is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1934, no 31, 05-05-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Buitenland

Om de eenheid van China

Herinnert men zich het Lytton-rapport nog? Hoe het over Japans onbehoorlijkheden in Mantsjoerije een boekje open deed en hoe de Volkenbondsvergadering in December 1932 besloot een „Commissie van 19” in te stellen om de conclusies ervan aan een onderzoek te onderwerpen? Een bepaalde datum, waarop de Heeren-19 met hun rapport-over-een-rapport gereed moesten wezen, werd niet gesteld en een geschikte kapstok leek zoo hun commissie om alle moeilijkheden, die het achtbare en machtige Japansche ex-Volkenbondsmedelid opleverde, aan op te hangen. Wat zou men zich principiëele soesah bezorgen over de particuliere aangelegenheden van een groot heer, die zich hoogstens daarmee de onverzoenlijke vijandschap op den hals haalde van den Bolsjewistischen slampamper? En toch wat weinigen en waarschijnlijk het allerminst de 19 Volkenbondsheeren zélf voor mogelijk zullen hebben gehouden —: op 15 Mei zal de Commissie bijeenkomen. Aan vergaderstof zal het haar niet ontbreken: steeds krasser Japansche uitdagingen aan het adres van geheel imperialistisch Euramerika hebben daar wel voor gezorgd.

De jongste aanleiding tot de onrust de heele wereld over is gevormd door den officieuzen eisch tot een soort protectoriaat van Japan over heel China, die den 20sten April is uitgesproken door wat de Engelschen een „spokesman” van Tokio noemen: een perschef der Japansche regeering, waarvan de woorden naderhand door de autoriteiten zoodanig gecommentarieerd zijn, dat men ’s mans opzettelijke loslippigheden wel degelijk als het eigenlijke doel van het Japansche imperialisme mag beschouwen. Japan, zoo heet het, heeft nu eenmaal een speciaal belang bij het herstel van de orde en de eenheid in China, alsmede bij de handhaving van de territoriale opgereptheid van dat rijk. Als gevolg daarvan zal het zich verzetten tegen iedere poging van China om aan vreemde mogendheden gebied of invloed af te staan ten einde zich tegen Japan te verzetten. Ook overeenkomsten om China aan geld te helpen, oorlogsvliegtuigen te verschaffen, er vliegvelden aan te leggen, het van dienst te zijn met militaire instructeurs en adviseurs kunnen niet anders dan tot complicaties leiden. Zij strekken tot verdeeling van het Chineesche rijk: Japan zal ze beschouwen als onvriendelijkheden tegen hèm gericht en er zich tegen verzetten. Ziedaar dus: de openlijke belijdenis eener Aziatische Monroeleer, die zoo vaak al als het leidende beginsel van de Japansche expansie-politiek is genoemd: de herleefde ~21 punten”, die de Japanners reeds in Mei 1915 aan China hebben afgedwongen, doch die zij na afloop van den Wereldoorlog, door de Conferentie van 1922 te Washington geprest, nog eenmaal hadden moeten opgeven: de principiëele buitensluiting der oude imperialistische jagers uit het Oost-Aziatische jachtveld.

Want deze fanfare ter nauwernood door het welstaanshalve daarop gevolgde terugtochtsein verzwakt is allesbehalve gericht enkel tegen de Sovjetunie, hoezeer de ondergrondsche betrekkingen daarvan met het huidige China mogen vaststaan: en niet alleen met de communistische gebieden daarvan. Er gingen in den laatsten tijd aan alle kanten geruchten van onderhandelingen met Nanking. Een concern Fransche bankiers trachtte een Chineesche leening te plaatsen. De

militaire dictator van officieel-China, maarschalk Tsjang-kai-sjek, wordt gezegd 25 millioen dollar van de Vereenigde Staten te zullen krijgen, natuurlijk tegen zekere nieuwe concessies in het Zuiden. Er zouden onderhandelingen gaande wezen over wijzigingen van het Engelsch-Chineesche handelsverdrag: voor alle vreemdelingen een aangelegenheid van eminent belang, omdat krachtens het recht van meestbegunstiging daarop alle voorrechten van Europa en Amerika in China berusten. Kortom, hier scheen nog een deel van de wereld te bestaan, waar de goede oude „open-deur-politiek” voordeel beloofde.

Geen wonder dat men ook in ons land zijn ooren spitste en zijn oogen de kost gaf. Onze Pekingsche gezant was over en vestigde er de aandacht op, dat de Chineezen, tegenover de groote mogendheden wantrouwend gezind, aan economische betrekkingen met Nederland de voorkeur gaven. „Zou het voor Nederland niet geraden kunnen zijn” vroeg de N.R.Ct., „niet af te wachten wat er tusschen Engeland en China gaat gebeuren, maar op zelfstandige wijze zijn betrekkingen met China te regelen?” Mogelijk ook vormden al deze preparatieven, naast de noodzakelijkheden der Midden-Europeesche dreigingen, een kleine rechtvaardiging der hardnekkige geruchten, als zou men van links en van rechts niet ongenegen zijn, om door de toetreding van Rusland tot den Volkenbond, dezen laatste, door allerlei ongeval lichtelijk gehavend, weder eenigen luister bij te zetten. En nu zou die spelbreker Japan op bruuske wijze de Oost-Aziatische „deur” der verwachtingen in het onverbiddellijke slot hebben geworpen?

