Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE METAALBEWERKER.

hankelijkheid der vakorganisatie, ter wille van de solidariteit der arbeiders. Kameraadschappelijk groetend, Het Best. v.d. Alg. Ned. Diamantbewerkersbond Henri Polak, Voorzitter. Jan A. van Zutphen, Secretaris. Het Best. d. Chr. Ver. v. Diamantbewerkers (Vakafd. «Patrimonium») J. Douwes Jr. Voorzitter. J. Tkampe, Secretaris. Het Bestuur der Ned. R.-K. Diamantbewerkersver. P. J. J. Hazevoeï, Voorzitter. J. A. Bruijns, Secretaris. Het Hoofdbest. der vereen, van Isr. Werklieden en Handelsbedienden «Betsalek. S. Parsser, Voorzitter. J. B. Aa, 2de Secretaris. Amsterdam, 29 Maart 1904. Arbeidsduur in Nederland. Gaarne voldoen we aan het verzoek der S. d. Studieclub, om onze lezers mede te deelen dat genoemde club een rapport heeft uitgegeven over de door haar gehouden enquête, getiteld «Arbeidsduur in Nederland« (voor leden van Arbeidersorganisatiën, verkrijgbaar a f 0.60 bij G. Manoury, 2e Helmerstraat 68). Deze enquête werd gehouden -onder leiding van eene door haar benoemde commissie. Zij strekte zich alleen uit tot den arbeid van volwassen mannelijke arbeiders en tot vrouwenarbeid in vakken, waarin die overheerschend is. Enkele categoriën van mannelijke arbeiders, waarvan de toestand door anderen reeds onderzocht of vrij gemakkelijk na te gaan was, werden van de enquête uitgesloten. Het totaal aantal beantwoordingen der gestelde vragen bedroeg +3OO loopende over +95 vakken en komende uit 45 plaatsen. Wij geven het volgende propagandamateriaal aan onze lezers Het is bijzonder geschikt om Volksbonder, Patrimoniummannen en onverschilligen mee te overtuigen. Het Kristelijk Ministerie bepaalt de leeftijdsgrens voor den kinderarbeid op 12 jaar, den arbeidsduur voor kinderen op 10 uur (inde textielnijverheid; 11 uur). In Denemarken is de leeftijdgrens ook 12 jaar maar van 12—14 jaar, hoogstens 6 uur arbeid per etmaal. Bovendien geneeskundig attest vereischt In Duitschland leeftijd 13 of (inde meeste Duitsche staten) 14 jaar. Engeland; 12 jaar, maar vanlll42—14 jaar 5 uur per dag werken. Frankrijk: leeftijd 13 jaar. België: leeftijd 12 jaar, maar vanlll42—14 jaar arbeidsduur van 6—B uur. Zwitserland; 14 jaar. Oostenrijk; 14 jaar. In alle ons omringende landen is het dus beter voor de kinderen, dan de Hollandsche Kristenen willen. Ten minste de Heeren-Kristenen! Maar zijnde Arbeiders-Kristenen het daarmee eens? {Techniek. De telegraphoon. Inden laatsten tijd heeft men hier en daar inde dagbladpers berichtjes kunnen lezen over proefnemingen, gedaan met de telegraphoon. Deze telegraphoon, uitgevonden door V. Poulsen te Kopenhagen, is feitelijk niets anders dan een bijzonder soort phonograaf, waarbij de cylinder niet op de gewone manier de indrukken ontvangt, maar waar hiervoor vaneen telephoon-apparaat gebruik gemaakt wordt. Het is dus een combinatie vaneen phonograaf met telephoon en microphoon en de geluidsgolven worden daarbij door magnetisme op een stalen of nikkelen plaat opgevangen en bestendigd. Wanneer door de windingen van de electromagneten, telephoonstroomen gezonden worden en tegelijkertijd een staalband zeer dicht langs de polen daarvan schuift, wordt deze band, al naargelang van de mindere of meerdere sterkte van den stroom, gemagnetiseerd waar de band den invloed van de telephoonstroomen ondervindt. Wordt nu de op die wijze geprepareerde band weder in dezelfde richting bewogen langs de polen van dezelfde of van electro-magneten, waarvan de windigen naar een telefoongeleiding gaan, dan zullen wederom stroomen van dezelfde soort en van dezelfen afwisselinde sterkte inde electro-magneetwindingen ontstaan en deze zullen inde telephoon dezelfde toon- en geluidsgolvingen doen ontstaan. Inde plaats van stalen banden kunnen ook, in sommige gevallen zelfs met meer succes, pianosnaren genomen worden, die schroefvormig ineen draaibaren rol zijn gewonden. Deze, rol