is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 40, 01-07-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het oog springende verschijnselen is wel, dat sommige industrieën, die in normale tijden altijd voorop gaan bij het herstel, thans achter blijven. De verklaring hiervan is duidelijk genoeg. Een norrnale opleving is het resultaat van een collectieve beslissing van de kapitaalbezitters om hun niet belegd kapitaal in de productie te gaan investeren; deze beslissing is het gevolg van het door verschillende oorzaken (lage rente enz.) weergekeerd „vertrouwen.”

Onder de huidige verhoudingen komt de stimulans voor een opleving van een andere kant’) en de industrieën, die het moeten hebben van dit „teruggekeerd vertrouwen”, zijn het slachtoffer. De kapitaalmarkt voor normale industrieële doeleinden is vast in slaap en „Throgmortonstreet” “) is maar weinig beter dan een „depressed area”’). Het volume aan zuivere vredesproductie is voor zover men dit kan nagaan in de statistieken en de gegevens van plaatselijke autoriteiten, nog steeds dalende. En ofschoon de uitvoer veel verbeterd is, kan men niet zeggen, dat de toestand schitterend is.

In deze „scheefgewrongen” ontwikkeling hgt een gevaar voor de huidige situatie. Wanneer m een groep van industrieën de bewapeningsindustrie een grote bedrijvigheid heerst, terwijl een andere groep van industrieën nog gebukt gaat onder de depressie, dan is het niet meer dan natuurhjk, dat er een verschuiving van arbeid en kapitaal naar de bewapeningsindustrie plaatsvindt, ten koste van de overige productie. Zulke verschuivingen zijn thans aan de orde van de dag. De tegenwoordige expansie in de bewapeningsindustrie zal vroeg of laat tot staan moeten komen. Het werkloosheidsprobleem na de oorlog was voor een belangrijk gedeelte het gevolg van de onmogelijkheid, de industrieële capaciteit, nadat ze in de oorlog te zeer was uitgebreid, weer in te krimpen. "Tenzij we ons zeer ernstig bewust zijn, dat dit gevaar ook in de huidige situatie schuilt, zullen dezelfde moeilijkheden zich weer aan ons voordoen vanaf het ogenblik, dat wij minder gaan uitgeven aan bewapening.

Dit vraagstuk is onoplosbaar in zijn geheel. De moeilijkheden kunnen echter verkleind worden, indien enerzijds alle mogelijke maatregelen genomen worden, opdat de grotere behoeften aan wapenmaterlaal niet verkregen worden door uitbreiding van de bedrijven, maar door overwerk, vermeerdering van de vrouwenarbeid, verlenging der arbeidstijd en andere middelen, die een minder permanent karakter hebben en anderzijds vermeden wordt, dat de capaciteit van de productie voor vredesdoeleinden inkrimpt zo gauw de wapenproduotie zich uitbreidt. Het is in letterlijke zin waar, dat hoe sneller wij in het heden het werkloosheidsprobleem (door bewapening, red.) tot oplossmg willen brengen, des te onoplosbaarder dit probleem zal zijn in de toekomst.

') Van de hand van overheidsopdrachten voor de bewapening (red.). “) Financieel centrum in Londen. ’) Engelse uitdrukking voor „noodlijdend gebied.”

Japan en cJe opiumhandel in China

Er is een Volkenbondscommissie voor de bestrijding van het misbruik van opium en andere verdovende middelen en deze heeft ook dit jaar weder vergaderd. Hoe de negers met alcohol vergiftigd, hoe de Chinezen met opium vermoord zijn, het zullen altijd twee trieste bladzijden zijn uit het verhaal van het Europese kapitalisme, maar geleidelijk aan is er toch schaamte gekomen over de misdadige opzet: het kapitalisme heeft zichzelf uit schaamte omhuld. Dat is niet alles, maar het is veel. Er zijn van die maatschappelijke ellenden, die pas verdwijnen zullen bij de algehele ombouw der maatschappij, maar het is toch al wat gewonnen, als de algemene opinie ze hartstochteiijk verwerpt, als dergelijke practijken in het duister moeten geschieden, als de staat ze met boeten sanctionneert.

Te Genève heeft de Chinese gedelegeerde Dr. Hoo Ohi Tsai een rapport uitgebracht, hoe de Chinese regering de opium-ellende bestrijdt, ook nu ze volop door de oorlog In beslag wordt genomen. Maar de provincies door Japan veroverd, vertonen een ander beeld. Niet alleen dat de Japanse autoriteiten het opiumgebruik niet tegengaan, ze bevorderen het positief en dan zet Dr. Hoo uiteen hoe daarmee bepaalde doeleinden worden nagestreefd; Japan vergiftigt China om:

10. inkomsten aan Japan te verzekeren tot dekking van de oorlogskosten;

20. een bestaansmiddel te verschaffen aan ongewenste Japanse elementen, die de Japanse autoriteiten op deze wijze uit Japan verwijderd houden;

30. de Chinese weerstand te verzwakken en „verraders” onder de Chinezen te kweken. Zij bereiken deze nobele doeleinden door de aanmoediging van de aanbouw der opiumplant.

door het dulden van opiumrookzalen en geheime morfinefabrieken, door het vervoer van opium bij wijze van oorlogsmateriaal met de militaire Japanse vervoermiddelen. Deze in China verbouwde opium wordt tevens door de smokkelhandel bij de andere volkeren van het verre Oosten gebracht. De gevolgen laten zich raden.

