is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 32, 06-05-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zocht en geprobeerd, zoveel mogelijk op een man te lijken. Zij sprak met basstem, had zich een jongenskop aangemeten en stelde zich alleen met haar achternaam voor.

Enfin, ’t was een grote gunst, dat wij deze vergadering mochten bijwonen. De vrouwenprofeten zaten in lage stoelen, wij studenten op hoge stoelen tegen de muur gedrukt en de drie „orthodoxe” meisjes. Stilte, de „orthodoxie” wil wat zeggen! maar hoeveelstejaars bent u eigenlijk?” Tot zover de anonieme schrijfster. Uit dit alles blijkt, dat er niet alleen grote, maar ook kleine ontmoetingen bestaan.

Hoe zult gij sterren? Als orthodox-protestant? Gij waart dien avond, toen gij tot mij [kwaamt, O Dood, niet overmoedig, niet vermetel. En toen gij plaats naamt in mijn zachte [zetel. Gelijk een knaap zo schuchter en [beschaamd.

„Ik kom misschien wat laat en ongelegen? Maar God heeft mij gezonden met een last.” Ik sprak: „Wie tot mij komt van [Zijnentwege Is mij ten allen tijde een lieve gast.” (Uit: „Laatste Verzen” van Jacqueline van der Waals.)

Als rooms-katholiek?

Weest die laatste dagen, die laatste uren, dat een lief mens nog bij u is, kalm en waardig. De stervende gaat de grootste en beslissende daad van zijn leven stellen. Hier wijkt ons verdriet dat zelfzuchtig lijkt. De dood van den gerechte is kostbaar in Gods ogen; wij, die dit sterven aanschouwen, moeten aandachtig en eerbiedig toezien, en onze lippen en ons hart zullen wensen en bidden met de goede Moederkerk: „Heden zij Uw plaats in de vrede, en Uw woonstede in het heilig Sion. Door Christus onzen Heer.”

(Uit: „Zonnewijzer” 1939, uitgegeven in opdracht van het Katholieke Comité van Actie „Voor God”, pg. 399.)

Als religieus-socialist? Ik voel dat sterven naderkomt, en voel mij nog zó ver van u, God. zo verstrikt in de dingen der wereld. Spreek tot mij, opdat haar geruis verstomt. Leid mijne voeten, die nog aarzelen, tot de beemden, van uw dauw bepaereld. (Uit: „Tussen tijd en eeuwigheid” van Henr. Roland Holst.)

óf als vrijdenker?

Ik bewonder een waardig leven en dus ook een waardig sterven. De ordinaire doodsangsten van een Tolstoï en het cynisch misbaar dat Artzibaschefs Semionow maakt als hij sterft, bevallen mij niet. Goethe stierf waardig, in een leuningstoel, peinzend zijn leven overziend. Maar het allerwaardigst sterven de dieren hun natuurlijke dood. Wordt een olifant ziek, dan verwijdert hij zich van de kudde; stü en zwijgend trekt hij zich in de eenzaamheid terug om op een stille plek te sterven. Hij maakt de zaak tussen zijn ik en het algemene leven alleen af, zonder schandaal of misbaar.

(Uit „De Vrijdenker” van 1 April 1939, waarin J. Hoving levensherinneringen van een vrijdenker schrijft.)

Alweer: Nederland polilieslaal

Uit de brief van den secretaris van afd. Velsen van Kerk en Vrede aan Ds. Buskes: „Zeer tot mijn spijt moet ik U mededelen, dat onze wijdingsavond op Vrijdag 21 April a.s. niet kan doorgaan, daar de Burgemeester der gemeente Velsen heeft doen weten onder de huidige tijdsomstandigheden geen enkele openbare pacifistische bijeenkomst met een propagandistische strekking te kunnen toestaan”. L. H. RUITENBERG.

