is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 20, 11-02-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de mensen van goede wil!

Dagen gaan hard en kleurloos voorbij. Zó triest, met hun tragisch gebeuren. Heeft het nog zin, dat zachte in mij? Heeft het zin om te treuren?

Wat komt met de tijd, zal beschreven staan; historie wordt niet vergeten.

Maar de schade die het de ziel heeft gedaan, zullen de laat’ren niet weten.

Een wereld, door haat onteerd en ontkracht, moeten wij achterlaten.

Met de zware taak aan een later geslacht: te herwinnen wat wij vergaten.

Maar moge het weten: nooit vergat de geest wat verleden leerde:

Dat, hóe ver ook Liefde haar wijkplaats had, men haar nimmer vergeefs ontbeerde.

Dat de god’lijke bron van goede kracht eeuwig haar taak zal verrichten.

Dat immer, na tijden van diepste nacht, een zuivere dageraad lichtte.

Al gaan de dagen nu kleurloos voorbij. Zó triest, met hun tragisch gebeuren, Het is niet vergeefs, dat zachte in mij. Het heeft nog zin om te treuren.

NOL GREGOOR.

Letterkunde

Cor Bruljn. De overgang van Dieuwertje Stam. N.V. Ultg. Mij. C. A. J, van Dlshoeck, Bussum. Geb. ƒ 2.90.

„De volle maan hing zwaar boven het water van de grote plas. Bram Tle van de watermolen aan de oude rivier, stond op zijn sluisje naar het lichte pad over het water te kijken. Heel In de verte luidde de dorpsklok voor de oudejaarsavonddlenst. Je kon denken, dat het oude jaar zo maar stil wegging, over het lichte waterpad naar het dorp aan de overzijde, en dan verder het zwijgende duister In achter de hoge bomen, en dan door het duister dat niet meer Is van de aarde.

Wat was het stil In de lucht, geen winter, geen zomer. Alleen de zuivere rust. Alsof er niets gebeurde In de wereld, nu niet, en niet In de dagen die gingen en In die kwamen.

Dat donkere wlekenkruls, groot en machtig tegen de zachte hemel, het leek, of het alle dreiging daarachter afsloot, en of daarvoor en daarnaast, op de rivier en op de plas, alleen maar de vrede was, die van de ster en de kribbe.”

Zo vangt het boek aan, dat Cor Bruljn schreef over Dleuwertje Stam, de boerin, die eenzaam met haar hond woont op haar hoeve. Deze oudejaarsstemmlng doordringt het gehele verhaal tot het einde toe. Aan het einde van het boek gaat ook Dleuwertje In deze oudejaarsavond over van het oude In het nieuwe; de boot, die ons overvaart naar de onbekende overzijde, komt haar halen, zij Is gereed: al wat zwaar op haar leven heeft gedrukt, Is In deze wonderlijke avond van haar weggegleden.

Hoe haar leven verliep, vernemen we uit dit sobere en treffende verhaal, waarin de oudejaarsavondgebeurtenlssen doorweven worden met herinneringen, die samen het beeld geven van een brokje boerenleven. En in dit kleine stukje leven heersen, als overal In het mensenleven, naast de zuivere liefde en de stille vriendschap: haat, zelfzucht, bruutheid, krankzinnigheid, een tot zelfmoord voerend diep verdriet. En daaruit rijzen de conflicten, die Dleuwertjes leven teisteren, het leeg en smartelijk en eenzaam maken. We beleven ze

mede, maar het is, alsof we onafgebroken horen de zachte stem van den verteller, die, gedempt door de stemming van deze oudejaarsavond, verzacht het heftige en bewogene, het harde en hoekige, het felle en smartelijke van Dleuwertjes ervaringen. De verteltrant Is scherp van visie en tevens vlslonnalr! Ons treft In dit verhaal, wat ons In veel Hollanders treft, het vèr-ultzlen, het afstand-nemen, het opheffen van de meest tragische dingen In het groot en kosmisch verband, waar overgave Is, vertrouwen en vrede. Het Is of de rust der wijde landen, de glansen, die op het water spelen, de grote hemel over de vlakten, voeren tot wijder begrip, tot dieper verstaan. De liefde van dezen schrijver voor dit land van welde en water we kennen ze uit zijn vorige boeken en het lief de vol begrijpen van deze eenvoudige mensen, hervinden we In elke bladzijde van dit boek. Hoe goed Is beschreven, hoe Dleuwertje In de vooravond, de ronde doet door het huls en bevlogen wordt door haar herinneringen. Werkelijkheid en droom zijn bijna onnaspeurbaar dooreengeweven. Dleuwertje sluit de deuren en doet Ineens alles, zoals haar vader placht te doen, zijn wezen doordringt haar geheel. Dan komt ze weer tot zichzelf, tot een nieuw beeld uit het verleden aanschuift en de werkelijkheid bedekt. En dan beleeft ze het korte geluk van haar jonge liefde en de diepe schrik In haar ongerepte ziel, als de onbeheerste mannendrift haar bruut overvalt, een zo onverwinbare schrik, dat die een eind maakt aan elke omgang. Dit in elkaar overgaan van de beelden uit het heden en het verleden Is hier, maar ook elders In het boek, buitengewoon goed en suggestief beschreven.

