Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie

Met 30 stemmen vóór en 11 tegen heeft nu ook de Eerste Kamer de kaderwet op de Publiekrechtelijke Bedrijfsorganisatie aangenomen. De leden van de P.v.d.A. en de KVP stemden allen vóór ook de CNVbestuurder Schipper (A.R.). Alle anderen waren tegen. De heer Schipper heeft dus, evenals de heer Kikkert inde Tweede Kamer, de moed van zijn overtuiging getoond en anders dan de vroegere voorzitter van het C.N.V., de heer Stapelkamp, die, zoals bekend bij de stemming inde Tweede Kamer door één der klapdeurtjes verdween, een twijfelachtig grondwettelijk bezwaar niet als motief gekozen om tegen de wet te stemmen. Zoals gezegd, is de thans aangenomen wet een kaderwet. Het toporgaan, de Sociaal-Economische Raad (S.E.R.) kan nu worden gesticht en gaan werken, maar voor de totstandkoming van Product- HIER ZIJN DE GELUKKIGEN! (Ie serie) Bij het begin van 1950 zijn we ook begonnen met een nieuw invulformu-Üer met aanhangsel. Dat aanhangsel bestaat uit 2 strookjes, waarvan de aanbrenger er zelf één behoudt en het andere bij het Hoofdbestuur in een bus wordt gedaan. Telkens als een maand verstreken is, worden 50 strookjes willekeurig uit de bus getrokken, de bezitters van die nummers krijgen een boekenlijst toegezonden en kunnen een prachtig boek uitzoeken. De eerste maand is nu voorbij en de eerste 50 geluksvogels zijn bekend De nummers staan hieronder vermeld en zij krijgen inde loop van de volgende week bericht. Denk er om: iedereen moet zijn strookjes goed bewaren Wie er nu niet bij is, kan de volgende keer tot de gelukkigen behoren en aan het eind loten alle nummers weer mee Voor een aantal prachtige prijzen, w.o. een fiets en een stofzuiger. ✓ De nummers zijn: 00073,01201,02402 |f 10202, 10322, 10342, 10502, 10517, 10706, r 11250, 12504, 12962, 13622, 15021, 15732, 16051, 16498, 20163, 20659, 22017, 22153. – 22558, 23504, 23550, 23677, 23834, 24384, 11 24388, 23078, 28097, 29071, 29267, 29401, 30342, 30802, 31043, 32325, 32491, 33710, |é 33841, 34848, 34856, 35360, 36282, 36295, 3 36299, 36812, 36747, 22548. 33885 Aanbrenger van dit strookje gelieve zijn adres op te geven. En tot slot de beste mededeling: De gang zit er in en goed ook, het aantal nieuwe leden stijgt! Volhouden en doorzetten!

l' Sse Jaargang Nummer 3 J 4 Februari 1950 V Uitgave van de Algemene Neder•l Landse Metaalbewerkersbond »! Verschijnt elke 14 dagen D Redacteur: D W van Hattem Adres van redactie en administra( tie: Hemonylaan 24, Amsterdam-Z Telefoon 27858—20821 Advertentietarief: 30 cent per mm (kolombreedte 58 mm) Bijdragen moeten 10 dagen vóór verschijning in het bezit van de j redactie zijn

schappen zijn afzonderlijke wetten nodig, terwijl de bedrijfschappen, als er voldoende belangstelling voor is bij de bedrijfsgenoten, bij Koninklijk Besluit kunnen worden ingesteld. Nu, ten spijt van dein en na de bezettingstijd af gelegde verklaringen, er in werkgeverskringen steeds sterker verzet opkomt tegen deze nieuwe organen, vond de voorzitter van ons NVV, Oosterhuis, het nodig inde Eerste Kamer een krachtig waarschuwend woord te spreken. Wij laten ons van de weg naar de sociale en economische democratie niet afdrukken. Zouden de werkgevers dit proberen, dan zal dit de aanleiding zijn vaneen opnieuw fel oplaaiende klassenstrijd. Over het zg. zelfdoen der bedrijfsgenoten en de mate van overheidsinvloed is inde beide kamers lang en principieel getwist. Zoals bekend wenst onze beweging zowel het één als het ander, n.l. zoveel mogelijk de zelfwerkzaamheid der bedrijfsgenoten bevorderen, maar naar de richtlijnen door de Overheid getrokken en zo nodig onder haar leiding, althans met haar medewerking. Ten volle bevredigd is niemand door deze wet. Onze beweging vindt dat er te weinig, de K.V.P. en anderen dat er te veel Overheidsinvloed komt. Maar dit staat wel vast: Ondanks de verschillende politieke formaties is de Overheid zich steeds meer met het sociaal-economische leven gaan bemoeien. Dat was dus blijkbaar onvermijdelijk. Welnu, dan moeten er ook de organen komen om deze Overheid gelegenheid te geven, in samenwerking met de werkgevers en arbeiders, haar invloed goed en in het algemeen belang uitte oefenen. In het volgende nummer zullen wij op dit belangrijke onderwerp nader terugkomen. '