* * * Er is een voorstelling, die de paniekachtige alarmeeringen, waardoor de Oost-Aziatische politiek der laatste jaren gekarakteriseerd wordt, toeschrijft aan het bestaan van twee richtingen onder de Japansche bewindslieden: een nationaalsocialistische militaire groep onder Araki, die van gewoon soldaat tot generaal opgeklommen, in Januari van dit jaar als minister van oorlog is afgetreden, èn een meer gematigde groep diplomaten, die begrijpende dat een nieuwe wereldoorlog de grootste risico’s zelfs voor den overwinnaar met zich zou brengen, er tot nog toe, geleid door den minister van buitenlandsche zaken Hirota, nog steeds in geslaagd is, het eigenlijke stuur over den loop der dingen in handen te houden, of althans telkens weer te herkrijgen. Zij zou heel goed weten, deze laatste strooming, dat zij het in geen geval zoover moet laten komen, dat èn Rusland, ’twelk over een veel geduchter luchtvloot beschikt dan Japan, èn Amerika, èn wellicht de West-Europeesche mogendheden tegen haar land front gaan maken.

Afgescheiden echter van de zekerheid, dat het bij een dergelijke situatie dan toch maar telkens van een kleinigheid af kan hangen, of blinde hartstocht het wint van nuchter beleid Russische berichten meldden dezer dagen, dat Araki’s machtspositie, ofschoon in Januari j.l. niet bestand tegen een ~diplomatische ziekte”, nu weer bezig was gevaarlijk sterker te worden —, de vraag waar het om gaat is, of de rest van de wereld nog wel bij machte is, daar iets anders tegenover te stellen dan machtelooze protesten. Zeker, de Sovjetunie zal zich wellicht bij den Volkenbond aansluiten als Polen zulks niet onmogelijk

maakt! de Commissie van 19 zal vergaderen, maar zal het front tegen Japan ooit iets anders dan een schijneenheid te aanschouwen geven? Zal de politieke opinie in West-Europa, in Rusland, zelfs in Amerika gedoogen, dat de regeeringen schrijden tot het uiterste middel: een verre, imperialistische oorlog tegen het weerbarstige Japan? Wij gelooven er niets van. En daarom kan Japan zijn gang gaan: het kan zijn „missie” vervullen van het herstellen van „orde” en „vrede” in het vroegere ~Hemelsche rijk”, het kan de Europeesche en Amerikaansche invloeden, die nu bijna honderd jaar China uitgemergeld hebben, net zoo ver terug dringen, als het noodig zal vinden... om er zijn eigen mogelijk nog gewetenloozer exploitatiemethoden voor in de plaats te stellen. * * *

Wat heeft de wereld van Japans opperheerschappij in Oost-Azië te verwachten? De „eenheid van het gele ras”, dat Europa en Amerika van hun koloniën in Azië berooven zal en later zijn horden zal dresseeren tot een ontzettenden vernietigingsoorlog tegen, „het blanke ras”? Ziedaar de nachtmerrie, die een overladen maag en een slecht geweten tegenwoordig ons Europeanen bezorgd hebben. Maar meer waarde heeft deze dwaze fantasie dan ook niet. Natuurlijk, de duidelijke waarschijnlijk vooral voor binnenlandsch gebruik uitgesproken Japansche bedreigingen zullen de spanningen aan de Stille Zuidzee strakker maken. Voor de insiders waren zij waarschijnlijk vrij overbodig. Engeland werkt met koortsachtige spoed verder aan de voltooiing van zijn vlootstation te Singapore; de Amerikanen gaan een oefening houden om zoo snel mogelijk hun vloot door het Panamakanaal te krijgen; ook Oost-Siberië zal waarschijnlijk de gevolgen van de scherpere verhoudingen te zien krijgen.

Maar het meest is China opgeschrokken, want de Japansche bedreigingen zijn het meest tegen dat rijk gericht. Niet China’s eenheid en dus China’s machtsversterking! is Japansch doel, maar wel: China’s verbrokkeling, en dus: zijn machteloosheid! De Oost-Aziatische „Monroeleer” houdt in haar kern een leer van Oost-Aziatisch machtsevenwicht in, zooals Engeland de eeuwen door op het vasteland van Europa heeft nagesteefd. Wij gelooven, dat Japan in de eerstvolgende jaren voort zal gaan, „onafhankelijke” provincies, die dan onder zijn protectoraat komen te staan, van het voormalige Rijk van het Midden los te scheuren, zooals b.v. in den Honderdjarigen Oorlog Engeland steeds door van Frankrijk probeerde te doen. Door deze politiek zal de „eenheid van het gele ras” eerder volslagen te gronde gericht dan bevorderd worden. Maar daaruit volgt tevens, dat Europeesche en Amerikaansche imperia evenveel gelegenheid zullen hebben om den anti-Japanschen weerstand onder de gelen te bevorderen ten einde hun koloniën en belangen te beschermen —, als de Japanners niet te vergeefs naar spelbrekers onder de blanken zullen behoeven te zoeken. „Eenheid” van ras, als van natie, is in de geschiedenis doorgaans slechts een kleurige lap geweest, een afgod voor politiek misbruik, maar gebruik en geen wezenlijk bestaande factor. ~Eenheid der menschheid” daarentegen was een ideaal, dat oneindig veel hooger waarde bezat. Maar hoe weinigen hebben het kunnen bevatten J. S. BARTSTRA.