is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 29, 15-04-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BINNENLANDSE KRONIEK

Offeren voor de gemeenschap

Door te lage aangifte voor de belastingen wordt ieder jaar een grote som aan de schatkist onthouden. Hoe groot die som is, kan niet berekend worden; volgens sommigen zouden de belastingen tweemaal zoveel opbrengen, indien alle biljetten voor de aangifte van inkomen en vermogen naar waarheid werden ingevuld. Velen, die anders een ieder wel het zijne geven, zien er volstrekt geen kwaad in, minder belasting te betalen, dan zij schuldig zijn. Onder de punten voor zedelijke herbewapening is ook genoemd: eerlijkheid als belastingschuldige. Zou echter het kwaad niet veel meer een gevolg zijn van een te zwak gevoel van verplichting jegens staat en gemeenschap dan van bepaalde oneerlijkheid? De buurman ziet en kent men; maar staat en gemeenschap zijn zwevende begrippen; die zijn, als het ware, veel verder weg en daaraan voelt men zich veel minder sterk verbonden. Daarom ziet het geweten veel strenger toe bij het betalen van een rekening van een kleermaker dan van een ontvanger. Als de eerste daarin een fout heeft gemaakt, zal men hem erop wijzen; want men wil hem niet te weinig betalen. Maar als men op zijn belastingbiljet ziet, dat de ontvanger zich vergist en het inkomen te laag naar de aangifte berekend heeft, beschouwt men dat als een buitenkansje. Onder de indruk van het gevaar, dat ook ons land in deze boze tijd bedreigt, heeft de schatkist een aantal giften voor defensie ontvangen. Het was een offervaardigheid, nauw verbonden met het gevoel van zelfbehoud. De som, die werd aangeboden, betekent echter voor de verhoging van de weermacht weinig. Het plan is geopperd, om millioenen te verzamelen en daarvoor de regering een groot slagschip aan te bieden. Ook zij, die menen, dat oorlog met oorlog beantwoord en geweld met geweld gekeerd moet worden, zeker de grote meerderheid van ons volk, hebben echter zelfs de kiel van de kruiser nog niet gelegd.

De offervaardigheid jegens de gemeenschap reikt niet ver. Toen de regering voorschreef, dat ons brood niet alleen van buitenlandse tarwe gebakken moet worden, maar ruim een derde van het meel van binnenlandse tarwe moet zijn, een maatregel voor onze landbouwers in hun crisisnood, is er geprutteld over het slechte brood, dat wij zouden moeten eten. Velen hadden bezwaar tegen dat brood, dat misschien iets minder lekker zou smaken, omdat zij er niet bij dachten, dat door die maatregel de moeilijkheden van vele boeren een weinig verlicht zouden worden. Thans denkt de regering erover, om roggemeel door het broodmeel te laten mengen. De rogge is vrij wel onverkoopbaar en kan niet lonend verbouwd worden. De maatregelen, om daarin verbetering te brengen, hebben gefaald. De regering heeft grote voorraden rogge opgekocht en zit daarmee. De minister heeft proeven genomen met brood van tarwe- en roggemeel en verzekerd, dat zij goede verwachtingen hebben gegeven. Wordt deze vermenging verplicht gesteld, dan zal de kleur van het brood niet meer zuiver wit zijn en komt er zeker een storm van verzet. De N.R.Ct. heeft nu reeds ertegen geprotesteerd, dat de regering het volksvoedsel bij uitnemendheid als een dankbaar belastingobject beschouwt en bovendien als een middel, om overtollige grondstoffen aan den man te brengen.

Zou men niet graag het brood eten ondanks een minder fraaie kleur, wanneer men bedacht, de regering daarmee te kunnen helpen in de bijzonder moeilijke taak, de landbouw te steunen en vooral ook daarmee de vele kleine zandboeren in hun grote nood te helpen? Zij zijn er bijna zonder uitzondering even slecht aan toe als de werklozen, sommigen zelfs slechter.

Met een sterk gemeenschapsgevoel zou men blij zijn, een hard werkend en een sober levend deel van ons volk te kunnen helpen, een enigszins bevredigende beloning voor hun arbeid te ontvangen.

