Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De CDetaalbemrher

Ipubllcatte* orgaan van öen aigemeenen /l&etaalbewerftersbonö, Bonö van /toacbtntsten en Stokers, Ifcoper-» en Bltfcbewerfcersbonb in ißeberlanb.

12e Jaargang.

17 JUNI 1905.

No. 13.

Uitslag Referendum. UITGEBRACHT 540 Stemmen. ïoor. Tegen. Blanco. Punt 1. De bond blijve aangesloten bij het Landelijk Onderwijs-Comité 458 17 70 Punt 2. De bond neme het besluit bij den internat, bond aangesloten te blijven. . 486 3 51 Punt 3. Te lezen: «De Metaalbewerker*. Orgaan van den Alg. Metaalbewerkersbond in Nederland en publicatieorgaan v. den bond van machinisten en stokers . . . 403 22 115 Punt 5. Het Hoofdbestuur regele met den Duitschen bond de reizende Duitsche bondsleden in ons land voort te helpen met reisgeld 464 14 62 Punt 5. Het congres benoemt een redacteur 426 39 75 Punt 6 en 38. Elk blad bevat een gedeelte techniek 463 12 65 Punt 7. Samenwerking met christelijke metaalbewerkers-organisaties 215 250 75 Punt 9. Zijt gij in beginsel voor of tegen het verzekeringswezen in zijn geheel om aan den bond te verbinden 263 128 149 Punt 10. Er wordt dit jaar per lid f 1.— extra gestort voor de weerstandskas, om die weer in werking te stellen .... 255 150 135 Punt 11,12 en 13. Al het geld wordt gestort in één kas, en de uitgaven voor reisgeld enz. apart verantwoord . . . 349 32 159 Punt 14 en 15. Het congres, gehoord de bespreking om een werkeloozenkas aan den bond te verbinden, besluit: Vóór te stellen deze werkeloozenkas in te voeren en daarvoor 5 cent per lid en per week te contribueeren, om daarnaar een maatstaf te bepalen voor uitkeering.... 228 180 132 Punt 16, 26, 22 en 23. Bij het uitbreken van een staking inden bond wordt een hoofdelijken omslag geheven. Voor stakingen buiten den bond wordt met lijsten gewerkt 4:33 25 82 Punt 17. Het Hoofdbestuur wordt gemachtigd zich aan te sluiten bij comité’s of deelname aan congressen, mits het ligt inden lijn van den bond 441 37 92 Punt 20. Zijt ge er voor of tegen dat de bond propagande maakt voor het antimilitairisme 231 268 41 Punt 24. De bond sluite zich aan bij het Algemeen Kiesrecht-Comite 145 313 82 Punt 25. Zijt gij voor of tegen afscheiding van het Nationaal Arbeids-Secretariaat . 314 207 19 Punt 27. De arbeid der vrouwen inde metaal-industrie wordt gelijk betaald als die der mannen, en zij als georganiseerde leden in onzen bond thuis behooren . 433. 3374 Punt 31. De bond belegge eenmaal ’s jaars een meeting voor de propaganda onder de metaalbewerkers 350 107 83 Punt 36. De prijs van het jaarboekje worde gebracht op 15 a 20 cent voor niet-leden 230 225 85 Voor redacteur werd aangewezen Elferink 390 50 100 Voor Secretaris Hoofdbestuur werd aangewezen Elferink 392 44 104 Voor zetel Hoofdbestuur werd aangewezen Haarlem 394 20 126 Voor dente benoemen administrateur werd aangewezen Dordt «Vooruit* . 379 9 152 Wachter, wat is er van den nacht? Alom op deze wereld zie ik den strijd ontbrand, Dien strijd, dien burgers voeren van ’t zelfde vaderland,

