Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE POSITIE VAN DE ZWEEDSE SCHEEPSWERVEN

Aan de Zweedse scheepswerven heerste de laatste jaren een uitgesproken hoogconjunctuur, die nog steeds aanhoudt, hoewel bepaalde tekenen er op wijzen dat het hoogtepunt wel bereikt zal zijn. Het aantal orders, dat de Zweedse scheepswerven hebben, kan nog steeds zeer goed genoemd worden. Bij de jaarwisseling 1949/’5O was er een reserve aan opdrachten van 1.047.200 bruto-tonnen, hetgeen overeenkomt met een hoeveelheid werk van de huidige omvang tot 1953 In tegenstelling met 1949, toen wel het aantal orders goed was, doch nieuwe opdrachten ontbraken, is er thans een toename van nieuwe orders. De oorzaak daarvan. zal wel gelegen zijn inde politieke toestand inde wereld (oorlog in Korea). Hoeveel handelsschepen en met welke bruto-tonnage van 1943 tot 1949 geleverd werden, blijkt uit de volgende cijfers: Jaar: Aantal Bruto-tonnage: 1943 31 115.000 1944 51 192.000 1945 56 278.750 1947 47 190 600 1949 64 307.150 In 1943 liepen 43 schepen met een brutotonnage van 151.000 en in 1947 67 vaaruigen met een bruto-tonnage van 326.000 van stapel. Van 1937 tot 1948 is het aantal arbeiders met 50% of van 15.345 op 23.006 en der

Jaar: Voor industrie- Voor machines en Voor woningen gehouwen: apparaten: voor arbeiders en beambten: 1939 3.476.000 Kronen 3.345.000 Kronen 61.000 Kronen 1947 23.083.000 „ 16 433.000 ~ 4.015.000 „ 1948 13.234.000 „ 13.515.000 „ 5.945.000 1950 (gepland) 8.280.000 „ 8.985.000 „ 285.000

De hoge bedragen voor de bouw van arbeiderswoningen houden verband met het gebrek aan arbeidskrachten. De werven willen door het beschikbaar stellen van 'woningen arbeidskrachten aantrekken. In weerwil van deze buitengewoon goede economische toestand en de daarmede verbonden goede hoeveelheid werk zijn nochtans reeds verschillende moeilijkheden te bespeuren. De Noorse rederijen, die mede tot de beste klanten van de Zweedse werven behoorden, kunnen niet tot nabestellingen overgaan, omdat hun de noodzakelijke valuten ontbreken, waardoor de Zweedse werven niet de gewenste credieten kunnen geven. Hierbij kan vermeld worden, dat de Noorse scheepswerven hun capaciteit belangrijk uitgebreid hebben. De Noorse werven hebben thans een opdracht voor de bouw van vijf tankschepen imet een bruto-tonnage van 16.000 per «chip. Ook de concurrentie van andere

beambten met 130% of van 1.833 op 4.216 gestegen. Het aantal arbeiders is sedertdien nog toegenomen en er is thans een tastbaar tekort aan arbeidskrachten, in het bijzonder aan geschoolden, welk tekort men tracht op te heffen door het opnemen van buitenlandse arbeidskrachten. De beweegkracht voor de machine- en apparatenbedrijven is van 50.021 P.K. in 1937 op 125.225 P.K. in 1948 gestegen. De totale waarde van de voor de verkoop gerede producten is van 131.620.000 Kronen in 1937 op 540.558.000 Kronen in 1948 gestegen. Deze goede resultaten hebben tot vergroting en modernisering van de scheepswerven geleid. De investeringen, die in 1939 7.9 millioen Kronen bedroegen, bereikten in 1943 een bedrag van 19.1 millioen Kronen. Na een kleine teruggang in 1944, die tot de onzekere verhoudingen in de laatste oorlogsjaren terug te voeren is, stegen zij in 1945 tot 21,2 millioen Kronen, om in 1947 het bedrag van 58.2 millioen Kronen te bereiken. Daarna was er weer een teruggang te constateren en zijn voor 1950 investeringen tot een bedrag van 20 millioen Kronen gepland. De oorzaak voor de teruggang zal wel daarin gelegen zijn, dat de werven thans een zodanige capaciteit hebben als voor dein het komende jaar en de eerstvolgende jaren te verwachten bestellingen noodzakelijk is. Van deze bedragen voor investeringen werden besteed:

landen is reeds te bemerken. In het bijzonder geldt dit voor reparatiewerk Opnieuw zijn het hier de Duitse scheepswerven, die door hun korte levertijden en de belangrijk lagere lonen als concurrenten optreden. Sedert 1947 is er in Zweden een loonstop en zijn daarna geen rechtstreekse loononderhandelingen meer gevoerd. In weerwil daarvan zijnde lonen sedertdien gestegen. Op de scheepswerven bedraagt deze verhoging sedert 1947 11% en bedraagt het gemiddelde uurloon thans Kr. 290. Daar de loonstop nu opgeheven is en spoedig nieuwe onderhandelingen inde metaalindustrie zullen plaats vinden, kan rekening gehouden worden met een verhoging der lonen op de scheepswerven. Van de meer dan 23.000 op deze werven werkzame arbeiders is 96% inde Zweedse Metaalbewerkersbond georganiseerd. JOS. LADING

