is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 43, 23-07-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BINNENLANDSE KRONIEK

Ontwakend Christendom

Van Hegel is de uitspraak, dat er in de schoot van het Christendom nog grote krachten rusten ter hernieuwing der wereld. Het Christendom schijnt echter te verouderen, te vervallen, te verschrompelen als een boom, die niet meer kan bloeien en vrucht dragen. Christelijke politiek is conservatieve politiek. Tegenover een nieuwe weg op ieder terrein staan de christenen het meest aarzelend en ze waarschuwen er tegen als tegen een gevaarlijke dwaalweg. In de strijd der arbeiders bijten de christelijke organisaties niet de spits af; soms vallen ze af en worden, zoals in de vissersstaking, bondgenoten der tegenstanders. Vooral van orthodoxe zijde hoort men in de kerk weinig of niets van verontrusting en verontwaardiging over maatschappelijke misstanden, onrecht en nood; men hoort meer aanmanen tot geduld en lijdzaamheid en vertrouwend aanvaarden van het lot, dat den mens in de wereld beschoren is, dan opwekken tot gewetensverzet en tot strijd voor maatschappelijke verhoudingen, die naar de geest van het Christendom zijn. Zo is het over het algemeen ook in de christelijke pers. De socialisten, de ongelovigen of die als zodanig beschouwd en gescholden worden, oordelen en strijden ten opzichte van de maatschappij, zoals men dit in de eerste plaats van de christenen zou verwachten. Zij strijden tegen den Mammon en zijn maatschappelijk stelsel, het kapitalisme; zij hebben als ideaal een samenleving, die rust op het beginsel der gemeenschap, op samenwerking en broederschap.

Nu en dan hoort men een vurig verzet tegen het kapitalisme van een Roomsen geestelijke, maar dat vuur schijnt al spoedig in de doofpot opgeborgen te worden; deze profeten tegen sociale hardheid en onrecht worden spoedig stom en men hoort hen niet meer. Rome beschikt over muilkorven voor verschillend gebruik.

In onze politiek is de Chr, Dem. Unie de enige der christelijke partijen, die antikapitalistisch streeft en strijdt. Maar door de anderen wordt zij daarom eerder als vijand dan als medestander beschouwd. Toch komen er in de laatste tijd vooral van de chrlstelijkhistorischen steeds meer uitingen van een sociaal christendom, dat getuigt van een ontwaakte roeping tegenover de maatschappelijke nood en het maatschappelijke onrecht, waaronder velen bitter lijden. Vooral de jongeren onder hen kunnen geen vrede meer hebben met de bestaande maatschappelijke orde en eisen hernieuwing; zij ijveren voor sociale hervormingen, die kort geleden nog algemeen door de christelijke partijen verworpen werden en komen ook met eisen, die de structuur, de bouw der maatschappij betreffen, ook al willen zij van een gehele socialistische vervorming der samenleving, haar grondslagen en inrichting niet of nog niet weten. Uit hun mond horen we nu en dan met vreugde het woord van verzet en strijd, de stem van verontwaardiging, de eis van sociale gerechtigheid en deernis naar de geest van Chrstus jegens de armen en verdrukten.

Zo verklaarde onlangs in het chr.-hist, blad; „Land en Volk” een christen zich na lang nadenken en ernstig voor staatspensioen. Een groot deel der ouden ontvangt geen ouderdomsrente; de zegel wordt vaak op den arbeider verhaald in de vorm van minder loon; bovendien weet menige werkgever door de mazen der wet heen te glippen. Verscheidene jongeren zouden werk kunnen krijgen. Indien de ouderen pensioen kregen en niet meer noodgedwongen behoeven te werken. Er zou zo een aanzienlijk bedrag op de armenzorg bespaard worden. Men zou belasting kunnen heffen van de millioenen der grote concerns, om aan het benodigde bedrag te komen. De staat treedt thans steeds meer regelend in het bedrijfsleven op en moet dus ook zorgen, dat zij, die daaraan hun beste krachten gaven, op hun oude dag niet tot armoe en bedeling ver-

vallen. Zo is het gezonde pleidooi voor staatspensioen, dat nog wel geen instemming zal vinden bij de christ. hist. leiders maar wel naar het hart is van vele hunner onbekende volgelingen. Het gaat met ideeën als met zaad; ze schieten ook uit de verborgenheid en de diepte naar omhoog!