Het volk is ontevreden, het volk gevoelt zijn kracht, O zeg mij dan toch, wachter, wat is er van den nacht? Waar millioenen zuchten met angst voor ’t daaglijksch brood, Wier leven is één strijden, één worstlen met den dood, Wier arbeid is ontbering, wier rust een jammerklacht. O zeg mij dan toch, wachter, wat is er van den nacht? Waar enkle rijken baden in weelde en in genot, En d’arme met een aalmoes getroost wordt in zijn lot, Een aalmoes die vernedert, die ’t zelfgevoel verkracht, O zeg mij dan toch wachter, wat is er van de nacht? Waar vrijheid slechts een klank is, met huichelarij geroemd, Gelijkheid slechts een leuze, die ’t onrecht grof verbloemt, En broederschap een toekomst, waar steeds de mensch op wacht, O zeg mij dan toch, wachter, wat is er van den nacht? Waar vastheid van karakter ons zorgen brengt en leed> En waar beginselloosheid het best beginsel heet, De waarheid steeds vervolgd wordt, de leugen is een macht, O zeg mij dan toch, wachter, wat is er van den nacht? Maar zie, daar rijst een lichtstraal, de jammerklacht verstomt, De volkeren ontwaken, de dag der vrijheid komt, De menschheid voelt haar waarde, het volk gevoelt zijn kracht, 0 zeg mij dan toch, wachter, wat is er van den nacht? Van Steenkool en IJzer. Een organisatie als de ijzerfabriek „Horde” in Westfalen is een indrukwekkend ding. Het is als een reusachtig wezen dat steeds voortleeft, nacht en dag inleven gehouden door zevenduizend menschen. Nooit staat ze geheel stil, want de hoogovens mogen niet verkoelen. Bijna zestig jaar is ze in gang, steeds grooter en grooter wordend. En wie nu de omvangrijke en ingewikkelde organisatie en administratie ziet, waar alles in elkander grijpt, vat niet hoe dit alles zoo ordelijk in stand blijft, zonder door ’t uitvallen van werkkrachten of denkende hoofden verstoord te worden. Nergens beter gelegenheid om gemeenschappelijke organisatie te bestudeeren Zoowel ook in haar fouten, als haar wonderbare mogelijkheden. De Hörder Verein omvat één erts- en twee steenkolenmijnen, een ijzersmelterij met zeven hoogovens, een staalgieterij met hamer- en walswerk, waar rails, sdheepsassen, stalen balken en zoo voort worden gemaakt. Ze heeft haar eigen spoorlijnen, die de mijnen met de smelterij en de ijzerfabrieken verbinden, waarop ongeveer vijftig locotieven werken. Deze brengen de steenkolen naar de ijzersmelterij, waar ze worden gemalen en tot cokes gebrand, met deze cokes wordt het ijzer gesmolten. Dit gesmolten ijzer wordt in kuipen door de locotieven naar de staalfabriek geréden, daar wordt het tot staal gemaakt, uitgegoten en meteen tot rails en platen verwerkt. Twee uren nadat het ijzer uit de hoogovens werd getapt, zijnde rails al klaar. Met het gas uit de steenkolen en de hoogovens worden de electrische machines gedreven, die overal de noodige kracht en verlichting leveren, Bij de bereiding van het staal worden de Thomasslakken gevormd, die op de plaats zelve worden vermalen tot het bekende phosphaat-meel, dat als kunstmest wordt gebruikt. Het bestudeeren van alle bijzonderheden van zulk een reusachtig geheel eischt vele dagen. Op ’t eerste gezicht is het een wonderwereld, waar de mensch omgaat met het geweldige en gevaarlijke alsof hij bovenmenschelijke macht had. Het vloeibare ijzer en staal wordt vermengd naar believen, zooals een apotheker zijn drankjes mengt. Gloeiende stukken metaal van duizende kilo’s gewicht worden dooreen paar man gehanteerd, gesmeed, geplet, vervormd met een ongeloofelijk gemak. De electrische kranen, soms door jongens bestuurd, heffen en bewegen als gehoorzame wezens de gloeiende massa’s. De gloeiende balken worden door rollen over den grond voortbewogen

