is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1933, no 11, 16-12-1933

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZATERDAG 16 DESEMBER 1933 – No. 11 32ste JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

Tijd EN Taak

RELIGIEUS-SOCIALISTISCH WEEKBLAD

ONDER REDACTIE VAN DR. \W. BANNING ADRES DER REDACTIE: BENTVELDSWEG 5 – BENTVELD

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 32STE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR F 3.40, PER HALFJAAR F 1.75, PER KWARTAAL F 0.90 PLUS 15 CTS INCASSO – LOSSE NUMMERS 8 CTS POSTGIRO 21876 – GEMEENTE GIRO V 4500 – ADMINISTRATIE GEBOUW N.V. DE ARBEIDERSPERS, HEKELVELD 15, AMSTERDAM-CENTRUM

VERWACHTING

M enigeen onzer zal het in dit bange jaar 1933 en wie weet wat volgen gaat opnieuw zwaarder vallen om te spreken over de verwachting van een komend heil, waartoe naar oude gewoonte de Adventsdagen willen opwekken. Levensverachting en brutaliteit hebben in Europa het hoogste woord; niet slechts met mensenlevens maar ook met geestelike waarden wordt gesmeten als met oude vodden. Het socialisme, dat eens als hel brandend vuur millioenen harten tot dapperheid bezielde, moge als richtende idee nog steeds zijn waarde hebben behouden, als beweging heeft het zonder twijfel ingeboet aan innerlike kracht en dus ook aan straling naar buiten. Het gevolg van dit alles is een overal speurbare matheid, ook wanneer zij wel door luidruchtige propaganda wordt bedekt.

Toch is het juist in zulk een tijd dringend nodig, om de inhoud der religieuze verwachting vast te houden. Want waarlik niet alle verwachting houdt stand en is levenskrachtig. Het is mee een van de meest aangrijpende dingen, om te zien dat het mensengeslacht niet leven kan zonder de vererende, hartstochtelik verlangende ziel te richten op wat boven het individueel bestaan uitgaat als men God niet vinden kan grijpt men naar góden van eindige, tijdelike aard. Dan wordt de Staat verheerlikt als de twintigste eeuwse god, die aan het individuele leven zin geeft ook dan, wanneer hij millioenen levens offert op de oorlogsvelden. Of het eigen volk en het eigen ras worden tot de laatste en hoogste waarden gemaakt, en zonder enige gewetensreserve wordt uitgeroeid, wat aan de volkseer of aan de raszuiverheid in de weg heet te staan. Of de eigen partij wordt de nieuwe god, die men te dienen heeft met onvoorwaardelike gehoorzaamheid, die elke kritiek smoort. Afgoden het eindige gesteld op de plaats van het eeuwige te over. Getuigenis ook op deze wijze, van het aangrijpende feit dat de mensheid zonder verering niet leven kan, en daar-

door dikwels rampzalig verdwaalt. Het oude verhaal van Van Eeden’s meikever, die tegen kunstlicht te pletter vliegt.

In het socialisme, en ook in het religieussocialisme, zijn wij niet steeds aan deze waan ontkomen, hebben wij niet steeds onszelf behoed voor de vergissing, die het eindige verwisselt met het eeuwige. Het is iets van de harde, onverschrokken werkelikheidszin van het Christendom, dat deze waan der afgodendienst als waan ontmaskerde. Wie het alomvattende, het allen zegenende en reddende heil verwacht van welke aardse grootheid ook, komt steeds bedrogen uit. Of deze grootheid nu heten mocht: proletariaat, revolutie, diktatuur, Staat, partij, kerk enz., enz. wat doen namen er toe?

Er is nog een ander ding van belang, dat wij zullen moeten uitspreken, óók wanneer het zich met scherpe kritiek tot ons zelf richt. Er is in onze hedendaagse wereld een schrijnende vertwijfeling in millioenen harten, een losgebroken haat die massaal wordt. Wat zeggen zij ons? Vooral dit: dat wij van ons eigen geloof toch een bitter schijntje terecht hebben gebracht. Er zijn zo eindeloos veel noden: óók die van armoe en honger, maar vooral die van innerlike schending, zielsnood die zich alleen uiten kan in een vertwijfelde vloek. Wat kèin er in deze harten nog leven van een geloof in een God die liefde is, van een belofte van heil aan heel de mensheid geschonken? In millioenen zijn Christendom en religie in alle vormen failliet gegaan door de maatschappelik-geestelike nood. Dat is erg. Maar het ergste is, dat wij daar zo rustig onder bleven, of vervielen tot een onrustige oppervlakkigheid, die ons schimpen deed; het Christendom gaat failliet, en het kapitalisme is de vloek. Zeker, kapitalisme is een vloek, en het Christendom ging failliet niet het minst, omdat wij ons geloof niet lééf den. Dat is het ergste: dat wij ons socialisten noemden en toch brandde de vlam van een gerechtigheidsdrang en een wil tot broederschap zo zwak

in ons dat geen gloed uitstraalde, die gloed in anderen wakker riep. Dat is het ergste; dat wij prat gingen en gaan op onze religie, en toch lichtte geen sterke, dappere, dragende liefde uit ons wezen zo, dat zij licht in anderen ontstak.

De religieuze verwachting is de verwachting van een goddelike belofte, die eens wordt vervuld. Maar de goddelike belofte vraagt om antwoord; geloof is antwoord. Het antwoord van het leven, het antwoord der gehoorzaamheid. Men kent ook in onze kringen gelukkig het oude Wilhelmus:

Voor God wil ik belijden En zijner grote macht Dat ik tot geenen tijden Den koning heb veracht;

Dan dat ik God den Heere der hoogsten Majesteit

Heb moeten obediëren (gehoorzamen) In der gerechtigheid.

Religieuze verwachting heeft haar onmiddellike keerzijde in de eis tot gehoorzaamheid aan de gerechtigheid. Zal de Christus, als hij komt, geloof vinden op aarde? Wij spreken in onze kringen graag daarvan, dat wij de arbeidersbeweging willen dienen. Men heeft daaronder wel verstaan, dat wij nieuwe leden kunnen toevoeren en goede debaters zijn tegen Christelike dominees. Als wij niet méér doen, zijn we al failliet. Het wezenlike, waarvoor wij hebben te staan is iets anders; het is de gedachte, de prediking; dat het socialisme een gruwelike mislukking, een waan en een afgod is, wanneer wij socialisten niet „voor God belijden"’, dat wij willen „gehoorzamen in der ge-: rechtigheid”. Wij behoeven koning noch vaderland noch partij te verachten maar wee, wanneer de gloed der gerechtigheid niet meer uit ons leven vlamt. De adventsdagen mogen onze diepste aandacht richten op het hoogste. Dan blijven wij leven in religieuze verwachting.

1