Helpt hen! De Commissie Internationaal Hulpwerk, samengesteld uit vertegenwoordigers van het N.V.V. en de Partij van de Arbeid, die zich ten doel stelt vluchtelingen uit de Oosteuropese landen, die in ons land asyl komen zoeken, financiële bijstand te verlenen, heeft uiteraard voor dat doel grote bedragen nodig. De Commissie heeft echter gemeend thans nog niet tot het houden vaneen inzameling dp grote schaal te moeten overgaan; zij meent voorlopig te kunnen volstaan met de uitgave vaneen boekje over Thomas Masaryk, geschreven door één van zijn hier te lande vertoevende naaste medewerkers. De opbrengst van het fraai uitgevoerde boekje komt geheel ten goede aan dit steunverleningsioerk, waarbij opgemerkt kan worden dat, dank zij de ruime bijdrage van de zijde van de N.V. „De Arbeiderspers” en de N.V. „De Centrale", de drukkosten van dit boekje uitermate gering zijn. Wil de opbrengst een bedrag van enige betekenis opleveren, dan zal de oplage zo groot mogelijk moeten worden en daarom doen wij namens de Commissie Internationaal Hulpwerk een klemmend beroep op al onze bondsmakkers om te trachten een groot aantal van deze boekjes te plaatsen. De verkoopprijs is vastgesteld op f 0.25, welk bedrag, zoals hierboven reeds is uiteengezet. geheel ten goede van dit werk zal komen. Bij uw afdelingsbestuur zijn deze boekjes verkrijgbaar en mochten ze niet in voorraad zijn, dan kan uw bestuur de boekjes bij het Bondsbestuur bestellen. Tracht dus zo veel fnogelijk boekjes te verkopen, zodat u daadwerkelijk meehelpt om diegenen te steunen, die evenals wij de vrijheid boven alles liefhebben.

r— ~~ N p| ius aart. Pi LUS

D’r zaten twee vrouwen inde bus naast elkaar en ik zat er achter en luisterde ongewild hun gesprek af. ,js die van je dochter”, vroeg de vrouw van middelbare leeftijd aan de oudere vrouw, die een meisje van een jaar of tien bij zich had. ,JNeen, van de buurvrouw”, was het antwoord. „Ze kan zelf niet weg, omdat ze op alle dag loopt en ze heeft er nog drie Een jochie van zeven is al maanden ziek van de klieren

en zij", en Ze knikte inde richting van het meisje, moet naar buiten van de dokter. Ik ga nou met d’r naar het consultatiebureau en nou hopen we maar dat er een plaatsje voor d’r is inde gezondheidskolonie." ,Ja mens", zuchtte ze, „heb je ze zelf niet meer, dan heb je het wel van je kinderen of vaneen ander, maar je moet zo’n stakker toch bijstaan.’’ „Heb u kinderen?" Dit tegen de jongere vrouw. „Twee", was het antwoord, „een jongen van vijftien en een meid van twaalf.” „Zijn ze gezond?” „Gelukkig wel", was het antwoord, „we hebben er geluk mee gehad tot heden an toe, maar laat ik het afkloppen, we hebben bij ons thuis narigheid en armoe genoeg gehad vroeger en toen was er niet de hulp die je tegenwoordig kan krijgen.” „Zal ik maar zwijgen”, was het antwoord van de andere. „Wij waren thuis met z’n tienen en m’n vader moest het alleen verdienen en d’r ging nog een gedeelte van z’n weekgeld naar de kroegbaas. Toen ik tien jaar was, ging ik niet meer op school, want ik was het oudste meisje en moest thuis helpen en

