is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 30, 23-04-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stemmen der Jongeren

Het is reeds meer dan eens gebleken, dat er in deze tijd onder verschillende groepen van jongeren een belangstelling voor eikaars overtuiging leeft, een bereidheid om naar elkaar te luisteren, ook een wil om eigen levensbeginsel te toetsen aan dat van de andere. De gehouden jongeren-weekends in Bentveld waren hiervan een bewijs.

In A’dam worden door A.M.V.J. en A.J.C. reeds enige jaren gezamenlijk zo nu en dan bijeenkomsten georganiseerd, waar inleidingen gehouden worden door vertegenwoordigers van beide groepen. ■*

Als nieuw experiment hebben we in A’dam onlangs een zg. discussie-avond gehad, georganiseerd door de V.C.J.B. Op deze avond sprak een jeugdieider van de V.C.J.8., de A.M.V.J. en de A.J.C. elk 10 minuten over „Waarnaar vraagt de jeugd heden?” Hierna werd door deze inleiders over hetgeen zij op deze vraag geantwoord hadden, verder van gedachten gewisseld.

Een uitstekend gestaagde avond èn door het grote aantai belangsteilenden èn niet ’t minst door het hoge peil, waarop de discussie gehouden werd.

Is het nu zo, dat de grote belangstelling, die al deze bijeenkomsten hebben, voortkomt uit het besef, dat het in deze tijd èn voor het christendom èn voor het socialisme gaat om er op of er onder?

Of zou deze belangstelling bij socialistische jongeren een gevoig zijn van het feit, dat zij bewust of onbewust gaan voelen, dat het werken voor een rechtvaardiger maatschappij niet het enige doel van het leven kan zijn, dat dit ieven een achtergrond, een hogere zin moet hebben, die dit streven rechtvaardigt? Ook wellicht een zoeken om een antwoord op levensvragen, dat het socialisme niet geeft?

En zou ’t bij religieuze jongeren, bij wie het verontrust zijn toch sterk moet leven, zijn een zich willen bezinnen op hetgeen in deze tijd in de wereld gebeurt? Zouden zij door de feiten gedwongen worden zich opnieuw af te vragen, wat in deze tijd de eigen taak in de maatschappij is?

Als soc. jongere kan ik op dit laatste moeilijk een antwoord geven, als oud-A.J.C.- ster wil ik alleen mijn mening weergeven over datgene, waarnaar m.i. socialistische jongeren zoeken.

Deze socialistische jongeren zijn over ’t algemeen socialisten van de 2e generatie, zoals Winkler ze in zijn boekje „De grote ontmoeting” noemt, d.w.z. dat zij niet door eigen denken tot de socialistische beweging zijn gekomen. Het zijn de kinderen van de eerste generatie, van ouders, die het nieuwe ~geloof” met volle overgave aanhingen. Voor die ouderen was het werkelijk een nieuw levend geloof, dat hun gehele leven vulde en binnen afzienbare tijd opheffing uit hun geknechte toestand deed verwachten.

De kinderen uit deze gezinnen kwamen, wat hun zieleleven betrof, zacht uitgedrukt wel wat in de verdrukking. Het leven der ouders stond in het, teken van de strijd, alle oude vormen waren overboord geworpen. De jonge beweging had vooriopig haar handen vol met het verbreiden van haar denkbeelden, het vergroten van haar aanhang. Aan het geven van richtlijnen voor de opvoeding der kinderen kon zij nog niet toe zijn.

Het lijkt me niet moeilijk te begrijpen, wat in het leven van die jeugd de oprichting van de jeugdbeweging, de A.J.C. met zijn eigen levenshouding, sfeer en kameraadschap, stijlvolie feesten, dansen, kampeerwerk, betekende. Het leven kreeg door de A.J.C. voor deze jeugd inhoud en kleur.

Ik kan me zo goed indenken, wat een A.J.C.-er vorig jaar in „Tijd en Taak” schreef, n.l. dat voor hem geen overgave mogelijk was aan enige vorm van religie. De jeugdbeweging komt n.l. in die leeftijd tegemoet aan je religieuze gevoelens. Je leeft dan voor ’t grootste deel nog onbewust, het leven in zijn diepte en volheid beroert je nog niet.

Maar ook aan de tijd van de jeugdbeweging komt een einde. Je begint er aan te ont-

groeien, voelt je er niet meer zo „thuis”, je wordt ouder, groeit geestelijk en je verlangt bewust of onbewust naar diepere fundering van je levenshouding.

De leiding van de A.J.C. en ook de „oudere beweging” verwacht van je, dat je je bij de Partij aansluit, en ook zelf vind je dit vanzelfsprekend. Als je dan deze stap gedaan hebt, begint het echter pas tot je door te dringen, dat deze overgang de verlangde verdieping niet brengt, dat de Partij wel richtlijnen voor het maatschappelijke leven geeft, doch het persoonlijke leven van zijn leden als „privaat-zaak” beschouwt. Dit betekent echter in de practijk van het leven: zonder leiding zelf een antwoord moeten zoeken op allerlei levensvragen.

Hoe verschillend is het „lid van de Partij zijn” nu voor de jongeren, vergeleken bij wat het voor onze ouders was. Wat betekent het voor je geestelijke groei, je zieleleven? De oude zekerheden zijn we kwijt, we moeten nieuwe trachten te vinden, en hierin staan we alleen.

De vraag naar levensmogelijkheden is voor de tegenwoordige jongeren dringend, maar juist omdat die mogelijkheden voorlopig nog op zich laten wachten, moeten we, om de moed tot doorzetten niet te verliezen, weten, dat het in het leven om méér gaat dan het verdedigen van de democratie, het verkrijgen van betere arbeidsvoorwaarden. We moeten bewust weten, dat het leven een hogere zin heeft, dat we in dit leven als mens, als geestwezen daarin een taak hebben, willen we niet onverschillig en cynisch worden.