wordt dooreen kleinen electromotor voortbewogen en de magneten worden langs dien rol geschoven. Door de telegraphoon is het thans mogelijk geworden om berichten, ontvangen per telephoon, die men door afwezigheid niet kunnen ontvangen, later toch nog automatisch te doen repeteeren door het toestel zelf. Ook is door de telegraphoon een registratie van telephoonberichten tot dusverre onmogelijk bereikbaar geworden. Aluminium. Aluminium is een element, dat naast zuurstof en silicium inde vaste aardkorst het meeste voorkomt. Het soortelijk gewicht is ongeveer 2,58, dus in verhouding van andere metalen is het bijzonder licht, bijv. driemaal zoo licht als smeedijzer. Het smeltpunt van aluminium ligt tamelijk laag, ongeveer kij 700 Celcius. Men zou hieruit misschien de gevolgtrekking willen maken, dat het een goed gietmetaal is, doch dit is niet het geval, omdat het dik vloeibaar is, waardoor het de vormen niet goed tot inde kléinste deeltjes vult. De samen-

trekking bij afkoeling is zeer groot, afhankelijk van de giettemperatuur + 2 °/0. Aluminium is goed bestand tegen invloed van het weer, (Dar het door de zuurstof der lucht onmiddellijk aangetast wordt en zich een dun oxyd-laagje vormt, hetwelk dan een verdere inwerking van lucht en water|absoluut verhindert. In verdund zwavelzuur en zelfs in sterk salpeterzuur is het onoplosbaar, maar in zoutzuur en organische zuren (azijnzuur en plantenzuur), ja zelfs in zeepwater wordt het onder ontwikkeling van waterstofgas opgelost of aangetast. Aluminium is zeer zacht en taai. Dooreen mechanische behandeling wordt het echter harder. De trekvastheid van koud gewalst aluminium bedraagt ongeveér 25 KG. per mM1, het heeft echter slechts 4°/0 rek, De pletbaarheid van aluminium is zeer groot en kan vergeleken worden met die van goud en zilver. Ook het tot draad trekken gaat zeer goed, zelfs tot 0,1 mM. Het is zeer lastig, aluminium te bewerken met gewoon stalen gereedschap; vijlen gaat zeer slecht, omdat de vijl vol gaat zilten met het vijlsel en daardoor telkens striemen op het te bewerken stuk ontstaan. Boren gaat heelemaal niet, omdat de punt van de boor spoedig met boorsel gevuld wordt; draaien gaat eveneens lastig, zoodat ten slotte overblijft slijpen en drijven. Sinds echter vijlen gemaakt worden van carborundum, in allerlei grootte, grofheid en soort, kan aluminium even goed als elk ander metaal met deze vijlen behandeld worden. Ook het slijpen gaat met steenen van carborründeum beter dan met amaril. Het polijsten van aluminium gaat ook zeer slecht; daarom •laat men de voorwerpen liever mat of maakt ze opzettelijk mat, door ze in bijtende loog te dompelen. Het soldeeren van aluminium behoort nog tot de vrome wenschen, niettegenstaande velen beweren, een aluminiumsoldeer gevonden te hebben. Met veel zorg is het mogelijk met zutver tin te soldeeren, maar sterk is zulk een soldeërnaad niet. In het Fransche leger zijn in het jaar 1899 proeven genomen, om voor menage-, kook- en waterketels aluminium te gebruiken bij de expeditie naar Madagascar. Hier werd niet zuiver aluminium gebruikt, maar een mengsel van aluminium en koper (3% koper, waarin 0,3% ijzer en 0,4°/0 silicium als onzuivere bestanddeelen). De resultaten van deze proef waren niet zeer gunstig: alleen voor de uit aluminium vervaardigde veldflesschen werd niet geklaagd. Voor electrische doeleinden is het metaal door zijn lichtheid nogal geschikt. Het soortelijk geleidingsvermogen is wel niet zoo hoog als dat van koper (ongeveer 3/s), maar daartegenover staat, dat het weer driemaal zoo licht is. Een geleiddraad van aluminium moet dus wel dikker zijn dan een overeenkomstige koperdraad, maar is toch lichter, zoodat de isolatie kostbaarder zou worden. Voor blanke draden zou men aluminium goed kunnen gebruiken, wanneer de verbinding niet lastig was. De aluminiumfabriek te Neuhausen (Rheinfall) levert echter volgens mededeeling geschikte