is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 43, 22-07-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Uit de kerkelijke wereld

Niet mis

In de „Christian Century” verschijnt een belangwekkende serie belijdenissen van vooraanstaande kerkelijke persoonlijkheden onder de titel „Hoe ik in de laatste tien jaar in geestelijk opzicht veranderd ben”.

In het nummer van 5 Juli j.l. beschrijft Russell Henry Stafford, predikant te Boston, een van de meest vooraanstaande leiders van Nieuw-Engeland, zijn verandering.

Hij vat zijn beschouwing samen onder het hoofd ~Verandering zonder crisis”, en laat eerst zien, welke betekenis de mislukkig van de strijd voor de drooglegging, waaraan hij enthousiast heeft meegedaan, voor hem heeft gehad.

Hij vervolgt dan met deze openhartige woorden:

„Na de mislukking van het verbod kwam de theologie der crisis. Ik ontmoet Emil Bnmner. Hij maakte op mij de indruk van een groot mens, maar een wonderlijk denker. Ik las, zoveel als ik kon, een boek van Karl Barth, dat mij woedend maakte, omdat het mij letterlijk opzettelijke en afschuwelijke nonsens leek. Later heb ik rustig in zijn geheel het manifest, dat dr. Kraemer vóór Madras geschreven heeft. „De Christelijke boodschap in een niet-Christelijke wereld” overwogen. Dat is een diep en nobel werk. Maar het wordt bezield, ofschoon niet op oncritische wijze, door de Barthiaanse geest. Dit zijn mannen, die het gehele apparaat van moderne wetenschap gebruiken met een grimmige'ijver om de wetenschap in beginsel te vernietigen en de rede met wortel en tak uit te roeien.”

Het wachten is nu op Karl Barth, van wien in deze zelfde serie een artikel is toegezegd. Zouden Amerika en Helvetia elkaar verstaan?

Het Delitzschianum

De beroemde Duitse Hebraïcus, Franz Delitsch heeft in 1880 een „Institutum Judaicum”, een Joods instituut gesticht in Leipzig, waar van Christelijke zijde een ernstige poging werd gedaan om op wetenschappelijke wijze het Jodendom te leren kennen. Het instituut leidde zendelingen onder de Israëlieten op, maar was meer dan dat: een plaats waar Jodendom en Christendom elkander ontmoetten. In de loop der jaren heeft dit instituut een grote naam gekregen.

Sinds 1933 is er in Duitsland geen gelegenheid meer voor bestudering van het Jodendom. Alleen maar voor uitroeiing. Daarom verplaatste men het naar een ander Joods centrum. Wenen. Daar kon het tot ’3B blijven. Nu is het naar Londen overgebracht, maar men heeft nog geen kans gezien het te openen. Men hoopt dat in het vroege najaar te doen.

Over de verhouding van Christendom en Jodendom bericht „The International Review of Mission” van Juli j.l. verder: door de omstandigheden gedrongen, is de Internationale Zendingsraad, het hoogste lichaam op het gebied der zending, er toe over gegaan om een aparte tak in het leven te roepen, onder de naam van „Internationaal Comité voor toenadering van Christelijke zijde tot de Joden”. Dr. C. Hoffmann is directeur van dat comité. De Internationale Zendingsraad staat op het standpunt, dat het vluchtelingenprobleem nauw samenhangt met de kwestie van de zending onder de Joden.

Kerkelijk leren op de Philfppijnen

De Philippijnen, eertijds onder heerschappij van de Spanjaarden, waren in onze jaren ontoegankelijk voor het Protestantisme. Toen, in 1899, de Amerikanen bezit namen van deze eilanden en zij bovendien door econmische ontwikkeling in het wereld verkeer kwamen te liggen, werden de Philippijnen arbeidsterrrein voor Protestantse zending. Het succes was groot. Bovendien kwam de inheemse katholieke kerk los te staan van Rome. Deze kerk, thans ruim 4 van de 11 millioen inwoners

omvattend, is aangesloten bij het Internationaal Verbond van Vrijzinnig Christendom. In de 28ste bulletin van Juli j.l. van dit Verbond schrijft de voorzitter, dr. Louis C. Cornish, Boston, over deze kerk. Uit dat artikel nemen wij over:

