is toegevoegd aan uw favorieten.

Tijd en taak; religieus-socialistisch weekblad, jrg 37, 1939, no 44, 05-08-1939

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men op heel verschillende niveau’s. Jef Last’s „Vliegende Hollander”, dat ik onlangs besprak, is op hot hogere niveau een gebrekkig boek, de romans die ik ditmaal heb aan te kondigen, „De Klimmers” van E. Eewijck'), en „Grensland” van mevrouw Zoomers—Vermeer"), zijn op het lagere niveau bepaald goede boeken te noemen. Niettemin zouden wij alle begrip van rangorde uit het oog verliezen, wanneer wij de beide laatste werken boven het eerste gingen verheffen. En dan spreek ik nog niet eens van de talloze middelmatige en slechte boeken op het lagere niveau, en van de ontspanningslectuur, die principieel nog weer een trapje lager staat.

Toen ik de vorige roman van Eewijck, ~Momenteel zonder”, in handen kreeg, heb ik gedacht en misschien ook wel geschreven, dat indien iemand, dan déze man de mogelijkheden in zich droeg om iets te schrijven wat naast het beste werk van Mevr. Zoomers—Vermeer zou kunnen staan. Als dat beste werk beschouw ik dan „Het boek van Koosje”, plus bepaalde gedeelten uit „Het boek va;o Gijs”, en in mmdere mate ook uit „Flip en Jantje”. Hier was een naakte eenvoud, een levensechtheid en bovenal een kloppende warmte, waarmee ten onzent niemand anders de „kinderen der sloppen”, en niet te vergeten de moeders der sloppen heeft beschreven.

Eewijck in zijn verhaal van werkloosheidsleed en jongensverdriet had diezelfde warme directheid, die hoe vlak op het leven ook, toch allerminst fotografisch en allerminst kritiekloos werkt. Zijn verhaal leed alleen aan de nodige onbeholpenheden: opeenstapeling van tegenslagen voor het gezin in kwestie, vrolijke, harteloze bourgeois, waardevolle uitvindingen door een jochie enz.

Blijkbaar heeft hij nu de kritiek ter harte genomen, althans „De Klimmers”, het boek van de jonge arbeiders bij de constructiewerken, is van al zulke fouten vrij. Er komen inderdaad nogal wat gewelddadigheden in voor, maar het Brabantse zelfkant>milieu geeft daar aanleiding toe, en wanneer van de drie jonge kerels die het centrum van het boek zijn, er één valt doordat, hij op een dag door verdriet en akeligheid zijn positieven niet goed bij elkaar heeft, één om een vrouw wordt overhoop geschoten, en één aan de wraak van zijn maats ten offer valt en met een verlamde arm uit het avontuur te voorschijn komt, ■—■ dan is dat alles in het verband van karakters en gebeurtenissen aannemelijk.

Ook is er genoeg tegenwicht van werklust en bravour en kameraadschap, van jong onbekommerd genieten bij een zwempartij, van stugge jongensvriendschap en innigheid tussen jonge mensen die elkaar liefhebben, van hartelijkheid en geluk in een beginnend gezin en ook van trouw en levensmoed als tussen twee mensen onherstelbare dingen gebeurd zijn, er is zoveel goeds en warms en menselijks, dat men onmogelijk van een somber boek kan spreken.