Ik geloof, dat er ook onder de socialistische jongeren een geestelijke nood bestaat, die gelenigd moet worden. Het is te hopen, dat de leiding van de Partij in zal gaan zien, dat deze jongeren de weg zal gewezen moeten worden en dat zij leiding nodig hebben bij het verdiepen en verbreden van die geestelijke en religieuze waarden, die onbewust in de jeugdbeweging het leidend motief zijn geweest. Zij zullen dan versterkt en verrijkt de strijd voor een rechtvaardiger maatschappij, die voorwaarde is om de mens als geestwezen tot bestemming te laten komen, aanpakken.

LEIDA TEERING.

De kunstenaar

De stem, die in de kunst’naar zingt

Een gouden zang, en hem tot scheppen dringt.

Nooit werd die stem tot woord verklankt. Nooit tot een melodie, die om ons hangt

Als zweeft d’ onklankb’re melodie der ziel.

De dichter grijpt het woord, dat in hem viel. Als bliksem valt in lege duist’re nacht. En zoekt de zin ervan, ziet plots de kracht

Der pure Schoonheid in zijn ziel opbranden.

Maar ’t woord is hem te droog, te dor, de banden

Der taal omknellen ’t Licht in nauw kledij.

Slechts schijn van Schoonheid breekt in verzen vrij.

En de muziek, de melodie zelfs is gebonden Aan ’t instrument. De teerste snaar, door mens gevonden

Geeft niet die klare, hemels-pure klanken Der ziel in trilling. De architect, de ranke

Danseres, de man, die zijn gevoel in steen uitbeeldt.

Ja, ieder die de Schoonheid dient, haar mededeelt

Aan andren, die uit hèm de Schoonheid puren.

Geen kan zijn hand, zijn lijf, zijn geest zó sturen

Dat alles, alles wat zijn ziel doorleeft.

In ’t kunstwerk trilt, zoals het in hèm beeft. Nooit is een kunstwerk af, het hoogste blijft gevangen

In ’t eigen Ik, in zuivre onzingbre zangen. JAAP VAN STRATEN

Hef Bureau voor Kinderbescherming

Juist in deze tijd van afbraakmaatregelen is het meer dan ooit nodig de kinderbescherming niet te verwaarlozen. De opvoeder zal, meer dan thans nog het geyal is, moeten erkennen, dat zijn intuïtie alleen te kort schiet. Hij moet door wetenschappelijke studie beter inzicht in het wezen van zijn pupil en in de oorzaken der opvoedingsproblemen krijgen. De paedagogiek en de psychologie zijn onmisbare hulpbronnen geworden, die den opvoeder waardevolle gegevens verschaffen.

Het doel van dit artikeltje is den opvoeder en ieder, die zich interesseert voor deze tak van sociaal paedagogische arbeid, er op te wijzen, dat deze gegevens door het Bureau voor Kinderbescherming verzameld en uitgeleend worden. De Stichting: „Bureau voor Kinderbescherming” is een documentatie- en informatiebureau, dat het materiaal bevat ter voorlichting aan allen, die zich bezighouden met de bestudering van de vraagstukken der kinderbescherming of met het ontwerpen, verdedigen of uitvoeren van maatregelen, die de bescherming van het kind beogen. Het beschikt daartoe over een uitgebreide verzameling boeken, brochures, wetten, verordeningen, jaarverslagen enz. Verder ontvangen we geregeld de belangrijkste binnen- en buitenlandse tijdschriften betreffende kinderbescherming.

Het Bureau stelt de lectuur, over nagenoeg alle onderwerpen uit het uitgebreide terrein van de bescherming van het kind, geheel belangeloos ter beschikking van leder, die zich hetzij schriftelijk, hetzij mondeling tot het Bureau wendt.

Ge ondervindt moeilijkheden bij de opvoeding van uw kinderen?

Het Bureau zendt u materiaal, waardoor ge na kunt lezen, hoe wetenscappelijke voorlichters over deze problemen denken en hoe zij die in de practijk oplossen. De 75 hoofdstukken opsommen, waarin we ons materiaal Ingedeeld hebben, laat de ruimte ons niet toe. We doen slechts een enkele greep! Wij kunnen u materiaal zenden over: de lichamelijke zorg voor het jonge kind vóór de geboorte, over moederschapszorg, over zuigelingenzorg, over de zorg in de kleuterjaren, in de schooljaren, in de puberteitsjaren, over de bijzondere zorg die lichamelijk en geestelijk afwijkende kinderen behoeven. Wilt ge nader ingelicht worden over de geestelijke hygiëne, over algemene en speciale psychologie, over geestelijke vermoeidheid bij kinderen, over de nadelen van het roken door kinderen, het laat-naar-bedgaan door kinderen, het lastige kind, sexuele voorlichting? Schrijf even een briefje aan het Bureau voor Kinderbescherming, Heerengracht 56, Amsterdam-C., en wij lichten u in en zenden u het materiaal. Alleen vergoeding van portokosten is regel. Wilt ge zelf komen, denk er dan aan, dat het Bureau steeds ’s Woensdags en ’s Zaterdags van 1 tot 4 geopend is. Op andere tijden is het ook voor u open, na schriftelijk overleg.

Tijd en Taaklezers, veel kinderleed wordt veroorzaakt door de onverstandige houding van volwassenen, door verkeerde opvoedingsstelsels, door slechte wetgeving. Ons Bureau wil u het nodige materiaal verschaffen, om welbewuste, practische strijders te zijn voor bescherming van het kind.

F. W. PRINS.