is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 29, 15-04-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan God behoort de aarde en haar volheid. Psalm 24:1

Tijd en Taak

ZATERDAG 15 APRIL 1939 – No. 29 37STE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

RELIGIEUS-SOCIALISTISCH WEEKBLAD

ONDER REDACTIE VAN DR. W. BANNING ADRES DER REDACTIE: BENTVELDSWEG 5 – BENTVELD

VERSCHIJNT VIJFTIG MAAL PER JAAR – 37STE JAARGANG VAN DE BLIJDE WERELD

ABONNEMENT BIJ VOORUITBETALING PER JAAR F 3.40, PER HALFJAAR F 1.75, PER KWARTAAL F 0.90 PLUS 1 5 CENTS INCASSO – LOSSE NUMMERS 8 CTS POSTGIRO 21876 – GEMEENTEGIRO V 4500 – ADMINISTRATIE GEBOUW N.V. DE ARBEIDERSPERS, HEKELVELD 15, AMSTERDAM-CENTRUM

EN WIJ?

Is er iemand onder ons, die niet een brandende schaamte in zich voelde, toen op de Goede Vrijdag het bombardes ment van Albanië werd bericht? Ach, ik weet wel, wij verheugen ons met zéér weinig, wij zijn gewend aan veel barbas risme en het is natuurlijk sentimens teel, om te verwaehten dat de Dictator van een Christelijke natie, die den Heis ligen Vader binnen haar grenzen heeft, nog wel énige reserve in acht zal nemen tegenover de gevoelens der Christenen, op de dag dat zij de kruisdood van hun Heer herdenken.... Men kan moeilijk aannemen, dat Mussolini heeft wijlen bewijzen, metterdaad en aanschouwelijk, dat er ook nu nog Romeinse soldaten zijn, die de wet der hoogste liefde op bevel bereid zijn te vertrappen. .. . Web aan: het moderne heldendom heeft ops nieuw aan de wereld getoond, hoe gróót het is om „gevaarlijk te leven”. .. .

En wij? Wij mogen al heel, heel blij zijn, wanneer inderdaad schaamte ons heeft vervuld. Bij heel velen zal zelfs die hebben ontbroken. Men troost er zich mee, dat het leven tegenwoordig geen pretje i 5.... met dictatoren is ’t slecht kersen eten, zo luidde de diepzinnige slotconclusie van een artikel in een groot dagblad.... bij menigeen ook in ons overigens nogal nuchtere Nederland was meer sehrik dan schaamte. Ik herhaal tot mij zelf de vraag: en wij?

Ik wilde dat ik in oprechtheid vertrous wen kon hebben in de zwenking in de Engelse politiek na de overweldiging van TsjechosSlowakije; ik wilde dat ik in Chamberlain en Daladier, zélfs na al wat er gebeurd is in de laatste jaren, bes wuste strijders kon zien voor een inters nationale rechtsorde; ik wilde, dat ik geloven kon in een door deze groots

machten ondernomen poging om de veis ligheid en de gerechtigheid voor alle volkeren der aarde te verwezenlijken. Ik wil niet zeggen, dat ik nóóit meer in deze politici der westerse mogendheden zal geloven ik ben bereid om elke keer opnieuw mij door hun daden van mijn ongelijk te laten overtuigen. Maar het moeten dan ook daden zijn, en wel zulke die door een zekere onbaatzuehtigs heid mede worden gekenmerkt. Wat mij van heel vele democraten, ook van socias listen, scheidt, is waarlijk niet de kijk op het fascistisch en nationaalssocialiss tisch gevaar. Zélfs niet de gedachte, dat in de ontzaglijk dreigende situatie van dit ogenblik een militaire macbt van Engeland, Frankrijk, eventueel met Russ land en Amerika, een vredesfactor, lies ver: een machtsmiddel tegen oorlogss uitbarsting kan zijn. In dit ogenblik kan het zo zijn, is het waarschijnlijk zo. Wat mij van zo velen scheidt echter, is de verwachting, het vertrouwen, dat er in dit militair verweer tegen de dictaturen die krachten leven, die waarlijk de wes reld kunnen vernieuwen. En als men niet aan de oppervlakte wil blijven, zal men de vraag toch allereerst moeten stellen: Zijn het burgerlijksconservatieve Engeland en Frankrijk dragers van die geestelijke, sociale, politieke krachten, die waarlijk vernieuwen? Kan een socias list, een religieusssocialist met name, zijn vertrouwen stellen op deze groepen?

Ik zal zeer stellig niet de oudsMarxiss tisehe gedachte weer naar voren halen, dat „alleen” het proletariaat drager van nieuwe waarden en beginselen is de onwaarheid van deze gedachte hebben wij duur genoeg moeten betalen. Ik zal zeer stellig niet verkondigen, dat alleen een groepje uitverkoren intellectuelen

de geroepenen zijn de hct)gmoed van zulk een gedachte is haar veroordeling. Op grond van mijn geloof weet ik, dat de wezenlijke scheiding nooit gaat vols gens de sociale doch volgens de inners lijke scheidingslijn. Daarom kan ik ook niet precies aangeven, waar de vernieus wende krachten in de wereld aan het werk zijn. Ik kan slechts een algemeens heid zeggen: in levende mensenharten die de onbaatzuehtigheid kennen en hongeren en dorsten naar gerechtigheid. Zo zijn er Goddank in het socialisme, zo zijn er óók daarbuiten. Maar ik zie niet, dat de politieke daden der Engelse en Franse politiek in het lieht van deze vernieuwende waarden staan.

Nog weer de vraag: en wij?

Nederland bepaalt de wereldpolitiek niet mee, is er, zoals alle kleine naties, meer lijdend voorwerp van dan actieve kracht. En in Nederland betekenen „wij” maar weer héél weinig. Bescheb denheid dus! Op de plaats waar wij staan, moge iets van de honger en dorst naar Gerechtigheid in daad openhaar worden. Religie is ons geen leerstelsel of dogma, doch een standhouden van ons hart in het weten dat Gods kracht óók nu, in de verdwaasde en ontheiligde wereld hinnenstromen wil. Socialisme is ons geen partijleer of politieke taktiek, maar een vasthouden van ons hart aan de ahmenselijke verbondenheid. Ik ges loof: in die harten, waar vastgehouden wordt in geloof en daad de verbondens heid met God en dus met de medemens, is ook een standhouden. Stellig, daars mee zijn de problemen niet opgelost. Ik vraag: kan één oplossing waarlijk vers nieuwing betekenen zonder dit vasts en standhouden?

W. B.