Alleen zulke mooie gedeelten als in het vorige boek vind ik hier niet, vandaar dat men als criticus toch een zekere onbevredigdheid blijft voelen, maar hoeveel zuiverder en gaver is dit intussen dan Van lependaal’s „Adam in ongenade”, dat een overeenkomstig onderwerp op zoveel nadrukkelijker wijze behandelt, — hoe vals klinkt nu Van lependaal’s „natuurlijkheid” bij deze zuivere toon! Ook beter dan deze laatste Zoomers—Vermeer is dit boek van Eewijck. Eigenlijk, op de keeper beschouwd, is mevrouw Zoomers—Vermeer geen bijzonder begaafde schrijfster. Haar stijl is niet meer dan gewoon, haar compositie vaak slecht, haar vertaaltrant niet vrij van langdradigheid. Zo ook in dit verhaal uit de grensstreek, dat een „moderner” en meer op de techniek gespitst schrijver zeker tot minder dan de helft zou hebben samengedrongen, en waarbij men zich voortdurend moet afvragen of nu eigenlijk het leven in de grensplaats of de geschiedenis van Alida Broks middelpunt van het verhaal is. Immers, voor de levensgeschiedenis van één persoon krijgen de bijfiguren, Martina Grosman met haar „verleden”, het vrouwtje van den drinkenden secretaris, zelfs de dorpsidioot met haar verknochtheid aan haar vaders veulentje, veel te veel aandacht; en is het werkelijk om het bestaan in de grensplaats te doen, dan worden we weer veel te lang opgehouden bij Alida Broks en haar eerste liefde in de stad. Soms wil het zelfs lijken of het leed van de alcohol de band is die de verschillende gedeelten bijeen houdt.

De verklaring ligt waarschijnlijk daar, waar het hele geheim van Mevrouw Zoomer’s schrijverschap te vinden is: zij schrijft met haar hart, een groot, warm, deernisvol moederlTart, dat eenmaal om de kinderen bewogen is geweest, en nu om lot en leed van vrouwen is bekommerd, arm of rijk, hoofdpersoon of geen hoofdpersoon, verstandig of simpel, allen die haar moederlijke liefde van node lijken te hebben. Dat en niet anders blijft de kracht van dit pretentieloze boek, en dit is wat het ondanks zijn zwakheden op zijn eigen niveau toch tot een goed boek maakt.

‘) Uitgave A. Blitz, Amsterdam. ") Uitg. Van Holkema en Warendorf, A’dam 1939.

M. H. VAN DER ZEIJDEN.

VCRENICINCSLEyCN

VERSLAG BARCHEMCURSUS Het offensief voor de vrede

Als op Zaterdagavond H. H. Koch de cursus opent, vertelt hij m sobere, maar klare bewoordingen eerst iets over Woodbrooke, het geestelijk centrum van de godsdienstige beweging der Quakers. De namen Barchem en Bentveld worden even verduidelijkt.

Daarna stapt hij van deze eigen geschiedenis over op de algemene. Memoreert de laatste zestien maanden (Oostenrijk, München, Praag). Een geweldige reactie is op de inlijving van Tsjechië het gevolg. Een „vredesfront” wordt gevormd. K. vermeldt even de brochure-De Man van 1938. Wellicht is De Man’s weg ook de onze; een algemene conferentie. Die vooral meer gericht zal moeten zijn op wegneming dan op handhaving (Engeland). Voorts zal de democratie verdiept en een streven naar Europese eenheid bevorderd moeten worden.

Met de wens, dat een broederlijke geest ons allen in dit weekend moge binden, eindigt Koch.

Hierna houdt B. W. Schaper zijn inleiding over: Naar een positieve democratie. Hij begint met de opmerking, dat over het woord democratie in linkssocialistische kringen niet altijd even waarderend werd gesproken. Wel werd haar basis en vrijheidsgehalte gewaardeerd, maar er was toch ook veel twijfel, die echter voor een groot deel de laatste jaren is weggenomen, nu men duidelijk voor ogen ziet, wat er komt, als de politieke democratie wegvalt. Breedvoerig toont Sch. deze kentering aan. (Reactie op inaugurele rede prof. v. d. Bergh, programherziening S.D.A.P.). Men beseft beter zijn lotsgemeenschap met andere sociale groepen. Er is echter ook een negatieve kant. Een verstarring in de partijverhoudingen. Een groeiende onverschilligheid, die de wortel van de democratie aantast. Want deze kan niet verder functionneren, als het individu zich niet meer verantwoordelijk weet voor het geheel. Ook hier weer een positieve reactie. (Thomas Mann, prof. Schermerhorn, Wiardi Beckmamr). De democratie zal meer levend contact met haar burgers moeten hebben en aangepast worden aan de bedrijfsvorm van deze tijd. Verzet op dit laatste blijft niet uit. Fascisme, aldus opgevat, als een rationeel verzet tegen irrationele toestanden in de maatschappij, kan dus overwonnen worden. Echter is ook een andere beschouwing mogelijk. Thans beleven we het einde van den economischen mens. Een bepaald mensbeeld gaat verloren. De demonen zijn herrezen. Mussolini, Hitler vervullen de functie van geestenbezweerders bij primitieve volken.

