is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 36, 1938, no 48, 10-09-1938

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BUITENLANDSE KRONIEK

Oorlogsatmosfeer

„De vulkaan, waarop Europa tegenwoordig leeft, begint te werken.”

Uit de Haagse Post

Het is een bange Augustus-maand, die Europa achter de rug heeft, en voor September zijn de vooruitzichten nog benauwender. Wij zouden niet graag tot de onheilsprofeten gerekend willen worden en niets lijkt ons gevaarlijker dan een paniekstemming aan te kweken. Wij begrijpen dan ook niet, wat voor nut het heeft om, zoals de veel gelezen medewerker Diplomaticus in boven aangehaald weekblad, een Duitsen gezant in een volledig gefantaseerd onderhoud met den Russischen minister Litwinow te laten zeggen, „dat voor het geval Runciman’s missie geen resultaat mocht opleveren, een oorlog onvermijdelijk zou worden...” Men zou zich aan zulke schrijverij kunnen ergeren, wanneer het geval tenslotte ook niet een komische zijde had. Want deze diplomaticus gaat zozeer in zijn eigen fantasie op, dat hij de door hem onderstelde woorden den Sowjet-commisSaris achteraf nog in de oren laat na-„dreunen” ook! Jammer genoeg zijn er tegenwoordig zoveel lieden met groter verantwoordelijkheid dan een journalist, die evenzeer in hun eigen fantasieën verstrikt zijn geraakt.

Aan de andere kant gewaagt De Roede in Het Volk treffend van onze onwil hier in Nederland om de oorlogsgedachte als een realiteit in ons bewustzijn toe te laten, waardoor een bedreiging met oorlog onwillekeurig als loos alarm of bluf wordt opgevat. Wie echter eens buiten de grenzen van ons nog altijd vrij onbewogen vaderland kijkt, kan niet anders dan onder de indruk terugkomen. Het gaat ermee, als met de Joden-vervolgingen. Zolang men er enkel over leest in de kranten, is er voor de meeste mensen teveel fantasie nodig om zich de werkelijkheid in heel haar gruwelijkheid voor te stellen. Maar zo gauw men zelf met dit moderne barbarisme direct of indirect in aanraking komt, is het alsof men in een afgrond tuimelt.

Er zijn grote gebieden, waar de oorlog thans reeds harde werkelijkheid is. Er zijn andere delen van onze aarde, waar de oorlogsgedachte leeft en het gehele denken beheerst. Wij kunnen ons niet meer veroorloven, de realiteit als door een waas van optimisme te zien. Daarvoor is de bedreiging te groot geworden.

Praag

Wij hebben persooniijk in de hoofdstad van de Tsjechosiowaakse republiek een intense drang tot leven kunnen constateren, die zich niet door de benarde politieke toestand laat verdringen. Maar wij namen eveneens een koelbloedige bereidheid waar om de dood in de meest geraffineerde vormen, welke een ontaarde beschaving heeft weten uit te denken.

te trotseren en anderen te doen ondergaan.

De Tsjechen waarderen de vrede in een zeer positieve, actieve zin; niet als louter afwezigheid van oorlog. Maar wanneer die vrede voor hen een dwangbuis zou worden, dat in hen het leven zou dreigen te verstikken, zouden zij hem desnoods liever breken, dan machteloos te verkwijnen. Deze „Pruisen onder de Slaven” zoals men hen wel, overigens zeer ten onrechte, heeft genoemd, zijn zich van hun kracht en strijdbaarheid bewust, en zonder zich illusies te vormen over hun weerstandskracht tegen een enorme overmacht, hechten zij toch een niet geringe waarde aan hun uitstekend geoefend en toegerust leger.

Men moet met deze mentaliteit rekening houden. Want zij betekent, dat er grenzen zijn aan de toegevendheid, die Praag in het diplomatieke onderhandelingsspel, dat thans aan de gang is, betonen kan. Er is een stijgende ontevredenheid waar te nemen onder de Tsjechoslowaakse volksmassa’s, waarmee het inderdaad vrij democratische leger in nauw contact staat, over de steeds verder gaande concessies, die van hun regering worden geëist. Er heerst in sterke mate het gevoel, dat deze heren van het Henlein-nazi-dom toch nimmer te bevredigen zijn en dat, wanneer het dan toch eenmaal tot een breuk moet komen, men beter doet, niet eerst allerlei stellingen, psychologische en strategische, uit handen te geven.

Er is daarnaast een toenemende verbittering tegen het Duitse element in de Tsjechoslowaakse samenleving, die voor een toekomstige verzoening niet gunstig is, maar die vooral bij een botsing het ergste doet vrezen. Men heeft ons openlijk verzekerd, dat, indien het ondanks alle onderhandelingen toch tot een oorlog zou komen, de eerste dagen daarvan in een bloedige furie zouden ontaarden. Niet alleen dat in de Duitse grensgebieden de stille terreur tegen democraten en Tsjechen dan in een brutale, gewelddadige zou overgaan; ook de Tsjechen zouden in hun woede over het onheil, dat over hen was gebracht, zich vergrijpen aan vele Duitsers, die onder hen leven.

