is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1934, no 26, 31-03-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Binnenland m iiiiiiiiiii[iiiiiiii| M iiiiiiiiiiiiiiiiiiiil s

Een vorstelijke begrafenis

Er is algemeene bewogenheid geweest bij den dood van de koningin-moeder en ook waardeering voor haar vriendelijke persoonlijkheid, haar belangstelling in zieken, den krachtigen stoot, dien'zij aan de tuberculosebestrijding gegeven heeften ook voor de waardige wijze, waarop zij haar taak in staats- en volksleven heeft vervuld. Haar gelaat en verschijning teekenden welwillendheid en eenvoud: een innemende grijze vrouw, bij wie de glimlach zeker niet alleen aan den buitenkant zat.

De ontzaglijke belangstelling, die haar begrafenis zal trekken, komt zeker bij velen voort uit het verlangen, om de laatste eer te betoenen aan een hooggeplaatste en eerbiedwaardige. Maar er zullen ook niet weinige sensatielustigen zijn, die getrokken worden door het kijkspel .van pronk en praal van dezen begrafenisstoet of die sterk onder den indruk gekomen waren van al het rouwbetoon van pers en radio en kansel, dat een oppervlakkig, sentimenteel gevoel van droefheid in hen wekte. Ligt het er misschien aan, dat ik krachtens mijn ambt honderden eenvoudige dorpsbegrafenissen heb bij gewoond, waarbij het sobere rouwbetoon nooit pronkerig rouwbetoon wordt, dat het gemis aan eenvoud bij de begrafenis te Delft mij hindert?

Eenvoud is immer het kenmerk van het ware. Het bedroefde gezicht der koningin, haar dochter, een tuiltje viooltjes door de prinses, haar kleindochter op de baar neergelegd, het gevoel van eerbied bij allen voor deze vorstin, die licht en warmte van zich deed uitgaan, dat alles was ons meer waard dan de officieele rouwparade, die men van een vorstelijke begrafenis pleegt te maken.

Voor God en voor den dood zijn allen een. De bewogenheid van de koninklijke familie is dezelfde als van een arbeidersgezin, dat een verstandige, lieve moeder en grootmoeder verliest. Nergens ergert ons meer het standsverschil dan op den doodenakker, waar men hier en daar ook nog de rijken van de armen scheidt en waar men dure en prachtige monumenten heeft voor hen, die veel bezaten en een armzalig houten paaltje, dat spoedig vermolmt, voor hen, die weinig of niets bezaten. Dat verschil tusschen veel en niets bezitten valt niet altijd samen met dat tusschen veel en niets zijn!

Naar een oud gebruik moet de hofmaarschalk driemaal op de deur der grafkelder van de Habsburgsche koningsfamilie kloppen, voordat deze wordt geopend. Zoo ging het bij de begrafenis van Frans Jozef, den laatsten keizer der Donaumonarchie. De maarschalk klopte met zijn staf en kondigde aan: De Keizer! De deur bleef gesloten. Hij klopte ten tweeden male en riep: Een mensch! De deur bleef gesloten. Daarna klopte en riep hij: Een arme zondaar! Toen pas ontsloot zich de deur.

■Voor den dood zijn allen gelijk, voor God zijn wij allen geringe dienaren, die over hun werk niet tevreden kunnen zijn. Voor de eeuwigheid zijn wij allen nietige schepselen. Met deze waarheden zijn de pronk en praal der Delftsche begrafenis naar ons gevoel in strijd. Voor ons zou ze veel indrukwekkender geweest zijn, wanneer zij geschied was in den geest van waardigen eenvoud, die immers het wezen der gestorvene kenmerkte. Eeuwenoude traditie, die vooral in de hoogste kringen heilig is

en waarvan het protokol niet mag afwijken, eischt dergelijke luisterrijke begrafenis. Daartegenover stellen wij eenvoud en natuur ook, ja vooral tegenover den dood.

De Marxisten

In Duitschland en Oostenrijk duidt men de aanhangers van alle schakeeringen van het socalisme, in zijn meest ruimen zin, den communist en den soc.-democraat met den naam Marxisten aan. Men noemt een naam gewoonlijk van weinig of geen beteekenis; maar dit gaat niet altijd op. Een naam kan even valsch als gevaarlijk zijn. Er kan met een naam een leelijk bedrog gepleegd worden, zooals met het merk en etiket door den oplichter in zaken. Door communist en soc.-democraat met één naam aan te duiden, kan men ze gezamenlijk veroordeelen en bestrijden en vervolgen, den laatste ook op gronden, die alleen steek houden tegen den eerste. De Russische communisten willen den godsdienst vervangen door de wijsbegeerte, de opvattingen omtrent wereld en leven van Karl Marx. Door hen tot de Marxisten in dien zin te rekenen, kan men nu ook de soc.-democraten als vijanden van den godsdienst voorstellen. Men kan dit doen en men doet het ook, als men niet geeft om rechtvaardig en waarachtig beoordeelen van den tegenstander. Het wijsgeerig Marxisme heeft ook onder soc.-democraten zijn aanhangers, maar zij vormen een betrekkelijk kleine minderheid en zeker een nog afnemende minderheid onder ons. Bovendien is er geen Marxistisch soc.- democraat voorstander van uitroeiing der kerk en van geloofsvervolging en wordt door hen ontkend, dat een strijd tegen den godsdienst, zooals de Bond der Godloozen voert, in de lijn van het Marxisme ligt. Maar een groot deel van de soc.-democraten aanvaardt niet de wijsbegeerte van Marx, die in wezen materialistisch is.