Het onderscheid tussen een tijger en een poes

De arts, die de rubriek van medische vragen in „Het Volk” behandelt, gaf daarin een beschouwing over alcohol en geheelonthouding. Hij verklaart, eerbied te hebben voor de geheelonthoudersvereniging. Maar eerbied en instemming zijn twee. Onze arts acht de onthouding verkeerd, althans overbodig. Dat alcohol een vergif is, stemt hij gaarne toe; maar dat is ongeveer elk genotmiddel, als het in overdreven hoeveelheid gebruikt wordt.

Of het dagelijks gebruik van een uiterst geringe hoeveelheid alcohol kwaad doet aan ons lichaam, wagen wij niet uit te maken. We vinden het ook van weinig of geen beiang voor de onthouding, wier noodzaak op andere en sterkere gronden aangetoond kan worden. Wij vinden hier een bekende redenering: Tabak, koffie, thee en andere genotmiddelen bevatten ook vergif evenals jenever, bier en wijn, waarom dan wel het laatste en niet de andere vergiften te bannen, wel te roken en een kopje koffie maar geen borrel of glas bier te gebruiken? Het argument in die vraag opgesloten maakt nog steeds op meerderen indruk, hoewel het heel zwak is. Het antwoord op de vraag luidt, omdat een tijger geen poes is, al behoren zij tot dezelfde familie. Van een pijp tabak of sigaar wordt niemand dol en razend, zodat hij om een kleinigheid gaat vechten en een moord begaat. Niemand heeft zich ooit arm gedronken aan thee en zijn gezin daarmee van welvaart tot armoede gebracht; niemand heeft een ernstig auto-ongeluk veroorzaakt, omdat hij te veel koffie had gedronken. Niemand heeft een delirium gekregen, omdat hij zijh pijp nooit koud liet; niemand heeft zijn vrouw af geranseld en de meubels kapot geslagen na een hele pot thee gedronken te hebben. Niemand behoeft zichzelf te vervloeken, omdat hij zwakzinnigheid en idiotisme bij zijn kinderen ziet en gewoon is om van de morgen tot de avond koppen koffie te slurpen. Men kan deze gedachten verder uitwerken, maar het ook heel kort zeggen:

Een poes pakt men bij haar nekvel, maar men blijft uit de buurt van een tijger. Een poes kan je lelijk krabben, maar een tijger is levensgevaarlijk. Daarom moet men een tijger niet aaien en hem niet op zijn schoot nemen. Zo past tegenover een borrel ook een andere houding dan tegenover een kopje koffie!

Snoeven en schimpen

De brievenbus bij de deur stroomt in de verkiezingstijd over van kleine en grote biljetten. Ze dienen tot voorlichting der kiezers. Het gaat om de grote vraagstukken van staat en maatschappij en de middelen om ze op te lossen. Diepgaande studie kan men in deze geschriften niet verwachten, maar wel kunnen ze een korte en duidelijke uiteenzetting geven van beginselen en idealen der verschillende partijen. Krachtige, zelfs scherpe bestrijding van anderen kan daarbij niet ontbreken, mits men den tegenstander recht doet en beoordeelt. In vele van deze geschriften vindt men een lelijk snoeven en schimpen. Natuurlijk alleen bij de andere partijen? Voor het oordeel ten opzichte van de politieke strijd geldt zeer in het bijzonder het woord van splinter en balk! Een der colporteurs der S.D.A.P. kwam bij mij en maakte bezwaar, het biljet van onze partij rond te brengen. Op de laatste bladzijde staat wat gekrabbel en gerijmel, heel weinig fraai en geestig. Er is één goede en er zijn vele slechte partijen. De colporteur maakte vooral bezwaar tegen de regels: „Hoe meer A.R., des te meer ellende. Nu moet het eens uit zijn met die bende”. Winnen we daar een kiezer mee, stoten we ze niet met zulke taal af? vroeg hij mij. Ik wees hem op de verzachtende omstandigheid, dat op ellende nu eenmaal geen ander woord dan bende rijmt, maar vrij pleiten kon ik niet. De aanpassingspolitiek van Colijn is een groot kwaad; maar hij meent, daarmee

het volk het best uit zijn nood te kunnen helpen. Dat mag niet vergeten worden en daarom mag men niet van bende spreken. Het verkiezingsbiad was verder in hoofdzaak voortreffelijk. Om die laatste ongelukkige biadzijde zou ik het andere, de hoofdzaak niet afwijzen en het gehele biljet niet ongeschikt durven noemen voor verspreiding.

