Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE METAALBEWERKER,

alles laten zeggen, ook datgene, wat niet direct in verband staat met deze treurige geschiedenis. Wij vreezen het licht niet en weigeren geen debat, hebben wij fouten die ons of den bond aankleven wij zullen ze erkennen. Lezers het laatste gedeelte der debatten kunnen we wegens te weinig beschikbare ruimte in het blad niet weergeven, zij raken ook geenszins de kwestie. Het spreekt duidelijk dat, als er gedebateerd wordt door debaters tegen debaters die tegen den spreker in debat kwamen, dat het dan uitgebreid wordt. Toch waren de vragen over en weer terecht op hun plaats en zeer zeker niet in ons nadeel. Er waren levende voorbeelden inde zaal die aantoonden dat men allerminst bij Beijnes moet wezen, om sympathie voor dezen te hebben. Inde vergadering is genoeg gebleken, met welk doel men kwam om te debatteeren, doch de vergadering heeft van 8 lot 12 uur toe alles aangehoord en ondervonden en dat ineen drukkende atmosfeer dat de anti-revolutionaire debaters allerminst anti-revolutionair optraden. Met 6 stemmen tegen en een blanco werd de volgende motie aangenomen. De groote openbare vergadering gehouden op Dinsdag 26 Juli in St. Bavo, Smedestraat, Haarlem, gehoord de uiteenzetting van het geven vaneen cadeau aan den heer J. J. Beijnes, ter gelegenheid van diens huwelijk, door de werklieden aan die fabriek werkzaam, protesteert tegen de wijze van optreden der commissie die deze taak op touw zette en ten uitvoer bracht, protesteert tevens tegen de houding van de heeren Beijnes die, niettegenstaande zij op de hoogte gesteld waren, deze beweging niet hebben gestuit. sjc £ ❖ Naschrift. Wie helpt eenige centen bijeen brengen, om ’n geschriftje uitte geven, bevattende al de afkeurenswaardige handelingen door de firma Beijnes bedreven. Zij' die inde zaal aanwezig waren en met een enkel woord reeds protesteerden tegen de firma Beijnes, hoop ik inde eerste plaats nog in te lichten. Ik acht dit vooral nog temeer noodig, nu er treurig genoeg mannen als de Braai kwamen debateeren tegen ons en niet opgekomen zijn met geen enkel woord zelfs, tegen de handelingen gepleegd in deze kwestie bij Beijnes. Komaan mannen, gij die hiermede sympathiseert, aangepakt! (lOngecorrigeerd). Elferink. Bmnenlanb. Nederlandsche Vereeeniging tot afschaffing van alcoholhoudende Dranken. Inde commissie van voorbereiding van het door de Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken uitgeschreven congres over het verband tusschen de maatschappelijke toestanden der arbeidersklasse en het alcoholisme heeft alsnog zitting genomen de Heer F. Mol, vertegenwoordiger van den Nederlandschen Bakkersgezellenbond. De volgende onderwerpen zullen ter sprake worden gebracht: Verband tusschen volksvoeding en drankgebruik. Invloed van de arbeidersorganisatie op het alcoholisme. Verband tusschen maatschappelijken welstand en het alcoholisme. Nachtarbeid en Darnkgebruik. Arbeidsduur en drankgebruik. Invloed van het alcoholisme op de vorming van de misdadige jeugd. De algemeene toegangsprijs tot het congres bedraagt één gulden. Vereenigingen die voor dat bedrag lid worden kunnen daarvoor één afgevaardigde zenden. Voor eiken afgevaardigde meer moet eveneens een bedrag van één gulden worden voldaan. Men verzoeke ons om plaatsing voor onderstaande; Zondag 21 Augustus zullen er door ’t geheele land van wege het Ned. Comité voor Algemeen