klemverbindingen. Zij vervaardigt platen van aluminium tot 200 X 7° cM., bij een dikte, variëerende van 0,1 tot 5 mM.; buizen zonder naad in lengten van 1 tot 5 M., bij een wanddikte 0,5 tot o mM. In diameter van 5 tot 100 mM. levert bovengenoemde firma ook L-, T-, U- en Z-stangen, bovendien vierkante, zeskante, ronde, halfronde, platte en ovale staven tot 9 M. lengte. Naar wij meenen, is de prijs van het aldus bewerkte aluminium twee gulden per K.G. Aluminium kan vermengd met bijna alle metalen, hoewel moeilijk met lood, zink en antimonium. Een bijzonder goed mengsel krijgt men volgens Mach, door 100 deelen alu ninium met 10 deelen magnesium samen te smelten. Dit mengsel moet dezelfde eigenschappen hebben als gewalst zink. De verkregen alliage kan koud gesmeed worden, tot platen tot buizen en draad getrokken worden en bezit dus de zoo waardevolle eigenschappen van het aluminium. De hardheid en stevigheid zijn zoo groot, dat men er zelfs assen uit vervaardigen kan. Trekkracht van Drijfriemen. ledere stof bezit een zekere maat van weerstands-vermogen tegen uitrekken en afscheuren en voor alle bestaat een grens van belasting, welke men niet kan overschrijden, zonder de kracht van samenhang de stof (cohesie) te verminderen. Leder wijkt in dit opzicht niet af van ijzer, koper, enz.; derhalve zal een drijfriem spoedig zijn versleten, wanneer hij te sterk wordt gespannen.-Een zorgvuldige en doeltreffende behandeling van drijfriemen, zooals in het zaakkundig opstel in het eerste blad van no 16 van «Vraag en Aanbod« is aangegeven, kan niet beletten, dat een riem spoedig onbruikbaar wordt, indien hij overbelast wordt. Hoe sterker een riem is gespannen, des te sterker is zijn kleving op de schijf, maar ook des te korter is zijn levensduur. Ook neemt de wrijving der ashalzen inde metalen bedding sterk toe door sterk spannen van den riem, zoodat men hen dwingt, een heel bedrag aan nutteloozen arbeid te verrichten, wat gepaard gaat met brandstofverlies, buitengewoon veel smeerstof om de as koud te houden en een gestadige uitrekking en verzwakking van den riem. Een drijfriem kan jaren lang dienst doen bij een doelmatige verzorging, als in voornoemd opstel aangegeven, wanneer het kleefvlak op de schijf 15 cM2 oppervlakte heeft voor x K.G. trekkracht. Wanneer een riem van 15 c.M. breedte op een schijf loopt van 100 c.M. middellijn en deze voor de helft van den omtrek omvat, dan bedraagt het kleefvlak 14 X 100 X 3 X 1 cM3. = 2355 cM1. De trekkracht, op den riem uitte oefenen, mag dan zijn 2355 : 15 = 157 K.G. nagenoeg dus x K.G. voor iedere 15 cM1 kleefvlak. Maakt de riemschijf één omwenteling, dan wordt de riem overeen lengte van 314 cM. rondgevoerd (namelijk de lengte van den omtrek der schijf). Daar dus de trekkracht 157 K.G. en de afgelegde weg 3.14 M. is, is dat arbeid van 493 Kilogrammeters per omwenteling. Volbrengt

de as dan 100 omwentelingen per minuut, dan is de arbeid per min. 100 X 493 == 49300 K-- G. M. Het vermogen, door den riem overgebracht, bedraagt dan 49300 : 4500 = 11 Paardekracht ongeveer Indien de riemschijf 2 M. in middellijn-ware, dus 2 maal zoo groot als in het gekozen voorbeeld, zou het kleefvlak ook dubbel zoo groot zijn, evenzoo de trekkracht, op den riem toe te laten, en de afgelegde weg per omwenteling, zoodat dan bij iedere omwenteling de riem kan overbrengen 4- maal zooveel arbeid als bij de eerste berekenening; bij een gelijk aantal omwentelingen per minuut is dan de riem geschikt om 44 P. K. over te brengen. Hieruit blijkt het voordeel, dat gelegen is in het bezigen van groote riemschijven; een drijfwerk, op deze wijze aangebracht, zal blijken uiterst weinig aan onderhoud te kosten, terwijl de wrijving der ashalzcn inde metalen tot een minimum zal zijn teruggebracht. Als regel neme men aan, geen dubbele riemen en ook geen gekruiste riemen te bezigen, wanneer zulks is te vermijden. Alleen bij riemschijven van 