is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1937, no 8, 20-11-1937

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZATERDAG 20 NOVEMBER 1937 – No. 8 36STE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

Tijd EN Taak

RFI <>nriAl KTISCH WEFKRLAD WCCIxDLAU

ONDER REDACTIE VAN DR. W. BANNING ADRES DER REDACTIE: BENTVELDSWEG 5 – BENTVELD

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 36STE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR F 3.40, PER HALFJAAR F 1.75, PER KWARTAAL F 0.90 PLUS 15 CENTS INCASSO ■ LOSSE NUMMERS 8 CTS POSTGIRO 21876 – GEMEENTEGIRO V 4500 – ADMINISTRATIE GEBOUW N.V. DE ARBEIDERSPERS, HEKELVELD 15, AMSTERDAM-CENTRUM

GEEN ANNEXATIE!

k I u Vondel allerwege herdacht is, zal het ' niet meer storend werken, als er gewezen wordt op een eigenaardig verschijnsel. Dat verschijnsel treedt steeds op, waar grote mannen van vroeger geprezen en geeerd worden: de annexatie. Terwijl bij zijn leven menigeen, die als staatsman veel te vertellen of als dichter veel te zeggen heeft, angstvallig binnen bepaalde grenzen wordt gehouden, zodra het een grote figuur van vroeger geldt, gaat men speuren of men geest van zijn geest, bloed van zijn bloed is.

Deze annexatie-zucht trof ons in een artikel, dat men dezer dagen in „Het Volk” heeft kunnen lezen. De Redactie schrijft over de betekenis van Vondel en zegt dan, na er aan herinnerd te hebben, hoe Vondel door de reactionnairen gehaat en vervolgd werd, dit: „Daardoor staat hij in de geest geen groep van de huidige Nederlandse bevolking nader dan de geestelijk opstandigen van thans, de sociaal-democraten, die tegen de reactionnairen van nu evenzeer in verzet zijn, als Vondel het was tegen de dompers van het Nederland der zeventiende eeuw.”

Wij willen die zin zeer ernstig nemen. Niet omdat wij hem in zijn uitwerking belangrijk achten. ledere redacteur erkent onmiddellijk het zeer vergankelijke van zijn pennevrucht. Maar wel, omdat wij hier een mentaliteit achter voelen, die wij niet aanvaarden kunnen, ja, waarvan wij de socialistische beweging zo gaarne zouden bevrijd willen zien.

Inderdaad, Vondel werd vervolgd en gehaat. Maar waarom en door wie? Staan de sociaal-democraten ieder bij uitstek na, die ooit tegen reactionnairen gevochten heeft? Doet de geest van waaruit en het doel waartoe dat geschiedt er dan niets toe?

Vondel, van Doopsgezinde afkomst, later intens katholiek, haatte het Calvinisme. Zijn vroomheid, middeleeuws van structuur, tevens naar de vorm door de classieke oudheid beïnvloed, kon de nuchtere, schrale na-calvijnse spitsvondigheden niet aanvaarden, ja niet gedogen. Daarbij kwam een innige en wijde eerbied voor aparte mensen, wier leven hem in eeuwigheidslicht verscheen, een liefde, die nu nog zo onmiddellijk tot ons spreekt dat zij ons beschaamt.

De motor van zijn opstandigheid was een vurig beleden en welomschreven geloof. De zaken, die zijn toorn wekten, en zijn pen deden scherpen, waren steeds van individuele aard. B.v. het lot van Oldenbarnevelt zag hij niet in het raam der internationale politiek, maar onder het licht van persoonlijk geleden onrecht.

De zaken zo staande, is het een blijk van zelfingenomenheid en van gebrek aan historisch besef zich in het heden voor de nabestaanden in rechte lijn van Vondel te houden. Het is een caricaturisering der historische werkelijkheid, en een idealisering van eigen wezen.

Bovendien, zijn wij sociaal-democraten inderdaad zulke geestelijk opstandigen bij uitstek? Zeker, wij komen in opstand tegen de maatschappij. Wij doen dat op grond van een diep besef van geschonden gerechtigheid. Maar wie niet blind is, zal het gebrek aan geestelijk fundament onderkennen, waaraan onze beweging lijdt. Daarbij is die opstandigheid, politiek gesproken, maar zeer ten dele, sinds wij (terecht overigens) de betekenis van de bestaande democratie hebben ontdekt en die (niet steeds terecht) met goed en bloed willen verdedigen !

Ook heeft de socialistische beweging vol-

strekt niet het monopolie van verzetskracht op geestelijke gronden. De katholieken zouden b.v. in Nederland niet zo’n sterke positie hebben, als hun leiders niet een beroep hadden kunnen doen op de achteruitstelling van het katholieke volksdeel. De vorm, waarin de katholieke opstandigheid ons tegemoet treedt, moge ons niet liggen. Maar daarom moeten wij niet alleen onze eigen uil een valk heten te-zijn.

De gewraakte zin onthult een geestesgesteldheid van sommige Amerikanen, die naar het oude Europa reizen, om een stamboom te construeren. Zij kopen daarbij antiek, alsof het oud familiebezit was. Maar het blijven tenslotte Amerikanen, die in het nieuwe werelddeel zijn opgegroeid, en beter doen, hun trots daarin te vinden en tevens hun verre afstamming, zeer reëel, meer op een afstand te houden. Vondel staat ons veraf. En hij staat de sociaal-democratie, waarin theoretisch en practisch de godsdienst privaatzaak is, zéér ver af. Want waar bij ons slechts voor sommigen, en dan nog op 20ste eeuwse denkwijze, God het is, die daden en denken beweegt, daar was voor hem juist dat geloof het aller-enigste, waar het voor den mens op aankwam.

Pas de erkenning, hoever hij van ons afstaat, kan ons nader tot hem brengen. Niet echter om hem te annexeren, maar om van hem te leren, wat door de tijdelijke vormen heenbreekt: het gloeiend verlangen naar gemeenschap met God. Maar voor dit begrepen kÉin worden, zullen wij eerst heel diep tot ons moeten nemen het woord uit de Gysbrecht:

„De hemel heeft het kleen’ verkoren: alwie door ootmoed wordt herboren, die is van ’t hemelse geslacht.” L. H. RUITENBERG.