwerk, zie afbeelding). 3e. Het vervaardigen vaneen luchtzuiger met beweegbare binnenkap voor trekregeling (plaatwerk, zie afbeelding). De candidaten werden vrijgelaten in het maken van de verbindingen: felzen, klinken, enz.; deze zijn dan ook niet op de tekening aangegeven. Het zinkwerk van de beide meesters was voldoende, terwijl het tekenwerk \ en de begroting vrij goed waren te noemen. De theorie was van den een beter dan van den ander, hetgeen begrijpelijk is, daar een candidaat in het bezit was van het diploma gasen wateffitter.' De eindcijfers waren van die aard,

dat. aan beide meesters het diploma kon worden uitgereikt. Van de gezellen daarentegen was het practische werk niet zo goed en konden maar twee van de vijf candidaten het diploma verwerven. Er waren inde opgaven dan ook practische moeilijkheden- op te lossen, die door enkele candidaten niet op de juiste wijze werden aangepakt en opgelost. . Bij het ten uitvoer brengen der werkstukken werd bijv. gelet op de wijze van uitvoering, hanteren van gereedschap, gevraagd het „hoe en waarom” en dergelijke. De moeilijkheden bij het zinkwerk waren 0.a., dat het werkstuk klein was; hetgeen voor iemand, die veel dakwerk gewend is, niet mee valt; verder waren er vele haakse kanten, die ingesneden moesten worden, alsook het pasmaken der vier zijvlakken tegen de z.g. steunbeertjes. – Van het loodwerk was de moeilijkheid de binnenopstand der beide vertakkende goten. Het materiaal voor deze opstanden moest ook gedeeltelijk van het bodem vlak gedreven worden, hetgeen enkele candidaten geheel verkeerd aanpakten, waardoor dan ook scheuren ontstonden, die gesoldeerd werden Dit was niet de bedoeling, want het moest gedreven zonder soldeerwerk eh dan bij oplevering nagenoeg overal even dik. Het materiaal was hier in het voordeel van den candidaat, omreden wij in plaats van 20 3O p.d.s lood hadden ontvangen. Bij dit werk hoorden wijde verzuchting slaken: „Al zou ik niet slagen, dan heb ik in deze week meer geleerd dan ineen jaar elders.” Bij het plaatwerk hebben wijde binnenkap laten vervallen, omdat wij

zwaardere plaat ontvingen dan was opgegeven. Desondanks bleef het ~ toch een werk, waar veel verstekken en klinkwerk aan was. De candidaten hadden er evengoed nog de handen aan vol. Was de practijk niet zo goed, de theoretische kennis aangaande de winning, verwerken en toepassen van metalen, alsook de gereedschapskennis, was vrij goed te noemen. Voor rekenen, meetkunde, Nederlandse taal en boekhouden voor de meesters en rekenen en meetkunde voor de gezellen stonden ongeveer twee a drie uur op het programma. Daar dit vermoedelijk het laatste examen voor meester en gezel is, omdat men het volgend jaar wil 'examineren volgens het programma, dat voldoet aan de vestigingseisen, zou ik de a.s. candidaten willen aanraden

een programma van eisen aan te vlagen voor het examen loodgieter, gas- en waterfitter. Dit is te «.erkrijgen hij de Vereniging ter Veredeling van het Ambacht, kamer 198. Raadhuis. Amsterdam (C.), a ƒ0.25 b.

Vragenbas Vraag 172: Kunt u mij ook helpen aan een tekening vaneen apparaat voor het slijpen van spiraalborén? Ik zie geen kans ze uit de hand goed te slijpen. Antwoord: Een tekening .vaneen slijpapparaat voor spiraalboren hebben wij niet ter beschikking. U< vindt deze echter wel in boeken over materialenkennis. U zoudt o.a. kunnen schaffen: Van Rees, Gereedschappen en Gereedschapswerktuigen, deel I, yitgave Kemperman, Florapark 1, Haarlem. Prijs ongeveer ƒ 1.40. Dit is een uitstekende handleiding. en gids voor de gehele metaalbewerking, een boek, waarvan u ongetwijfeld veel nut zult hebben. N. Vraag 173. Wij willen bij ons inde werkplaats een benzinemotor 2| P.K. 1200 omw. per min. 4 tact, compr. verhouding ongeveer 1:6, merk „Conord”, op acetyleengas laten lopen om het werk vaneen 2 P.K. eléctromotor gedeeltelijk te kunnen .overnemen. We hebben er een mengklepje bijgemaakt volgens bijgaand schetsje, direct aangesloten aan de zuigbuis van de carburateur, van welke de verstuiver en sproeier zijn verwijderd en de