Het Is de avond der herinneringen. Bram Tle wil Dleuwertje komen halen uit haar eenzaamheid; ze weigert me-t hem mee te gaan. Als hij weg Is, blijft ze op de drempel van haar kamer staan en weer begint het verleden te spreken. Daam, de man, die een ruw einde maakte aan haar korte llefde-droom, was getrouwd met haar zuster, die, aan kleptomanle lijdende, haar altijd weer, van haar eerste jeugd af aan, bestal. Daam leed onuitsprekelijk onder dit huwelijk. En Dleuwertje beleeft het weer, hoe Daam, tijdens een hevige storm, met zijn bootje naar haar overvoer om terug te brengen, wat zijn vrouw haar had ontstolen. Hij Is diep ongelukkig; hij spreekt het leed van jaren uit maar Dleuwertje wijst hem terug; ze zendt hem weer de nacht, de storm In. En Daam verdrinkt zich In deze nacht. Hoe sober en sterk heeft de schrijver deze tonelen uitgebeeld. Op de volgende wijze beschrijft hij bijv. het weer op die avond en de aankomst van Daam.

„Een wilde voorjaarsregen voer op het geweld van een noordwesterstorm met sprongen op het huls aan en ketste tegen muren en dak. Het water van de rivier sloeg In witte slierten over de dijk en op de plas joegen de golven donkerbrulsend, als van een zee, naar het dorp aan de overzijde. Om het huls ging een fluitend geraas als van dolle honden, die losgebroken waren. De schapen In hun nood rukten de pennen uit de grond en stonden stijf gedrukt tegen de muur In de luwte bij de zulddeur. Ze deed de deur wijdopen voor hen en luid blatend trokken ze dankbaar de stal In.

Juist toen ze de deur achter het laatste dicht wilde doen, schoot er een bootje uit het noorden de kant langs. Het botste een paar maal hobbelend tegen de wal, het water spoot gulpend omhoog tegen het walhout. Om een paaltje vloog een touw en de boot lag stil.”

Het Is eigenlijk een simpel verhaal, dat van Dleuwertje Stam. Een eenzame vrouw beleeft nog eens de hoofdmomenten van haar leven. En dan, onder Invloed der oudejaarsavondgebeurtenlssen, gebeurt er lets met haar: het harde, stroeve, kantige In haar wordt verzacht, er Is een ommekeer, een overgang: een mild geluksgevoel heeft haar tenslotte overmeesterd. En dan komt die andere overgang, het Inrullen van dit leven voor het nieuwe, onbekende aan de overzijde van de dood. En dit geschiedt op de avond van de jaarsovergang, de oudejaarsavond. Door deze overeenstemming, deze symboliek, door den schrijver

blijkbaar gezocht, wordt het boek In één toon, In één sfeer gehouden: die van de Irreële avondschemering, waarin de grenzen vervagen, de kring der aandacht zich verwijdt naar het oneindige.

Na de laatste boeken van Cor Bruljn, Is dit een nieuwe belofte. Zijn stijl wordt soberder en schoner. Ik denk aan de laatste bladzijden van het boek. Dleuwertje Stam loopt bulten In de sterrennacht de stille Dood tegemoet. Ze komt langs de glanzende plas, die meer dan een kerktoren diep Is. Hoort ze het kerkorgel ruisen In de diepte? Ze loopt aan de arm van haar neef als naar een feest van gelukkige mensen. Ze zou woorden willen zeggen, die te groot voor boerenmensen zijn. Ze zegt echter gewone woorden, maar In elk woord ligt voor haar het grote geluk, dat ze heeft gevonden. Zó wordt de stijl van Cor Bruljn, klaar en doorzichtig als water en soms met stille diepten, waar een kerkorgel In rulst. Het zijn gewone woorden, die hij zegt, maar In elk woord glanst de liefde, die hem bindt aan dit eenvoudige volk.

JOHAN TOOT.

Aan twaalf duizend ernstige proef adressen wordt dit nummer van „Tijd en Taak’' gezom den ter kennismaking. Of er nog veel bij gezegd moet worden? Het nummer spreke voor zich zelf, een „aanbeveling” geven wij het niet meer mee.

Toch wel een kort woord ter lichting met een vraag.

De toelichting: op ónze post, met onze middelen en krachten, verdedigen wij onze overtuiging, dat ons volk tot éénheid groeien moet door sociale gerechtigheid te verwerkelijken, dat de religieuze gedachte én de socialistische elkam der allerminst uitsluiten, doch eU kaar nodig hebben; dat een nieuwe levensgemeenschap slechts uit Eeuwigheidsgeloof opgroeit...

De vraag: hèlpt u ons?

Ach ja, al wéér ’n abonnement..

Leest U dit nummer eens door, en geeft u dan antwoord op die vraag: hèlpt u ons?

BON

Bij inzending van deze bon aan de Administratie, Hekelveld 15, Amsterdam-C .ontvangt U gratis een proefnummer van het nieuwe maandblad „Socialisme en Democratie”, onder redactie van Dr. W. Banning, Dr. H. Brugmans en Prof. J. van Gelderen. Abonnementsprijs 35 ct. per maand of f 1.05 per kwarfaal.

Naam: . Straat: Plaats: