is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 24, 11-03-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BUITENLANDSE KRONIEK

De teekomstvan Europa

Een gesprek met een Duitsen emigrant

Voor groepen en partijen in de democratische landen Is geen gevaarlijker overtuiging denkbaar, dan die, dat hun volk en zeker hun groep onaantastbaar is voor het fascisme. Het fascisme is in ons laat-kapitaiistische tijdperk een mogelijkheid, die in alle volken en groepen aanwezig is en die in de nu eenmaal veranderde omstandigheden veel meer overeenkomt met hun wensen en inzichten als de liberale democratie van de

vorige eeuw. Het is zeker geen toeval, dat het fascisme

zich het eerst volledig heeft kunnen doorzetten in Duitsland en Italië, en sterke sympathie ondervond in de Oost-Europese landen. Een zwakkere democratische traditie en een sterker lijden onder de gevolgen van de wereldoorlog zijn daarvan in de eerste plaats de oorzaak. Twee feiten moeten daarbij vooral de democratische landen tot waarschuwing dienen: het bestaan van fascistische groepen in alle landen (en dat in samenhang met de „as”) en misschien nog meer de nog steeds en dus principieel aarzelende houding van grote gedeelten van de leidende groepen in alle landen tegenover de georganiseerde anarchie van het fascisme.

Onder dit gezichtspunt moet men ook het verzet tegen de vorming van „ideologische fronten” in Europa zien. Ook dit is een bewijs van van de onzekere houding van belangrijke democratische groepen. Tegenover het fascisme, dat in de „as”, zijn internationaal steunpunt heeft en vandaar uit ideologisch en aanvallend politiek wordt geleid, achten democratische staatslieden het nog steeds voldoende zich in him nationale slakkenhuis terug te trekken. Zij willen niet erkennen, dat het fascisme een internationale en een internationaal georganiseerd werkende macht is, die men slechts op internationale basis kan bestrijden.

De bewapening is niet voldoende

De democratieën zijn er, zij het rijkelijk laat, toe overgegaan om tegenover de fascistische bewapening een op de duur sterkere bewapening te stellen.

De rol, die de arbeiderspartijen in Engeland en Frankrijk hebben gespeeld bij de totstandbrenging van deze dringende noodzakelijkheid, bewijst nog eens te meer, dat niet alleen de Duitse arbeiderspartij te kort schoot in haar taak om zich tegen de hedendaagse gebeurtenissen opgewassen te tonen. De abdicatie in Duitsland in 1933, de houding bij de herbewapening der grote democratieën en de nederlaag in Spanje vormen alle een bewijs voor het tekortschieten van de democratische arbeiders-internationale in de strijd tegen de fascistische internationale.

Maar even twijfelachtig ais de waarde van het verzet tegen de herbewapening is ook de politiek, die boven alles of alleen de redding verwacht van het getal der kanonnen. Een dergelijke politiek droomt van een opvoeding van het fascisme tot Europees fatsoen door middel van militaire en economische overmacht, en van het binnen de perken houden van de fascistische eisen. Zo hoopt men (precies als in 1933 de Duits-nationalen in hun binnenlandse politiek) het fascisme in te voegen in een burgerlijk kapitalistische Europa. Daarmee zou men zich ook kunnen onttrekken aan een principiële vergelijking in het licht der publieke opinie.

Wanneer men echter in 1939 nog steeds specuieert, op de mogelijkheid om Hitler en de zijnen in bedwang te houden, verraadt men daarmee onbegrijpelijk wanbegrip van de fascistische en vooral van de nationaal-socialistische geestesgesteldheid. Op zijn best dwingt men met een tijdelijke overmacht uitstel af; maar misschien verhaast men ook het uitbreken van een oorlog. In ieder geval is het zeer

de vraag, of een uitstel en afwachten ten gunste van de democratische landen zou uitvallen. Want deze zijn in hun huidige culturele toestand en politieke versnippering zeer in het nadeel tegenover het straffe georganiseerde en steeds tot aanval geneigde fascisme. Daar komt nog bij dat dat in een mate waarbij het woelen van een communisme kinderspel is, zal trachten van binnen uit de kracht van den tegenstander uit te hollen.