Kiesrecht meetings worden belegd, gevolgd dooreen Nationale betooging te A’dam of den Haag op 18 September. Het comité verzocht tot deelname en welslagen daarvan. De secretaris is: C. Bijkerk Sarphatipark 99 1 Amsterdan. BOEK- en TIJDSCHRIFT. Directe Actie Zelf doen. Zoo heet een brochure, geschreven door Chr. Cornelissen, te Parijs, welks brochure ik voor allen aanbeveel, die eenigen tijd inde beweging zijn. Prijs is 5 cent. Uitgever Wink te Amersfoort. Voor hen die het niet weten zij gezegd dat C. iemand is, die sinds eenige jaren in Parijs woont en vroeger in ons land een eerste plaats innam inde revolutionaire socialistische beweging. Hij is met de scheuring van den soc. bond en vrije socialisten naar Parijs vertrokken en volgt van daar uit de geheele internationale arbeidersbeweging. In ons land is hij bekend als een scherpzinnig, een vlijmscherp schrijver en debater. Onlangs schreef hij een boek waarin critiek geleverd wordt op de theoriën van Karl Marx. Rodbertus en anderen, welks boek door Tolstoï, Kropotkine e.a. gunstig is beoordeeld. In ’t kort dus is C. iemand, die bovenal theoretisch-criticus is, hetwelk hij aanvult met poëtische ervaringen, opgedaan (door het Nationaal Arbeids-Seretariaat hier te lande, waarvan hij de oprichter is of beter gezegd, den eersten stoot gaf en zijn tijd besteedde) door de verschillende Fransche vakbonden voor welke hij optreedt als vertaler van brieven, manifesten enz., enz. Ook voor onzen bond. Of ik accoord ga met zijn brochure? Neen, doch om alles te schrijven wat ik nuttig acht is mij niet mogehjk om de eenvoudige redenen, dat ik dan veel moet citeeren om den lezer duidelijk te zijn. Een cursusvergadering zou mij het meeste bekoren. Wanneer er dus zijn die geheel accoord gaan, is daar kans toe. Echter is dan de vraag of C. zelf ook zoo zou redeneeren als diegene welke accoord gaan. C. schrijft op bladzij I ’t volgende: De directe macht moeten de arbeiders zelf inde hand houden en niet geven aan afgevaardigden of hooge bestuurders, aan wien men zou moeten gehoorzamen uit naam van het beginsel der dicipline. Het komt mij voor dat C. nog niet genezen is ook, van de hooge bestuurders. Immers zij die eenige jaren als bestuurders fungeeren zijn juist daardoor meer op de hoogte gekomen dan de rest, en als dus een zoo'n hooge bestüurder (om de taal C. te volgen) iets zegt, wat geheel indruischt tegen de meening van de rest, wat wil C. dan? Dat zou ik wel eens willen weten.

B.v. (Ik spreek hier uit eigen ondervinding). Er wordt een vereeniging opgericht; deze bestaat.laat ons zeggen 1 jaar, dan willen de menschen aan ’t staken, (waarvoor ook redenen genoegen zijn) en meenen dat nergens een staking beter gewonnen kan worden als juist bij hen. Wanneer dan een hooge bestuurder het waagt om te zeggen, jelui moeten niet staken, dat gaat niet en wel daar en daarom niet, dan vinden die menschen dat geheel eigenmachtig en ze staken toch, ’t slot: de staking verloren; de afd. weg; elkaar de schuld geven, en de pessimisten van aanleg zeggen, wat geeft het je nou. In zoo’n plaats en in zoo’n vak is de eerste jaren geen sprake van organisatie. Laat ik nog er bij zeggen, dat inde meeste gevallen bij het oprichten eener vereeniging, een of ’n paar zijn die van de beweging iets weten, en heel dikwijls inde hand werken het wantrouwen enz. Nu zou ik C wel eens willen vragen, of het in zulke gevallen goed zou zijn, dat men luisterde