is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1933, no 4, 28-10-1933

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Werk van Jan Mankes

In al hun onbeholpenheid staan daar de sneeuw-witte ganzen bij het schuurdeurtj e.

Welk een eenvoudig geval maar wat een groote liefde en zachtheid om die ganzsnblankte tot een belangrijk gegeven te maken.

Liefde tot het dier, ook tot de onnoozsle gans. En dan de bezieling van den kunstenaar. En Selma Lagerlöf dicht het verhaal waarin de ganzen er maar best afkomen, terwijl Jan Mankes deze dieren leven doet in hun onbevangen gestaltelijke argeloosheid.

Mankes is altijd een realist. Hij is geen romanticus, al schildert hij onderwerpen welke men ook romantisch zou kunnen opvatten. Hij dringt echter met zijn geheele ziel in zijn onderwerp door en tracht alles te begrijpen; de stof welke de natuur bekleedt en het innerlijke wezen der dingen.

Daarom schildert Mankes een gans volmaakt als een gans. Het worden geen zwanen. Alles is verantwoord en doordacht. Maar ook in deze twee simpele schepsels tast men de eeuwige krachten welke leven achter de dagelijksche verschijningen der natuur.

DE GANZEN

J. J. MEYER.

ongelijker aan elkaar werden. Maar als men diep genoeg graaft, stuit men altijd weer op den éénen wortei, die hun beider wortel is.

Het fascisme wii bepaalde hervormingen in het kapitalisme doorvoeren, zonder evenwei de ekonomische grondslagen van het kapitalisme aan te tasten. Het laat de groote monopolisten rustig in het bezit van hun produktiemiddelen, dat is van hun middelen tot uitbuiting en onderdrukking der massa’s. Het geeft hun, in ruil voor bepaalde beperkingen hunner ekonomische vrijheid, de zekerheid, dat hun machtspositie door den machts- en geweldstoestei van den fascistischen staat gehandhaafd zal worden.

Wat de massa’s aangaat, het berooft deze van de middelen van kollektieve zelfverdediging, om de bevestiging en uitbreiding waarvan zij gedurende de geheeie kapitaiistische periode hebben gestreden: het recht van vereeniging en vergadering, het vrije woord en de vrije pers, het kiesrecht, de demonstratie, de vakaktie en alle vormen van de staking. In ruil voor alles wat het hun ontrooft, en voor de verlaging van levensstandaard die onherroepelijk met het proces van fascistischen „opbouw” samengaat, geeft het hun eenige zeer twijfelachtige rechten, die uit de integratie der arbeidersklasse in den fascistischen staat volgen en, misschien, tijdelijk een verhoogd zelfgevoei, door het voor negen tiende vaische, leugenachtige gevoel-vannationale eenheid, waar het ze mee volstopt. Hun aggressiviteit, die zich niet meer tegen den klasse-tegenstander vermag te richten, leidt het af door ophitsing tegen nationaie minderheden of vreemde naties, wat een terugvai beteekent in door het sociaiisme principieel overwonnen wijzen van voelen en denken.

Het fascisme herinnert in zijn regeermethoden en in het beginsel daarachter, (een sterke staat, die de verschillende klassen in evenwicht houdt) in veel opzichten aan het bonapartisme. Het is de gemoderniseerde vorm daarvan. Aan den anderen kant vergemakkelijkt het de ontwikkeling van een feodaal neo-kapitalisme, dat met den staat en diens ontzaggelijke machtsmiddeien tot één geweidig machtsorganisme samengroeit.

In het Duitsche nationaal-socialisme zijn zeker krachten aanwezig, die op de mogelijkheid van een andere ontwikkeling wijzen: groote massa’s onteigende kleinburgers, gedekiasseerde jeugd en wanhopige proletariërs, die zweren bij de gewelddadige onteigening van het groote kapitaal. Maar zoo het dezen elementen zou gelukken, in Hitier’s „partij” hun wil door te zetten, met welke middelen dan ook, dan zou dat beteekenen, het einde van het fascisme, en zijn omslaan in een ruw, primitief arbeiderscommunisme. Zoolang het fascisme fascisme blijft, blijft het sociaiisme-vijandig en arbeiders-vijandig.

Het is dus met de waarheid in strijd, om communisme en fascisme te vereenzelvigen. Zeker hebben zij bepaalde kenteekenen gemeen: het geloof aan geweld, de verachting voor de demokratie, den wil tot een sterk, gecentraliseerd staatsgezag. Het kan zijn, dat zij zich op sommige oogenblikken uiterlijk weinig van elkaar onderscheiden. Maar slechts op sommige oogenblikken en uiterlijk. Hun beider uitgangspunt is een ander, hun doeieinden zijn totaal verschillend. En daarom kan het niet anders, of communisme en fascisme moeten voortdurend in scherpe vijandigheid tegenover elkaar komen te staan. Wat niet wegneemt, dat de onmiskenbare uiterlijke gelijkheden op bepaalde

punten noodzakelijk verwarring en misverstand stichten; een zekere vermenging van beide aan de periferie, het telkens opnieuw ontstaan van overgangsvormen tusschen beide zulien hiervan het resultaat zijn.

Het socialisme echter mag zich niet laten misleiden of in verwarring brengen; het moet, ten eerste, het onderscheid tusschen communisme en fascisme ais wezeniijk, essentieei biijven zien en, ten tweede, het communisme als een loot aan den stam van den boom van het socialisme blijven erkennen. H. ROLAND HOLST.

Bloeiende Wildernis, door John Galsworthy, vert. d. J. C. de Cock. N.V. Em. Querido’s Uitg. Maatij. Amsterdam 1933. 258 blz. Prijs ing. ƒ3.50; geb. ƒ4.25.

Een boeiende roman van de bekende schrijver van Porsyte Saga en Een meisje wacht. Wie deze vroegere boeken niet kent, heeft in ’t begin wel es moeite, de verschillende personen en families uit elkaar te houden, maar de scherpe karaktertekening, die Galsworthy geeft van de mensen, waarmee hij ons in aanraking brengt, helpt ons daar spoedig overheen. Behalve door het romantiese verhaal boeit dit boek ook door de scherpe kijk op de „Engelsman”, vooral op de vaderlander uit de hogere kringen.

De vertaling lijkt me soms wat wonderlik. Ettelike keren stootte ik b.v. op de uitdrukking: op z’n achterste zolder zijn of raken, waar een gewoon mens zou zeggen: op z’n achterste benen staan. Wat er in ’t Engels staat, weet ik niet, maar ’t is voor mijn oren raar Hollands. Over het algemeen leest het echter vlot. H. B.—S.

Net Meisje 18 jaar, met diploma A voor hulp in de huishouding en diploma kinderjuffrouw, zoekt plaatsing liefst bij kinderen. Brieven onder nummer 162 bureau van dit blad.