A. B. K. heeft er onlangs in een van zijn Krabbels op gewezen, dat het Marxisme naar zijn wijsgeerig gehalte in het Nederlandsche socialisme slechts geringen weerklank heeft gevonden, dat de menschen, die onze beweging hier naar hun beeld gevormd hebben, er principieel geen aanhangers van waren, terwijl de enkele verdedigers van dit filosofisch Marxisme onder ons voor en na hunne leidende piaatsen verlaten hebben.

A. B. K. voegt er nog aan toe:

„Ook de principieele verwerpers van het Marxisme op godsdienstige gronden waren onder ons niet weinig talrijk, en, merkwaardig genoeg, heeft de massa der partij juist deze menschen altijd juichend naar voren gehaald en hun alle ambten aangeboden, die zij maar te bezetten bereid waren.”

Dit laatste is een beetje te mooi. Wij zijn zeker welkom geheeten en vriendelijk ontvangen, toen wij voor en na in de Partij kwamen, hoewel in het begin door sommigen niet zonder eenige gereserveerdheid begroet. Men heeft ons veel werk opgedragen en we hebben dat gaarne gedaan ook; we waren meest wel bereid, ook al waren we niet belust, om ambten in en voor de Partij te vervullen, maar als troetelkindjes heeft de Partij ons niet behandeld, wat we ook allerminst begeeren.

Revolutionnair

Niets geeft meer misverstand, dan wanneer een woord in verschillende beteekenissen gebruikt wordt. Men moest een woord kunnen ijken als maat en gewicht. Nu heet het taalgebruik dat met het woord te doen. Maar wat is de geijkte zin van

het woord revolutionair? Domela Nieuwenhuis heeft vaak gesproken over de revolutie, die in de hoofden der arbeiders moet plaats grijpen, zal er ooit een nieuwe samenleving komen. Maar ook heeft hij meermalen revolutionaire middelen in den zin van geweld vergeleken bij het breken van eieren, om een omelet te bakken. We spreken ook van de revolutie in den arbeid en heel de maatschappij door stoom en electriciteit. Ook worden Christus, Tolstoy, Gandhi en andere geestelijke strijders revolutionairen genoemd. De regeering-Colijn is even ijverig ons volk, in bijzonder het leger te zuiveren van revolutionaire gezindheid als de huisvrouwen in den schoonmaaktijd hun huis en kasten en zolder en kelder van vuil.

De leider der Amsterdamsche kath. raadsfractie, Mr. Romme, noemde onlangs de Arbeidswet-Aalberse revolutionair, in navolging van Prof. de 'Vooys, die deze wet eveneens revolutionair noemde, omdat door den achturendag een stoot gegeven wordt tot karakterwijziging onzer maatschappij.

Wie vindt in dit doolhof van veelheid van begrip den weg? Het is van belang, dat men onderscheid maakt tusschen doel en middelen. leder, die ijvert voor een verandering in grondslag en wezen van staat en maatschappij, is revolutionair. Wil men dit doel bereiken door verzet tegen en verbreken van de wet, door opstand tegen de regeerende machten door middel van geweld, dan past men de revolutionaire methoden toe in den slechten zin van het woord. Men zou ook kunnen spreken van een oniuisten zin van het woord. Immers contra-revolutionairen grijpen, als zij de kans schoon zien, naar deze „revolutionaire” methoden.

Terecht wijst „Het Volk” erop, hoe onbillijk het is, om ambtenaren te ontslaan op grond van revolutionaire gezindheid, waar dit begrip zoo weinig vast staat en zoo vele en verschillende begrippen aan dit woord toegekend worden.

Woeker

De wet waakt er thans tegen, dat zaken, die geld leenen en voorschieten, woekerbedrijven zijn. Een Haagsche N.V. „Laan van Meerdervoort”, bezit en verhuurt huizen. De uitkomst van deze exploitatie wordt in het jaarverslag over 1933 „zeer bevredigend” genoemd. Het dividend bedroeg 30 pet., het vorige jaar zelfs 40 pet. De aandeelhouders kunnen nog tevreden zijn, te meer omdat er volgens het verslag onder de huurders een grootere mutatie was, waar velen zich op een lager levenspeil moesten instellen. Dat wil zeggen, dat voor vele bewoners de huizen in deze deftige wijk van Den Haag te duur waren. Het is te begrijpen, wanneer zulk een buitensporig hoog dividend te verdeelen valt. De aandeelhouders zullen wel tot de fine fleur van Den Haag behoor en; men noemt hen geen huisjesmelkers. Deze N.'V. valt niet onder de woekerwet, maar de begrippen wettelijken en zedelijken woeker dekken elkander niet altijd.

J. A. BRUINS.

Smaakvolle

zit-slaapkamer

(o. h. Zuiden) met pension voor 1 of 2 personen aangeboden. Ev. veg. voeding. Niersstraat 32“\ Amsterdam-Zuid.