naar hooge bestuurders die in ieder geval eenigen kijk op de dingen hebben. Ik meen dat men juist bestuurders moet vormen inde toekomst, die met de wereldmacht en alles op de hoogte komen. (Ik vrees dat ik door dit te schrijven mij op den hals zal halen, zie je wel, die wil er ook komen.) Nu over Discipline dat woord is te onzaliger ure, uitgesproken, en nu gaat men consequent aan ’t doorredenen en men komt te land, met de beteekenis van ’t woord wat is discipline.' Zoo gaat het maar al te vaak, consequent redeneeren dat is tamelijk gauw gedaan, en er zijn er die ’t kennen met een gevatheid, dat —■ om met van Emmenes in «de Landman* te spreken het je groen en geel wordt voor de oogen. Van het een uiterste discipline vervallen de tegenstanders daarvan in vrijheid. En zoo zien wij dikwijls inde vakvereenigingen twee partijen twistende over: discipline moet er zijn, en de andere: vrijheid. Ik wilde dat C. dan eens er bij was en hij zou tot de overtuiging komen, laten wij niet meer schrijven over discipline en praten over vrijheid, maar laten wij doen. Dat geredeneer moet werkelijk plaats afstaan voor doen, ik zou willen zeggen : Tezamen doen. C. zegt nog op bladzij I o. m.: «Maar in geval van gemeenschappelijk handelen, steeds meer op federatieven, vrijheidlievenden grondslag, volgens het beginsel, dat binnen eigen kring het personeel der werkplaats zelf beslist, zooals ook binnen eigen kring beslissen de plaatselijke vereeniging, de gewestelijke organisatie, de landelijke bond of de internationale federatie.* Daar ben ik het mee eens in zooverre het kan. Ook uit practische ondervinding weet ik dat een personeel vaneen fabriek, zeer goed zelf kan zeggen wat hun drukt en hindert maar om dat te zeggen waar het behoort, doen ze niet, om de doodeenvoudige reden dat dat hun broodje kost. Zijn er nu hooge bestuurders, die kunnen altijd vrij uitspreken en ineen conferentie als vrij man tegenover den patroon staan. Zulke conferenties kunnen heel vaak conflicten voorkomen, conflicten die, zooals ik boven reeds schreef, meestal bij pasgeboren vereenigingen slechte resultaten opleveren. Ik houd mij overtuigd, dat als allen werkelijk begonnen met zelf te doen, door aansluiting bij hun vakbond, heel veel nu reeds met hetzelfde zedelijkheids- en ontwikkelingsgehalte gewonnen zou zijn. Doch ik vrees, dat zoolang men zich gaat verdiepen, of dat en dat discipline of vrijheid is enz., zonder daarnaast het doen, dat wij niet vooruitkomen. Een besluit, een beslissing, een daad afkeuren, we weten het, dat kan men in ons land uitstekend, maar het tezamen zelf doen en beter doen ontbreekt. Elferink. ing^YondlénT (Buiten verantwoordelijkheid der redactie.) Aan de Redactie van o?is Vakblad! In ons laatst verschenen Vakblad geeft ge een persoonlijke meening over uwe opinie opgedaan op het Internationaal Anti-Militairistisch Congres. Dit is volkomen uw recht. En om nu uw artikel aan kritiek te onderwerpen ligt niet in mijn bedoeling. Ook niet om u van gedachten te doen veranderen inzake de bestrijding van het Militairisme door de Vakbeweging. Dat de «Nieuwe Internationale* de Vakbonden en afdeelingen en zelfstandige vereenigingen zullen uitnoodigen,' ligt voor de hand. Dit wordt met vele strijdmiddelen toch reeds gedaan, en die vereenigingen die er niets of weinig voor gevoelen nemende uitnoodigingen voor kennisgeving aan, de andere doen er aan mee, dit ligt geheel aan meeningen die