voor de broertjes en zusjes zorgen als moeder uit werken ging. Toen ik twaalf was, deed ik de was bij de slager op de hoek en ik moest op een stoof bij de kuip staan omdat ik er anders niet bij kon. En Vrijdagsavonds deed ik de slagerij, die helemaal geboend moest worden en Zaterdags proper muest zijn. Twee kwartjes betaalden ze en ’s Maandags voor de was drie." Zij keek de jongere vrouw eens aan en vroeg: „Hoe oud bent u nou?" „Vijf en veertig” was het antwoord. „M’n man en ik leven nou van Drees en van wat de kinderen ons nog toestoppen”, zei de oude weer „en dat is geen vetsoppen in deze tijd, al zou ik mijn moeder op d’r ouwe dag graag gegund hebben icat ik nou heb. want die is in het armenhuis gestorven. Maar jullie hebben een betere kans en als Nellie hier", en zij streelde het kind over het blonde kopje, „groot en sterk wordt, zal zij geen angst voor de ouwe dag meer behoeven te hebben." De jongere vrouw glimlachte en stellig dacht zij aan haar eigen kinderen toen ze zei: „Dan zullen we maar doorgaan om de wereld nog meer te veranderen en beter te maken, opoe.”

SOCIALE KANTTEKENINGEN Eindelijk komt er nu ook verbetering in de financiële toestand vaneen te lang vergeten groep ongevallenrentetrekkers. Reeds vaak was er van verschillende zijden, waaronder de Vakbeweging – niet het laatst, op gewezen dat de zgn. ,oude” ongevallenrenten, d.w.z hoofdzakelijk de renten toegekend vóór 1919, volgens redelijke begrippen te —i laag waren. BIJSLAG OP In, iegenstenmg > tot de mvahditeits- ONGEVALLEN en weduwenrenten toegekend op grond RENTEN van de Invalidi- __J teitswet, welke sedert 1 October 1948 verdubbeld werden, waren deze oude ongevallenrenten op dezelfde hoogte gebleven. Een onlangs bij de Tweede Kamer ingediend wetsontwerp wil hieraan nu een einde maken. Het is nl. de bedoeling dat aan hen, die een rente of uitkering genieten ingevolge één der Ongevallenwetten (Industriële of Land- en Tuinbouwongevallenwet), berekend naar een percentage van ten minste 25 % of meer arbeidsongeschiktheid een bijslag verleend wordt van 25 percent. Deze bijslag zal speciaal gelden voor de personen, die vóór 1 Januari 1947 dooreen bedrijfsongeval zijn getroffen. Hiermede komt het onbillijke verschil, dat tot dus-

ver bestond ten opzichte van de Invaiiditeitsrentetrekkers, te vervallen. Bovendien zaï voor de oude ongevallenrenten een minimum dagloon worden vastgesteld van 6 gulden voor een gehuwde rentetrekker en van f 4,50 voor een ongehuwde. Een korte toelichting moge het bovenstaande nog verduidelijken. Zoals wellicht bekend, zijnde ongevallenuitkeringen gebaseerd op het dagloon van de getroffenen. Daar de (Industriële) Ongevallenwet reeds van 1901 dateert, in welke periode de lonen volgens huidige begrippen laag waren, is het duidelijk dat de toen verstrekte uitkeringen voor deze tijd onvoldoende zijn. In 1919 bij het in werking treden van de Invaliditeitswet kwam hierin enigszins verbetering, doordat degenen, die vanaf dat jaar ongevallenrentetrekker werden, daarnaast nog in aanmerking konden komen voor een invaliditeitsuitkering. Maar dan nog, gezien het feit dat de invaliditeitsrenten eveneens laag waren, bleef de totale uitkering ontoereikend. Vandaar dat in het nieuwe wetsontwerp, behalve een bijslag van 25 percent, ook minimum-daglonen van resp. f6 en f 4,50 voorgesteld worden, waardoor dus de lagn daglonen, waarop de oude ongevalsrenten gebaseerd werden, opgetrokken worden. Een bijslag op de ongevallenrenten, toegekend na 1 Januari 1947, werd niet nodig geoordeeld, omdat de na die datum plaats gehad hebbende ongevallen gebaseerd zijn op daglonen, waarin over het algemeen de na de oorlog opgetreden loonstijgingen zijn verwerkt. Al met al kunnen wij zeggen, dat ook voor de groep oude ongevallenrentetrekkers een beetje meer sociale zekerheid zal worden verwezenlijkt, hetgeen wij niet anders dan kunnen toe juichen. Emvé.

„Dat spreken we af", zei Rinus, die om de centen kwam, „en op mij kun je rekenen, moeder. Ik heb ook een paar van die schobbejakken thuis, zie je!”

3

Sluiten