diverse gaatjes zijn afgestopt om het valse luchtzuigen te voorkomen. Nu is de moeilijkheid,' dat de motor zeer gevoelig is voor het mengsel. Als we maar even te veel lucht geven, knalt de motor in zuigbuis en uitlaat en is er maar iets overmaat aan gas, dan is met één explosie de bougie totaal vervuild. In onbelaste toestand draait de motor . prachtig en ook de verbranding is dan goed. Ook het mengklepje vervuilt snel. De motor is goed in orde. Het gas betrekken we via een waterslot van de acetyleenontwikkelaar voor ons laswerk met een carbidinhoud van 50 kg. Het gas wordt niet gezuiverd. 1. Kan de motor op acetyleen draaien, zonder de compressieverhouding te veranderen? 2. Moet het gas gezuiverd worden? 3. Is het noodzakelijk een gaszak te gebruiken? Het gas staat onder geringe overdruk. 4. Hoe tó de verhouding van het nuttig effect ten opzichte van-benzine? Antwoord: Het wil ons voorkomen, dat de gasen de luchtregeling, uitgevoerd volgens uw schetsje, veel te critisch zijn, d.w.z. dat ze niet soepel genoeg werken. Een kleine verdraaiing heeft een te grote wijziging ten gevolge. U zoudt beter resultaat hebben met * een smoorklepje, op dezelfde wijze als de bestaande van de regulateur, maar dan met hefboompje. Nog beter is liet de gassmoorklep te koppelen aan de mengselsmoörklep, dus met stangetje en krukje. Als u in dit krukje een sleuf maakt, zodat u de slag kunt verstellen, dan kunt de juiste verhouding zoeken en instellen. Verder is het gunstiger, als het automatische klepje de gastoevoer afsluit én hiet het mengsel, zoals het nu is. Ten slotte nog de antwoorden op uw vragen: 1. Ja, dat gaat. 2. Neen, dat behoeft niet. 3. Ais u er geen last mee hebt, ten aanzien van de branders, niet nodig. 4. Op acetyleengas ontwikkelt de motor ongeveer 20 pet. minder vermogen. N.

Onderwater-Cenlrifugaalpompen Een diepwelpomp van bijzondere con- _ structie is de z.g. „onder watermotorpomp”. Bij dit pomptype bevindt zich niet alleen de gehele pomp onder water, zoals bij de reeds eerder besproken diepwelpomp, doch eveneens de aandrijf-electromotor. Pomp en motor, beide met verticale as, zijn tot één aggregaat verenigd, bezitten een gemeenschappelijke as en kunnen gezamenlijk aan een kabel in de bronbuis, put of schacht worden neergelaten, terwijl ook voor bergingsdoeleinden deze pomp belangrijke diensten kan verrichten'. Inde meeste gevallen is dit porapaggregaat transportabel, hoewel genoemde combinatie ook wordt gebruikt voor waterlevering uit één en dezelfde bron of put, waar dan de pomp wordt opgehangen en gemonteerd aan een stijgbuis met voet en bocht: door de stijgbuis wordt het water- naar boven gevoerd Bij verplaatsbare pompen wordt meestal gebruik gemaakt van gewapende persslangen, waardoor het water wordt weggeperst. De mooiste inrichting van het aggregaat is „die, waarbij de schoepenraderen zich boven de motor bevinden. Immers moet in omgekeerde volgorde het water nog langs de motormantel worden geleid en krijgt het pompaggregaat daardoor een grotere middellijn, wat vooral bij nauwe bronbuizen -een nadeel kan zijn Tegenover de reeds eerder besproken diepwelpompen hebben de onderwaterpompen het. voordeel van lagere – aanschaffingskosten en eenvoudiger montage. Een nadeel is evenwel, dat bepaalde delen van de zich steeds onder water bevindende electromotor, watervrij moeten worden gehouden, terwijl de aandrijfmotor van de diepwelpomp met verlengde as ver boven -de waterspiegel in het droge is geplaatst. Fabrikanten van onderwaterpompen hebben zich de laatste jaren echter energiek bezig gehouden met het genoemde zwakke punt aan deze pomp en zijn tot bijzonder goede resultaten geH*men.

Onderwaterpompen zijnde- laatste tijd sterk naar voren gekomen, ze weten zich niet alleen te handhaven, maar hebben zelfs belangrijk aan ter. rein op pompengebied gewonnen. G. A. F. Rectificatie In het artikel „Capaciteltsmeters voor vloeistoffen en gassen, werkend met drukverschillen”, in ons blad van 14 November 1941, zijn enkele storende foutjes geslopen. Een opmerkzame lezer maakte ons daarop attent. Hieronder volgen de verbeteringen: 3e kolom regel 17 en 18 „De uitstromingscoëfficient varieert slechts tussen 0,97- en 0,1” moet zijn „tussen 0,97 en 1”. (Dit is een tikfout in het ingezonden artikel.) v 4e kolom inde formule l q = c^tr is het wortelteken weggevallen. (Dit is een drukfout, aangezien het in het ingezonden artikel góed is vermeld.) ? F2 p 2 4e kolom Q = moet zijn y = —-j (Dit is evenals het volgende, goed in het artikel vermeld.). * 1 * * ' 4e kolom 5 = —-===== < 1- Q2 moet zijn < = y HiiiimiiiJiiHßimiianiiWiiiiiiiiniiHHHfWHHiiiiiiiiiiiiiiiniiiiiiifiiiiKHiiimiiiiiiriiifunifiuiiimnin H ■ a | WIE DE BOND J | VERSTERKT | | VERSTEVIGT | | EIGEN POSITIE |

Sluiten