„Tot op het ogenblik, dat het Amerikaanse leger Manila (de hoofdplaats van de Philippijnen) binnenrukte werd er nimmer een protestantse dienst gehouden. Dit legt de nadruk op het feit, dat Aglipay (de aartsbisschop) leiding gaf en nog geeft aan wat in werkelijkheid niet minder is dan de protestantse hervorming van een groot volk. De naam luidt; „Heilige katholieke, apostolische en onafhankelijke kerk van de Philippijnen”. Zij bewaart veel van de schoonheid en menige vorm van de Roomse Kerk, maar haar leer is geheel vrijzinnig. Aan de voorzijde van leder altaar staan de woorden: „De Bijbel en Wetenschap, Liefde en Vrijheid”. De geloofsbelijdenis is vrij van dogmatisme, en is verheffend (elevating), ja zelfs bezielend (inspiring). De vrijzinnigheid is geheel en al oorspronkelijk, zij vindt haar oorspronk niet in vreemde invloeden. Het modernisme is evenzeer een deel van de Philippijnen als de geweldige palmboom, en het is veel dieper geworteld.”

Het gordi|n gaat open

Al geruime tijd hoorden wij, dat achter de schermen van het radiotoneel een en ander gaande was. De V.P.R.0., trouw bijgestaan door de Centrale Commissie van het Vrijzinnig Protestantisme, geholpen ook door de Vrijzinnig Christelijke jeugdbeweging, blies alarm. Maar op een geheimzinnige wijze. Zij riep: „werf meer leden! Het is volstrekt nodig! Ons bestaan hangt er van af! Meer kunnen wij niet zeggen!”

Daarmee werden predikanten en gemeenteleden aangevuurd tot een intense wervingsactie.

Nu is het autoriteitsgeloof onder vrijzinnigen nooit zo heel sterk geweest. Daarom zal het voor de leiding van de V.P.R.O. ongetwijfeld een reden tot vreugde zijn, dat enige dagbladen de onbescheidenheid hebben gehad, het gordijn van het radiotoneel weg te trekken en ons althans te laten zien, wat er vóór de schermen zich af speelde. Onmiddellijk kon de Centrale Commissie dan ook met duidelijker aanwijzingen komen.

Het blijkt, dat de werelduitzendingen, waartoe de Regering over zal gaan, betaald moeten worden uit een soort radiobelasting, die mén, naar keuze, kan storten in de kas van één van de vier grote omroepverenigingen. Daarbij zou aan de V.P.R.O. voorbijgegaan worden. Zij is, èn wat zendtijd, èn wat ledental aangaat nu eenmaal geen grote omroepvereniging. Als ik goed zie, is de moeilijkheid hierin gelegen, dat de verplichte steun aan een der vier grote omroepverenigingen de mogelijkheid niet denkbeeldig maakt, dat de animo om bovendien nog volledig de V.P.R.O. te steunen, zou verminderen. Om dit nu tegen te gaan, is het opvoeren van het ledental nodig. Om werkelijk een „grote” omroepvereniging te zijn.

Wat hierbij opvalt, is de eigenaardige maatstaf, die blijkbaar van Regeringswege gebruikt wordt. Wat de doorslag geeft, is het getal geregistreerde leden. Niet de prestatie, noch de geestelijke schakering, die haar rechten moet krijgen. Neen, de nullen achter het eerste cijfer, daar gaat het om.

Ofschoon wij wel eens het gevoel hebben, dat, mede in verband met de maatschappelijke structuur van het vrijzinnige Christendom, de V.P.R.O. zich oriënteert naar de vrijzinnige burgerij, zouden wij als religieus-socialisten het grotelijks moeten betreuren, indien de V.P.R.O. haar plaats in de aether niet kon handhaven. Niet alleen, omdat daarmee de enige niet-socialistische omroep, die open genoeg is voor de erkenning van sociale stromingen, aan invloed zou inboeten, maar bovendien, omdat de V.P.R.O. een bewijs is van erkenning van geestelijke vrijheid, ook zonder dat er politieke bewegingen achter staan. De handhaving daarvan is noodzakelijker dan ooit.