Ik ging na dit gesprek andere biljetten bestuderen. Een oordeel van anti-revolutionnairen over ons:

~De socialisten zijn van huis uit vijanden van godsdienst en kerk. Voor vrij denkersorganisaties en de Neo-Malth. Bond staan zij voortdurend op de bres. In latere tijd zijn er socialisten gekomen, die de betekenis van de religieuze krachten willen erkennen. O.a. (en dat is weer bedenkelijk!) omdat een hunner woordvoerders verklaarde, dat men in deze tijd geen ant-fascistische kracht „mocht verwaarlozen”. We willen een hele partij niet verantwoordelijk stellen voor één smerig zinnetje in een verkiezingsorgaan, anders zouden we lust hebben om hier het lelijke woord te gebruiken, dat op ellende rijmt!

„Volk en Vaderland” verbindt in een verkiezingsbeschouwing verleden met heden. Dat is naar de „volkse” wereldbeschouwing. „Er is geen wezenlijk verschil tussen de West-Frlese boeren uit 1256, die den Hollandsen graaf verpletterden en de West-Friese boeren, die straks bij de stembus de S.D.A.P. onder Salomon de Miranda en de Liberale Staatspartij onder Abraham Asscher tegen zich zien optrekken.”

Dit zijn dan de vorsten van de moderne tijd, die de boeren verdrukken, totdat de boerenwraak hen straks zal verpletteren. De vaderlandse geschiedenis geeft stof tot het trekken van treffende, ook treffend malle vergelijkingen. Het ongewone gebruik van voornamen der politieke tegenstanders komt niet voort uit eerbied voor grote mannen of uit bijzonder vriendschappelijke verhouding, maar dient als een schandemerk van het minderwaardige en misdadige ras, waarvan het Arische geheel gezuiverd moet worden. Het is het werk van het antisemitisme, dat de N.S.B. hier bezig is, als een gevaarlijk vuur aan te wakkeren. Naar onze opvatting der „volks” wereldbeschouwing moet ons volk verdraagzaam zijn tegenover andere rassen en godsdiensten en in het bijzonder hulpvaardig tegen ballingen, die in nood verkeren. Zo leert ons de vaderlandse geschiedenis.

Zedelijke herbewapening in de politieke strijd hebben alle politieke partijen nodig. De wapenen van snoeverij en schimperij moeten als ondeugdelijk worden afgelegd.

Godsdienst en socialisme

Dat opschriftje is al zo dikwijls gebruikt: daar valt geen nieuws meer over te schrijven! Maar overslaan, lokt niet uit tot lezen! Denk ik een kwart eeuw terug, dan zie ik een grote kentering in de verhouding tussen beiden. Ze stonden eerst met de ruggen naar elkaar toe en langzaam, haast ongemerkt, zijn ze tot elkaar genaderd. Men ziet in het vroege voorjaar soms een plek welig, glanzend groen gras. Is de lente al zo ver gevorderd?

Zijn godsdienst en socialisme al zo dicht tot elkaar genaderd? vroegen we onszelf af, toen we in het „Friesch Volksblad” in een rubriek over opvoedkunde een uitstekend artikel over jeugd en godsdienst lazen met deze opmerking: „In de moderne arbeidersbeweging begint meer en meer het besef te ontwaken, dat het verlies van contact met godsdienst en kerk meestal een verlies betekent. Het religieus gevoel is in wezen eigen aan alle mensen en het afsterven van dit gevoel kan nooit winst betekenen.”

Dat dit geschreven werd is al merkwaardig, maar nog merkwaardiger dat er zeker geen ingezonden stukken van protest hiertegen zullen volgen. En allermerkwaardigst wel, dat in dit sociaal-democratisch orgaan geregeld een rubriek Predikbeurten verschijnt, waarin van een twintigtal gemeenten in Friesland de diensten worden meegedeeld. Dat zou een kwarteeuw geleden niet gebeurd zijn.

Een ontmoeting kan plotseling en onverwachts geschieden. Er is echter ook een nadering stapje na stapje en als dit van beide kanten gebeurt, is men bij elkaar, voordat men het weet J- A- BRUINS.