Het dreigt een triest jubileumjaar te worden voor deze Tsjechoslowaakse republiek, die ondanks de drukkende erfenis uit het verleden, waarmee zij bij haar geboorte werd beladen en ondanks de onvermijdelijke misgrepen, waartoe zij door haar jeugdige onvervaardheid werd verleid, toch reeds in korte tijd zoveel heeft gepresteerd in gebieden, die eeuwenlang door het vermolmde heersershuis der Habsburgers waren verwaarloosd. Moge haar twintigjarig bestaan in October niet worden gevierd met een bioedige Bartholomeusnacht!

Berlijn

Wat men over de stemming in het Duitse voik hoort, wijst niet op oorlogsgeestdrift. Eerder kan men van angstige bezorgdheid spreken. En het zal heel zware eisen stellen aan de regisseurs van de Neurenbergse

monsterparades en praalvertoningen om de massa’s in de vereiste geestesgesteldheid te brengen. Wanneer de tegenwoordige Duitse leiders hun volk een oorlog binnenvoeren, zal het geen ~frissche, fröhliche Krieg” zijn, maar eerder een aftocht naar het abattoir.

Tijdens de half-officiële mobilisatie, waarop de grote Duitse herfst-manoeuvres neerkomen, zijn heel wat arrestaties verricht, merendeels louter om de schrik erin te jagen. Wat de Eerlij nse bevolking betreft, 'ontlenen wij aan de Franse socialistische „Populaire” het volgende, betrouwbare schijnende stemmingsbeeld;

„De oproepingen voor de manoeuvres eh de fortificatie-werken in West-Duitsland hebben een sterke neerslachtigheid teweeggebracht. De treinen, die de opgeroepen mannen naar deze werken moeten vervoeren, vertrekken altijd met vertraging doordat de vrouwen proberen met alle middelen het vertrek op te houden. Er komen steeds meer incidenten op de stations voor. Men gaat dan tot talrijke arrestaties over. De arbeidsopbrengst in de fabrieken neemt af, omdat geen enkele arbeider weet, of men hem niet voor de volgende afreis zal komen halen. De ontevredenheid treedt openlijker aan de dag. De gesprekken in de fabrieken worden talrijker. Onophoudelijk verbreiden allerlei geruchten onrust.”

„Een ongerust volk”, concludeert de berichtgever in het Franse blad”, is een volk dat zijn vertrouwen heeft verloren.” Wij zouden weinig waarde aan deze inlichtingen uit illegale Duitse kringen hechten, indien de onrust ook niet in andere groepen bleek. Er is dunkt ons, een verstrakking in de houding der katholieke kerk, die eveneens een uiting van de afnemende macht der nazi-autoriteit zou kunnen zijn. De sterke beweging aan de Duitse beurzen wijst ook op beroering en misschien „gemis aan discipline” bij de economisch machtigen.

Maar alle deze tekenen kunnen ook even zovele aansporingen voor de heersers van het Derde Rijk zijn, een beslissing te forceren, die alles in een strakke oorlogsdiscipline weer opnieuw zou gelijkschakelen. Terwijl er eveneens wel berichten zijn, dat bepaalde groepen, met name in het leger, een oorlog niet onwelkom zouden achten om meteen de hele nazi-boedel te liquideren.

J914"

D; voornaamste diplomatieke gebeurtenis van ie vorige week was de officiële introductie van Hitler-zelf in de Praagse onderhandelingen. Deze officiëie erkenning van de Duitse inmenging in de Tsjechoslowaakse zaken is, naar uit de gebeurtenissen van begin dezer week gebleken is, nog niet eens de bitterste pil voor Praag geweest. Maar na de jongste Tsjechische concessies rust de volle verantwoordelijkheid voor de ontknoping meer dan ooit op Hitler.

De Arbeidsfront-propagandist dr. Ley heeft in Stuttgart uitgeroepen, dat Hitler geen Wilhelm II was en niet als deze laatste de loop der dingen aan het lot overliet.,,lndien Wiihelm II in 1914, aldus de ietwat loslippige doctor, had gehandeld, zoals Hitler in zijn plaats gehandeld zou hebben (?!), zouden er slechts twee mogelijkheden zijn geweest: of er zou geen oorlog zijn gekomen, of Duitsland zou de oorlog hebben gewonnen .Thans zal men ons echter niet overvallen.”

De herinnering aan 1914 in deze dagen is op zichzelf alarmerend. Wij zijn er niet zo zeker van, of de ~stemmingen”, waarvan een beslissing bij den ~Führer” van het Derde Rijk in sterke mate schijnt af te hangen, betrouwbaarder zijn dan het „noodiot”, waaraan Wilheim zich toevertrouwde. Maar wel weten wij, dat de dingen en gebeurtenissen ook hun eigen logica hebben en dat het soms moeilijker is, geesten te bannen, dan hen op te roepen.

Zal de enorme machtsontplooiing, gepaard met de hevige krachtsinspanning, waartoe de heren van het Derde Rijk in deze maanden het heie Duitse voik hebben opgeroepen, ook ditmaal slechts een ~proef-mobilisatie” biijken te zijn, of zal het ditmaal, gewild of ongewild, ~ernst” moeten worden? Misschien zal op deze vraag, waaraan het lot van een werelddeel afhangt, te Neurenberg antwoord worden gegeven. Het is wel een vreemd soort speelgoed, dat men in deze oude Duitse stad thans gaat maken: oorlog of vrede.

De oude heer van Doorn

B. W. SCHAPER,