is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 34, 20-05-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De protestantse mens

Ons religieus-socialisme is een vrucht van uitgesproken protestantse bodem. Maar dat wil nog niet zeggen, dat er daarom in onze kringen nu ook veel bezinning ieeft op de vraag, wat het wezen uitmaakt van de protestantse levenshouding en levensovertuiging. Toch is deze bezinning broodnodig, omdat in onze huidige wereld het protestantisme een brandend probleem is geworden, zowel binnen de boezem van de versplinterde protestantse christenheid zelf, als t.o.v. de totalitaire staatsopvatting en het Duitse geloof en -christendom, terwijl ook de sociaal-polltieke theorie en practijk van het Rooms-Katholicisme teikens weer dringt tot een vergeiijking met de protestantse „geest”.

Daarom verheugt het ons, dat het vorig jaar en nog wel in het hartje van Berlijn, zo’n in vele opzichten voortreffelijk geschrift verscheen over de vraag naar het wezen van de protestantse ievensinstelling, n.i. ~Die Reiigion des protestantischen Menschen” van Dr. Kurt Leese, een bekende figuur in het Internationaal Verbond voor vrijzinnig christendom en geloofsvrijheid. Hoewel het boek zelf in de eerste plaats voor theologen van belang is en aan een eigeniijke bespreking hier dan ook niet te denken valt, zijn toch de conciusies, waartoe deze schrijver iangs de weg van een eerlijk en bekwaam betoog komt, te belangrijk en te actueel om ze hier niet mee

te delen. 1. Nadat de schrijver in het eerste deel het probleem historisch van alle kanten belicht en onderzocht heeft, vat hij de uit dit onderzoek gewonnen resultaten samen door het veelzijdige wezen van het protestantisme in tien steliingen op te sommen. Deze stellingen zijn merkwaardig en verhelderend: 1. Het prot. is een vroomheid die steunt op de godsdienstige kern van het oorspronkelijke christendom en de hervor-

Wie de advertentierubriek in het vorig nummer van „Tijd en Taak” niet heeft overgeslagen, zal begrijpen, waarom hier deze week de gewone rubriek van mevr. Raima ontbreekt. Ons aller hartelijke gedachten gaan uit naar ’t kleine meiske in de wieg en haar moeder.

ming. 2. Het prot. heeft tot opperst godsdienstig beginsel: de eenheid van Genade en profetisch Oordeel; daaruit vloeit voort het protest tegen het verabsoluteren van iets betrekkelijks en het binden van het Heilige aan iets tastbaar-aanwezigs. 3. Het prot. is gelovige werkelijkheidszin.

(Uit: ..Moeder en kind voor de lens". Uitgave „Kosmos”, Amsterdam.)

d.w.z. een vroomheid van universeel karakter, die open staat voor wereld en leven, voor cultuur en natuur. 4. Het prot. staat in een positieve verhouding tot de mystiek. 5. Het prot. is een synthetische vroomheid. 6. Het prot. is een religie van persoonlijke overtuiging en gezindheid, die slechts in individuaiiserende vormgeving concreet kan worden.

7. Het prot. is een religie van onaantastbare geioofs- en gewetensvrijheid. 8. Het prot. is ondogmatische iekenvroomheid. 9. Het prot. sluit in het beginsel van vrij, zakelijk onderzoek. 10. Het prot. vindt z’n maatstaf noch in het gezag van de bijbel noch in de belijdenisgeschriften.

Men kan dit alles ook in één formule trachten samen te vatten: De protestantse mens is de mens van de gelovige vrijheid.

Het protestantisme een synthetische vroomheid

Voor ons verdient bijzondere belangstelling stelling 5: Het protestantisme is een synthetische vroomheid. Historisch gesproken is het protestantisme een proces van voortschrijdende synthese, waarbij telkens oudere en nieuwere geestesstromingen jn zijn religieuze grondstructuur (het oer-christelijk geloof in de Genade en het profetisch Oordeel) worden opgenomen en verwerkt. Hiermee hangt samen dat het geloof van den protestantsen mens in de loop der geschiedenis aan grote schommelingen is blootgesteld: verdieping en vervlakking, verwijding en verenging etc. Ook vloeit hieruit voort, dat de protestantse „geest” niet van buitenaf bepaalbaar is, doch de protestantse religie haar binding ontvangt van binnen uit, vanuit religieuze grondstructuur, zodat dus nooit op een bepaaid moment een protestantse groep voor zich het recht kan opeisen ~het” protestantisme bij uitnemendheid te vertegenwoordigen.