de leden zich hebben gevormd. Ik wil ook niet intreden op uw meening, of het al dan niet den schijn gaf vaneen Parlement en of dit congres had moeten wezen een kwestie dat de minderheid zich niet bij de meerderheid zou moeten neerleggen. Het zou voeren tot partijstrijdpolemiek. Ook is het geen kwesti 3 van belang, of Kolthek, Rijnders en v. Erkel «bloot zich zelf vertegenwoordigde. Dit wisten wij toch reeds voor dien tijd. Maar wat wel bij mij vast staat is, dat de georganiseerde arbeiders die strijd moeten medemaken. Want men mag nu al bang zijn voor de anarchisten, zeker is het dat zij voor ’t grootste gedeelte arbeiders zijn en de oude revolutionaire meening weergeven uit de Arbeidersbeweging. Het Anti-Militairisme dat door hen wordt voorgestaan zal nog wel een tijd van propaganda •eischen voor en aleer het vruchten afwerpt. De bestanddeelen, waaruit b.v. de afdeelingen van onzen bond bestaan, zullen het niet mogelijk maken dat men zonder tweespalt deelname aan de «Nieuwe Internationale* kan verwachten. Zelfs Amsterdam meen ik, wat nu in één afdeeling is vereenigd, zal het niet kunnen doen. Maar dat is een kwestie die elk voor zich moet uitmaken. Maar waar ik wel blij over gestemd ben is, dat men althans weet wat men aan de Nieuwe Internationale heeft.

Een gpoot deel van de arbeiders gaan toch niet mee in de propaganda ook niet die door den Bond inzake Vakantie wordt gevoerd. Vele arbeiders maken zich ’t liefst niet druk. In tijden van actie moeten zij toch mee en gaan zij ook mee omdat zij maar al te goed gevoelen dat er wat gedaan moet worden. Maar wat het artikel betreft, had ik liever gezien dat het was gewijd aan ons «Internationaal Congres*, want daar weten wij nog niet veel van. En ik meen dat, zoo de Internationale verhouding der Metaalbewerkers en andere Vakarbeiders met de tijd meegaan waarin wij leven, zich op de hoogte stellen der economische verhoudingen inde Industrie en de middelen bespreken wat ons kan leiden tot verbetering in onzen toestand dat dan zeer zeker onze actie in zeer nauw verband staat met die der «Nieuwe Internationalen Ik luister dikwijls met aandacht naar de sprekers als ik hen over Vakorganisatie hoor spreken, en denk dan is dat nu geen socialistische of Anarchistische actie? Maar die namen doen voor mij geen opgeld. Ik weet zeer goed, dat bij iedere poging die de arbeiders doen om lotsverbetering te krijgen, wij staan tegenover het Patronaat, dat is, de Geldmacht gesteund door de Kerk, Justitie en het Leger. Dat valt niet te scheiden. En dus als de arbeiders goed de ooren en oogen open doen zullen zij zelf ondervinden dat de «Nieuwe Internationale« voor hen van groot belang is. Op vergaderingen waar die zaak ter sprake komt zal ik mijn mening wel zeggen, maar niet doordrijven om aan alle congressen enz. deel tj nemen, want vele denken dat daar dan alles mee is afgeloopen en ik meen dat rekrutenwerk het zwaarste is terwijl men het eene kan doen zonder het andere te laten. Ik wil eindigen met nog een vraag aan den schrijver van «De strijd der Diamantbewerkers«. Welke voordeelen, door hen behaald, wegen tegen de mogelijke nadeelen der leerlingen op? W. A. Het zou zijn nut hebben, indien W. A. mijn stuk in zijn geheel becritiseerde, daarom schreef ik het juist, Ik wenschte critiek, vooral omdat wij er zoo verschillend overdenken. Mijn bedoeling is aan te toonen, dat wij als bond ons er buiten houden, wijl dit het beste