Het en de O^ford^groep

Graag neem ik het artikeltje van Ds. Ruitenberg in „T. en T.” van 15 April, over Oxfordgroep en Nat.-socialisme te baat, om even dieper in te gaan op de verhouding tussen Rel. soc. en Groep.

De brochure, die Ds. R. noemt, ken ik niet. Ik geloof niet, dat velen erdoor overtuigd zullen worden van de nauwe overeenkomst tussen Groep en Nat.-soc. Om twee diepgaande tegenstellingen te noemen: Het leidersprincipe van het nat-soc. schijnt mij niet te rijmen met de absolute gehoorzaamheid aan Gods leiding, die de Groep eist. En het tweede: De Groep ziet als basis van verzoening tussen mensen de bekentenis van eigen schuld. Het nat-soc. signaleert alleen maar de schuld van anderen (overigens een algemeen menselijke eigenschap!).

Als nu Ds. Ruitenberg meent, dat er in de Groep een evolutie moet plaatsvinden, dan ben ik dat met hem eens. Ik geloof echter niet dat die zal gaan in de richting van het zich uitspreken in politieke vragen. Als de Groep dat deed, zou ze haar bestaansrecht verliezen. Het eigene van de Groep is, een methode ontdekt te hebben, om vastgelopen mensenlevens weer vlot te maken en te houden. Een soort christelijke psychotherapie dus. Het volgende beeld kan dit misschien verhelderen.

Een bron kan verstopt raken door zand, takken, bladeren enz. Het water vindt geen weg meer naar buiten, kan de beek niet meer voeden, deze verdroogt. In ’t mensenleven is vaak de toegang voor de Goddelijke Geest verstopt. Er moet ’t een en ander worden opgeruimd. De Groep zegt dan; Begin bij wat je ziet, dat mis is in je leven, hoe simpel en kinderachtig het lijkt tegenover de sociale mistoestanden. Beken een schuld.

Het is mij opgevallen, van hoe grote betekenis juist een schuldbelijdenis kan zijn. Het is een afstappen van een voetstuk, een doorbreken van een muur van vrees, waardoor de innerlijke bron weer gaat vloeien. De groep ziet geen andere taak, dan dit fundamentele openbreken en openhouden. Er ontstaat dan een principiële houding van gehoorzaamheid, om alles te doen en alles te laten, wat God ons laat zien.

Het is niet te verwonderen dat deze gehoorzaamheid zich eerst uitwerkt op individueel terrein. Langzamerhand gaan de ogen open voor verdere gebieden —■ met een groeiproces moeten we altijd geduld hebben. Ik ken heel wat groepers, bij wie de ogen zijn opengegaan voor het sociale vraagstuk, al weten ze nog niet, waar ze er mee heen moeten. Bij velen is er een sterke verwantschap in opvattingen met het rel. socialisme. Of men zich daarbij zal aansluiten is ieders eigen zaak. Maar dan moet in ieder geval de weg open, de toon in „Tijd en Taak” niet afwerend zijn. Waarmee ik niet wil zeggen, dat opbouwende critiek niet gewenst is, maar dan zal men toch meer blijk moeten geven de beweging te kennen. Er staan hier dunkt mij grote belangen op het spel. De groep bereikt heel veel mensen, en wekt ook sociaal besef bij hen. In welke banen zich de sociale energie zal storten, is niet te zeggen. Dat dit het socialisme moet zijn, is voor mij geen axioma. Wij moeten enig vertrouwen hebben in de Geest, die in alle waarheid zal leiden. In Groningen stelt men zich krachtig achter de Groninger Gemeenschap.

Het schijnt mij van groot belang, dat er een „gesprek” komt tussen groepers en rel. socialisten. „De Groep” kan dit niet doen. Zij is geen organisatie. Ze kan dan ook geen politieke uitspraken doen. Ze zou daarmee be-

paalde mogelijkheden om mensen te bereiken, mogelijkheden die het Rel. socialisme niet heeft, juist omdat ze politieke uitspraken doet, afsnijden.

