is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 26, 26-03-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZATERDAG 26 MAART 1938 – No. 25 36STE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

Tijd EN Taak

RELIGIEUS-SOCIALISTISCH WEEKBLAD onder redactie van dr. w. banning IVtl-IVJi J I YV CCIXPUAAL/ ADRES DER REDACTIE: BENTVELDSWEG 5 – BENTVELD

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 36STE JAARGANG VAN DE BL IJ DE WERELD

ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR F 3.40, PER HALFJAAR F 1.75, PER KWARTAAL F 0.90 PLUS 15 CENTS INCASSO – LOSSE NUMMERS 8 CTS POSTGIRO 21876 – GEMEENTEGIRO V 4500 – ADMINISTRATIE GEBOUW N.V. DE ARBEIDERSPERS, HEKELVELD 15, AMSTERDAM-CENTRUM

DE GROTE AFWEZIGE

noemt In een fel, hartstochtelijk de Roomse schrijver Ernest Mlchel („Een andere dynamiek”) het Christendom: temidden van het rumoerige Europa heerst een gigantische stilte; het Is de stilte van een grote afwezigheid, die als lood op deze wereld weegt. De grote afwezige: het Christendom. Een enkele v/e-zenlljke gedachte licht Ik uit zijn scherpe aanklacht tegen de practljk van zijn Kerk, tegen de practljk der zich Christen noemende gelovigen.

De waarachtige Christen Is het zout der aarde. Maar de Christenheld van het Westen blijkt smakeloos geworden. Zij ademt niet meer In haar eigen Evangelie... En de christenheld verwondert er zich over, dat ze „door de mensen vertreden wordt” gelijk van het smakeloos geworden zout geschreven staat!

Welk beeld heeft toch dat honderddulzendmaal herhaalde Evangelie van Christus In onze ziel geprent? Het algemeen beeld Is, dat tweeduizend jaar geleden de Zoon van God op aarde verschenen Is, waar hij zeer mooie en liefderijke dingen zei tegen de mensen en tegen de kinderen. Tegen de „slechte mensen” heeft hij vervloekingen uitgesproken niet tegen ons, maar tegen de „slechte” mensen, die toen phariseeërs heetten. Ook heeft Christus veel nare en akelige dingen gezegd, zoals bijvoorbeeld: „Zalig zijn de armen van geest”, maar dat heeft Hij voor de „heiligen” gezegd, niet voor ons, maar voor de „heiligen”, die gewoonlijk niets anders dan nare en akelige dingen doen. „Verkoopt alles wat gij bezit...” schijnt Christus ook eens tweeduizend jaar geleden In Galllea tegen een troep kreupelen en lammen gezegd te hebben. En een ander maal heeft Hij een groep straatschulm vermaakt met te zeggen, dat als men op de ene wang geslagen werd, men de andere óók moest aanbieden... Maar Hij heeft natuurlijk ook wel dingen gezegd voor ons. Zó Is ’t niet. Voor ons heeft Hij bijvoorbeeld gezegd:

„Komt allen tot Mij die belast en beladen zljt, en Ik zal u verkwikken”.

Dit algemene beeld nu, dat wij. Christenen In gans Europa, practisch van het Evangelie In ons omdragen, bewijst dat wij het niet gelóven, dat wij niet één letter ervan geloven. Dit beseffen wij zelf niet eens meer. Maar wij bewijzen overal ons eigen ongeloof, In alle omstandigheden, en het meest van al nog, waar wij vermeende tegenstanders of „vijanden” tegenwoordig gewend zijn met ditzelfde Evangelie (dat wij persoonlijk In het geheel niet leven) om de oren te slaan, en dit heus niet op één wang, maar direct op alle twee tegelijk, gelijk de techniek der vernietiging dat eist, wanneer men eenmaal met slaan begint.

De Christenen hebben voortdurend over het Godsrijk gepraat, maar er niet voor gestreden en geleden —■ en zij verwonderen er zich over dat communisme en fascisme de kop hebben opgestoken, niet begrijpend dat door hun der Christenen schuld deze verwording mogelijk werd. Hltler heet de grote vervolger van het geloof Mussollnl Is het niet minder; de laatste Is eigenlijk veel gevaarlijker, omdat hij een schrander staatsman Is, die weet dat men de doden (Christendom en Kerk!) met rust moet laten.

Het Vatlcaan betekent In zijn ogen en voor hem persoonlijk niet méér dan een groot lijkenhuis, waaruit zo nu en dan veel lawaai komt. Maar hij weet óók, dat ditzelfde Vatlcaan een macht Is naar bulten. Voor Mussollnl betekent die zichtbaar grote macht slechts een fraai stuk speelgoed, waaraan hij bij verdrag een postkantoor en een trein toevoegt, ja, er een Staat van maakt: de geographlsch kleinste Staat van de wereld. Hij heeft dat Vatlcaan nog méér zichtbare „macht” gegeven, om het In werkelijkheid des te minder te doen betekenen.

Tot zover deze Rooms-Kathollek, die althans In één zeer belangrijk opzicht de moeite waard Is om te worden aangehoord:

hij weet van diepe schuld der eigen groep, te dieper en omdat naar zijn geloof deze groep, de Roomse Kerk, draagster Is der eeuwige alomvattende waarheid. Wij weten ons, afgezien van allerlei principiële scheidingen, te diep verbonden met wie zich naar de Heilige Liefde van het Evangelie willen richten, om ons niet hartelijk over dit bewogen eerlijke woord te verheugen.

En toch, eerlijk gezegd, vragen wij méér. Vraagt vooral onze wereld In nood meer. Wij vragen meer op het gebied der maatschappij èn op dat van het geloof. Op het gebied der maatschappij: er zijn toch zéér duidelijk aanwijsbare economische en sociale krachten, die dwars tegen alle evangelische waarheid In gaan, die de ziel van proletariërs en bezitters schenden door è,lle levenswaarde ondergeschikt te maken aan Bezit en Macht. Maar vooral: dezelfde evangelische waarden vragen om een maatschappelijk bestel, waarin de mens den mens een makker, een broeder wezen mag. En al onze klachten over de Grote Afwezige, het Christendom, worden slechts vernieuwende krachten, Indlen het vraagstuk der sociale grondslagen concreet wordt opgelost onder de els der Gerechtigheid.

Wij vragen óók meer op het gebied van het Geloof. Stellig: in de sociale en politieke strijd (of wil men: in het duivelse spel?) van heden is het Christendom de Grote Afwezige. Maar méér dan Christendom (en Kerk) Is Christus. En meer dan Christus Is de Goddelijke Geest... die de steeds Aanwezige, de In het verborgene rusteloos werkende Is. Ik begrijp, dat wij Protestanten hier anders staan dan de Katholieken, omdat voor ons het werk Gods, het Rijk Gods niet gebonden Is aan Kerk en leer. Als een Kerk ondergaat (zeker, dan gaat er óok geestelijk bezit verloren, en wij zullen daar niet lichtvaardig over spreken), dan Is ook dat opgenomen In de leiding van den eeuwig Aanwezige. W. B.