Ter bestrijding van de werkloosheid zullen offers moeten worden gevraagd. Deze moderne pestilentie moet radicaal worden aangepakt.

Voorzichtig en eerbiedig besluit Schaper zijn inleiding met te wijzen op het feit, dat begeestering vaak onrijpheid is, die vervangen moet worden door het berustende besef, dat het leven ten allen tijd onvolkomen zal zijn. Maar het is ons nu eenmaal gegeven en wij mogen het niet zonder meer laten verloren gaan.

Zondagmorgen houdt dr. Banning een korte toespraak, waarin hij zijn gedachten laat richten door het getuigenis der discipelen; Gij hebt de woorden des eeuwigen levens.

Daarna spreekt mr. Van der Goes van Naters ter vervanging van mr. Van Deventer over: Wegen naar een Europese eenheid. Hij stelt allereerst de vraag of een Europese eenheid begeerlijk is. Hervorming naar het voorbeeld der U.S.A. is minder gewenst. Wel begerenswaard is een eenheid in verscheidenheid. Het is een zegen, dat er verschillende talen zijn. De gebeurtenissen om Babel moeten niet als straf worden gezien. Op cultureel gebied nivellere men niet, maar handhave men het volkseigene. Het eerste daarentegen wel op economisch gebied. (Slechting van tarief muren). De vraag naar wereldrecht is verbazend actueel. Dit wereldrecht is onmisbare voorwaarde voor

wereldvrede. De maatschappelijke ontwikkeling heeft geleid tot een sterkere geestelijke eenheid. Sociologisch en juridisch is de basis voor internationale gemeenschap, die nationale gemeenschap vooronderstelt, mogelijk. De zielkundige factoren zijn echter onderschat.

In het Volkenbondspact Is een begin van wereldrecht. ledere staat geeft iets van zijn souvereiniteit prijs (jus belli) en aanvaardt verplichtingen (eerbiediging van ellaaars onschendbaarheid). De angst het nationaal-eigene te verliezen belemmert de uitbouw. Gebeurtenissen der laatste jaren werken afbrekend. München 1938 is een hoon aan Genève. Hier handelen Volkenbondsstaten buiten de Volkenbond om tegen de Volkenbondsprincipes. Na Maart 1939 gaat men weer in de richting van collectieve beveiliging. Met sancties. Want zonder deze is rechtshandhaving een illusie. In dit stelsel is een bepaalde vorm van neutraliteit bestaanbaar. Mits deze staat in dienst van het wereldrecht, dat, moedig opgebouwd, de wereldvrede zou kunnen verzekeren.

De derde lezing: „Onze opdracht” wordt gehouden door dl'. Banning. Het woord opdracht heeft een religieuze klank. Het gaat hier om waarden, zonder welke het leven z’n zin verloren heeft en in chaos en armoede moet ondergaan. Door de voorgaande lezingen hebben wij een goed begrip gekregen van de huidige situatie. B. behandelt nu de geestelijke kant en trekt daartoe eerst enige grote lijnen uit de geschiedenis. In de Middeleeuwen is er het verstaan van den mens vanuit God. God het toppunt en het richtpunt van alle menselijk leven. Dan volgt een periode, waarin de mens verstaan wordt vanuit zich zelve. In de negentiende eeuw wordt de mens product der historie, wordt hij verklaard uit maatschappelijke krachten (Marx). Dus niet meer vanuit een meta-physische achtergrond, maar vanuit een physiologische (economische). Dit moet omslaan in anti-humanisme.

