is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 32, 1934, no 31, 05-05-1934

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Binnenland j iiiiiiiiiiiiiiiiiiiii m llliiniillllllllilil

Oorlog ter verdediging van godsdienst en zedelijkheid

’ In „Evangelisch Zondagsblad” van 29 April verklaart ds. B. Klein Wassink zich als Christen principieel voorstander van nationale ontwapening; ondanks toenemenden tegenstand en verflauwing bij eens vurige voorstanders blijft hij vertrouwen in de verwezenlijking van dezen eisch. De redacteur van dit blad, prof. dr. O. G.Wagenaar stelt daartegenover den plicht van den Staat, om gewapend te zijn en desnoods een oorlog ter verdediging der belangen van godsdienst en zedelijkheid te voeren. I

Hij heeft wel oog voor het demonische karakter van den oorlog. De kerk, zoo schrijft hij, moet ijveren voor internationale ontwapening. Zij kan de oogen niet sluiten voor het gevaar, in sterke oorlogstoerusting op zich zelf reeds gelegen. Zij moet haar stem waarschuwend verheffen tegen de duistere, oncontroleerbare machten, die soms met zeer egoïstische bedoelingen drijven tot den oorlog. Nu komt echter een „maar”.

„De kerk mag niet vergeten dat ook de belangen van godsdienst en zedelijkheid zoodanig in gevaar kunnen worden gebracht, dat men, hoe noode ook, tot dit uiterste middel van den oorlog zijn toevlucht nemen moet.”|

ledere Staat echter, die een oorlog begint of aanvaardt (aan deze zijde der grens is het beginnen aanvaarden en aan gene zijde het aanvaarden beginnen), roept leger en volk op, met het zwaard de belangen van godsdienst en zedelijkheid te verdedigen. In een zuiver imperialistischen oorlog, als de Zuidafrikaansche, ging het immers om het goed recht der uitlanders, die in de Boerenrepublieken verdrukt werden, en om de kaffers, die niet menschelijk en christelijk door de Boeren werden behandeld, niet om goud- en diamantmijnen!

Er is een heele bibliotheek volgeschreven over de schuldvraag in verband met den wereldoorlog, maar het antwoord is uitgebleven, omdat er te vele antwoorden zijn. Alle regeeringen hebben hun volken tot een heiligen oorlog opgeroepen en niet alleen de geweren maar ook de schoone leuzen hebben overal geknald.

In ’l4 heeft Duitschland zich zeker schuldig gemaakt tegenover België en België behoefde geen schoone leuzen te bedenken; deze kleine Staat verzette zich inderdaad tegen brutaal onrecht en tractaatbreuk. Hij voerde den oorlog wezenlijk ter zelfverdediging. En hij heeft succes gehad, de overwinning mede behaald, ook een deel van de buit gekregen. Maar zijn de belangen van zedelijkheid en godsdienst geschaad van Luxemburg, dat zich niet verweerde en zich buiten den oorlog hield? En zijn deze belangen van België beschermd en gebaat door den oorlog?

ledere oorlog beteekent een uitbarsting van alle wilde, booze driften, die in ons allen als vuur in een vulkaan in de diepte sluimeren. Na de uitbarsting komt de vulkaan maar niet dadelijk tot rust. Men kan ongedeerd naar lichaam uit den oorlog komen, maar niemand ontkomt geheel aan zijn verwilderende werking. De oorlog is barbaarsch en maakt ook barbaren. Meerdere wetten worden gedurende den oorlog buiten werking gesteld; in den oorlog zeil wordt allereerst de wet der menschelijkheid opgeschort; als het kanon spreekt, moei het geweten zwijgen. Daarom kunnen de belangen van godsdienst en zedelijkheid

voor een volk nooit door oorlogsgeweld ge- i diend worden. Men kan politieke en strate- ( gische bezwaren hebben tegen nationale ( ontwapening, overwegend zijn ze voor ons echter niet, maar godsdienst en zedelijk- ‘ heid veroordeelen den oorlog absoluut en daarom moet de kerk als stem van het i christelijk geweten de nationale ontwape- ] ning eischen. '

Opgeborgen

Eerst hebben de vrijz.-democraten en daarna op het Utrechtsche congres de soc.- democraten den eisch der nationale ontwapening opgeborgen, zoo kan men hooren en lezen. „De Nederlander” vergelijkt de voorstanders van nationale ontwapening dan ook bij een leger, dat in verwarring aftrekt. Volgens minister Colijn hebben de vrijz.-democratische ministers hun beginsel van eenzijdige ontwapening niet verloochend maar het ter wille van ’s lands belang tijdelijk ter zijde gesteld. Prof. Heering keurt in „Kerk en Vrede” dit terzijde stellen af en noemt het vrijwel gelijk aan „voorloopig opbergen”. De redeneering, dat de vrijz.-democraten in de regeering voorwaarden voor bezuiniging op defensie hebben gesteld en daardoor op dit oogenblik voor de nationale ontwapening veel meer kunnen bereiken, dan door star vast te houden aan het alles of niets, wijst prof. Heering als ondeugdelijk af. Het maakt, naar zijn meening, principieel geen verschil, of men voor een kleine of een groote oorlogsbegrooting stemt. Paul Kies verzekert in „Oorlog of Vrede”, dat de soc.- democr. fractie ook na het Utrechtsche congres tegen de begroeting voor defensie zal stemmen. Alleen in het bijzondere geval, om een verlaging van de begroeting er door te halen, die anders zou worden afgestemd, kan volgens Kiès de soc.-democratische Kamerfractie wel eens voor een keer voor deze begroeting stemmen. In de politiek moet men vaak tusschen twee kwaden kiezen; men moet kiezen, want ook door zich te onthouden, oefent men naar de eene of de andere richting invloed uit. De politiek is de kunst van geven en nemen. Maar men moet voorzichtig zijn, dat men niet te veel geeft en dat hebben o.i. de vrijz.-democraten zeker gedaan, toen zij in de hoop, bezuiniging op de defensie-uitgaven te krijgen, den eisch der nationale ontwapening tijdelijk ter zijde steldem

Zou prof. Heering als Kamerlid tegen een ■ begroeting voor defensie durven stemmen, . die een belangrijke bezuiniging zou brengen, indien de uitslag van hem en de ziji nen afhing en daardoor deze bezuiniging I verloren zou gaan? Wij zouden die gevol■ gen niet aandurven en zulke belangrijke > bezuiniging beschouwen als een forschen I stap in de richting van nationale onti wapening.

i De indruk van velen, dat de soc.-demo-1 craten door het besluit van het Utrechti sche congres den elsch der nationale ontt wapening weggemofleld hebben, Is niet juist. Hoevelen schrijven er niet over, zong der de betreffende resolutie gelezen te 8 hebben! De belde resoluties, waarin de 8 S.D.A.P. zich tegen elke oorlogsmoblllsatle – verklaarde, zijn Ingetrokken, meer nog op tt grond van misverstand dan van hun beg doellng. Men mag daaruit nog niet de con-B clusle trekken, dat onze mannen In de jS Kamer dus eventueel voor oorlogscredleten zullen moeten stemmen. In de nieuwe reg solutie, die te Utrecht werd aangenomen, If wordt de elsch van nationale ontwapening fl nadrukkelijk gehandhaafd en een goed deel »t der leden doet dit ook niet alleen, omdat ie het In de resolutie maar ook omdat het In ,d hun hart staat. We denken er daarom ook;

niet aan de propaganda voor de nationale ontwapening te 'staken noch dezen eisch op te bergen.

Minister de Wilde voor Patrimonium De tij d, waarin men de leden van Patrimonium vreesde als „biddende socialisten” fct lang achter ons. Er gaat al heel weinig kracht uit van dit verbond van orthodoxe arbeiders. Op de jaarvergadering kwam de penningmeester aan met een batig saldo over ’33 van ruim 11000 gulden terwijl de rekening een eindcijfer aanwees van ruim 42000 gulden. De kracht, door een vereeniging ontwikkeld, is meestal omgekeerd evenredig met den stand van den kas. Minister De Wilde hield voor Patrimonium een rede. De nieuwlichters, zoo merkte hij op, brengen doorgaans niet veel nieuw licht. Al het geklaag over de bestaande maatschappij, het z.g. kapitalistische stelsel geeft zoo bitter weinig. Meestal is het een bewijs van eigen geestelijke armoede. De mannen van Patrimonium laten zich niet zoo gemakkelijk van hun stuk brengen. Een der lichtpunten is het crediet van den Nederlandschen Staat; daaraan ligt, Gode zij dank, nog heel wat vast. Wij moeten eendrachtig zijn, geen valsche eendracht. We pikken eenige zinnen uit het verslag, die geest en inhoud van deze rede leeren kennen. Een rede wellicht naar een paar in den trein opgekrabbelde puntjes? Minister De Wilde prees de krachtige samenwerking tusschen regeering en parlement. Hij noemde het de eigen schuld der soc.- democraten, dat zij daarbij afzijdig staan. Toch weet hij, dat Albarda met een democratisch kabinet heeft willen samenwerken, dat wij de regeeringsverantwoordelijkheid niet afwijzen, mits we daarbij ook als soc.-democraten verantwoord zijn en eindelijk, dat onze Kamerfractie ijverig aan den parlementairen arbeid deelneemt en volstrekt geen oppositie is, die niets doet dan afbreken en tegenstemmen. Maar vanouds is de vrees voor het socialisme de kracht van Patrimonium eü daarom heeft minister De Wilde den mannen broeders een dosis van dit versterfcende middel willen toedienen. J

Sport als negotie |

Zondagmiddag hebben duizenden menschen met gloeiende koppen zitten luisteren naar het verslag van den voetbalwedstrijd Nederland—België; velen, die even weinig van het spel afweten als wij en evenmin allerlei technische termen verstaan. Der gelijke matches zijn een kitteling van het nationalisme zooals zigeuners wel peper strooien onder de staart van oude knollen, zoodat zij vurig gaan steigeren. We hoorden in een radiorede spreken over de „voetbalhoogconjunctuur”, waarin wij verkeeren. Deze sporthoogconjunctuur moet ons ook uit de economische crisis helpen. De voorzitter der keuze-commissie, die „onze jongens” voor hun vertrek hartig heeft toegesproken, zeide daarbij, dat de sport een beteekenisvolle functie vervult in het economisch bestel. Van onze vertegenwoordiging in Italië zal een reclame uitgaan, welke de aandacht richt op tal van Nederlandsche zaken. Daarom moeten wij beginnen Zondag de Belgen te verslaan. Ook ’n andere voetbalautoriteit zei, dat hij een overwinning op de Belgen noodig had, om daar in Italië mee te kunnen „werken”. Zoo zal onze uitvoer van kaas en koeien, van bot en boter, jenever en jam en andere nationale producten naar Italië winnen, als onze spelers veel punten maken. Van ouds is er hier een band geweest tusschen religie en negotie; maar de negotie heeft nu in de sport een nieuwen compagnon gekregen. J- A. BRUINS Jr.