Beslissend is echter het volgende: met wapenen wint men veldslagen, maar geen oorlogen, noch bloedige noch onbloedige. Oorlogen moeten door een beginsel gewonnen worden, anders is de militaire overwinning weldra vergeefs geweest. Ook thans schuilt achter het uiterlijk vertoon op de wapenen een geestelijke zwakheid en onvermogen tot overwinning van het fascistische gevaar. De overwinning op alles wat Europa aan ongeorganiseerde anarchie en willekeur, slavernij en barbaarsheid in het fascisme bedreigt, kan met of zonder oorlog slechts dan worden behaald, wanneer de dragers der democratische gedachte weer offensief en geiovig daarvoor op de bres staan. Het fascisme is niet alleen door middel van machtspolitiek in de geest van zijn aanhangers aan te tasten, nog minder door beginselen- en karakter bedervend toegeven, maar alleen door verwerkelijking van de houding welke door de eigen gedachtewereld wordt geëist. Hiervoor is zeker een grondige herziening van de democratie op een geheel nieuwe grondslag noodzakelijk. Alleen zo kan zij de noden, die tot nu toe beter aangevoerd zijn door het fascisme, overwinnen en de jonge krachten, die zich tot nu niet aan haar verbonden maar zelfs door afgestoten werden, terug winnen. Voor alles is daartoe zowel uit principieel als uit tactisch oogpunt positieve overwinning op het negentiende eeuwse liberalisme noodzakelijk. Onze tijd wU gebondenheid en ordening van de versplinterde maatschappij; zij wil vrijheid met gebondenheid verbinden. Onze tijd roept om leiding ook op economisch gebied. Wanneer het democratische en christelijke Europa zich niet zó verjongen kan, dat het deze vraagstukken oplost, moet het de nederlaag lijden.

De houding van het Duitse volk

Sedert München heeft ook de officiële wereld ingezien, dat het Duitse volk in zijn brede massa’s vredesgezind is; dat het zelfs tegen het nationaal-socialisme is. durft men nog niet uit te spreken. Daarmee wordt aan de houding van het Duitse volk weer een rol in het politieke gebeuren toegekend. Maar is het Duitse vredelievende volk werkelijk in staat om beslissend op te treden voor de verhindering van een eventuele oorlog?

Om te beginnen is iedere speculatie op dienstweigering in het Duitse leger bij het uitbreken van een oorlog, een misrekening. Omdat op dat ogenblik slechts de keus tussen de dood tegen de kazernemuur en de mogelijkheid van terugkeer uit de loopgraven bestaat. Zolang Hitler militaire successen behaalt, dreigt hem geen revolutie. Pas na de eerste beslissende nederlagen kan gerekend worden op een doorbreken van het in brede kringen bestaande verzet. Bovendien is voor de vraag van de ooriogsverhindering beslissend, in hoeverre de mogelijkheid daartoe in leidende kringen wordt voorzien.

De directe politieke betekenis van de oppositie in Duitsland zelf is ook in het algemeen op het ogenblik niet zeer groot. Zij valt in kleine deeltjes uiteen en is nog maar weinig met elkaar in het geheim verbonden. Haar grote betekenis ligt op het ogenblik vooral in het instandhouden van een niet-fascistische traditie, iets wat voor de toekomst van een niet-fascistisch Duitsiand van buitengewoon belang is.

Daarmee wil niet gezegd zijn, dat de massale ongeorganiseerde en lijdelijke ontevredenheid onder andere omstandigheden zich niet in een revolutionnair-politieke betekenis zou kunnen omzetten. Maar de daarvoor noodzakeiijke persoonlijke, ideologische en feite-

lijke voorwaarden zijn op het ogenblik niet aanwezig.