Duidelijk blijkt nu, dat de mens niet kan leven zonder een God. Als men God niet meer kan vereren, dan doet men het iets of iemand anders (proletarische massa, de Führer).

De grote tegenspeler tegen het Christendom is thans het relegieuze nationalisme. Volk, Staat (eindige grootheden) worden verabsoluteerd. Dit proces is in Duitsland het felst, maar daar niet alleen (Oranjemystiek).

De religieuze strijd zal gericht moeten zijn tegen deze vergoddelijking van eindige machten. Het rel.-nat. gaat in tegen het profetisme, dat leert, dat de God van hemel en aarde recht heeft op leven en wereld: tegen het Christendom, waarin liefde en barmhartigheid de determinanten zijn; tegen het humanisme, gezien als de weg van de vergeestelijking van het leven.

Het gaat nu om „irmerweltliche Religion” (ras, bloed, bodem) of „überweltliche” (waarheid, liefde). Gevaarlijk wordt het, wanneer grote groepen geen geestelijke levensinhoud meer hebben. Dan gaat men op de knieën voor een afgod. Want op de knieën wil men.

Onze opdracht in dit uur bestaat uit twee dingen. Ten eerste; trachten te verzamelen alle krachten van profetisme, christendom en humanisme. Ten tweede: het socialisme door deze drie krachten te doorademen. Want het wezen van den mens wortelt in de eeuwigheid.

Een sluitingswoord van Koch en deze uren op de top en aan de voet van de berg zijn weer voorbij. De woorden van Petrus uit Lucas IX: „Meester, het is ons hier wél te zijn”, dringen zich uit de herinnering op.

Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers

Nog één Barchemcursus staat op het programma ’39. En wel die van 21—26 Augustus, te leider door dr. D. J. Wansink. Deze cursus duurt een korte week, maar geeft evenveel lezingen als een vierdaagse en is dus minder vennoeiend, terwijl veel tijd overblijft voor ontspanning, wandelen, fietsen, enz.

Het thema „Ons vertrouwen in het heden” wordt in vier lezingen uitgewerkt. „Europa 1939, politiek-economisch”, door drs. G. M. Nederhorst; „Politiek en moraal”, door ds. G. K. Wiersma; „Nieuwe strekkingen in onze litteratuuï”, door dr. Garmt Stuiveling; ..Pessimisme en optimisme”, door da. C. Soutendijk.

Wie van plan is aan deze cursus deel te nemen en zich nog niet meldde, hale zijn schade in en zende zijn invulformulier aan Dora de Jong, L. M. Coenenstiaat 20, Amsterdam.

INHOLD

Pag.

Geen verdoezeling, W. B 1

Buitenlandse kroniek, B. W. Schaper 2

Och broeders F. Kalma—Koops 3

Binnenlandse kroniek, J. A. Bruins 4

De 25e herdenking van de moord op Jaurès ... 5 Het waarachtige geloof, P. Reddlngius—Salo-

monson 5

Boekbesprekingen 6

Dr. J. Mendes da Costa t H. Roland Holst 7

J. Mendes da Costa als kunstenaar, H. A Gerretsen 7

De wereld van Nu 8

Ontvangen boeken 8

Advertentie 8

Uit de kerkelijke wereld, L. H. Ruitenberg 9

Het Bijbels onderwerp in de Nederlandse Kunst 9

Gedicht, Jaap van Straten 10

De vrouw en het gezin, W. H. Kuin—Harttorff 10

Het moderne mensentype... en wij (II) 10

De Pers, E. C. Knappert 11

De stem van de kerk, Bep Otten 11

Boekbespreking 11—12

Verenigingsleven 12

Inhoud 12