Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Productiviteit en Arbeidsinspanning

(I.B.) Er zijn vele wegen die naar Home leiden en als wij een bepaald doel willen bereiken, dan zoeken we natuurlijk altijd naar de weg die de minste moeilijkheden oplevert. Om de productie op te voeren, vooral door middel van verhoging van de Productie per man, kan men heel wat wegen volgen en het is ons natuurlijk allemaal opgevallen dat van die wegen het langer werken en het werken in ploegen van vele zijden wordt aanbevolen. Onze lezers kan bekend zijn, dat een onderzoek naar de oorzaak van de hoge productiviteit in Amerikaanse staalgieterijen geleid heeft tot de conclusie, dat vooral een goede opzet van de fabriek, een wijd verspreide aanvaarding van de machines die de menselijke arbeidskracht vervangen en zuinigheid in het gebruik van geschoolde arbeidde oorzaken waren van die hoge productiviteit. Dit onderzoek is ingesteld door de Brits-Amerikaanse Raad voor de productiviteit, die nu tevens een rapport heeft gepubliceerd over de bijdrage, die een vereenvoudiging van de productie en een beperking van het aantal typen kan leveren inde opvoering van de productiviteit. De leden van de commissie, die dit rapport samenstelde, hebben weer een aantal fabrieken inde Verenigde Staten, die dit middel in ruime mate toepasten om de arbeidsproductiviteit te verhogen en de kosten te verlagen, bezocht. Een grote fabrikant van radiotoestellen en televisie-ontvangers deelde mede, dat men zich ten aanzien van de laatste beperkt had tot twee chassistypen, waarvan vele onderdelen bovendien nog uitwisselbaar waren. Het onmiddellijke resultaat van deze beperking was, dat de productie na de oorlog steeg met 80 pet. Verwacht werd, dat de stijging zich tot 120 pet zou voortzetten. Vóór de oorlog produceerde dit bedrijf radiotoestellen in 160 modellen. Het gevolg hiervan was, dat van sommige modellen nog geen 4000 toestellen per jaar werden vervaardigd. Een Productie van 50.000 toestellen van één type werd als zeer hoog beschouwd. Eén en ander maakte een voortdurende verandering van de productie-opzet en de gehele inrichting noodzakelijk. Bovendien moest hieraan de opleiding van jongeren steeds aangepast worden. Sinds het einde van de oorlog worden nog slechts 15 modellen vervaardigd. 5 hiervan bezitten hetzelfde chassis, echter ineen andere kast. Hierdoor werd het mogelijk een betere ontvanger in-de handel te brengen tegen een vooroorlogse prijs, niettegenstaande de sterke stijging van arbeids- en materiaalkosten in het algemeen. Een serie van 250.000 toestellen van één model wordt op het ogenblik ais normaal beschouwd. De fabrikanten van pijpfittingen en kleppen hebben door samenwerking een belangrijke beperking van het aantal typen bereikt. Tijdens de oorlog bleek uiteen onderzoek, dat fittingen en kleppen van bepaalde afmetingen slechts weinig verkocht werden, waardoor men kwam tot deze beperking. Het volgende staatje zij hiervan een illustratie. Percent, typen Percent, van Producten dat niet langer deze typ. van werd vervaard, de tot. verk. Koperenkleppen ... 29 0.9 Uzeren kleppen ... 53 1.8 Smeedbare fittingen 43 1.2 Gietijzeren fitt. ... 70 2.1 Koperen fittingen 57 1.6 Ofschoon de kosten van arbeid en grondstoffen inde periode 1939—1943 stegen met 50 a 100 pet, gingen de Prijzen van de kleppen slechts met 50 pet omhoog. Voor een belangrijk gedeelte was dit te danken aan de beperking van het aantal typen, hetgeen bleek uit de grotere prijsstijging van andere producten, die uit dezelfde grondstoffen werden vervaardigd.

De Amerikaanse fabrikanten van moeren, bouten en klinknagels gingen bij hun streven naar de beperking van het aantal typen uit van hetgeen door de bedrijven zelf reeds tot stand was gebracht. De resultaten hiervan werden dooreen commissie bestudeerd, waarna overeenstemming werd bereikt om de productie van die bouten enz. te staken, waarvan bleek, dat de vraag er naar gering was. Grotere productie-series en lagere kosten waren het gevolg, hetgeen weer resulteerde ineen beperkte prijsstijging vergeleken met de scherpe stijging der materiaal- en arbeidskosten. Inde staalindustrie werd tijdens de oorlog het aantal soorten staal met een verschillende samenstelling, teruggebracht van 5000 tot 300. Tot nog toe is niets gebleken vaneen wens om dit laatste cijfer weder op te voeren. Ineen fabriek van diesel-electrisctie locomotieven waren de materiaalkosten in 1949, vergeleken met 10 jaar daarvoor, gestegen met 110 pet. Dat de prijs van het afgewerkte product slechts met 25 pet was gestegen, dankte men naar het oordeel van de directie inde eerste plaats aan het feit, dat het aantal modellen en typen drastisch werd beperkt. Een zeer grote fabriek van electrische apparaten vervaardigde vóór de oorlog 19 soorten strijkbouten. Sommige typen werden alleen gemaakt, omdat een concurrent ze ook maakte. Op het ogenblik zijn er nog slechts 4 typen ten behoeve waarvan enkele belangrijke onderdelen worden vervaardigd in slechts 2 typen. Hierdoor ligt de huidige prijs slechts 14 pet boven de vooroorlogse. De afzet verdubbelde in deze periode. Verschillende werkzaamheden, die vroeger met de hand geschiedden, zijn nu gemechaniseerd, hetgeen mogelijk is geworden door de grotere hoeveelheid producten. Het aantal typen electrische ventilatoren daalde van 75 in 1940 tot 50 in 1948, terwijl plannen bestaan een nog grotere beperking door te voeren. Men schatte, dat een volledige uitvoering van dit programma de kosten voor directe arbeid met de helft zou verminderen en die voor indirecte arbeid met twee derde. Bovengenoemde voorbeelden van hetgeen met vereenvoudiging van de productie, gepaard gaande met een beperking van het aantal typen, werd bereikt, kunnen weer een les zijn voor ons land. Een les die kan leiden tot het vinden van de weg die voert naar hogere arbeidsproductiviteit niet alleen door meer arbeidsinspanning.

, ■ ; . . ,< r.A *- –

Het zal een gelukkige verbetering zijn in onze sociale verzekeringswetgeving als uitvoering wordt gegeven aan het plan van de herzieningscommissie-Van Rhijn om in het vervolg geen onderscheid meer te maken tussen arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, ongeval of invaliditeit. Indien wij eens nagaan welke verbetering dit zal geven, dan zien wij het volgende: Wordt nu iemand ziek, dan krijgt hij volgens de Ziektewet gedurende ten hoogste 1 jaar 80 % van zijn dagloon. Deze uitkering gaat pas in wanneer de zieke drie zgn. wachtdagen heeft doorgemaakt. Boven deze wettelijke uitkering worden in vele gevallen nog op grond van C.A.O. of fabrieksreglement aanvullingen gegeven inde vorm van minder of geen wachtdagen en/of een uitkering van 90 of 100 %. Nadat men echter een jaar getrokken heeft, houdt de ziekengelduitkering op en beginnen de moeilijkheden. Kreeg men tot dan nog een redelijke vergoeding al blijft iedere vermindering van het loon tijdens ziekte iets onbillijks de uitkering, die hierna komt, is veel minder Wil immers het ongeluk dat men langdurig ziek is, waaruit een tijdelijke of blijvende invaliditeit ontstaat, dan is de enige wettelijke uitkering waarop men aanspraak

kan maken, de Invalidlteitsrente krachtens de Invaliditeitswet. In deze wet is echter geen sprake van een uitkering gebaseerd op een bepaald percentage van het loon. De invaliditeitsrente wordt nl. berekend op basis van het aantal geplakte rentezegels en de tijdsduur waartussen de eerste en de laatste zegel geplakt is. Bij een hoogst mogeiijke rente, eventueel nog samengaande met de gezinstoeslag die de gehuwden krijgen, blijft de invaliditeitsuitkering nog aanzienlijk beneden de ziekengelduitkering. Deze verlaging van inkomen is voor de zieke arbeider onoverkomelijk. Stel nu hiertegenover de uitkering die een getroffene krijgt wanneer deze arbeidsongeschikt is wegens een be- ÊÉN SOORT drijfsongeyal. In Anminsov dat geval bestaat ™K°T evenals bijdeZiektewet recht °peen u uitkering van 80 % van het dagloon, met deze beperking dat die uitkering maar ten hoogste 6 weken duurt. Is men langer dan 6 weken ongeschikt tot werken, dan ontvangt men bij algehele ongeschiktheid 70 % van het loon en bij gedeeltelijke ongeschiktheid een evenredig deel van 70 %. Een bepaalde termijn is voor deze uitkering niet gesteld. Men ziet, dat dit een aanmerkelijk gunstiger regeling is dan de voorzieningen getroffen bij ziekte en invaliditeit. Hierbij zien wij nog af van het feit dat de Ongevallenwet ook met zijn andere voorzieningen verder gaat. Waarom echter, vragen wij ons af, moet er onderscheid gemaakt worden tussen arbeidsongeschiktheid wegens ziekte ongeval of invaliditeit. De getroffene kaa