En zo men mocht twijfelen aan de betrouwbaarheid van dezen Chinesen dokter, is het goed te weten, dat de Amerikaanse gedelegeerde de feitelijke toestanden volkomen toegaf, alleen aarzelde, de Japanse bedoelingen te formuleren, zoals Dr. Hoo dit deed.

Men kan bij zulk een bericht alleen nog maar medelijden hebben, zowel met het vergiftigd als met het vergiftigende volk en dan de hand reiken ter felicitatie aan de gelukkige bondgenoten, die dezen Japansen partijganger rijk zijn, in hun strijd tegen het goddeloze en zedeloze communisme.

De winst van Zweden's wapenfabriek

De Zweedse wapenlfabriek Bofors is momenteel zo met bestellingen voor andere landen overladen, dat Zweden zelf niet aan de beurt komt. Dat kan natuurlijk niet. Gelukkig verkopen, (als b.v. onze volksgenoot Fokker), de oorlogsfabrikanten de rechten om hun modellen te vervaardigen (licenties) aan hun even vaderlandslievende collega’s in andere landen. En daardoor is dus de Zweedse regering in staat tóch luchtdoelgeschut merk Bofors te verkrijgen uit... Hongarije.

Volgens het jaarverslag bedroeg het vorig jaar het bedrag aan nog niet uitgevoerde orders 166 mill kronen. Dit jaar blijkt dit tot het verheugende bedrag van 242 mill. kronen te zijn gestegen. De fabriek heeft zich wel uitgebreid maar kan het toch niet bijhouden. Aan die 242 mill heeft men voor ca. 2i jaar genoeg werk in voorraad. Lieb’ Vaterland kannst ruhig sein!

Het jaarverslag vermeldt niet in hoeverre Bofors gedurende het jaar licenties naar buiten heeft verleend en ook niet wat het bedrijf aan het buitenland heeft geleverd. Zou inen zich misschien daarvoor schamen? Dat lijkt ons uitgesloten. De Zweedse ultvoerstatistieken zeggeit daaromtrent natuurlijk niets, want in de statistiek kan men wel eens niet alle oorlogsmateriaal onder het hoofd wapens en munitie aantreffen. En bovendien —. wie controleert de statistici? Evenwel: de nettowinst steeg van 5.3 tot 9.1 mill, kronen. En Zweden bloeit. („Vrede”, Juni 1939)

Een drukkende oorlogslast

De statistieken hebben uitgewezen, dat de kosten van onderhoud van de Japanse arbeidersklasse in Februari j.l. 15.3 pet. zijn gestegen vergeleken bij die van Juli 1937. Bij de middenstand is een stijging geconstateerd van 14.6 pet. De kosten van kleding zijn met ruim 40 pet. en die van licht en brandstof met ruim 20 pet. gestegen. De Japanse bevolking betaalt haar overwinningen wel duur!

Het vaderlandslievende kapitaal

Wij hebben herhaaldelijk betoogd, hoe waanzinnig het is, dat o.a. Frankrijk en Engeland aan Duitsland en Italië de grondstoffen leveren voor het opbouwen van een fascistisch mUitairisme. Opnieuw een illustratie in cijfers van deze dwaasheid: Frans erts voor Duitsland. Liga-Sinjaal van 6 Mei ontleent aan de Cote Auzillaire van 22 April, die op statistieken van het Ministerie van Handel steunt, dat Frankrijk gedurende het eerste kwartaal van 1939 aan ijzererts 3.357.467 ton uitvoerde, waarvan 1.111.483 ton naar Duitsland. In hetzelfde tijdperk werden 260.065 ton ruw gietijzer uitgevoerd, waarvan 86.306 ton naar Duitsland.

Een officiële Duitse bron geeft volpns Peace News van 21 April de volgende cijfers voor de import van ijzererts in Duitsland: Mrt. tot Aug. 38 Sept. ’3B tot

Pebr. ’39

uit België-Luxemburg 32.340 131.754 Frankrijk 23.757 204.506 Engeland 2.332 39.203 58.429 = 375.463 =

46 % V. h. tot., 70 % V. 11. tot., 125.614 534.281

Een bericht van dezelfde strekking uit Japan: daar is men diep verontwaardigd, om de Duitse en Italiaanse wapenleveranties naar China... Ondanks de „spilvriendschap”. Japanse bladen profeteren: de vriendschappelijke gevoelens voor de totalitaire staten zullen snel verdwijnen op deze manier... Het stinkt aan alle kanten van egoïsme. Verdienen wij beter dan de waanzinnige wereld, waarin wij leven?

