Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

53e Jaargang — Nummer 4 — Verschijnt elke veertien dagen — Zaterdag 21 Februari 194?

Metaalbewerker

UIIG. VAN DE ALG. NED. METAALBEWERKERSBOND, Red. D.W.v. HATTEM. HEMONYLAAN 24, AMSTERDAM-Z , Tel. 27858-20821

De corveeër van de C.P.N.

In verband met de grondwetsherziening wordt 1948 een verkiezingsjaar. • Omdat we hier geen „volks”-, maar een gewone democratie hebben, zal, waarschijnlijk in Juli, het Nederlandse volk de gelegenheid krijgen in werkelijk vrije verkiezingen over het regeringsbeleid te beslissen. Als vakbeweging nemen we niet rechtstreeks deel aan de politieke strijd. Onze taak ligt vooral op sociaal-economisch terrein. Op dit terrein speelt „de politiek” echter een steeds grotere rol en het Is dan ook daarom dat wij hopen, dat de uitslag van de verkiezingen zodanig zal zijn, dat de koers van ,het regeringsbeleid in sterkere mate dooreen wassend aantal democratisch-socialisten zal kunnen worden beïnvloed. Toen we dit onlangs zo uitspraken, konden wede opmerking maken: „Ja, maar dat is niet neutraal.” Neen, maar dat zijn we ook niet. Men leze het beginselprogram van het N.V.V., dat. ook het onze is. In het godsdienstige, of wilt ge, levensbeschouwelijke: onpartijdig, in het maatschappelijke: democratisch-socialistisch! Zijn we hierom een „bijwagen” van de Partij van de Arbeid? Of, omgekeerd, is de Partij van de Arbeidde kruier van het N.V.V.? Geen sprake van! Juist het gemeenschappelijke uitgangspunt bevordert het respect voor elkanders organisatorische zelfstandigheid. Bij alle goede verstandhouding nemen zowel onze vakbeweging als de Partij van de Arbeid per saldo hun beslissingen op grond van eigen overwegingen. Kan men ditzelfde nu ook zeggen van de verhouding tussen C.P.N. en E.V.C.? Het is duidelijk van niet! Op het Kerstcongres van de C.P.N. heeft Paul de Groot,- de vroegere leider van de communistische cellenbouw in onze vakbeweging en thans de Führer aller Nederlandse communisten, de partijgenoten opgedragen te zorgen voor sociale onrust, actie en stakingen. Een opdracht die natuurlijk was gestoken inde bekende camouflage-taal der Moskovieten. Hij suggereerde, „dat de arbeiders steeds meer gedreven zullen worden om te

strijden voor loonsverhoging en tegen de prijsstijgingen” en verklaarde; „Het Is noodzakelijk, dat alle communistische arbeiders en loontrekkenden actief Inde vakverenigingen voor de belangen van hun medearbeiders optreden.” Inde bedrijven-conferentie werd als richtsnoer aangegeven; „Voorts moeten onze partijgenoten veel aandacht besteden aan de personeelsraden, met behulp waarvan vaak sociale verbeteringen voor de arbeiders te bereiken zijn. Ten opzichte van de vakbeweging moeten de partijkernem en de bedrijfsafdelingen een politiek voeren van actieve ondersteuning, die zich niet alleen moet beperken tot uitbreiding van het ledental, maar ook gericht moet zijn op de verbetering van de inhoud van de strijd der vakbeweging en verdieping van de strijd.” En wat zien we nu? De C.P.N. heeft gesproken en de E.V.C. staat inde houding. „De E.V.C.-Metaal eist 10 pet loonsverhoging”, lezen we groot opgemaakt in „De Waarheid”. En verder „Een loonvloer van ƒso. Is noodzakelijk voor een gezin met twee kinderen.” Zou het de bedoeling zijn om naast de kinderbijslag nu ook nog loon naar kinder-aantal te eisen? Blijkbaar wel, want de volgende avond lazen we, dat de E.V.C. voor het spoorwegpersoneel een minimumloon van slechts ƒ45.— verlangt! Of moeten de spoorjongens het met ƒ 5. minder doen? Over deze teleurstelling werden we

echter al gauw heengeholpen doordat we' In „De Volkskrant” lazen, dat de E.V.C. in het gehele land een gepeperd manifest heeft verspreid waarin de werkers van Nederland worden aangespoord tot de strijd voor een gemiddelde loonsverhoging van 15 pet op de grondslag vaneen loonvloer van ƒ 50. per week. Op die manier komt het minimumloon dan inde buurt van ƒ6o. te liggen. Immers bij een gemiddelde verhoging van 15 pet zullen toch vooral de minimumlonen het meest verhoogd moeten worden. Vraagt ge; waarom al deze misselijke demagogie?, dan is ons antwoord; 1948 is een verkiezingsjaar! De C.P.N. heeft herrie nodig! Denkt nog eens even aan 1946, . lezers! De E.V.C. zorgde voor de stakingen, de C.P.N. boekte haar verkiezingszege van 10 zetels Inde Tweede Kamer. – Direct daarna werd het heel wat kalmer. De E.V.C. had, als agitatie-apparaat van de C.P.N., haar dienst gedaan! Ditzelfde spel willen de communisten nu opnieuw gaan spelen. Dag na dag put „De Waarheid” zich uit om kleine acties tot grote conflicten op te blazen. Het gaat nog niet erg, men kan de zaak nog niet goed op gang krijgen. Misschien vinden ze het trouwens zelf ook nog te vroeg. De verkiezingen zijn pas in Juli... Harry Meyers, de voorzitter van de E.V.C.-Metaal, heeft volgens „De Waarheid” van 2 Februari, op een kadervergadering gezegd; „Wij moeten de strijd voor een algemene loonsverhoging van 10 pet (nu weer 10 pet.!! redactie) niet met fluwelen handschoenen voeren.” Dat men verder In geen geval genoe-