Enige jaren geleden gebruikte prof. Ragaz in zijn „Neue Wege” het volgende beeld. Hij zag het Rei. Socialisme en de Oxfordgroep beide bezig een tunnel te graven, maar van tegenovergestelde kant beginnend. Hij ziet de mogelijkheid, dat men zo naar elkander toe werkt.

Is de mogelijkheid er in Nederland ook? Ik hoop het van harte. Marum. A. BURGER.

Antwoord aan Ds. Burger

Het voornaamste verschil tussen coll. Burger ep mij is, als ik het wel heb, hierin gelegen, dat wij verschillen in kijk op de betekenis van maatschappelijke bewegingen.

De Groep wil de mens geïsoleerd zien, los van de concrete maatschappelijke bewegingen, het Reiigieus-Socialisme zai steeds de nadruk ieggen op de maatschappelijke verbanden, en de gevolgen daarvan voor ieder persoonlijk. De Groep wil de individu langs psychotherapeutische weg tot schuldbekentenis brengen, het Reiigieus-Socialisme zal de nadruk leggen op de strijd voor maatschappelijke vernieuwing, waarbij het persoonlijk schuidbelijden, hoe belangrijk ook van religieus gezichtspunt uit, niet zulk een centrale betekenis heeft, als bij de Groep.

Dit standpunt brengt mee, dat wij in Qc Groep op zichzelf een exponent van een bepaalde maatschappelijke tendens menen te kunnen waarnemen. De tendens van een onja anti-politieke houding. Indien coll. Burger gelijk zou hebben, als hij zegt, dat de Groep na gehoorzaamheid aan God op individueel terrein, de ogen doet opengaan voor verdere gebieden, zou er onzerzijds geen woord tegen de Groep gezegd worden. Ofschoon wij sociale belangstelling principieel iets anders achten dan socialistisch streven.

Maar wij vrezen juist, dat, omgekeerd, de nadruk, die op de persoonlijke verandering als het uitgangspunt voor alle verdere levenswerk gelegd wordt, een teken is van een principieel on-sociale houding. Het is mijn persoonlijke ervaring, dat méér dan een, die medestreed in de rijen van democraten, pacifisten, socialisten, door de Groep ertoe gekomen is, deze strijd te verzaken, omdat immers, naar de overtuiging van de Groep, het in de allereerste plaats op de persoonlijke levensvernieuwing aankomt. Omgekeerd ben ik, tot dusver, nimmer in onze beweging iemand tegengekomen, die door de Groep tot maatschappelijke strijd in bovenbedoelde zin werd genoopt.

Neen, ik verwacht van de Groep geen uitspraak in politieke vraagstukken. Ik begrijp zeer wel, dat dit niet strookt met de structuur van de Oxford-Groep-Beweglng. Maar ik meen er wel op te mogen aandringen, dat bepaalde anti-christelijke bewegingen in de Groep ook met stelligheid en duidelijkheid genoemd worden, opdat er een communis opinio ontstaat, zoals het geval is ten aanzien van het communisme. Ik wijs erop, dat bij menige meeting een bekeerde communist optrad. Van dit optreden werd herhaaldelijk en gaarne gewag gemaakt. De eerste bekeerde nationaal-socialist, die evenzeer een goddeloze ketterij belijdt, moet mij nog aangewezen worden.

Zeker, er zijn strekkingen in de Groep, die anti-nationaal-socialistiseh zijn. Maar een bepaalde nationaal-socialistische gezindheid kan zeer wel gebruik maken van de principieel on-politieke houding en van het verlangen naar voorbarige eenheid, door de Groep gestimuleerd.

Mijn stukje bedoelde niets anders, dan deze verschijnselen, die even zovele gevaren betekenen, aan een voorbeeld duidelijk te maken. L. H. RUITENBERG.