Van een nieuwe roeping tegenover het sociale leven getuigde onlangs ook het Kamerlid mr. R. Pollema op een christ. hist. landdag. Hij eiste daar van zijn partij, dat zij waarlijk volkspartij zal zijn en een sociale taak zal volbrengen tegenover de werklozen en de ouden van dagen. Men mag zich niet van hen af maken met de toverformule: „Het is oeconomisch niet verantwoord!” De Christ. Hist. Unie moet een politiek vneren met een open oog voor alle sociale noden.

Voor de Ned. Christ. Stud. Ver., voor orthodoxe studenten, sprak mr. N. Stufkens over de nood van onze maatschappijvorm, over de onbegrensde ellende van millioenen ten gevolge der crisis; dubbel gruwzaam, omdat dit kwaad buiten hun wil komt en boven hun macht staat. Men bemoeit zich veel meer met de productie in haar geheel dan met de vraag der arbeiders. Het leven is aangetast door onveiligheid en levensnood. Bij ~ordening” moeten wij niet denken aan een theorie, maar aan mensen, voor wie het leven van uur tot uur zorg is. Ook hier vraagt Christus, wat wij met de minste onzer broeders gedaan hebben. Wij mogen niet naar de zonde verwijzen, om ons de nood der wereld van het lijf te houden! Wie onder ons knikt niet instemmend en zegt niet in stilte; Juist, zo is het! Zagen alle orthodoxe christenen dit maar helder in!

Bijzonder treffend was nog een andere lezing voor deze studentengroep gehouden door prof, H. R. Kruyt. Hij wees erop, dat wij de laatste 120 jaar geleefd hebben onder de automatische werking van vraag en aanbod. Dit past echter niet meer in onze tijd. Er is een geweldige mogelijkheid van welvaart. Groot is de productie van rijkdommen, maar de distributie is overgelaten aan de automatische werking en dus niet door de mensen geregeld. Daardoor is een onzinnige werkelijkheid ontstaan, waarin orde gebracht moet worden. Dit is geen overmoed maar opdracht. God regeert en toch zijn wij verantwoordelijk. Bij de tegenwoordige toestand gaan mensen verloren of komen niet tot een menswaardig bestaan. Het is geen overmoed, die toestand te willen beheersen, maar het liefdegebod geeft ons een opdracht en stelt ons verantwoordelijk en dit leidt tot de daad maar met wetenschappelijke bezonnenheid.

Zo zoeken en zien christenen een nieuwe weg, die uit de nood en dwaasheid en zonde van deze maatschappij leidt.

Zullen zij onze weg inslaan? Indien zij in hun critiek en strijd en opbouw Christus voor ogen houden en de moed hebben, om bij het licht van het Christendom een nieuwe weg in te slaan, zullen zij in elk geval breken met het conservatisme, dat thans het kenmerk is van de politiek en ook de sociale actie der christelijke partijen.

Het nationale park op de hoge Veluwe

Dit park is ongeveer 6500 H.A. groot; een oppervlakte van een 130 grote boerderijen. Men kan er genieten van de heerlijkheid van bos en hei en prachtige werken van bouw-, beeldhouw-, schilderkunst en allerlei andere kunstschatten, Het heeft den oorspronkelijken eigenaar, den heer Kröller, vele millioenen gekost. Mendes da Costa, Berlage en andere beroemde kunstenaars hebben eraan gewerkt; schitterende lanen en waterwerken zijn er aangelegd. Het doet denken aan de weelde en rijkdommen der Romeinse keizers. Maar het ging den heer Kröller als de torenbouwers te Babel. Geen taalverwarring, maar financiële speculaties en geldverspilling hebben geleid tot het staken van dit grootse werk. In ’29 stortte de financiële macht van Kröller in elkaar; het grote museum, waarvoor het plan gereed lag.

is niet gebouwd. Voor een waarde van een paar millioen liggen er in het park nog granietblokken, voor de museumbouw bestemd.