Leest de Blaasbalg, pag. 2. Nog even geduld. Het gaat nu gauw gebeuren! – gen kan nemen met het door de Uniebonden afgesloten collectief contract. Voorts, dat voorwaarde tot succes is „de eenheid inde bedrijven, samenwerking met de anders-georganiseerden aan de basis”. Begrijpt ge het bondsmakkers? De E.V.C.-Metaal zal samenwerking met u zoeken om uw eigen organisatie en werk een collectief contract kapot te maken!! Gemeen, zegt ge? Och, bedenkt dan dat het communisten zijn, die, zoals Lenin hun heeft geleerd, als het nodig is, tot alle mogelijke listen en sluwheden hun toevlucht mogen nemen. Genoemde Harry Meyers zei ook nog; „Het N.V.V. speelt, dank zij de politiek als leiders, geen zelfstandige rol meer.” Hij had hierbij het oog op de samenwerking in Unie-verband. Neen, dan de zelfstandigheid der E.V.C.! Paul de Groot knipt met zijn ogen en de leiders staan klaar om als echte corveeërs het vieze werk der C.P.N. op te knappen. Bondsmakkers en vooral gij leden in kernen en personeelsraden: LET OP UW ZAAK!

De verantwoordelijke vakbeweging

(I. B.) In 1947 gingen 221.299 arbeidsdagen verloren wegens werkstakingen. Dat lijkt zo een groot aantal, maar als wij weten, dat in 1920 (eveneens het tweede jaar na het sluiten van de vrede) 2.354.900 arbeidsdagen verloren gingen, dan kan niet anders gezegd worden, dan dat het in Nederland in 1947 rustig is geweest. Niet inde laatste plaats is dat te danken aan de vakbeweging. Over die houding van de vakbeweging na de tweede oorlog gaan verschillende stemmen op. Zo lezen wij in het Economisch Statistisch Kwartaalbericht van December 1947, dat bij het gebrek aan arbeidskrachten en de sterke positie, welke de vakverenigingen innemen, buitensporige eisen van de georganiseerde arbeid zeer goed denkbaar waren geweest. Dergelijke eisen zouden niet alleen de ontwikkeling van de productie en de voorziening van de bevolking met het nodige hebben geschaad, maar zouden ook het prijspeil omhoog hebben gedreven en dus de toekomstige ontwikkeling van onze exportindustrieën hebben benadeeld. Dat ons land een laag prijspeil heeft, kan zeker mede worden toegeschreven aan het verantwoordelijkheidsgevoel van vakverenigingsbestuurders en de houding der arbeidende bevolking. Deze strookten met het sociaal en economisch overheidsbeleid' met zijn rantsoenering, prijsbeheersing, loonpeilcontróle, verhoging van kinderbijslag, levensmiddelensubsidies e.d. De directeur-secretaris van het College van Rijksbemiddelaars is blijkens een ar-

tlkel in „De Naamloze Vennootschap” (Juli/Aug. ’47) van mening, dat de belangrijkste vakcentrales blijk hebben gegeven van groot inzicht en verantwoordelijkheidsgevoel en gezegd kan worden, dat zij met een grote mate van zelfbeheersing in het algemeen steun verlenen aan de noodzakelijk door de Regering gevolgde loonpolitiek. Daartegenover een uitlating van de heer H. Mayer, die In „Vrij Nederland” van 19 Juli 1947 schrijft, dat Marx zich oorspronkelijk de vakbonden als een sociale stoottroep had gedacht ter verwerving

van politieke macht. Naderhand hebben zij zich, zoals de politiek dubieuze, maar socioligische scherpzinnige criticus van het Marxisme, Hendrik de Man, aantoonde, aan het kapitalisme aangepast; thans zijn zij met hun voortdurend beroep op het „verantwoordelijkheidsgevoel van de arbeidersklasse” .een integrerend bestanddeel, een steun van het ineenstortende kapitalisme geworden. De West-Europese industriëlen hebben nu ervaren, dat liet hun slechts voordelen oplevert, als hun arbeiders dooreen „zich haar verantwoordelijkheid bewuste” vakbewegingsbureaucratie worden gecontroleerd, op welker inzicht men zelden zonde» resultaat een beroep doet. Houdt de vakbeweging de kapitalistischa maatschappij in stand? Een antwoord op deze vraag, dat verwijst naar de beginselverklaring van het, N.V.V., waarin staat, dat deze vakcentrale ' streeft naar diepgaande hervorming van ons. sociaal-ecgnomisch bestel, kan tot de repliek leiden: „Woorden zijn niet doorslaggevend, maar daden”! De vakbeweging (de bonafide wel te verstaan) heeft zich direct na de bevrijding op het standpunt gesteld; Wij zullen loyaal medewerken aan de opfaouw en daarbij tegelijkertijd blijven streven naar een samenleving die, als er weer moelijkheden komen, deze moeilijkheden zoals voorheen niet alleen afwentelt op de arbeidende klasse. Ondanks het feit, dat de welvaartsvermindering. die de oorlog teweeg heeft gebracht, bepaalde problemen (lonen en (Vervólg pag. 2 onderaan)

Sluiten