buiten zijn schuld niet in zijn onderhoud I voorzien en maakt in dat geval aanspraak op een vergoeding voor de door hem geleden schade. Waarom die vergoeding verschillend moet zijn al naar gelang de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van ziekte, ongeval of invaliditeit, begrijpt hij niet en wijst hij af. Het is vaak ook medisch niet altijd vast te stellen of de ongeschiktheid komt door ziekte of door ongeval. De getroffene wordt dan van , het kastje naar het muurtje gestuurd om te weten te komen van welk orgaan hij zijn uitkering moet krijgen. Ondertussen moet hij op zijn geld wachten of krijgt hij in het gunstigste geval een voorschot. Een massa tijd en kosten gaan op deze wijze verloren. Alles pleit er dan ook voor het onderscheid tussen arbeidsongeschiktheid uit hoofde van ongeval, ziekte en invaliditeit op te heffen en gedurende de eerste twee jaren der ongeschiktheid dezelfde uitkeringen te geven. Hoe het na die twee jaren moet gaan, is een ander hoofdstuk. Emvé. Verkoopgelegenheden van Pensioenzegels. De pensioenzegels van het Bedrijfspensioenfonds voor de Kleine Metaalnijverheid zijn thans ook verkrijgbaar te Weert: Ned. Credletbank N.V., Julianaplein. Montfoort: Coöp. Boerenleenbank. Hoogstraat H. 25 A. '

r “ _ _ _ ~7 DE LÜS

Een paar weken geleden zijn wij, Ans en ik,. naar „Feijenoord” geweest. Dat vindt u misschien niks bijzonders, maar dat is het voor ons wel, want dat was de eerste keer dat zo iets gebeurde zolang wij getrouwd zijn en dat is toch een heel rukkie zo zachtjes-an. ’k Voel er niks voor, ik snap d’r geen bal van en waarschijnlijk daardoor vind ik het zonde van het toch altijd nog aanzienlijke bedrag dat je er voor neer moet tellen. Daar hoeven jullie nou geen ingezonden stukken over te sturen, want ik weet best dat het voor een ander wel een attractie is. Vroeger, toen ik nog bij Moeder thuiswas, was ik óók niet wijzer, toen wilde ik er per se óók naar toe.

maar dat mocht bij ons thuis niet vanwege de Zondagsheiliging èn de knappe kleren, die beide ontzien moesten worden. Dat we nu toch gegaan zijn, heb ik overigens weken van tevoren zien aankomen, want Ans, die vroeger altijd kankerde dat de krant ’£ Maandags niet te genieten was, stond de laatste weken om zo te zeggen achter de brievenbus te wachten op de krant met het sportnieuws. Stapelmesjogge gemaakt dooreen vriendin met d’r verhalen dat het bij zo’n wedstrijd altijd zo spannend, zo druk, zo gezellig en zo interessant is „en o, meid, als er bij ons een kooltje ingaat. krijg ik het gewoon op m'n zenuwen". Vandaar die gezelligheid. Enfin, omdat Ans dus zo nodig moest, zijn we er heen gegaan. De lui. die naast ons zaten en direct in de gaten hadden hoe groen wij op dit gebied nog waren, hebben hun best gedaan ons inde juiste stemming te krijgen en ze vertelden dat we reusachtig boften, want dat „Feijenoord” die dag kampioen zou worden. Nou, dat hebben we toen

ook maar jofel gevonden, hoewel het mij nogal verdacht lijkt dat ze dat van tevoren weten. Inde pauze hebben we mekaar eens aangekeken en we zijn ’m gesmeerd en het eerste wat Ans zei toen wij bij Finus inde tram stapten was: „Ik ben blij dat ik nou ten minste weer eens een normaal mens zie!” Finus bedankte voor het compliment en vroeg wat er aan de hand was. Maar Ans zat diep in gedachten en gaf geen antwoord. Na een poosje was ze blijkbaar tot een conclusie gekomen, want ze vroeg: „Hoeveel mensen waren er nou op dat veld?" Ik zei, dat ik dacht dat het er ongeveer 60.000 waren. „H m”, zei Ans, „en hoeveel leden heeft onze Bond nou?” Ik zei, dat ik, te oordelen naar de laatste berichten, dat aantal wel op 69.000 durfde schatten. „Zo”, zei Ans, „en nou maken jullie je zo druk dat het er 70.000 moeten worden. Maar stel je nou eens voor dat die mensenmassa, die we nou vanmiddag bij mekaar hébben gezien, nou eens de leden van de Bond waren, het aantal klopt wel ongeveer! En als die allemaal nou eens met

hetzelfde enthousiasme, waarmee ze vanmiddag hun kelen schor schreeuwden propaganda maaktenl Dan kon Jij toch zeker met je armzalige 70.000 wel inpakken want dan zijn het er ineen mummetje van tijd méér dan 100.000." „En nou zeggen ze nog”, zei Finus, „dat vrouwen niet logisch kunnen redeneren!”

3

Sluiten