en groote ijzeren vingers komen uit den grond voort en leggen het ijzer precies waar men ’t hebben wil. Voor een toeschouwer maakt het verblijf in deze enorme, sombere hallen, waar het ijzer wit- en roodgloeiend of gesmolten aan alle kanten sist en knettert, waar de hooge liften op en neer gaan, de reusachtige raderen der electrische machines geruischloos wentelen, een geweldigen indruk. Hij voelt zich door onbekende gevaren omgeven, waartusschen alleen, de geoefende zich veilig kan voelen. Groote windmachines jagen de lucht door de hoogovens heen. Straks wordt de oven boven geopend, een man steekt het gas aan om de giftige werking er van te voorkomen en een blauwige vlam fladdert rondom op. Dan wordt het erts er in gestort. Het schoonst is het schouwspel van de groote Bessemer-converters, waar de heete lucht door het witgloeiend gesmolten staal gedreven wordt en een witte vlam opstijgt, die ’s nachts mijlen ver zichtbaar is. Een man houdt de spectroscoop op de witte vlam gericht, zoodra hij de koolstofstreepen ziet verdwijnen geeft hij het teeken, de reusachtige retort naar beneden en de witgloeiende stroom van staal stort uit de monding, onder een schitterende vonkenregen, inde gereedstaande vormen. En dan het hameren der stoomhamers, waaronder er zijn van zesduizend ton drukkracht, die uiteen stalen balk een ronde scheeps-as hameren, zoo vlug en licht als de handigste smid een hoefijzertje. Eindelijk de steenkolenmijn, waaruit de onmisbare brandstof komen moet. Eerst in pijlsnelle vaart vierhonderd meter diep zakken onder de aarde, dan inde warme, dompige gangen met den eigenaardigen gasachtigen mijnreuk, een of twee kilometer ver rijden met electrisch spoor, gebukt in Decauville-wagentjes, onder een electrische leiding die levensgevaarlijk is om aan te raken, dan weer loopen, loopen door natte kolenslib in gangen, waar men steeds gebukt moet gaan, tot eindelijk de kolenlaag bereikt is. Waarlijk, de zwarte brandstof wordt niet gemakkelijk verkregen. Bij ’t ingaan inde mijn verwisselt men boven- en ondergoed, het mijnwater, het kolenstof en het zweeten inde warme gangen maakt dit noodig. Een warm bad wordt genomen bij het verlaten der mijn. Ik dacht zoo, dat ik vele Hollanders een bezoek aan den kolenmijn zou toewenschen. De meesten zouden er schooner van terugkomen dan ze gegaan zijn. Het beschouwen van deze reuzenorganisatie geeft aanleiding tot vele overwegingen. Hoewel de arbeiders er betrekkelijk niet slecht betaald worden het gemiddelde is Mark 3.50, (ongeveer f 2.10 per dag) en vrij goed en goedkoop woont hij heeft meestal vrijstaande woning van vier kamertjes en keuken met tuintje voor f 1,— è, f 2.— per weck toch is zijn toestand natuurlijk niet wat die zijn kon en moest. Op de hoogovens werken ze om de 14 dagen een langen Zondag van 24 zegge vierentwintig uren achtereen, en dan weer een Zondag vrij. Somtijds, bij ongevallen, werd zes-enuren aaneen gewerkt. De mijnarbeiders zijn er feitelijk nog het best aan toe. Ze dalen ’s morgens om zes uur af en werken tot twee uur. Daarna worden geen kolen meer gedolven. Bovendien zijnde voorschriften voor veiligheid en gezondheid zeer streng. Inde gansche mijn, zijn duizend man werkzaam, bij twee of drie aan ’t eind van ver afgelegen gangen. Ongelukken zijn dan ook betrekkelijk zeldzaam. De meest voorkomende ontstaan door neervallende steenen. De mijnwerkers hebben den naam de meest vooruitstrevende arbeiders te zijn. Aan de ijzerfabrieken zijn nog geen groote stakingen voorgekomen. En dat, hoewel de werkdagen overal 12 uur zijn, met aan de hoogovens overal de „lange dag” van 24 uur ééns inde 14 dagen. Natuurlek heet het dat bedrijf dit noodig maakt. Maar nu moet men even overwegen dat de Hörder Verein werkt met een kapitaal van zeven-en-dertig millioen Mark en de laatste jaren 8 pCt. uitkeert, vroeger zelfs

Sluiten