Uitvoerig werkt de schrijver nu in het tweede deel uit tot wat voor synthese het historisch proces van het protestantisme tot dusver geleid heeft. Hij noemt dan vier religieuze grondelementen: n.l. 1. het oerchris-

tendom met zijn pathos der Liefde; 2. de hervorming met z’n pathos van genade en geioof; 3. het idealisme met zijn pathos van levensliefde en vrijheid; en 4. de natuurmystiek met z’n pathos van het panentheïsme (=: besef dat leven en wereld onmiddellijk in God rusten).

Maar deze synthese is niet „af”, want het protestantisme is een „open” religie, die nooit afgedacht of volgroeid is, doch met het geestesleven in z’n voortgang mee blijft groeien, zodat ze in de toekomst ook nog wei andere stromingen zal hebben te verwerken.

Behoeft voor ons het uitermate gewichtige van dit ~open” karakter van de protestantse levenshouding werkelijk nog enig betoog? Uitermate gewichtig juist in haar konsekwenties voor het sociaal-politieke leven? De echtprotestantse levenshouding zal er in een tijd, waarin men zich koppig vastbijt in het eigene, naar blijven streven om oud en nieuw te verbinden vanuit eigen geloof, voortgestuwd door het profetisch Oordeel dat niet toestaat het eigene uit te geven voor het Heilige. Heeft dit het socialisme niet iets te vragen; zijt ge synthetisch genoeg, en zijt ge diep genoeg, leeft ge sterk genoeg vanuit het diepste protestantse beginsel van Genade en Oordeel? Religieus gesproken is het in onze dagen de oecumenische beweging, die met dit wezenlijkste van de protestantse levenshouding een begin maakt, en sociaal gesproken het religieus-socialisme.

De toekomst van de Duitse belijdeniskerk

Maar het boek van Kurt Leese is tevens van actueel belang door het licht, dat het onopzettelijk werpt op het toekomstperspectief van de Duitse belijdeniskerk. Is haar houding een „open” houding, d.w.z. een zuiver-protestantse? Dan moeten we even onvoorwaardelijk neen zeggen. Wie de 10 stellingen er nogeens op naleest, bemerkt hoe weinig van die stellingen opgaan voor de Duitse belijdenisbeweging; ook zij bijt zich op haar wijze tenslotte toch ook vast in het eigene en miskent daarmee het synthetisch karakter van de protestantse levenshouding. Ongewild blijkt dit toch ook wel uit dat sobere verhaal: ~Het dorp op den berg”.

Daarom zal in Duitsland nooit deze belijdenisbeweging de godsdienstvorm der toekomst kunnen zijn. Daarvoor staat ze teveel met haar gebrek aan openheid, aan wil tot synthese, van het werkelijke volksleven en de werkelijke historisch gegroeide geestescultuur af. Kurt Leese noemt terecht als 2 historisch gegroeide religieuze grondelementen van het protestantisme: het idealisme en de natuurmystiek. Maar dit zijn nu juist twee stromingen en richtingen, die de belijdeniskerk absoluut verloochent en lossnijdt. Daarmee snijdt ze echter tegelijk de weg af naar de toekomst. Want zo Duitsland ooit weer de weg terugvindt tot het hart van het christendom en het protestantisme, dan zal zijn eigen idealistische geestescultuur met haar edel gehalte, diezelfde cultuur, die het thans z o weerspreekt, daar stellig in hoge mate bemiddelend bij hebben te werken. Maar de belijdeniskerk ziet hiervan niets in. Vandaar Leese’s vurig protest tegen wat hij noemt de „pseudodialektische Theologie”, waarmee hij de richting van Kari Barth c.s. bedoelt. En wat de „natuurmystiek” betreft, ligt niet één van de oorzaken van het feit, dat blijkbaar een groot deel van het Duitse volk het christendom als een los gewaad heeft kunnen afwerpen hierin: dat de kerk daar nooit was ingegaan tot het werkelijke volksleven en de volksziel, dat het de natuurlijke instincten van het leven en de krachten van de eros ontkend en verdrongen in plaats van in zich opgenomen en geheiligd heeft?

Zo worden de vragen waarover Leese’s boek polemiseert, wel zeer actueel! Des te sterker rijst bij ons tenslotte de vraag: hoe sterk of hoe zwak is momenteel in Duitsland die vrijprotestantse stroming, waar Kurt Leese zelf zulk een fijn en vurig vertegenwoordiger van is? Groot is het percentage stellig niet. Toch hangt van dit zuivere, vrije protestantisme, van deze open en tegelijk diepe levensinstelling, in haar doorwerking óók op het sociaalpolitieke terrein, de vernieuwing van Europa af. P. SMITS.