Een onverwachte attentie

Charley Chaplin heeft het Joodse gemeentebestuur van Wenen beloofd, dat de winst van zijn nieuwe film „De Dictator” zal worden afgedragen voor een fonds ter bevordering van de emigratie van Joden uit Midden-Europa. (Daily Telegraph Service.)

ONTVANGEN BOEKEN:

D. Groenveld: Verbruikscoöperatie. Waarom? Waarom juist nu? N.V. Servire, Den Haag z.j. (1939), 124 blz. Prijs ƒ 0.95.

Ir. D. Groenveld, de leider van het economisch bureau van de Centrale Bond van Nederlandse Verbruikscoöperaties, heeft een vlot en leerzaam boekje geschreven over de achtergrond, de ontwikkeling en de bedoelingen van de coöperatieve beweging.

Na een critiek op het huidige maatschappelijke stelsel, die eenvoudig gesteld is maar wetenschappelijk goed gefundeerd, geeft hij een beschrijving van het wezen der coöperatie als antwoord op de bezwaren tegen het kapitalisme. Daarna volgt een interessant historisch overzicht en ten slotte een pleidooi voor coöperatie „juist nu”.

Het boekje zelf verdient veel waardering. Wanneer ik dan ook op bepaalde punten niet geheel voldaan ben, ligt dat meer aan de coöperaties dan aan haar pleiter. Toch wil deze het zich misschien aantrekken en bij gelegenheid nog eens ingaan op de volgende bezwaren, die vele overigens sympathiek gezinden tegen de coöperatie koesteren. le. Veelal ziet men arbeiders, die scherp moeten rekenen, van de coöperaties naar de winkelmaatschappijen gaan. Dit is niet altijd een volstaan met mindere kwaliteit, vaak ook alleen een kwestie van prijzen. De coöperaties zijn minder goedkoop, vermoedelijk omdat zij er minder naar streven.

2e. Het prijsverschil wordt door het „dividend” niet goedgemaakt. Coöperatoren hebben een even grote voorliefde voor reserveren en uitbreiden als particuliere ondernemers. Zij keren de „winsten” liever niet uit, maar vergroten hun bedrijven. Dat dit met een altruïstisch doel geschiedt mag sociaal gesproken interessant zijn, maar den verbruiker ontgaat de grotere koopkracht, die men hem had voorgespiegeld.

3e. De uitbreidingsdrang van coöperatoren verschilt principieel niet zoveel van die der particuliere ondernemers. Nóch in zijn motieven scheppingsdrang en machtsbegeerte zijn algemeen menselijk en overstemmen even vaak de winzucht als het altruïsme nóch in zijn gevolgen: ook coöperatoren werken door uit te breiden mee aan de algemene relatieve overproductie, al onttrekken zij maar afzet aan de andere, bestaande bedrijven.

4e. De coöperaties hebben veelal te weinig respect voor de betekenis van vakmanschap in de leiding van bedrijven. Onderwijzers, kantoorbedienden enz. worden belast met functies, waarvoor zij niet zijn opgeleid. De leiding is daarom nog dikwijls dilettantistisch en inefficiënt. se. De „service” aan de afnemers is bij de coöperaties dikwijls zeer onvoldoende. De winkelhouders nemen het is een bekende klacht veelal een houding aan alsof de verbruikers er voor hen zijn in plaats van omgekeerd. Ik erken, dat deze bezwaren zeer ongelijk van principiële kracht zijn, maar de goedwillende leek ondervindt ze en de coöperator moet er dus rekening mee houden.

Het boekje zelf heeft natuurlijk wel een paar zwakke plekken. Zo b.v. het betoog, dat anti-kapitalisme te verenigen is met politieke neutraliteit. Heeft iemand het liberale nati-kapitalisme al gezien? Of de lof voor de coöperatie, die in tijden van stijgende prijzen de winkelvoorraad nog tegen de oude prijs uitverkocht. Ze moest het bij dalende prijzen niet proberen en lijdt dus dan verlies waar geen winst tegenover staat. Zulk een politiek is filantropie, maar slecht bedrijfsbeheer.

Scheef is ook de positie van den coöperator, die een boetpredicatie houdt tegen de kartels, maar een vriéndelijk woord spreekt over de producentencoöperaties. ledere verkoopcoöperatie probeert evenzeer de prijzen hoog te houden als ieder verkoop(prijs- of conditie-) kartel. De grenzen zijn vaak zeer vaag. Maar de schrijver heeft het vooral over de verbruikscoöperatie. Als pleidooi daarvan is het, zo niet voor iedereen overtuigend, sympathiek en goed geschreven. KUIN.