De regering heeft het park van den heer Kröller gekocht; de kunstschatten, die in een tijdelijk museum, kleiner dan het oorspronkelijke plan, geplaatst zijn, werden door de familie Kröller aan de staat afgestaan. De vorige week heeft de overdracht plechtig plaats gehad en bracht de twee grote tegenstanders in de spellingoorlog samen, Marchant en Slotemaker de Bruine, die beiden hun vreugde uitspraken over dit kostelijk nationaal bezit van natuur- en kunstschoonheid, dat gedeeltelijk gekocht, gedeeltelijk geschonken is. Was het particulier bezit gebleven, dan zouden er zeker vele bordjes met ~Verboden toegang” geplaatst zijn; thans zal een ieder kunnen genieten van het zeer vele, dat oog en hart hier te genieten en te bewonderen vinden. Zullen de vele bezoekers wel denken aan hen, die bij de plechtige opening en overdracht van dit kostelijke en kostbare park vergeten zijn; de duizenden arbeiders, die eens de schepen van Kröller geladen en gelost, in zijn pakhuizen en kantoren gewerkt en op zijn schepen op alle zeeën en bij alle weer gevaren hebben en daarmee millioenen ... voor een ander gewonnen hebben? Zelf bleven zij arbeiders, onzeker in hun bestaan, bedreigd door armoede en armlastigheid bij werkloosheid, ziekte, invaliditeit en ouderdom. Zij hebben lang en zwaar gewerkt en dan een loon ontvangen, dat wellicht, bij anderen vergeleken, wel behoorlijk en goed genoemd kon worden. Maar als de welvaart hun gezinnen binnendruppelde, stroomde deze als een waterval het rederskantoor binnen. Ook al had men den heer Kröller voor het beheer en bestuur zijner onderneming een buitengewoon hoge beloning gegeven, zou hij geen millioenen hebben kunnen besparen en geen landgoed stichten, waarop de meest pronkzieke, schatrijke Romeinse keizer trots zou zijn geweest. De heer Kröller heeft gewerkt, maar vooral voor zich laten werken; daardoor is hij multimillionair geworden.

Het Nationale Park midden op de Veluwe is goeddeels ontstaan door de arbeid van bootwerkers, magazijnknechts en matrozen in dienst van Kröller, Men kan er op zichzelf reeds bezwaar tegen hebben, dat één persoon zoveel geld en macht en weelde bezit, terwijl anderen niet of nauwelijks genoeg hebben om behoorlijk te leven, maar te groter wordt dit bezwaar, als men bedenkt, dat de grondslag van de rijkdom van den enkeling gevormd wordt door de arbeid met grote inspanning en vele gevaren van duizenden.

Godsdienstige bezwaren

Domheidsmacht zoekt meermalen haar toevlucht tot de godsdienst. Zij is afkerig van het nieuwe uit onbekendheid, uit conservatisme en uiteraard uit domheid. Ook wijst de zelfzucht wel eens met een vroom gezicht af, wat met het eigenbelang in strijd is. Er zijn werkgevers geweest, die met godsdienstige bezwaren kwamen tegen het plakken der rentezegels; zij zeiden geloof en dachten geld. Er zijn thans ook landbouwers met godsdienstige bezwaren tegen de crisismaatregelen. Als een inbreuk op de goddelijke voorzienigheid worden de vaccinatie, de bliksemafleider, elke verzekeringswet beschouwd; wegens geloof hebben vrouwen geweigerd hun kiezersplicht uit te oefenen. Op godsdienstige gronden zijn waterleiding en electrisch licht bestreden. Het vliegen door den mens heette eens in strijd met de goddelijke wil en orde, volgens welke het luchtruim alleen voor de vogels was. Er is ook nog steeds tegenstand tegen de zomertijd, omdat de Schepper en niet de regering zal bepalen, welk uur de klok zal wijzen. De krant meldt, dat er thans ook in Zeeland door boeren geweigerd wordt hun gewassen tegen de Coloradokever te bespuiten, waartoe de overheid hen verplicht, op godsdienstige gronden; er zijn proces-verbalen tegen hen opgemaakt en de overheid laat nu het land der bezwaarden onder politietoezicht bespuiten.

De overheid moet zoveel mogelijk redelijke en ernstige godsdienstige bezwaren ontzien. Maar als die bezwaren niets dan een uitvlucht zijn om aan wettelijke lasten te ontkomen of uit onwil om in en met het algemeen belang