150 M. in middellijn komt een dubbele riem tot zijn recht, bij kleine riemschijven daarentegen is hij spoedig versleten, doordien de bocht om de schijf te kort is, waardoor de binnen- en buitenriem op de bocht te veel in lengte moeten verschillen, zoodat zij steeds over elkander wrijven. Gekruiste riemen, die breeder zijn dan 10 c.M. zijn ook steeds aan veel wrijving onderworpen; men geeft wel eens aan gekruiste riemen de voorkeur, omdat zij een grooter kleefvlak hebben op de schijven, maar beter is het schijven te nemen van voldoende middellijn. Is er geen voldoende ruimte, dan kan geen groote schijf worden gebezigd, doch dan verdient het verreweg de voorkeur, de riemschijven met leder te bekleeden, waardoor de kleving nagenoeg 6o°/0 wordt vergroot, zonder dat de riem strakker gespannen wordt. Soms boort men gaten inde veiling van riemschijven om de kleving te verhoogen. Men beweert, dat dan de lucht beter verwijderd wordt, doch die gaten verminderen de kleefvlakte en zijn dus zeker ondoelmatig; de lucht kan snel genoeg ontwijken, men make zich daarover niet bezorgd. De afstand tusschen de assen behoeft niet groot te zijn; wanneer de riem op twee schijven loopt van zeer verschillende middellijn mogen de assen niet te dicht bij elkander liggen, doch bij schijven van gelijke middellijn werkt een korte riem qeter dan een lange, omdat een lange riem zoo geneigd is tot slaan en klapperen, waardoor hij rekt en ook veel tegenstand ondervindt inde lucht, althans bij groote snelheid. Bij het binnenkomen ineen machinekamer of werkplaats kan men met één oogopslag zien of de drijfriemen al dan niet te sterk belast zijn: een blinkende riemschijf verraadt, dat de riem slipt, te zwaar belast is, geen voldoende kleefvlakte heeft. Een doffe riemschijf is een kenteeken, dat de riem niet slipt en niet overbelast is. («Vraag en Aanbod.«) L. A. van Schik. jTllerlei. Amerikaansch strooibiljet. Arbeid zaait, maar anderen maaien. Arbeid schept kapitaal, maar bezit er geen. Arbeid bouwt paleizen, maar leeft in krotten. Arbeid dorscht het graan, maar eet het kaf. Arbeid weeft fraaie kleeren, maar is gekleed in lompen. Arbeid maakt piano’s, maar speelt op de harmonika. Arbeid maakt treinen en automobielen, maar moet zelf loopen. Arbeid maakt machines, die het werk vereenvoudigen, maar werkt harder dan ooit. Arbeid bouwt scholen en akademies, maar blijft onwetend. Arbeid graaft de steenkool uit de aarde, maar huivert van koude. Arbeid graaft diamant en edelgesteente uit den grond, maar tooit zich met prullen van glas. Arbeid heeft verstand, bekwaamheid en de macht om al deze dingen anders te maken, maar is bang voor zijn eigen macht. «H. W. Bode.« De strijd om het bestaan, of eigenlijk woordelijk vertaald: «Om het brood!« is de titel vaneen tooneelstuk, geschreven door H. Wacha Wachtl, dat bij uitnemendheid geschikt is voor de uitvoering door arbeiderstooneelvereenigingen, maar ook ter lezing aan te bevelen aan elk die een warm hart heeft voor het lot van zijn medemenschen. Van den prijs (35 cents) worden 5 cent afgestaan voor de slachtoffers van de «Aprilstaking i905.< De eerste opvoering van het stuk had plaats den 10 April 1904 in «Handwerkers-Vriendenkring« te Amsterdam. De uitgever is H. J. Wacha, Focke Simonsstr. 6, Amsterdam. Arbeidsduur in Nederland, uitgegeven door de Soc. Dem. Studieklub. Een zeer nuttig studiewerk voor ieder die er belang bij heeft om nader kennis met dit hoe langer hoe meer op den voorgrond tredende vraagstuk te maken. Het is verkrijgbaar voor leden van vak- en arbeidersverenigingen voor den prijs van 60 cents bij G. Manoury, 2de Helmerstraat 68, Amsterdam. ADRESVERANDERING. De secretaris der afdeeling Arnhem is verhuisd vau Hommelscheweg 166 naar STARINGSTRAAT 55. Belanghebbenden gelieven hiervan kennis te nemen. Het adres van den Secretaris der afd. Apeldoorn is thans: W. SCHUIL, Zwolsche weg L 261 Apeldoorn.

36

Sluiten