is. Ik meen, dat hij, die Anti-Militairist is, volgens de congresbesluiten, zich aan moet sluiten bij zulk een vereeniging. Vroeger is steeds gezegd, wees godsdienstig daar waar dat behoort. De vakbeweging is niet een Anti-godsdienstige beweging, noch eene die den godsdienst leeraart en tegen de voorstanders van Algemeen Kiesrecht is even zoo geredeneerd. Ik meen dat nu ook zoo gesproken moet worden inzake het Anti-Militairisme. Daarover moet gediscusseerd worden meen ik, vooral ook of het goed is, aan te sluiten als bond, waarin een minderheid kan zijn die er tegen is. Ik meen dat W. A. mij daarin gelijk geeft waar hij zegt, «dat zij die er niet van willen weten een uitnoodiging tot deelname, voor kennisgeving aannemen«. Ik herhaal nog eens, laat men met het Anti-Militairisme steeds bedenken wat niet bij elkaar hoort, en wat wel bij elkaar hoort. Wat vreemd is in A’s schrijven dat hij juist eenig licht laat \ allen op mijn vorig schrijven, toen ik vergelijkend sprak vaneen Parlement. Werkelijk A. dat was zoo en ik zeide het juist omdat altijd zoo is afgegeven op die dingen, b.v. Er werd in behandeling genomen het punt. Anti-Militairisme en de persoonlijke dienstweigering. Daarover werd gediscusseerd zullen we openbaar of huishoudelijk dat behandelen. Er wordt gestemd, èn de stemmen staken 22 voor en 22 tegen. Ik stem voor riep van Emmenes ik heb niet mee gestemd. Het werd openbaar behandeld. Ik geloof dat als ineen gemeenteraad of tweede Kamer zoo gehandeld werd, dat dan zulk een stemming ongeldig werd verklaard. Bovendien wat zou er veel gehoord worden indien een sociaal-democraat b.v. hetzelfde deed als v. Emmenes. Nog wat P. C. Bos is inde zaal gekomen, zonder een billet waarop stond «bewijs van toegang« en Bos stemde dapper mee. Ik vind dat die dingen gezegd moeten worden, daar dit toont dat er niet zoo nauwkeurig te werk is gegaan. Juist daarom ook schreef ik dat v. Erkel, Kolthek, Rijnders zich zelf vertegenwoordigden want «de Hollandsche delegatie* dat klinkt nogal. Men zal inden vreemde daar heel wat van denken evenzoo, als menigeen hier, over de Spaansche delegatie. Toch is het goed dat zulke dingen tot de werkelijke waarde worden teruggebracht, opdat niet gebeurt dat men ’t eene oogenblik spreekt van wij vertegenwoordigen alleen ons zelf en ’t andere oogenblik wij die zooveel duizenden arbeiders vertegenwoordigen (ook dat is gebeurd W. A.) Een waar woord zegt A. waar hij zegt: «een groot deel van de arbeiders gaan toch niet mee inde propaganda en maken zich ’t liefst niet druk. In tijden van actie moeten zij mee, en gaan ze ook mee,« Daarom A. zullen wij te zorgen hebben, dat ze niet meegaan zonder dat zij weten waarvoor. Wat betreft dat A. liever gezien had, dat ik geschreven had over ons Internationaal congres, kan ik antwoorden dat we dan nog een tweeden betaalden bestuurder noodig hebben. Het is ons hoofdbestuur onmogelijk om alles te doen, wat volgens m.i. gedaan moest worden. Elferink. Mijn artikel wordt door Kolthek in Recht voor Allen over den hekel gehaald. Hij haalt over mijn schrijven de schouders op, noemt mij een groot licht, die het N. A. S. wilde afbreken, en plaatst mij ten slotte naast van Heutsz. Dit is ’t eerste artikel van Kolthek aan mijn adres, aangename kennismaking. Tableau! E. CORRESPONDENTIE. Verschillende stukken benevens het feuilleton moeten blijven liggen o.a. ook het antwoord aan de Kath. Metaalbew. Red.

64

Sluiten