L. H. RUITENBERG

In ’t pensionnetje

Menigeen gaat in deze zomermaanden de warmte ergens anders opzoelcen, in een tot woontcamer gepromoveerde serre van het in de donkere achterkamer van het rustieke boerden rijtje, onder het broeiende tentendak of gezellig bij familie, omdat die in zo’n mooie streek woont.

En dan doet de nieuwe omgeving schrijftalenten opbloeien. Ansichtkaart ten en brieven worden in hele reeksen het land ingezonden om de achterget blevenen door woord en beeld van de vacantievreugde mee te doen genieten.

U kunt deze post nog fleuriger maken door enige vellen A.G.tjubileumzegels te bestellen en deze zegels op al Uw cort respondentie te plakken.

Hoe flauw om zo’n titel en aanloop te nemen om dan bij de A.G.tzegels terecht te komen. Laten we daar niet over twis' ten, maar zendt U mij een bedrag(je) en ik stuur U voor elke vijf cent een A.G.t jubileumzegel. (Giro No. 153696, Passat vantlaan 8, Arnhem.)

De Grootzegelbewaarder groet U allen zeer!

Overherdenkingsuitzendingeri; hef hoorspel en een Radio Encyclopedie

Enkele duizendtallen Vlaamse socialisten kwamen ter herdenking van „de Gulden Sporenslag” op 9 Juli te Kortrijk bijeen. Die dag relayeerde de Vlaamse socialistische omroep, de SAROV, een feestprogramma, dat ongeveer twee uur duurde en een gesloten geheel vormde. Telkens weer riep het gebodene herinneringen op aan de uitzending ter ere van de Arbeidersolympiade te Antwerpen. Er was, zowel in de tekst als in de muziek, vrij veel banaals, en grotere eenvoud zou vaak sterker indruk gemaakt hebben. Opnieuw viel vast te stellen, hoe groot de invloed is die Hanns Eisler uitoefent op moderne verklankingen van socialistische verzen. Opmerkelijk goed kwamen de spreekkoren door, die echter wat hun inhoud aangaat niets belangrijks boden.

Tal van zenders binnen en buiten Europa herdachten de vorige week de 150ste jaardag van de Franse Revolutie. Natuurlijk hadden de „as-mogendheden’ niet de minste belangstelling voor het feit. Hoe karakteristiek was het echter, dat juist die avond van de 14e Juli, toen zo veel stations de val van de gehate Bastille herdachten, de Duitslandzender een andere gebeurtenis vierde: het vijfjarig bestaan van het Duitse „Volksgerechtshof”, de „bloedraad”, zoals dit instituut door tal van Duitsers gedoopt is. Wanneer zal de tijd komen, dat Duitse radio-programma’s zullen gewijd zijn aan de val van de bruine Bastille ?

Op de 14e Juli werd naast reportages uit Parijs veel oud-Franse muziek ten gehore gebracht. Schitterend was een door Parijs uitgezonden programma, dat ons liet kennis maken met de ontwikkeling van de „Marseillaise”. Interessant en ten dele amusant was een uitvoering door de Engelse zender Droitwich, waarin ons de Franse Revolutie getoond werd, gezien door de bril van een ietwat conservatief Engelsman. Hoorspelen werden uitgezonden door Beromünster, Parijs-P.T.T., Paris-Radio en enkele weken geleden reeds door de V.A.R.A. In het algemeen waren zij naar het gebruikelijke conventionele schema vervaardigd. Het spel „Danton” van G. Bakker, dat door de V.A.R.A. werd uitgezonden, wilde te nadrukkelijk actueel zijn. Zeker, wij weten thans meer dan ooit, dat de historie ons veel kan leren, dat wij in haar veel vinden dat ons aan onze eigen tijd doet denken, maar toch is het verwerpelijk al te krampachtig te zoeken naar historische equivalenten. Als men historische