De vakbonden in Suriname

Suriname telt zeer vele bonden. Bijna elke regeringsafdeling heeft een bond voor het personeel. Zo zijn er bv. bonden van de bureau-ambtenaren, personeel in dienst van openbare werken en verkeer, van het hospitaal, van het krankzinnigenwezen, enz. Men kan, zoals bij U in Nederland, best in één ambtenarenbond verenigd zijn. in Suriname is dat helaas niet, omdat de belangen van iedere afdeling verschillen Zo is er op de afdeling openbare werken en verkeer een bond voor het personeel, maarde bureau-ambtenaren van die afdeling zijn niet in die bond opgenomen, omdat zij inde bureauambtenarenbond zijn. Men heeft tijdens de salarisherziening van de ambtenaren in overheidsdienst een overkoepeling gevormd: het Comité van Samenwerkende Organisaties. Men hoopt bij de totstandkoming van de rechtspositie der ambtenaren dit comité te laten functionneren. De andere bonden, zoals de electriciensbond, de vissersbond, de metselaarsbond, de schildersbond, de timmerliedenbond, de taosarbeidersbond enz., werden opgericht, omdat men plotseling de noodzakelijkheid hiervan bewust werd. Inde meeste gevallen komt zo’n bond tot stand, wanneer er een actie ondernomen moet worden. Voor het overige ziet men de leden sporadisch op de vergaderingen, die trouwens ook sporadisch gehouden worden. Ik ben van mening, dat er heel veel aan de leiding der bonden ontbreekt. Er wordt geen animo onder de leden gewekt, zoals bv. bij U inde actie „70.000”. Het komt hier voor, dat de leden het niet met de leiding eens zijn, waarbij zij eenvoudig wegblijyen en niets meer van zich laten horen. Of, een bepaalde groep maakt zich van de leiding meester en... doet het dan nog gebrekkiger dan de vorige leiding! Men zou thans kunnen

In ons bondsorgaan van 23 September jl. hebben wij een artikel geplaatst van Ant. J. Kollau, voorzitter van de Surinaamse Bond van Electriciens te Paramaribo, over de ontwikkeling van de Surinamer tot vakman. Hij beloofde aan het slot van dat artikel, dat hij nog lets over de vakbonden zelf sou schrijven. Hierover kunnen onze bondsmakkers thans in bijgaand artikel lezen.

zeggen, dat vele bonden ineen diepe slaap zijn. Een behoorlijk verbond er zijn er hier vier zoals de S.V.V. Ite vergelijken dus met het N.V.V. – Red.] heeft ook al met interne onenigheden te kampen, De oorzaak hiervan is, dat een deel van de leiding dit verbond inde politiek sleepte. Dan is er nog de 5.W.0., waarvan de voorzitter op kosten van de Surinaamse regering een bezoek aan Nederland bracht. Deze organisatie bloeide al heel gauw na de oprichting. Dat kwam, omdat er destijds grote behoefte bestond aan een organisatie van arbeiders in één vakverbond, vooral in verband met de toen te verwachten autonomie. Door ontactvol en onbetrouwbaar optreden zowel tegenover de werkgevers als tegenover de leden van de voorzitter*, trokken ook uit dit vakverbond de verschillende bonden zich terug. Ik heb U in korte trekken zo objectief mogelijk willen schetsen, hoe de toestand van de arbeiders in Suriname, wat betreft hun vakorganisaties, is. ANT. J. KOLLAU

PENSIOENFONDS THOMASSEN-DE STEEG Opgenomen in het Bedrijfspensioenfonds voor de Metaalnijverheid.

(M.) Reeds geruime tijd bestonden er plannen om het pensioenfonds bij Thomassen in De Steeg een hechtere basis te geven en de werknemers er zelf bij te gaan betrekken door het betalen vaneen premie. Toen in Augustus 1947 voor de gehele metaalnijverheid het Bedrijfspensioenfonds tot stand kwam en de werknemers en werkgevers een. verplichte storting moesten doen van ƒ I. per week, was dit mede aanleiding het Thomassen-pensioenfonds te herzien. Ineen door de organisaties belegde vergadering, waar het gehele personeel aanwezig was, werd toen reeds in principe het besluit genomen om 5% per week van het loon bij te dragen, waarbij de directie een gelijk bedrag zou storten. De maatregelen, welke er nadien zijn genomen, hebben er toe geleid, dat deze pensioenvoorzieningen, welke bestaan uit ouderdoms-, weduwen- en wezenpensioen, zijn ondergebracht bij het Bedrijfspensioenfonds voor de Metaalnijverheid. Hierin zijn niet alleen dé handarbeiders

opgenomen, doch ook het leidinggevend, administratief en opzlchthoudend personeel. Naast de vaste prèmiéstortmgen heeft de onderneming reeds enige jaren zeer belangrijke bedragen beschikbaar gesteld voor de backservice, waardoor het mogelijk zal zijn bij pensionnering ook de jaren, welke men aan deze onderneming heeft gewerkt en waarvoor geen premie werd betaald, te laten meetellen. De zeer goede voorbereiding, welke zowel door de directie, het bestuur van het Thcmassen-pensioenfonds, de directie van het Bedrijfspensioenfonds en de organisaties getroffen zijn, hebben er toe geleid dat deze pensioenvoorzieningen zeer gunstig zijn, terwijl wij het van groot belang achten dat deze voorzieningen gelden voor het gehele personeel èn ondergebracht zijn bij het Bedrijfspensioenfonds. Thomassen is daarbij één der eerste van de grote ondernemingen, welke in zo’n ruime omvang is aangesloten bij ons eigen fonds. Mogen er nog vele volgen.

Zweden, het koude n00rden......

.en Suriname, het warme zuiden.

4

Sluiten