Gezien de verwachtingen, die de democratische landen op vijandigheid van brede lagen in het Duitse volk hebben gebouwd, mag wel eens de aandacht gevestigd worden op het feit, dat zij zelf tot nu toe de Duitse oppositie zeer weinig hebben geholpen in hun strijd, die voor geheel Europa zo belangrijk is. Hun politiek van voortdurend terugwijken en toegeven heeft voorlopig minstens even sterk de geweldenarij van de Gestapo als de oppositie in Duitsland verzwakt. Door deze politiek der democratische staten verdween in Duitsland ieder geloof aan de internationale solidariteit bij de arbeiders en iedere hoop op Europese solidariteit bij de oppositie als geheel.

De functie der emigranten

Het geringe begrip voor. ja vaak de ontbrekende wil tot ondersteuning van de Duitse oppositie door de democraten, is ook duidelijk af te leiden uit haar houding tegenover de emigranten.

Wanneer men de toestand der emigranten alleen en uitsluitend in hun betekenis voor de oppositie in Duitsland zelf beziet, is de zekerheid, dat men zo nodig een veilig toevluchtsoord, dat in hun eerste levensbehoeften voorziet, kan vinden in de landen met een democratische staatsvorm, een buitengewone versterking voor de bereidheid om gevaar te lopen, ook dan wanneer er geen overgrote waarschijnlijkheid bestaat, dat een ontvluchting zal gelukken. Afgesloten grenzen, het heen en weer kaatsen van emigranten, ja zelfs hun terugzending naar Duitsland hebben een noodlottige uitwerking op ieder, die aan illegale activiteit deelneemt. Hier zij verder slechts de betekenis van de functie, die de emigranten voor de oppositie in Duitsland hebben, gewezen en op de waarde van hun ervaring van het fascisme in de practijk, van zijn gezindheid, zijn mogelijkheden en zijn terrorisme. Voor het vervuilen van deze functie kunnen slechts die emigranten optreden, die bij de oppositie in het eigen land vertrouwen wekken. Vele emigranten zijn zelfs geneigd de betekenis van de geëmigreerden voor de ontwikkeling van heden en toekomst in Duitsland te overschatten.

Een revolutie in Duitsland is noodzakelijkerwijze het werk van een oppositie, die in Duitsland zelf werkt, maar de emigratie kan en moet helpen. Voorwaarden voor haar taak is echter, dat de emigratie geestelijk en sociaal ongeveer overeenkomt met de oppositie in Duitsland zelf en dat zij üi haar groepering en leiding erkenning en vertrouwen vindt bij de actieve en passieve oppositie. Hoofdzakelijk tengevolge van de houding der landen, waar zij opgenomen zijn, is dat thans slechts zeer weinig het geval. Bij de Duitse emigratie geven nog steeds de partijbestuurders uit de periode van Weimar, die reeds in 1933 over de grens zijn gekomen, de toon aan. Bij de oppositie in Duitsland zijn zij niet slechts als de aanvoerders bij de nederlaag van 1933 bekend, maar bovendien missen zij door hun vroegtijdige vlucht bijna elke ervaring van de geweldige verschuivingen, welke het fascisme in bijna alle Duitse volksgroepen heeft bewerkt. Zij willen noch toegeven dat zij door de oppositie in Duitsland niet worden erkend, noch zijn zij merendeels in staat om de ontwikkeling der gebeurtenissen in Duitsland zelf te begrijpen. Uit berusting en hoop, uit herinnering en ontwijken van noodzakelijke inzichten, heersen bij hen voorstellingen die er slechts op gericht zijn het oude te herstellen. Dat is echter wereldvreemde en onvruchtbare reactie. En dergelijke mensen en groepen kunnen bij de ontwikkeling der gebeurtenissen in Duitsland niet met raad terzijde staan, noch leiding geven. En toch wenst iedere Ulegale activiteit zich een groep emigranten, die in staat is tot allerhande taak.

Deze verhoudingen In de Duitse emigratie, die maken, dat zij buiten staat is om haar beide hoofdfuncties: ondersteuning van de illegale actie en juiste voorlichting van de buurlanden, te vervullen, zijn echter slechts mogelijk. omdat en voorzover de democraten in de gastheerlanden zich niet bekommeren om de taak van hun strijdende geestverwanten in Duitsland en onder de emigranten zelf. PAPILLUS.